Nederlandse Vereniging van Golfspelende Journalisten
23.08.2024
Sinds Collet en ik in de zomer van 2006 collega's werden stonden we misschien wel een paar honderd keer samen op de baan. En vaak leverde dat dan een rondje matchplay op. Nooit voor het eggie – in de bijna twintig jaar dat we beiden lid zijn van de NVGJ troffen we elkaar nooit in de Mr. Glow Matchplay competitie – maar wel heel vaak om een drankje of bragging rights. Niet dat er meestal veel op valt te scheppen overigens. Of de wedstrijd nu over negen holes gaat of dat we alle scores van alle rondes tijdens een van onze springbreaks bij elkaar optellen, het einde is tamelijk voorspelbaar: de ontknoping volgt vrijwel zonder uitzondering pas op de laatste hole waar dan een van beiden een putt heeft van (meestal) een metertje om de wedstrijd te beslissen. De ene keer valt het kwartje mijn kant op, de andere keer die van mijn collega, maar vrijwel altijd hadden we de ronde ook af kunnen doen met een puttwedstrijd om daarna direct aan het bier te gaan.
Voor we toekomen aan het verslag van onze ontmoeting op een winderig Houtrak verdient de term 'springbreak' misschien enige toelichting. In Amerika word je tenslotte als man van middelbare leeftijd direct met een argwanende blik gadegeslagen als je aankondigt op springbreak te gaan. Immers, springbreak is in de Verenigde Staten (en Canada, Japan, Korea en China zo lezen we op Wikipedia) een voorjaarsvakantie waar de studerende jeugd volledig los gaat en zich verliest in dronkenschap, seksualiteit en openbaar nudisme. Opnieuw met verwijzing naar Wikipedia:
"Bewoners van de regio waren zo geschokt door de aangerichte schade van de vakantiegangers, dat de lokale overheid verschillende beperkingen invoerde in 1985. In 1989 waren er slechts 20.000 toeristen, een schijntje vergelijken met de 350.000 bezoekers vier jaar eerder. De springbreak toeristen gingen in plaats daarvan naar het meer liberale Daytona Beach waar nu jaarlijks meer dan 200.000 studenten naar toe reizen."
Voor de goede orde (het is toch maar liever gezegd): de heren Paehlig en Collet tref je tijdens Springbreak niet in te weinig kleding aan op een overbevolkt strand met een cocktail in de hand en naar Amerika reisden we ook nooit af. Nee, vrijwel vanaf het begin van onze samenwerking bij Golfers Magazine proberen we één keer in het jaar samen op persreis te gaan, bij voorkeur aan het begin van het seizoen als onze beider agenda's nog een beetje ruimte laten. Hoewel we ook naar Duitsland reisden of in België banen bezochten, is de eerste inzet altijd om naar de overkant van het kanaal te gaan. Lekker uitwaaien aan de Engelse, Schotse of Welshe kust. Een paar dagen bikkelen op de links met na afloop een goede pint bier. Mooier wordt het niet.
Een goede pint zou er vandaag zeker niet inzitten wisten we al bij voorbaat. Met een starttijd om 08.00 uur, twee vlot doorspelende mannen en niemand voor ons, zou de tap dan wel héél vroeg open moeten. Wat er wel in zat was het rondje bikkelen. Niet door regen of kou, wel door de harde wind die over de open baan van De Houtrak jakkerde. Windkracht zes a zeven, code geel hing in de lucht. Survivalgolf, dat zou het worden nu de wind zo hard waaide dat ons rondje op Noordwijk van enkele dagen eerder (je hebt van die weken...) geen oefenronde maar een walk in the park bleek te zijn geweest.
