Nederlandse Vereniging van Golfspelende Journalisten
30.03.2026
De finalisten van 2024, Peter van Weel en Hélène Wiesenhaan op de gevoelige plaat, samen met sponsor Jolanda Swart van Mr. Glow.
Er zijn golfers die de Joop van der Flier Trofee kennen als een vertrouwd ding. Iets wat ze regelmatig hebben zien staan. Iets dat ze misschien wel soms eerbiedig even aanraken en het dan weer terugzetten. Ruud Onstein bijvoorbeeld, die hem vier keer mee naar huis nam (1998, 2000, 2001 en 2009). Fred Sochacki greep hem drie jaar op rij, van 2006 tot en met 2008. Michiel Teeling driemaal (2010, 2014 en 2019). De trofee heeft zijn vaste klanten gehad. Mensen bij wie hij wist waar hij stond.
Maar de laatste jaren gedraagt de Joop van der Flier Trofee zich als een grillige logé die nooit twee keer op hetzelfde adres slaapt. In 2021 bij Jeroen van Leeuwen. In 2022 bij Willem Schouten — die hem al eens eerder had, in 2016, en dus wist hoe het voelde. In 2023 bij Hélène Wiesenhaan. In 2024 bij Peter van Weel. In 2025 bij Peter Luijer. Vijf jaar, vijf verschillende adressen. De trofee reist. En is op zoek naar een nieuw adres.
Dat maakt 2026 ook zo boeiend.
Alleen voor vrouwen
Even stilstaan bij Hélène Wiesenhaan hoor. Haar overwinning in 2023 was meer dan een mooie uitslag. Ze plaatste zichzelf daarmee in een uitzonderlijk select gezelschap. Want wie de Hall of Fame doorzoekt, vindt maar één andere vrouwelijke naam op de trofee: Aleid Kemper, winnaar in 1997 én in 1999. Kemper was lid van de NVGJ vanaf de oprichting. Ze gold als dé regeldeskundige van de club, ze schreef de Nederlandse teksten voor de NGF-reglementen, kende alle regels beter dan wie ook, en fungeerde jarenlang als wedstrijdleider van de matchplaycompetitie zelf. Het Orakel van Zeist werd ze liefkozend genoemd. Ze overleed in november 2020, 76 jaar oud. En heeft niet meer bij leven meegemaakt dat Hélène Wiesenhaan haar 24 jaar later opvolgde als de tweede vrouw.
De man die altijd midden fairway staat
Peter Luijer deed vorig jaar voor het eerst mee aan de matchplaycompetitie. Hij haalde de finale. Op De Pan. En won.
Dat klinkt simpel. Dat was het niet.
Om te begrijpen waarom Luijer kampioen werd, moet je de verslagen maar eens lezen. Niet de zijne, want hij schreef niet. Dat is het lot van de winnaar. Maar die van zijn tegenstanders. Foeke Collet, tweevoudig winnaar van de Joop van der Flier Trofee (2012 en 2017), stond in de achtste finale met nog vier holes te gaan twee holes voor. Een comfortabele marge in matchplay. Wat volgde was een reeks shanks en snaphooks, vier verloren ballen, vier double bogeys. Luijer deed niets spectaculairs. Hij pakte elk cadeautje rustig uit. Clubje minder. Bal in het spel. Naast de hole leggen. Afmaken. Eindstand: Luijer wint met 2-up.
In de halve finale wachtte Anton Kuijntjes, die zojuist Willem Schouten — tweevoudig winnaar van de trofee, de man die je niet wil loten — had uitgeschakeld met 5&4. Een boost voor zijn zelfvertrouwen, zou je denken. Schouten schreef het verslag, zoals de mores verplichten. En hij was eerlijk: hij stond na vier holes 2-up. Daarna explodeerden de drives van Kuijntjes, en was het snel voorbij.
Maar Luijer versloeg Kuijntjes met diezelfde kille efficiëntie: 5&4. Kuijntjes schreef later dat Luijer al-tijd midden fairway lag. Altijd! Als een laser. Elk foutje dat zijn tegenstander maakte, pakte Luijer rustig uit. En als hij zich al aan de zijkanten meldde, was het om zijn tegenstander te helpen zoeken.
