Nederlandse Vereniging van Golfspelende Journalisten
16.09.2022
Hoe vaak had ik mijn veters inmiddels vastgemaakt? Toch zeker vijf keer het afgelopen kwartier. Dat was dan nog zonder die twee keer dat ik mijn schoen uitdeed omdat ik zeker wist dat die sok niet goed zat ook. En moest ik nu echt alweer naar het toilet? Wedstrijdspanning is een bijzonder fenomeen.
Alleen het afgelopen jaar al liep ik een kleine duizend kilometer hard. Het grootste deel van die kilometers vertrek ik hooguit met lichte tegenzin (te koud, te nat, te moe) maar verder met weinig gedachtes voor mijn rondje van vijf, tien of vijftien kilometer. Schoenen aan, koptelefoon op, gaan en tot straks. Een klein aantal kilometers loop ik echter in evenementen als de Damloop, de Zandvoort Circuit Run, de Nescioloop of andere georganiseerde runs. Omdat het leuk is om met zoveel gelijkgestemden een stukje te hobbelen en omdat je nu eenmaal niet zo vaak de kans krijgt door de Tarzanbocht of IJ-tunnel te lopen.
Hoewel het bij dergelijke evenementen vooral gaat om de gezelligheid, gebeurt er bij velen iets geks in aanloop naar dat loopje. Of het nu komt omdat je niet als laatste wil eindigen, je je vorige tijd wil verbeteren, er mensen langs de kant staan, of wat dan ook: niet zelden maakt zich een vorm van wedstrijdspanning van je meester die er dus voor zorgt dat je nog een keer je veters checkt en controleert of je startnummer wel goed vast zit. En ja, waar ‘je’ staat had ik ook ‘ik’ kunnen schrijven.
Het zal menig golfer bekend in de oren klinken als je het woord startnummer vervangt voor scorekaart.
Of het nu een clubwedstrijd betreft of een qualifyingronde, zodra er iets op het spel staat verandert er vaak wat. Ineens is je swing niet meer zo soepel. Ben je je veel te bewust van kleine details. En kan je vooral ook (kleine) missers moeilijker van je af laten glijden. De gele sticker die je tot een paar jaar geleden op je scorekaart moest plakken voor je een qualifying ronde ging spelen, het invullen van je naam in het boek, het was vaak een garantie voor een mindere ronde dan gisteren toen je in je eentje zó lekker speelde…waarom loopt het nou net vandaag niet?
Het was Johan Cruijff die ooit zei dat we allemaal goed konden golfen op de driving range, maar dat je past echt wist wat je waard was op de baan. Daar zou ik zelf graag aan toevoegen dat die waarde pas écht duidelijk wordt als je, ook met een scorekaart op zak, je beste spel kan spelen. Je je goede ronde tot en met hole achttien door kan trekken, en niet vanaf hole zestien je score alsnog in het water ziet vallen. Het gaat slechts om een puntje meer of minder op de handicapkaart, een flesje wijn of hardloopmedaille na afloop, maar zodra het voor het eggie is, is alles net even anders en blijkt je veter toch wéér los te zitten.
Met nog het laatste restje van een driedaagse migraine in mijn hoofd en lijf begon ik aan de wedstrijd tegen Jeroen. Geen excuus hoor maar dat uit zich meestal in een paar holes waarin ik werkelijk geen idee meer heb hoe het golfen ook alweer moet. Aldus .... ik verloor de eerste twee holes. Tja… het was niet anders. We liepen vervolgens heel gezellig door de baan en gelukkig ging mijn spel hier en daar best wel weer aardig. De baan lag er prachtig bij, de temperatuur was misschien nét iets te enthousiast hoog, maar onze humeur(tjes) leden daar gelukkig helemaal niet onder. Maar op hole 17 stond ik weer twee down. Met nog twee holes te gaan kon Jeroen de wedstrijd eigenlijk niet meer verliezen. Op de 17de, een par 3, sloeg ik helaas mijn bal, met een hele mooie slag (dat dan weer wel) de bunker in, terwijl Jeroen net buiten de green lag. Dat moet lukken dacht ik... Misschien iets té vol vertrouwen… Maar de bal eindigde over de green tegen een boom. Daarmee kwam er toch een enigszins roemloos einde aan mijn gezellige golfmiddag. Gelukkig waren er toen de pilsjes en bitterballen! Jeroen, heel veel succes met je wedstrijd tegen Sonja!