Datzelfde rondje op Noordwijk leerde me dat mijn collega het lek nog altijd niet boven had. Het lek? Ja, het lek. Foeke heeft wel eens betere seizoenen meegemaakt. Zijn immer spatzuivere houtje 3 (who needs a driver?) laat hem vaker dan hem lief is in de steek, waardoor hij regelmatig niet vanuit het midden van de fairway maar uit de diepe rough moet spelen. Dat bood kansen, voorvoelde ik, al was het mindere spel van dit seizoen om een paar andere reden juist weer geen garantie. Een: waar onze handicap meestal een paar puntjes achter de komma verschilt, moest ik nu twee slagen geven. En dat in de wetenschap (twee) dat Foeke een buitengewone geduchte tegenstander is in de strijd om de Joop van der Flier trofee. In 2012 en in 2017 won hij de trofee en in veel andere jaren deed hij lang mee om de prijzen. Goede focus, even geen gebabbel en als het zo uitkomt mag je ineens die korte putt gewoon maken. Matchplay uit het boekje en voorwaar een tegenstander om respect voor te hebben.
Al op de eerste hole kwam hij op voorsprong nadat ik zowel de fairway- als de greensidebunker had gevonden. Die stand bleef het tot en met hole 6 op het bord staan. Vier holes maakten we dezelfde score en op de par-4 derde maakte hij goed gebruik van de slag die hij kreeg. Vanaf hole 7 ging het helemaal mis. Voor mij dan. Waar Foeke twee parren en een bogey maakte, liep ik achtereenvolgens met een bogey, een dubbele bogey en zelfs een triple bogey van de hole waardoor het bij de turn ineens 4up stond voor Collet en dat laatste puttje veel eerder dreigde te gaan vallen.
Na dertien holes was het verschil weliswaar teruggebracht tot twee holes, nadat Foeke op de tweede hole waar hij een slag kreeg wél gebruik maakte van dat voordeeltje (waardoor mijn par terstond waardeloos werd) stond het dormie 3 en leek het een kwestie van tijd voor ik mijn collega de hand moest schudden. Dat duurde uiteindelijk nog verdomde lang. Vijftien verloor ik dan wel met een par, op zestien en zeventien was diezelfde par wel goed genoeg om de hole te winnen waardoor het verschil op de tee van de achttiende nog maar 1 hole was.
Moet ik het verloop van de laatste hole nog beschrijven of kan de lezer het zelf wel invullen? Nadat ik mijn lange putt net niet had weten te maken en intikte voor een par, had Foeke een putt van iets meer dan een meter om de partij naar zich toe te trekken. Terwijl de wind gezelschap had gekregen van de regen rolde mijn collega de bal gedecideerd in de hole waardoor mijn matchplayseizoen er op zit en Foeke zich op mag maken voor de halve finale tegen de winnaar van de partij tussen Jeroen en Peter.
Wat ik op de eerste tee al zei bleek weer waar. Of we nu negen holes matchplay spelen, achttien of zelfs 108 holes bij elkaar optellen zoals ooit in Engeland, de ontknoping is nimmer een verrassing.
Volgende keer meteen naar achttien voor een putt van een meter?
Nog één wedstrijd, en dan is het klaar. Maandag 26 oktober speelt de NVGJ op de Hooge Graven in Arriën de 5e Christiane Trophy, de laatste major van het seizoen. Daarna gaat de streep onder de drie Order of Merits en weten we wie er op 2 november op de Goyer in Eemnes de Masters spelen.