In de finale trof Luijer Frank Huiges, redacteur bij BNNVARA. Huiges had in de andere halve finale de onverslaanbaar geachte Peter van Weel verslagen — de man met de laagste handicap van de club, +0,8. Geen reden om met bibbers de finale in te gaan. Maar op De Pan scoorde Luijer het equivalent van 43 stableford-punten. Huiges 36. Die schreef in zijn verslag dat als je verliest terwijl je 36 punten scoort, zo redeneerde hij, moeilijk ontevreden kunt zijn. Maar het stak wel.
Luijer is regisseur bij de Talpa Group. Hart van Nederland, onder andere. Dit Was Het Nieuws. In zijn debuutjaar bij de NVGJ winnen op De Pan. Matchplay is een parallelle werkelijkheid. Hier telt alleen wat er die dag op die baan gebeurt. Hier gaat het niet om gemiddelden. Hier gaat het om de man of vrouw tegenover je, die bewuste ochtend, op die bewuste baan.
De loting is gevallen
Louis Westhof, wedstrijdleider, deelnemer en man die beide rollen met bewonderenswaardige nuchterheid combineert, heeft het schema voor 2026 klaargezet. Drieëndertig deelnemers. Eerste ronde op 11 mei, tweede ronde op 22 juni, kwartfinales op 11 augustus, halve finales op 1 september op de Hoge Kleij, de finale op 30 september. Traditiegetrouw op De Pan. Beseffen we hoe gezegend we zijn als vereniging met deze contacten?
Louis Westhof mag het zelf opnemen tegen Hélène Wiesenhaan. “Dan kan ik wat tijd inbouwen voor haar om wat beter te herstellen,” vertelde Westhof, altijd de goedheid zelve.
Hélène werd begin dit jaar getroffen door een tia, maar zit volop in haar herstel. En is vast voornemens de golfclubs weer snel op te pakken. De kampioene van 2023 is iemand die weet hoe het voelt om ver te komen. Hoe het ook afloopt: één van hen gaat naar huis en schrijft het verslag.
Namen om op te letten
Henri van der Steen. Zeven sterren achter zijn naam op de website. Vier keer zijn naam op de trofee. In 2025 was hij er door fysiek leed niet bij. Dit jaar is hij terug. Foeke Collet noemde hem met naam en toenaam als serieuze kanshebber. Dat doet Foeke niet voor niets. Van der Steen neemt het op tegen Paul Boehlé.
Martijn Paehlig. Twee sterren. Een backswing waarvan mensen die bewegingswetenschap hebben gestudeerd zich afvragen of het wel echt is. Maar dat is het! Hij is er. En hij komt altijd ver. In de eerste ronde treft hij Andy Houtkamp.
Peter van Weel. Kampioen van 2024. Handicap +0,8. Vorig jaar in de halve finale gestopt door Peter Luijer. Dat soort dingen houd je bij. Peter van Weel mag aantreden tegen Leonard van Nunen. Terwijl Luijer zelf het opneemt tegen Ron Peereboom Voller.
Foeke Collet. Tweevoudig winnaar. In de achtste finale vorig jaar nog twee holes voor op de latere kampioen en toch naar huis. De matchplay gooit zijn eigen dobbelstenen. Hij weet dat nu beter dan ooit. Collet mag Roland Reinders van zich af proberen te houden.
En Anton Kuijntjes, die in de eerste ronde Peter Boogaard treft. Kuijntjes versloeg vorig jaar Pamela Sturhoofd met duidelijke cijfers, won van tweevoudig winnaar Schouten, maar vond zijn Waterloo bij de latere winaar Luijer. Zijn naam staat nog niet op de trofee.
Pamela Sturhoofd mag het opnemen tegen Bjorn Remmerswaal. Finalist van 2025, Frank Huiges begint met promovendus Annette de Jong. Veelvoudig winnaar Ruud Onstein in een tweestrijd met onze penningmeester, Hannie Verhoeven. Jan van Galen tegen de winnaar van 2021, Jeroen van Leeuwen. Cara de Vlaming en William Wolring. En Ronald Massaut versus Sonja van de Rhoer.
