Nederlandse Vereniging van Golfspelende Journalisten
12.05.2021
Door wedstrijdleider WvdE was ik aanvankelijk ingedeeld met Henri van der Steen. Wij waren al bezig onze partij te plannen, tot onze Brabantse vriend van zijn fiets viel en ongelukkig terecht kwam, met als gevolg: gebroken pink of iets anders daar in de buurt en tot half juni: geen golf.
Zo dacht ik soepel naar de volgende ronde te gaan, tot WvdE mij vroeg of ik niet gezien had dat Hélène Wiesenhaan zich als eerste reserve had gemeld. Inderdaad, over het hoofd gelezen, maar geen ramp. Met Hélène spelen is natuurlijk ook leuk, ook al slaat ze nogal ver. Hélène en ik dus samen de baan in, op mijn thuisbaan Zeegersloot. Een baan die Hélène niet kende, iets wat zeker in mijn voordeel werkte.
Dat ‘samen’ moet de lezer niet al te letterlijk nemen. Om zoveel mogelijk leden en anderen de mogelijkheid te geven om te spelen kun je ‘bij ons’ bijboeken en van een tweebal een driebal maken of een vierbal. Zo stonden wij samen op de afslagplaats met Monica en Jenny, per stuk minstens anderhalf keer de leeftijd van Hélène maar wel weer met de helft van mijn handicap. Wij hadden kunnen splitsen in 2x2 maar voor ons leek een niet al te rappe driebal te lopen, dus sloegen we met z’n vieren af.
De twee dames vergaapten zich in toenemende mate aan de afslagen van H, kanonskogels die niet zelden pas na 220 meter blijven liggen; krachtige swing, prachtige balvlucht, lichte draw, perfecte landing – en vooral een heel stuk verder dus, bijna uit zicht. In B bestaan mannen die er al gelukkig van worden als het ze lukt om in twee naast Hélène komen te liggen.
Die twee dames waren eerst gewoon twee flightgenoten maar werden al gauw bewonderende fans. Aangezien de baan voor H nieuw was gaven ze – ik kreeg er de kans niet eens voor, misschien vertrouwden ze me ook niet – informatie over hoe de holes liepen en hoe die het beste door Hélène gespeeld kon worden. Hetgeen er op hole 14, een blinde par-4 de heuvel op, toe leidde dat Jenny bijkans een dansje maakte, want ze was zó trots: H had – geweldige drive inderdaad — precies zó geslagen als Jenny had aangegeven! Wat ze had aangegeven kon ik trouwens niet goed zien of horen (horen, toch al geen sterk punt van mij), want ze gaf de instructies achter haar hand, zoals obscure voetballers uit Wit-Rusland ook doen als ze de moeder van een tegenstander uitmaken voor b**t of zijn oma voor t*g**p*t. We halfden die hole, trouwens.
Ze vroegen aan het eind van de ronde weliswaar geen handtekening maar wel bij herhaling het telefoonnummer van H, want ze hadden het zó gaaf gevonden om met haar te spelen, en ze móest zeker nog een keer komen, want ze hadden er súper van genoten. Echt balen dat ze niet gewonnen had. (Dat laatste zeiden ze niet, trouwens, of alleen achter hun hand).
Maar terzake. H en ondergetekende speelden beiden van geel en ik kreeg vijf slagen mee. Ik achtte mij niettemin kansloos, zeker na de Zaanse: 38 punten voor H en 21 voor mij. Mijn voordeel op deze mooie zonnige dag was dat ik eigenlijk nauwelijks holes echt verknalde. Op de kaart uiteindelijk maar één streep. Na hole 1 stond ik 1 up, op 2, een lange par-4 en de moeilijkste van de baan halfden we dankzij mijn extra slag en zo ging het eigenlijk door: 1 up voor mij, AS, 1 up voor H op 6, AS, 1 up voor H na 9.
Na de draai ging het al snel een beetje mis voor Hélène. Tien won ik dankzij een extra slag. Hélène begon te rommelen en ik won 11, 12 en ook 13 en stond toen dus 3 up. Dat bleef het. Op 16 boksten wij ter felicitatie en we dronken nog wat op het terras zonder stoelen maar voor we het wisten ook met de fans (‘volgende keer betalen wij’).
Hélène, bedankt voor de wedstrijd. Je hebt ons een mooie dag bezorgd!
Dit berichtje van onze Belgische vrienden bereikte ons: Beste Madelon, Langs deze weg wilde ik jou - en het hele organisatie-team - namens de BPGC van harte bedanken. Hopelijk is iedereen weer goed thuisgekomen. Deze editie van 2026 op De Herkenbosche was een fantastisch succes, en dat hebben we grotendeels aan jullie te danken. Een hele grote dankjewel voor jullie uitzonderlijke gastvrijheid, het voorbeeldige fair-play en de prachtige sportieve sfeer die onze ontmoetingen zo typeert. Hoewel de overwinning dit jaar naar het Belgische team gaat (278 tegen 259), zijn het vooral de gezelligheid, het plezier van het spel en de schoonheid van jullie golfbaan die deze dag hebben getekend. We kijken er nu al naar uit om jullie volgend jaar bij ons te mogen verwelkomen voor de return! Overweeg onze hartelijke en sportieve groeten aan al je spelers. Met vriendelijke groet en tot snel op de fairways, Namens de BPGC, Vincent.
