Nederlandse Vereniging van Golfspelende Journalisten
24.10.2025
‘Heb je droge kleding mee?’, vroeg ik Roland. Op dat moment was onze finalepartij op De Hoge Kleij precies negen holes onderweg. Roland had net geprofiteerd van de extra slag (hij kreeg er acht in totaal) op de holes zeven en negen, waardoor de stand in de wedstrijd weer terug ging naar ‘all square’.
Nee, droge kleding had hij niet mee, zei hij. Hij vertrouwde volledig op de kwaliteit van zijn regenpak. Die bleek op de eerste negen van De Hoge Kleij afdoende om het hemelwater ‘buiten’ te houden. Dat gold ook voor mijn pet, regenjasje en -broek, terwijl ook de stormparaplu (verankerd in een houder op mijn golfkar) deed wat ’ie moest doen. De hoeveelheid regen viel ons beiden reuze mee, eigenlijk.
De voorspellingen hadden ons weinig goeds beloofd. Waarom dan toch anderhalf uur (ik) of drie kwartier (Roland) rijden, starten en afzien? Omdat onze agenda’s geen andere ruimte boden. Het mag dan de herkansing zijn, of de troostronde, zoals we ook hoorden zeggen – het is wél een finale, en die moesten we spelen, hoe dan ook vóór de Masters/slotavond op de Nunspeetse.
Zodoende besloten we de elementen te trotseren, voor zo ver mogelijk. Dat er voor de Nederlandse kustregio ‘code oranje’ was afgekondigd, te beginnen in Zeeland, weerhield ons niet. Mazzel dat we onze finale niet op Texel hoefden te spelen, grapten we. Om de stemming erin te houden stelden we vast dat Leusden héél ver van het beoogde stormgebied is gelegen, bovendien beschermd door zoiets als de Utrechtse Heuvelrug.
Zelf zeg ik regelmatig bij goede weersvooruitzichten dat de natuur zich wél moet houden aan wat de Buienradar-app ons voorhoudt, maar in dit geval was het heel fijn dat de voorspellingen niet overeenkwamen met de werkelijkheid. De caddiemaster van De Hoge Kleij had ons al toevertrouwd dat zij de app had omgedoopt tot ‘Buienradenmaar’.
Toch waren we er niet gerust op toen we de eerste lus hadden afgerond en op weg waren naar de tee van de tiende. Een passerende greenkeeper, die veronderstelde dat we het clubhuis zouden opzoeken, sprak zijn bewondering uit voor onze volharding. Maar hij zei ook dat ‘het ergste nu zou komen’. Misschien liepen we kans te worden getroffen door afgewaaide takken of ander onheil. Eén voordeel: er was verder niemand in de baan. We hadden De Hoge Kleij geheel voor ons alleen.
De greenkeeper leek gelijk te krijgen: op de tiende begon het serieus te regenen. Het werd lastiger de grips watervrij te houden. Hoewel ik de gewone handschoen al had verruild voor ‘regenhandschoenen’ kon ik niet verhinderen dat Roland op de tiende voor het eerst in onze partij op voorsprong kwam.
Tot dan hadden we beiden allesbehalve behoorlijk spel laten zien. Door het weer, inderdaad, maar vooral ook door onkunde. Golf is onder ideale omstandigheden al lastig genoeg voor amateurtjes als wij. Daar kwam nog bij dat de baan ook niet echt meewerkte. De Hoge Kleij blijft weliswaar een prachtige baan, maar was al in ‘herfstmodus’, zo gezegd. Geen strak gemaaide fairways en ook op de greens stond het gras ietsje hoger dan we gewend waren van onze eerdere bezoekjes, zoals de reguliere NVGJ-wedstrijd op 8 augustus. Chips en putts lieten we dan ook vaak te kort.
Ik vermande me. Als ik wilde winnen van Roland moest ik toch ten minste een paar parren maken. Probeer je te focussen, zei ik tegen mezelf. En verdomd… het lukte. Dat uitgerekend op dat moment mijn paraplu sneuvelde, bracht me niet van mijn stuk. Ik won vier holes op rij (elf tot en met veertien) en stond ineens in bijna gewonnen positie: 3 up. Ondertussen was het regenen nota bene gestopt en de wind gaan liggen. Letterlijk de stilte voor de storm, die later alsnog Leusden zou bereiken. Roland beet nog wel even van zich af, met een knappe par op de par-5 vijftiende. Maar een hole later was het weer mijn beurt en de partij voorbij: 3&2.