Zo zijn er tal van mooie affiches te vinden in het prachtige bracket. Igor Bennik tegen Elaine de Boer. Madelon Barenbrug versus Christel Witteveen, ook een debutant. Friso Leunge tegen René Brouwer, waarbij de laatste meteen al opmerkte: “Lekker naar de Goyer!” Ger Laan en Pim Donkersloot treffen elkaar eveneens in ronde 1.
Wat de geschiedenis leert
De Joop van der Flier Trofee heeft een wet. Die wet luidt: de favoriet wint zelden. Kijk naar 2023: Hélène Wiesenhaan, eerste vrouw in 24 jaar op de trofee. Wie had dat vooraf voorspeld? Kijk naar 2025: Peter Luijer, debutant, regisseur, midden fairway. Kampioen.
Matchplay is geen strokeplay. Het is een reeks enkelvoudige gevechten. Eén slechte dag en je schrijft het verslag. Dat kleine mechanisme — de verliezende partij schrijft — maakt de NVGJ-competitie uniek in de golfsport. Je hoeft hier niet alleen een goed spel te hebben. Je moet ook eerlijk kunnen zijn over de dag dat het misging.
Foeke Collet weet dat. Frank Huiges weet dat. Willem Schouten weet dat.
De trofee zoekt ook in 2026 een nieuw adres. Of hij terechtkomt bij iemand die hem al kent, of opnieuw bij een debutant — dat weten we op 30 september.
Zoek je de favoriet? Die staat waarschijnlijk ergens op het midden van de fairway.
Voorafgaand aan deze wedstrijd in de verliezersronde had ik mijn huiswerk gedaan, vond ik zelf. Ik had namelijk het wedstrijdverslag van Ronald Massaut over zijn partij tegen de mij onbekende Frank Huiges gelezen. Frank slaat heeeeeeeeel ver, maar niet altijd even recht. Dat had ik goed onthouden, dus toen bij het boeken op Het Rijk van Nijmegen de lus Groesbeek Zuid opdoemde, was ik daar niet ontevreden over. Voor wie het niet weet, het Rijk van Nijmegen beschikt over 5 lussen van 9 holes, waarvan Groesbeek Zuid verreweg de moeilijkste is, want relatief smal, lang en heuvelachtig. Mijn hoop was er op gevestigd dat door die lengte ook bij Frank de driver uit de tas zou komen. En dat zijn afslag dan niet altijd even recht zou zijn. Al bij de eerste hole bleek dat Frank andere ideeën had. Het is hier niet al te breed, hoorde ik hem hardop denken en hij pakte een houtje (of hybride) uit de tas. Om vervolgens de bal alsnog links de bomen in te slaan. Lang verhaal kort: tot en met de zesde hole hield ik hem bij, daarna was het met mij gedaan. Niet eens omdat Frank zo goed speelde (een ronde van 95 slagen is niet echt goed op zijn niveau), maar vooral omdat ik het zelf aardig af liet weten. Kernwoorden van de ronde waren ‘gezellig’ en ‘sociaal’, waarbij het sociale deel voornamelijk van mij afkomstig was. Speelde Frank zijn afslag naar links, dan deed ik dat ook. Ging zijn bal naar rechts, dan ging die van mij ook die kant op. Helaas deed ik dat niet met opzet, maar het voordeel is dat je wel gezellig doorpraten op weg naar de ballen. We spraken over van alles, onder andere over zijn honkbalverleden (vandaar die lengte) en zijn liefde voor windsurfen bij Hawaii en Kaapstad, waar hij drie maanden per jaar samen met zijn gezin de Nederlandse winter ontvlucht. Een van de voordelen van Kaapstad is dat je daar ook prachtige golfbanen hebt. Ook mooi is de Tafelberg, waarvan Frank een tatoeage op een van zijn armen heeft. Er viel me trouwens nog iets op. Zowel op onze foto, als die van Frank met Ronald (7&6), maakt hij met zijn hand het shaka-teken (niet te verwarren met tsjakka!). Een Hawaïaans handgebaar, dat veel gebruikt wordt onder surfers en zoiets betekent als “relax, alles komt goed.” Precies het gebaar dat ik na zo’n afdroogpartij wel kon gebruiken. Bedankt voor een fijne middag, Frank.