Nederland tiende op de EMGJ in Sussex. Oftewel: keurig laatste Een tiende plaats op een Europees kampioenschap klinkt best indrukwekkend. Tot je ontdekt dat er precies tien landen meededen. Nederland werd dus niet nét geen negende, maar gewoon laatste. En het mooiste: ChatGPT had dat vooraf al voorspeld. Met tien teamspelers en twee gastspelers reisde de Nederlandse delegatie vol goede moed af naar East Sussex National. Al was er vooraf wel een kleine waarschuwing geweest. Anton had ChatGPT gevraagd om op basis van de handicaps de kansen van de deelnemende landen te berekenen. De uitkomst? Nederland zou als laatste eindigen. Nu had ChatGPT vorig jaar bij de Nations Cup ook al een verrassend goede kijk op de zaak, toen hij de teams samenstelde en zijn berekeningen aardig bleken te kloppen. Maar deze keer hadden we toch vurig gehoopt dat de kunstmatige intelligentie er eens flink naast zou zitten. Helaas. ChatGPT kreeg opnieuw gelijk. En eerlijk is eerlijk: onze scores waren ronduit teleurstellend. We hadden er als team echt meer van verwacht. Natuurlijk werd er hier en daar best aardig gegolfd, maar over de hele linie bleven de prestaties ver achter bij onze verwachtingen. Daar werd dan ook stevig van gebaald. Want hoe gezellig zo'n internationaal toernooi ook is, uiteindelijk wil je natuurlijk wel een beetje fatsoenlijk golfen. Gelukkig is er voor volgend jaar in ieder geval nog héél veel ruimte voor verbetering. Aan onze uitstraling lag het in ieder geval niet. Waar de scores nogal te wensen overlieten, zag het Nederlandse team er op de baan wél strak uit. Dankzij onze sponsor Alwin van The Sparring Partners waren we voorzien van prachtige oranje shirts. Sportief gezien mochten we dan onderaan eindigen, qua uitstraling deden we absoluut mee om de hoofdprijs. Aan Alwin heeft het in ieder geval niet gelegen! Ook aan de omstandigheden kon het niet liggen. East Sussex National bood ons twee prachtige golfbanen, die er fantastisch bij lagen. Het typisch Engelse weer kregen we vooral tijdens de eerste oefendag voorgeschoteld. Daarna waren de weergoden ons opvallend goed gezind. Op de eerste wedstrijddag scheen de zon volop en ook de tweede wedstrijddag bleef het droog. Betere golfcondities hadden we ons nauwelijks kunnen wensen. Toch zat het ons niet op alle fronten mee. Onze pechvogel Christiaan ging tijdens de tweede oefendag onderuit en verrekte daarbij zijn bovenbeenspier zo ernstig dat verder meedoen er helaas niet meer in zat. Een flinke domper voor hem én voor het team. Gelukkig liet Christiaan zich niet uit het veld slaan. Twee dagen lang fotografeerde hij iedereen op en rond de baan, waardoor we nu over een prachtige verzameling herinneringen beschikken. Tijdens de afsluiting werd hij daarvoor door Jonny nog eens extra bedankt. En dus konden we het weer, de baan en eigenlijk alles behalve ons eigen spel als excuus schrappen. Een bijzonder woord van dank is ook op zijn plaats voor Karin, die op het laatste moment inviel. Karin, ontzettend bedankt voor je flexibiliteit en je bereidheid om het team uit de brand te helpen! Waar wij moeite hadden om de punten bij elkaar te sprokkelen, deden de Fransen precies het tegenovergestelde. Met een ijzersterk team, uitstekend golf en indrukwekkende scores werden zij de terechte Europese kampioen. De Denen eindigden als tweede. Maar hoewel de Nederlandse scorekaarten niet bepaald uitnodigden tot een feestje, was de sfeer binnen ons team gelukkig goed. We hebben met elkaar gelachen, prachtige verhalen van Pim gehoord, mooie dagen beleefd en genoten van het internationale gezelschap. Al zal menigeen na afloop van zijn ronde toch even stevig hebben gebaald. Want dat is misschien wel het mooie van de EMGJ: hoe fanatiek er op de baan ook