In het (bijna) uitgestorven clubhuis bestelden we bier, wijn en bitterballen, en hadden we een geanimeerd gesprek, onderling en ook nog met clubmanager Marieke Verdouw, die we hartelijk bedankten voor haar gastvrijheid. De Hoge Kleij is en blijft een baan om op terug te komen, ongeacht het jaargetijde. En dat zullen we zeker doen, dankzij de NVGJ/Mr. Glow-matchplaycompetitie.
Toen ik zag dat ik tegen Sonja moest spelen, dacht ik meteen: 'dat wordt geen eenvoudige wedstrijd'. Sonja speelt altijd constant. Ze slaat misschien niet de langste ballen, maar ze gaan wel opvallend vaak recht. En dat is uiteindelijk een hele effectieve combinatie. We wilden graag ergens halverwege Amsterdam en Apeldoorn afspreken en kwamen zo uit bij De Hoge Kleij. En wat waren we daar welkom! Bovendien: ach, ach, ach... wat ligt die baan er schitterend bij. Echt zo'n baan waarbij je bijna vergeet dat je ook nog moet golfen. We gingen mooi op tijd de baan in. Het was droog, er stond een stevige wind en boven ons hing zo'n prachtige Hollandse lucht waarvan je denkt: dit is óf een ansichtkaart óf over tien minuten krijgen we een hoosbui (maar die ging mooi langs ons heen). Sonja kreeg negen slagen mee, waarvan vijf al op de eerste negen holes. En als je eigen vorm dan besluit een vrije dag op te nemen, sta je voor je het weet achter. Om eerlijk te zijn had ik mijn volledige voorraad goede slagen de dag ervoor al opgebruikt. Toen speelde ik een dagresultaat van 9,6, terwijl twee dagen ervoor nog een 20,3 speelde. Mijn golfspel blijkt dus ongeveer net zo voorspelbaar als het Nederlandse weer. En als je het dan opneemt tegen Sonja, die gewoon onverstoorbaar doorgaat met rechtdoor slaan, dan wordt het een lastig verhaal. Maar eerlijk is eerlijk: spelen op De Hoge Kleij maakte alles goed. Wat een cadeautje om daar te mogen lopen. Sonja, dank je wel voor de gezellige ronde en heel veel succes met de volgende!
Het WK voetbal 2026 is het podium waar ’s werelds besten samenkomen, waar intensiteit, druk en prestaties hun hoogtepunt bereiken. Elke pass, tackle en goal is afhankelijk van één essentiële basis: een speelveld dat alles aankan. Naarmate voetbal sneller en veeleisender wordt, is veerkracht uitgegroeid tot de bepalende eigenschap van topspeelvelden. Tijdens internationale toernooien levert Barenbrug keer op keer precies dat: grastechnologieën die sneller herstellen, sterker blijven en presteren onder druk. Veerkracht in actie: van innovatie tot het wereldpodium Met het oog op de volgende generatie toernooien is veerkracht belangrijker dan ooit. Een hoge wedstrijdintensiteit, wisselende klimaten en multifunctioneel gebruik van stadions vragen om gras dat niet alleen overleeft, maar actief herstelt en blijft presteren. Dat is waar Resilient Blue® grastechnologie het verschil maakt. Tijdens het WK voetbal 2026 worden o.a. in Toronto wedstrijden gespeeld op velden waarin essentiële componenten van deze geavanceerde technologie zijn verwerkt. Resilient Blue® is ontworpen voor uitzonderlijke slijtvastheid en veerkrachtige prestaties en vertegenwoordigt de volgende stap in natuurlijke grasinnovatie. In combinatie met de HGT®‑grastechnologie (exclusief voor de VS) laat Resilient Blue® zien hoe Barenbrug innovatie nu al de toekomst van het voetbal vormgeeft, en ervoor zorgt dat het speelveld, zelfs onder extreme belasting, consistent blijft en er visueel perfect bij ligt. Resilient Blue® bestaat uit grassen die uitblinken in veerkracht. Speciaal ontwikkelde resilient Kentucky bluegrass (veerkrachtige veldbeemd) planten vormen het fundament. De Resilient Blue® graszaden zijn behandeld met Yellow Jacket Water Manager. De unieke Yellow Jacket Water Manager zaadbehandeling zorgt voor een optimale vochthuishouding rondom het zaadje, zodat