Had ik mijzelf kansen toegedicht? Zeker. Het was goed doordacht dat ik besloten had van de blauwe tees te spelen. Omdat ik dan de meeste greens 'in regulation' zou kunnen halen, en dus 'gewoon' par moest kunnen spelen. Als je dan veel slagen meekrijgt, zoals in deze halve-finalewedstrijd tegen Peter van Weel (ik kreeg er 10), moet je tegenstander al birdies maken om te kunnen 'halven'. Welnu, Peter (hij speelde van de gele tees) máákte birdies. Maar liefst zes in de vijftien holes dat onze 'wedstrijd' duurde. Dat is precies één meer dan ikzelf maakte in de laatste twintig Q-ronden, die ik sinds half mei speelde. Peter ging sterk van acquit, met birdies op 1 en 2. De eerste kon ik nog matchen met een par en een slag cadeau, maar de tweede betekende het eerste verlies. Ronduit bemoedigend was dat ik op de derde hole weer gelijk maakte. Niet dankzij een par of een bonusslag, maar doordat Peter zijn bal in het bos sloeg en een - zeldzame - double bogey moest incasseren. Van slag was hij niet. Integendeel, op de vierde hole maakte hij opnieuw een birdie, dankzij een succesvolle putt van zo'n 15 meter. "Sorry Louis", zei hij, nadat zijn bal in de hole was verdwenen. Op dat moment kwam ik tot het besef dat Peter niet alleen prettig lang is van de tee, maar zijn plus-handicap (+0.6) vooral te danken heeft aan ijzersterk kort spel: pitchen, chippen en putten. Ja, het was in zijn voordeel dat hij, als thuisspeler op De Hoge Kleij, gewend was aan de snelheid van de greens. Ik had daar - hoewel ik aardig kan putten - meer moeite mee. Maar dat gaf vandaag niet de doorslag. Wat dan wel? Dat ik verzuimde te profiteren van de fouten die Peter maakte. Want ja, ook Peter maakt fouten, al zijn het er verdomd weinig. Oké, hij maakte 'gewoon' een par op de par-3 vijfde nadat hij zijn bal vanaf de tee in de greenside bunker had geslagen. Maar als je, zoals ik, dubbel bogeys maakte op par-3's, dan is winnen een illusie en je lot bezegeld: 4 down na acht holes. Ik moest denken aan de prestatie van Frank Huiges, die een jaar geleden op De Hoge Kleij de beste tweede negen uit zijn loopbaan speelde, en zodoende de halve-finalepartij van Peter wist te winnen. Zou ik niet ook...? Tuurlijk. Ik won negen en tien en kwam terug tot 2 down. Op de elfde, waarop ik geen slag kreeg, produceerde Peter een zeldzame afzwaaier: links in de hei. Ik meende te kunnen profiteren. Tot we zijn bal vonden: nog goed speelbaar. Het vervolg: beiden met twee op of bijna op de green. Peter maakte de birdieputt, ik par: 3 down. Over het vervolg beperk ik me tot het volgende: Peter won de partij in stijl, met een birdie op vijftien, na alweer een middellange putt. Ik schreef in de tweede alinea 'wedstrijd', tussen aanhalingstekens, want spannend is het geen tel geweest. Peter was vandaag gewoon te goed. Wat na afloop bij mij nog wel even knaagde, ondanks mijn stablefordscore van 36, was mijn gepruts op de par 3's. Al zou ik, als ik deze beter had gespeeld, de partij vermoedelijk ook hebben verloren. Tot slot: Peter eindigde op 72 slagen (gelijk par, 37 stablefordpunten) en kwalificeerde de partij als "relaxed, zoals een ronde golf hoort te zijn''. En dat allemaal op een echt fantastische baan, in uitstekende conditie. Inderdaad een genot om te spelen, ondanks het lawaai van twee regelmatig overvliegende Chinook-heli's van de nabij gelegen vliegbasis Soesterberg.
De genoeglijke interland op Herkenbosch ging dik verloren. Dat lag niet aan thuisspeler Ron Buitenhuis, die tien minuten van de baan woont en Herkenbosch als geen ander kent. Hij was nochtans niet geselecteerd voor de interland. Zijn revanche was zoet: eerste prijs in de B-categorie met een mooie score: 33. Na afloop was hij het middelpunt van een tafel met Onno, Fred, Pim en Paul. Aan een andere tafel zat een Nederlandse international die het in de baan minder goed deed dan na afloop. Leonard van Nunen was de enige die zich aan tafel zette tussen de Belgen. Praktische verbroedering, subliem gastheerschap, staaltje opofferingsgezindheid? Held!
De NVGJ verwelkomt een nieuwe columnist. Ben J. van der Voogdt (1968) schrijft vanaf vandaag elke twee weken op nvgj.nl. Hij leest alles wat er in Nederland over golf verschijnt en telt na wat er beloofd is. Zijn columns zijn altijd exact 444 woorden. Wij zijn blij dat hij zich hiertoe bereid heeft verklaard, al konden wij hem voorlopig nog niet bewegen om ook een keer mee te spelen.
Nadat we elkaar vorig jaar al mochten treffen in de finale op de PAN, reisden we dit keer af voor de halve finale in de verliezersronde naar de Zaanse. De dag begon van mijn kant al met een tegenvaller: een stroomstoring in mijn flatgebouw. Daardoor kon ik niet met de auto de garage uit.
Verliezen is iets minder leuk dan winnen, maar erg is anders. Het grootste nadeel van verliezen in onze matchplay-competitie is de afspraak dat de verliezer het verslag schrijft. Over een tegenstander die de uitzondering op elke regel is, en over de fout van het spelen van de verkeerde tee.