Voorafgaand aan deze wedstrijd in de verliezersronde had ik mijn huiswerk gedaan, vond ik zelf. Ik had namelijk het wedstrijdverslag van Ronald Massaut over zijn partij tegen de mij onbekende Frank Huiges gelezen. Frank slaat heeeeeeeeel ver, maar niet altijd even recht. Dat had ik goed onthouden, dus toen bij het boeken op Het Rijk van Nijmegen de lus Groesbeek Zuid opdoemde, was ik daar niet ontevreden over. Voor wie het niet weet, het Rijk van Nijmegen beschikt over 5 lussen van 9 holes, waarvan Groesbeek Zuid verreweg de moeilijkste is, want relatief smal, lang en heuvelachtig. Mijn hoop was er op gevestigd dat door die lengte ook bij Frank de driver uit de tas zou komen. En dat zijn afslag dan niet altijd even recht zou zijn. Al bij de eerste hole bleek dat Frank andere ideeën had. Het is hier niet al te breed, hoorde ik hem hardop denken en hij pakte een houtje (of hybride) uit de tas. Om vervolgens de bal alsnog links de bomen in te slaan. Lang verhaal kort: tot en met de zesde hole hield ik hem bij, daarna was het met mij gedaan. Niet eens omdat Frank zo goed speelde (een ronde van 95 slagen is niet echt goed op zijn niveau), maar vooral omdat ik het zelf aardig af liet weten. Kernwoorden van de ronde waren ‘gezellig’ en ‘sociaal’, waarbij het sociale deel voornamelijk van mij afkomstig was. Speelde Frank zijn afslag naar links, dan deed ik dat ook. Ging zijn bal naar rechts, dan ging die van mij ook die kant op. Helaas deed ik dat niet met opzet, maar het voordeel is dat je wel gezellig doorpraten op weg naar de ballen. We spraken over van alles, onder andere over zijn honkbalverleden (vandaar die lengte) en zijn liefde voor windsurfen bij Hawaii en Kaapstad, waar hij drie maanden per jaar samen met zijn gezin de Nederlandse winter ontvlucht. Een van de voordelen van Kaapstad is dat je daar ook prachtige golfbanen hebt. Ook mooi is de Tafelberg, waarvan Frank een tatoeage op een van zijn armen heeft. Er viel me trouwens nog iets op. Zowel op onze foto, als die van Frank met Ronald (7&6), maakt hij met zijn hand het shaka-teken (niet te verwarren met tsjakka!). Een Hawaïaans handgebaar, dat veel gebruikt wordt onder surfers en zoiets betekent als “relax, alles komt goed.” Precies het gebaar dat ik na zo’n afdroogpartij wel kon gebruiken. Bedankt voor een fijne middag, Frank.
Onze verliezersronde-wedstrijd stond oorspronkelijk gepland op Noordwijk, maar vanwege de warmte werd uitgeweken naar De Hoge Dijk. Op de lus Bullewijk/Holendrecht ontspon zich een echte jojo-partij tussen Ruud Onstein en Peter Luijer, die pas op een beslissende extra hole werd beslecht.
Annette de Jong speelde op De Zaanse een matchplaywedstrijd tegen Jeroen van Leeuwen. Na drie dagen achter elkaar 18 holes bleek dat net iets te veel gevraagd. Een verslag van een zware, maar bijzonder gezellige golfdag.
In de kwartfinale van de Mr. Glow Matchplaycompetitie stond ik oog in oog met Peter van Weel, NVGJ's topgolfer met een handicap +0.5. Peter versus Peter dus. Spannend? Absoluut! Een verslag van een mooie strijd op Wilnis, met een prachtig tafereel bij de sprinkler.
De zon scheen, het was voor mij een thuiswedstrijd en ons vorige potje op de Veluwsche zou ik – zo rekende Elaine na afloop van die ronde uit – gewonnen hebben als we matchplay hadden gespeeld. Vandaag was dan de échte matchplay wedstrijd. De winnaar mocht de halve finale op de Hoge Kleij spelen en daar hadden we allebei - competitief als we zijn - wel oren naar. Maar eerst deze ronde nog op Anderstein.