graszaden succesvol kiemen en jonge kwetsbare planten zich stressvrij ontwikkelen tot een gezonde vitale grasmat. Zo vormt de Resilient Blue® technologie een veerkrachtig fundament en is de grasmat voorbereid voor extremen in de toekomst! Een erfenis van prestaties onder druk Barenbrug ondersteunt al jarenlang met trots de grootste voetbaltoernooien ter wereld met innovatieve grasoplossingen die presteren wanneer het er echt toe doet. Tijdens het WK 2010 in Zuid‑Afrika werd de SOS®‑grastechnologie ingezet om speelvelden op het laatste moment te herstellen, met een uitstekende bespeelbaarheid ondanks de uitdagende omstandigheden. De RPR®‑grastechnologie zorgde vervolgens voor sterke en betrouwbare velden tijdens het EK 2012 in Polen en Oekraïne, het WK 2014 in Brazilië, het EK 2016 in Frankrijk, het WK 2018 in Rusland en het EK 2024 in Duitsland. Keer op keer hebben de innovatieve technologieën van Barenbrug bewezen dat zij uiteenlopende klimatologische uitdagingen aankunnen, en zelfs overtreffen. Engels raaigras met horizontale uitlopers dat ijzersterk en zelfherstellend is, dat is RPR®. De horizontale uitlopers worden ook wel determinate stolons genoemd. Dit mengsel is het eerste Engels raaigras met dit bijzondere eigenschap. RPR® is geschikt voor de meest extreme betreding en behoudt dan toch zijn sterkte en goede looks. Het heeft een hoge betredingstolerantie en is daarmee uitermate goed geschikt voor sportdoeleinden. Klaar voor de toekomst van voetbal Terwijl het voetbal zijn grenzen blijft verleggen, moeten ook de speelvelden mee evolueren. Door voortdurende investeringen in onderzoek en innovatie blijft Barenbrug vooroplopen in de ontwikkeling van grastechnologieën die inspelen op de eisen van toekomstige toernooien. Van trainingsvelden tot iconische stadions: de oplossingen van Barenbrug helpen een nieuwe standaard te zetten, waarin veerkracht geen voordeel meer is, maar een absolute noodzaak. Passie voor perfectie Achter elk onvergetelijk WK‑moment ligt een veld dat foutloos presteert. De toewijding van Barenbrug aan kwaliteit, innovatie en veerkracht stelt spelers in staat zich te focussen op wat écht telt: het spel. Terwijl de wereld toekijkt, is Barenbrug er, en ondersteunt de wedstrijd vanaf de basis.
Als je opzoekt wat een bunker is, krijg je de volgende definitie: "Een golfbunker is een uitgegraven hindernis op de golfbaan die is gevuld met zand. Het doel van de bunker is om het spel te bemoeilijken." En dat is vandaag behoorlijk goed gelukt. Normaal is mijn handicap 14,2, maar vandaag was het zand mijn grootste tegenstander. Wat ik ook probeerde, de bal bleef maar in de bunker liggen. En als je dan tegen Henri speelt, die altijd netjes het midden van de fairway weet te vinden, maak je het jezelf wel erg lastig. Op hole 1 had ik een ouderwetse shank en na vier holes stond Henri al 4 up. Gelukkig heb ik het nog een beetje kunnen rekken tot hole 16, maar toen was het toch echt gedaan. Henri was vandaag simpelweg te steady en mijn spel was gewoon niet goed genoeg. Ik mag de komende maanden nog even genieten van de Joop van der Flier-Wisseltrofee, die sinds vorig jaar in mijn huiskamer pronkt, maar het verdedigen van de titel is helaas niet gelukt.
De ultrakorte samenvatting: de verliezer stond 3 up na 9, de winnaar, Christel Witteveen, hoefde na de zeventiende hole met 3&1 haar best niet meer te doen op de achttiende. Een nadere analyse leerde dat de verliezer 21 punten had na 9 holes en nog maar 9 stablefordjes kon bijschrijven op de tweede lus. Daar zal een causaal verband in gevonden kunnen worden. Bovendien speelde Christel het tweede deel zo solide als een bakstenen muur, niettemin soepel swingend, met ferme afslagen en overtuigende approaches, overduidelijk met groeiend geloof.
