Nederlandse Vereniging van Golfspelende Journalisten
11.01.2024
Estafette - Onze rubriek waarin leden vertellen over hun herinneringen aan de eerste golfronde, hun golfhoogtepunten en de band met de NVGJ. Dit keer is het de beurt aan Cara de Vlaming.
Mijn grootvader overleed op een bankje op de golfbaan Le Touquet in Frankrijk. Dat was de enige relatie met golf die ik had. Dus toen een vriendin eind 2009 aan mij vroeg of ik samen met een groep vrienden mee ging naar de Waterlandse om te leren golfen, was mijn antwoord: Golf? Nee toch? Moet ik dan ook gaan bridgen?
Maar ik had tenslotte gehockeyd en dacht: hoe ingewikkeld kan het zijn? En met die vrienden was het altijd gezellig. Dus vooruit. Ik deed mee. En daar sta je dan voor het eerst lekker onhandig met een club in je hand. We hadden les van een bijzonder type. Hij vond een aantal mensen niet aardig en liet dat ook merken. Maar hij zei ook dat je tijdens golfrondjes veel moest eten. Dat sprak me wel aan. Gelukkig kreeg ik die bal een eind weggeslagen. Ik wist niet wat ik deed, maar wel dat het best goed ging.
Onbegrijpelijke regels
En toen kwamen natuurlijk de regels. Lateraal water? Gele en rode hindernissen? Droppen? Als je eenmaal de baan in gaat worden de regels wel duidelijker, maar ik vond sommige regels niet te begrijpen. Dus de eerste keer zakte ik. Gelukkig mocht het een uurtje later over, en met een tussentijdse kleine correctie van de pro, slaagde ik toen wel. Daarna de baan in.
Het was november dus lekker drassig. Gelukkig mocht je van een tee afslaan, ook in de baan. Ik haalde dan ook met gemak mijn GVB.
Promoveren en degraderen
En wat ben ik blij dat ik ‘ja’ zei tegen die vriendin. Golf is een heerlijke sport. Lekker buiten spelen, eerst de baan in, daarna lunchen, of borrelen of gezellig eten met vrienden. Na een aantal jaren ging ik mee doen met de competitie. Eerst 27 holes op dinsdag en na twee jaar 36 holes op zondag. Natuurlijk met wisselend succes. Promoveren, degraderen, dan weer promoveren en degraderen.
Internationale autosport
Het fijne van golf is dat ik het altijd goed heb kunnen combineren met mijn werk. De laatste 26 jaar werkte ik in de internationale autosport. Ik deed al die jaren de communicatie en PR voor fabrieks- en privé raceteams, coureurs, bandenfabrikanten en kampioenschappen. Zowel lange afstandsraces zoals de 24 uurs race van Le Mans en de Dakar Rally, maar ook races voor zogenaamde single seaters. Het bracht me overal op de wereld. Vorig jaar ben ik gestopt met werken maar dit jaar toch maar weer begonnen. Ik kon het werken niet helemaal laten en iemand “made me an offer I couldn’t refuse”. Gelukkig niet fulltime dus nog steeds lekker de tijd om een paar keer per week te golfen.
Klik
Vorig jaar kwam ik in de competitie Helene Wiesenhaan tegen. We speelden tegen elkaar en ik verloor. Zij sloeg echt ook veel verder dan ik. Maar dat mocht de pret niet drukken. We hadden een enorme klik. Beiden houden we van sport, werken we onregelmatig, en we raken niet uitgepraat. Ik had dit jaar stiekem revanche willen nemen in de competitie, maar helaas spelen we in een andere poule.
Spelen met een caddy
Wat heeft golf me veel gegeven. In het buitenland golfen met vrienden, spelen met een caddy die, als ik een bal slecht sla, heel hard kan zuchten, op onverwacht mooie banen spelen, en m’n handicap spelen op lelijke banen waar de Europese tour speelt. En toen kwam ik via Helene bij de NVGJ. Zoals ik na mijn laatste wedstrijd zei: een warm bad. Daar ga ik dit jaar ook weer veel van genieten.
Ik moet het estafette stokje overgeven aan iemand. Bjorn Remmerswaal, wil jij?