wordt gestreden, daarbuiten draait het minstens zo veel om de gezelligheid, de internationale vriendschappen en het weerzien met oude bekenden. Jonny Bramley, wat een organisatie! Een bijzonder groot compliment verdient gastheer Jonny Bramley. Het is nauwelijks voor te stellen hoeveel werk er komt kijken bij het organiseren van een internationaal golftoernooi van deze omvang; dat weten wij na vorig jaar maar al te goed. Zeker als je bedenkt dat Jonny het grootste gedeelte van de organisatie in zijn eentje heeft moeten doen. Van de prachtige banen tot de ontvangst, de wedstrijden en de feestelijke afsluiting: alles was tot in de puntjes geregeld. Ook mijn mede-captain Cara verdient een bijzonder groot dankwoord. Door omstandigheden kon ik een groot deel van mijn taken tijdelijk niet uitvoeren. Cara heeft dat geweldig opgevangen en ontzettend veel werk verzet om alles in goede banen te leiden. Cara, ontzettend bedankt voor al je harde werk, je inzet en je betrokkenheid. Zonder jou was het allemaal een stuk lastiger geweest! Ondanks de dramatische sportieve prestaties kijken we terug op een geslaagde EMGJ. Met twaalf Nederlanders, prachtige golfbanen, onverwacht goed weer, een geweldige organisatie en vooral veel gezelligheid. Natuurlijk hadden we liever hoger op de ranglijst gestaan. Maar ach, de gezelligheid telt gelukkig niet mee voor de einduitslag. Anders hadden we ongetwijfeld een stuk hoger gestaan. En Anton? Die mag ChatGPT volgend jaar best weer raadplegen. Maar misschien moeten we hem vragen om een iets positievere voorspelling. Zelf kijk ik nu al uit naar de Nations Cup van volgend jaar in Marbella. Hopelijk kunnen we daar sportief revanche nemen en er opnieuw een prachtig internationaal evenement van maken. Italiaanse uitnodiging voor maart 2027 Voor degenen die komend jaar graag een mooi internationaal toernooi willen spelen als voorbereiding, hebben de Italianen een aantrekkelijke uitnodiging. In de eerste week van maart kun je spelen op de baan waar wij drie jaar geleden de Nations Cup speelden. Je speelt individueel; een partner kan eventueel ook meedoen. Het is dus geen teamwedstrijd, maar een persoonlijk toernooi. En dat alles voor een geweldige aanbieding. Wie interesse heeft, kan zich de komende maand bij mij opgeven.
Er zijn tradities die je moet koesteren. De kerstboom met Kerst, oliebollen met Oud en Nieuw, en Nederlanders die na de eerste wedstrijddag van een EMGJ stijf onderaan staan. Ook nu hebben we die traditie weer met indrukwekkende precisie in ere gehouden. Alleen wilden Hélène, Alwin en Jeroen daar niet aan. Dit drietal bracht nog een score binnen bij alles-organisator Johnny die nog met een beetje goede wil door de beugel kon: 31, 30 en 28. De anderen bleven bungelen rondom de 20… Ook met drie kwart handicap verrekening bepaald geen score die je met trots aan het thuisfront meldt.
‘ Lang zal hij leven, lang zal hij leven’ , schalde het op de tweede dag door de ontbijtzaal, toen Frank zijn entree maakte. Hij was jarig, maar wilde er niets van weten. Dook achter een pilaar, uit het zicht van andere teams. Maar het Duitse team aan onze buurtafel nam het enthousiast over met; ‘ Happy birthday to you’. Lachend kwam Frank toch achter de pilaar vandaan en ging naast zijn echtgenote Christiane zitten. ‘ 71 jaar, niets om te vieren toch?’, meende hij. ‘Elk jaar erbij is om te vieren’, wierpen wij tegen.
Op het laatste moment ingevallen, en dan meteen de eerste dagprijs pakken. Alwin de Rijke scoorde op de regenachtige East Course van East Sussex National 35 stablefordpunten en was daarmee de beste van team Nederland. Lees hoe het team op het nippertje compleet raakte, wat captain John Bramley allemaal regelde en waarom het EMGJ ooit in de Efteling begon.