Op de laatst mogelijke dag voor onze 1e ronde matchplay hebben Henri en ik onze strijd geleverd. En omdat ik het verslag schrijf, weet u dat ik verloren heb. Dat had best wat voeten in de aarde: Henri heeft afgelopen maanden nogal wat fysieke malheur gehad, waaronder twee operaties waar je niet 1, 2, 3 van herstelt. Zijn arts had hem zelfs verboden eerder de golfclubs ter hand te nemen. En op de dag zelf stond ik op de Kroonprins in Vianen, terwijl Henri onderweg was naar de door hem geboekte baan de Utrechtse in Nieuwegein. Maar gelukkig waren we op tijd samen op hole 1. Ook niet onbelangrijk: onze start viel samen met de periode van ongekend warm en droog weer na enkele dagen regenbuien. Goeie timing heet dat. In de eerste lus wist ik, met 11 slagen in het voordeel, diverse malen op 1 up te komen en pas op hole 9 stond ik één puntje achter. En waar ik verwacht had vooral door het putten het lastig te zullen krijgen, was het vooral de lengte van slagen (we speelden van rood) die mij de das om deden. Henri had natuurlijk enkele maanden niet gespeeld maar kwam in de 2e lus goed op stoom. Daar kon een mazzel birdie van mij (voor de kenners: op hole 13) niets aan helpen. Onderweg en na afloop (bij en heerlijk hapje) hebben we o.a. de toenemende commercie in de sport gesproken (Henri: "het huis van de caddie van Jon Rahm staat te koop voor 14 miljoen dollar!"). Ook de LIV toestand en de 'fuzz' rond de huidige WK voetbal met toegangsprijzen van 700$ kwam aan de orde, alsook de cameravoering in het huidige voetbal. Allemaal zaken waar ikzelf geen verstand van heb, al ben ik natuurlijk stiekem wel iemand die die grenzen tussen journalistiek en commercie heeft opgezocht. Dat mocht de pret niet drukken (het was werkelijk een heerlijke ronde). De liefde voor de sport blijkt dan wel weer uit het verlangen na afloop de 2e helft van het promotie/degradatie-duel Willem II – Volendam te gaan bekijken. Jammer voor de Brabanders (2-1 verloren). Duimen voor zaterdag Henri! En succes in de volgende ronde.
Het Nederlands Golfmuseum in Bleijenbeek bestaat tien jaar. Om dit te vieren wordt er op 28 mei een boek gepresenteerd. Het bestuur van het museum nodigt u van harte uit om hierbij aanwezig te zijn. Ze stuurden het volgende persbericht. Tien jaar geleden, om precies te zijn op 22 april 2016, opende het Nederlands Golfmuseum haar deuren. Tien jaar alweer, wat vliegt de tijd en wat is er in die tijd veel gebeurd. Aanleiding was het eerder in paviljoen Bleijenbeek gehouden symposium “De bakermat van golf”, waar Prof. Dr. Heiner Gillmeister uit Duitsland en de Nederlandse golfhistoricus Robin Bargmann over dit onderwerp discussieerden. Natuurlijk bleef de vraag waar deze bakermat zich bevindt onbeantwoord, maar het symposium was wel de directe aanleiding tot het ontstaan van het golfmuseum. Het Nederlands Golfmuseum werd geopend door “Mister Golf” Robbie van Erven Dorens en de bekende Nederlandse golfpro Jan Dorrestein. Op een zonovergoten dag werden de aanwezigen met koetsen en oldtimers naar de Par 3/4 baan van Landgoed Bleijenbeek gebracht, waar men een indrukwekkende demonstratie kreeg van het hickory golf van begin vorige eeuw. Ter ere van het 10-jarig jubileum heeft het bestuur van het Nederlands Golfmuseum een boek uitgebracht waarin de verschillende fases van de ontwikkeling van het golfmuseum worden weergegeven en waarin de tien aanvangsjaren worden beschreven. Niet alleen in tekst, maar rijkelijk gevuld met foto’s die bij velen ongetwijfeld herinneringen oproepen. Het bestuur nodigt u van harte uit voor de feestelijke presentatie van dit eerste jubileumboek. De presentatie vindt plaats in een van de vergaderzalen van Paviljoen Bleijenbeek in Afferden Noord-Limburg, waar ook het Nederlands Golfmuseum is gehuisvest. Wij zouden het bijzonder op prijs stellen u te mogen begroeten. Het programma ziet er als volgt uit: 14.30 uur Ontvangst 15.00 uur Opening door John Ott, voorzitter Nederlands Golfmuseum 15.30 uur Toelichting jubileumboek door de auteur Ferd Vrijmoed 15.50 uur Signering en uitreiking eerste exemplaar aan Dirk-Jan Vink 15.55 uur Dirk-Jan Vink, eigenaar Golfbaan Landgoed Bleijenbeek 16.05 uur Slotwoord door John Ott 16.15 uur Borrel en uitreiking boeken 17.30 uur Einde bijeenkomst Aanmelding We vernemen graag of u op deze dag aanwezig zult zijn. Aan- en afmelding graag per e-mail aan jfott@planet.nl