Met nog het laatste restje van een driedaagse migraine in mijn hoofd en lijf begon ik aan de wedstrijd tegen Jeroen. Geen excuus hoor maar dat uit zich meestal in een paar holes waarin ik werkelijk geen idee meer heb hoe het golfen ook alweer moet. Aldus .... ik verloor de eerste twee holes. Tja… het was niet anders. We liepen vervolgens heel gezellig door de baan en gelukkig ging mijn spel hier en daar best wel weer aardig. De baan lag er prachtig bij, de temperatuur was misschien nét iets te enthousiast hoog, maar onze humeur(tjes) leden daar gelukkig helemaal niet onder. Maar op hole 17 stond ik weer twee down. Met nog twee holes te gaan kon Jeroen de wedstrijd eigenlijk niet meer verliezen. Op de 17de, een par 3, sloeg ik helaas mijn bal, met een hele mooie slag (dat dan weer wel) de bunker in, terwijl Jeroen net buiten de green lag. Dat moet lukken dacht ik... Misschien iets té vol vertrouwen… Maar de bal eindigde over de green tegen een boom. Daarmee kwam er toch een enigszins roemloos einde aan mijn gezellige golfmiddag. Gelukkig waren er toen de pilsjes en bitterballen! Jeroen, heel veel succes met je wedstrijd tegen Sonja!
Voorafgaand aan deze wedstrijd in de verliezersronde had ik mijn huiswerk gedaan, vond ik zelf. Ik had namelijk het wedstrijdverslag van Ronald Massaut over zijn partij tegen de mij onbekende Frank Huiges gelezen. Frank slaat heeeeeeeeel ver, maar niet altijd even recht. Dat had ik goed onthouden, dus toen bij het boeken op Het Rijk van Nijmegen de lus Groesbeek Zuid opdoemde, was ik daar niet ontevreden over. Voor wie het niet weet, het Rijk van Nijmegen beschikt over 5 lussen van 9 holes, waarvan Groesbeek Zuid verreweg de moeilijkste is, want relatief smal, lang en heuvelachtig. Mijn hoop was er op gevestigd dat door die lengte ook bij Frank de driver uit de tas zou komen. En dat zijn afslag dan niet altijd even recht zou zijn. Al bij de eerste hole bleek dat Frank andere ideeën had. Het is hier niet al te breed, hoorde ik hem hardop denken en hij pakte een houtje (of hybride) uit de tas. Om vervolgens de bal alsnog links de bomen in te slaan. Lang verhaal kort: tot en met de zesde hole hield ik hem bij, daarna was het met mij gedaan. Niet eens omdat Frank zo goed speelde (een ronde van 95 slagen is niet echt goed op zijn niveau), maar vooral omdat ik het zelf aardig af liet weten. Kernwoorden van de ronde waren ‘gezellig’ en ‘sociaal’, waarbij het sociale deel voornamelijk van mij afkomstig was. Speelde Frank zijn afslag naar links, dan deed ik dat ook. Ging zijn bal naar rechts, dan ging die van mij ook die kant op. Helaas deed ik dat niet met opzet, maar het voordeel is dat je wel gezellig doorpraten op weg naar de ballen. We spraken over van alles, onder andere over zijn honkbalverleden (vandaar die lengte) en zijn liefde voor windsurfen bij Hawaii en Kaapstad, waar hij drie maanden per jaar samen met zijn gezin de Nederlandse winter ontvlucht. Een van de voordelen van Kaapstad is dat je daar ook prachtige golfbanen hebt. Ook mooi is de Tafelberg, waarvan Frank een tatoeage op een van zijn armen heeft. Er viel me trouwens nog iets op. Zowel op onze foto, als die van Frank met Ronald (7&6), maakt hij met zijn hand het shaka-teken (niet te verwarren met tsjakka!). Een Hawaïaans handgebaar, dat veel gebruikt wordt onder surfers en zoiets betekent als “relax, alles komt goed.” Precies het gebaar dat ik na zo’n afdroogpartij wel kon gebruiken. Bedankt voor een fijne middag, Frank.
Onze verliezersronde-wedstrijd stond oorspronkelijk gepland op Noordwijk, maar vanwege de warmte werd uitgeweken naar De Hoge Dijk. Op de lus Bullewijk/Holendrecht ontspon zich een echte jojo-partij tussen Ruud Onstein en Peter Luijer, die pas op een beslissende extra hole werd beslecht.
Annette de Jong speelde op De Zaanse een matchplaywedstrijd tegen Jeroen van Leeuwen. Na drie dagen achter elkaar 18 holes bleek dat net iets te veel gevraagd. Een verslag van een zware, maar bijzonder gezellige golfdag.
In de kwartfinale van de Mr. Glow Matchplaycompetitie stond ik oog in oog met Peter van Weel, NVGJ's topgolfer met een handicap +0.5. Peter versus Peter dus. Spannend? Absoluut! Een verslag van een mooie strijd op Wilnis, met een prachtig tafereel bij de sprinkler.
De zon scheen, het was voor mij een thuiswedstrijd en ons vorige potje op de Veluwsche zou ik – zo rekende Elaine na afloop van die ronde uit – gewonnen hebben als we matchplay hadden gespeeld. Vandaag was dan de échte matchplay wedstrijd. De winnaar mocht de halve finale op de Hoge Kleij spelen en daar hadden we allebei - competitief als we zijn - wel oren naar. Maar eerst deze ronde nog op Anderstein.