Voor het eggie

Hoe vaak had ik mijn veters inmiddels vastgemaakt? Toch zeker vijf keer het afgelopen kwartier. Dat was dan nog zonder die twee keer dat ik mijn schoen uitdeed omdat ik zeker wist dat die sok niet goed zat ook. En moest ik nu echt alweer naar het toilet? Wedstrijdspanning is een bijzonder fenomeen.

Alleen het afgelopen jaar al liep ik een kleine duizend kilometer hard. Het grootste deel van die kilometers vertrek ik hooguit met lichte tegenzin (te koud, te nat, te moe) maar verder met weinig gedachtes voor mijn rondje van vijf, tien of vijftien kilometer. Schoenen aan, koptelefoon op, gaan en tot straks. Een klein aantal kilometers loop ik echter in evenementen als de Damloop, de Zandvoort Circuit Run, de Nescioloop of andere georganiseerde runs. Omdat het leuk is om met zoveel gelijkgestemden een stukje te hobbelen en omdat je nu eenmaal niet zo vaak de kans krijgt door de Tarzanbocht of IJ-tunnel te lopen.

Hoewel het bij dergelijke evenementen vooral gaat om de gezelligheid, gebeurt er bij velen iets geks in aanloop naar dat loopje. Of het nu komt omdat je niet als laatste wil eindigen, je je vorige tijd wil verbeteren, er mensen langs de kant staan, of wat dan ook: niet zelden maakt zich een vorm van wedstrijdspanning van je meester die er dus voor zorgt dat je nog een keer je veters checkt en controleert of je startnummer wel goed vast zit. En ja, waar ‘je’ staat had ik ook ‘ik’ kunnen schrijven.

Het zal menig golfer bekend in de oren klinken als je het woord startnummer vervangt voor scorekaart.

Of het nu een clubwedstrijd betreft of een qualifyingronde, zodra er iets op het spel staat verandert er vaak wat. Ineens is je swing niet meer zo soepel. Ben je je veel te bewust van kleine details. En kan je vooral ook (kleine) missers moeilijker van je af laten glijden. De gele sticker die je tot een paar jaar geleden op je scorekaart moest plakken voor je een qualifying ronde ging spelen, het invullen van je naam in het boek, het was vaak een garantie voor een mindere ronde dan gisteren toen je in je eentje zó lekker speelde…waarom loopt het nou net vandaag niet?

Het was Johan Cruijff die ooit zei dat we allemaal goed konden golfen op de driving range, maar dat je past echt wist wat je waard was op de baan. Daar zou ik zelf graag aan toevoegen dat die waarde pas écht duidelijk wordt als je, ook met een scorekaart op zak, je beste spel kan spelen. Je je goede ronde tot en met hole achttien door kan trekken, en niet vanaf hole zestien je score alsnog in het water ziet vallen. Het gaat slechts om een puntje meer of minder op de handicapkaart, een flesje wijn of hardloopmedaille na afloop, maar zodra het voor het eggie is, is alles net even anders en blijkt je veter toch wéér los te zitten.