Onze verliezersronde-wedstrijd stond oorspronkelijk gepland op Noordwijk, maar vanwege de warmte werd uitgeweken naar De Hoge Dijk. Op de lus Bullewijk/Holendrecht ontspon zich een echte jojo-partij tussen Ruud Onstein en Peter Luijer, die pas op een beslissende extra hole werd beslecht.
Annette de Jong speelde op De Zaanse een matchplaywedstrijd tegen Jeroen van Leeuwen. Na drie dagen achter elkaar 18 holes bleek dat net iets te veel gevraagd. Een verslag van een zware, maar bijzonder gezellige golfdag.
In de kwartfinale van de Mr. Glow Matchplaycompetitie stond ik oog in oog met Peter van Weel, NVGJ's topgolfer met een handicap +0.5. Peter versus Peter dus. Spannend? Absoluut! Een verslag van een mooie strijd op Wilnis, met een prachtig tafereel bij de sprinkler.
De zon scheen, het was voor mij een thuiswedstrijd en ons vorige potje op de Veluwsche zou ik – zo rekende Elaine na afloop van die ronde uit – gewonnen hebben als we matchplay hadden gespeeld. Vandaag was dan de échte matchplay wedstrijd. De winnaar mocht de halve finale op de Hoge Kleij spelen en daar hadden we allebei - competitief als we zijn - wel oren naar. Maar eerst deze ronde nog op Anderstein.
De Texelse golfbaan is veranderd in een droog steppenlandschap. Reden, het uitblijven van regen en – net als elders -, waterschaarste. Zeker op Texel. Maar goed nieuws: de greens zijn nog steeds écht ‘green’, net als de tee-boxen. En de baan zelf, die ligt er ondanks de droogte gewoon prima bij. Baanmanager Anita Hiemstra vertelt het meerdere keren per dag aan de gasten. ,,Sinds mei is er geen noemenswaardige regen meer gevallen. Tenminste, niet genoeg om het gras van de fairways te kunnen blijven beregenen. En zou het ineens gaan regenen, dan is het morgen niet meteen weer groen. We hebben de voorbije winter zelfs extra waterbassins aangelegd, maar hier valt niets tegen te doen. Het is wat het is’’, zegt ze berustend. Was alles in juni, bij de start van de klimatologische zomer, nog prachtig groen, actueel kleuren de fairways van beige tot bruin. Alleen langs de waterkanten is het nog groen. De grond van de fairways is keihard. Heel Cruijffiaans betekent dat ook: ‘Elk nadeel heb z’n voordeel’. In dit geval is het dat de bal vele meters verder doorrolt dan normaal. En belandt je bal in het helmgras dan vind je ’m zeker terug. Bij een rondje Texel, afgelopen week, maakten de harde fairways zomaar dertig meter verschil. De bal stuitert tientallen meters verder dan ‘normaal’. Ach, wat is normaal? Maar als ik ineens in twee slagen (hole 1 en hole 17) op de green lig, dan wordt er 2 september geweldig gescoord. Wordt het misschien wel legendarisch. Net als die keer dat de regen met bakken uit de lucht kwam vallen. Toch stug door gaan. Bikkels, al begreep de marshall er weinig van: ,,Wat zijn jullie aan het doen?’’ Nou, waar lijkt het op? Dit is ook golf. ,,Jullie zijn nog de enige flight in de baan. De wedstrijd is afgelast. Iedereen zit in het clubhuis.’’ De inschrijving van het jaarlijkse zomerrondje Texel is geopend. Partners zijn ook dit jaar weer van harte welkom op onze eigen homecourse. Alleen is Texel dit jaar geen tweedaagse, maar telt het één wedstrijddag. En toch, wat weerhoudt je ervan om een paar dagen eerder te komen of langer te blijven. Het eiland heet je welkom. Net als het hele team van De Texelse. Woensdag 2 september, Texel. Partners zijn welkom. NB: Bij de foto’s. Openen met verdorde landschap. Onderschrift: De fairways zijn veranderd in een steppenlandschap. C: Ronald Massaut Afsluiten met foto van groene fairway. Onderschrift: Bij de start van de zomer op 21 juni was alles nog groen op de Texelse. C: Ronald Massaut