Nederlandse Vereniging van Golfspelende Journalisten
27.05.2022
Als er in de Bijbel ook maar één tekstvers had gestaan of desnoods maar één zin – en die dan ook nog maar op één manier te interpreteren viel, heel belangrijk! – dan was het beoefenen en bekijken van sport in mijn jeugd niet zo’n groot thema geweest als dat het nu was. Maar die stond er niet. Die staat er niet in. Gods Woord is immers onveranderlijk, wars van de tijdsgeest. Ik weet dat. Want ik heb hem meerdere keren van kaft tot kaft voorgelezen gekregen. Er zit een nadeel aan je afkomst bekennen, want daarmee zijn ook meteen de vooroordelen geboren. Maar die zal je verderop in dit stuk vanzelf bij je ontdekken. Vanwaar deze inleiding? En waarom, in godsnaam?
Nou, daarvoor neem ik jullie even mee naar mijn jonge jeugd. Ik ben van ’85. Wij lazen thuis het Reformatorisch Dagblad. Ik geloof de enige krant in Nederland zonder sportkatern. Als daarin over sport werd geschreven was het als er een Formule 1 coureur de dood vond. Of wanneer er ongeregeldheden waren bij een voetbalwedstrijd. Transfers werden wel besproken, maar heetten daar beroepingswerk en dan ging het over predikanten. En vooruit, de Elfstedentocht, die was ook cult. In die tijd stond er namelijk nog in de statuten van de tocht der tochten dat hij niet op zondag verreden mocht worden. Of dat nog steeds zo is, het zou goed kunnen, maar dan vooral omdat er nog nooit iemand erg in heeft gehad. Het lijkt me een artikel wat met één pennenstreek is verdwenen zodra de koorts een keer echt toeslaat en met de dag des Heeren in het gedrang lijkt te komen. Maar dit soort pareltjes ter bescherming van de zondagsrust verdienden een ereplaatsje in de scene.
Toen ik als jong mannetje bij de buren kwam of later op mijn zaterdagbaantje, las ik het Brabants Dagblad. Mét sportkatern! Ik vrat het. Tot op de laatste letter nam ik het gretig tot me. De krant was, samen met het radioprogramma ‘Langs de Lijn’ wat ik elke avond luisterde, terwijl ik met mijn oren geklemd lag op mijn wekkerradio die ik zo diep mogelijk in mijn kussen verstopte zodat het geluid absoluut niet bij het bed van mijn broertje terecht kwam zodat die zich kon beklagen bij mijn ouders dat ik te lawaaierig was, mijn enige poort naar de magische wereld van de sport. De wereld die ik zo waanzinnig interessant vond. De wereld waarvoor elke zondag vanaf de kansel gewaarschuwd werd.
Ik kan me nog goed herinneren dat wijlen ds. van Dijk me ooit eens bemoedigend toesprak vanaf de preekstoel. “Je zit met je gedachten bij PSV – Feyenoord hè?” Hij had gelijk. Want onderweg naar de kerk toe gluurde ik bij zoveel mogelijk huizen naar binnen om maar een fractie mee te krijgen van de wedstrijd. Ik denk dat het zelfs nog in de tijd was dat dit soort potjes op het open net werden uitgezonden. Ik heb geen idee. Wel weet ik dat PSV won met 7-2. En dat Jean Paul van Gastel zijn been brak.
Ik skeelerde veel in die tijd. Schaatsen op wielen. Erg populair onder christenen. En omdat er zo ontzettend veel getalenteerde christenen op skeelers waren, werden er ook nauwelijks wedstrijden georganiseerd op zondag. Ik was er nog aardig bedreven in ook. Andere sporten waren een soort van onbereikbaar. Voetbal was uit den boze. En van golf hadden we bij ons thuis niet eens van gehoord. Althans, ik niet. Mijn vader wel. Die is zelfs verantwoordelijk voor de aanleg van een golfbaan. Niet als architect ofzo, maar als hoofduitvoerder in de grond- weg- en waterbouw.
Maar aangezien sport en zondagsrust dus slecht met elkaar samengingen was een topsportcarrière uitgesloten. Al heb ik ook dat lang ontkent. Dan beweerde ik stellig dat ik ooit zo hard zou fietsen en zoveel voorsprong zou nemen dat ik op zondag niet hoefde te fietsen in de Tour de France. Er waren eigenlijk maar twee zondagen een probleem. De eerste, de dag na de proloog, destijds. En de laatste op de Champs Elysees. Want toen was het nog gebruikelijk dat er minimaal één rustdag op de zondag plaats zou vinden. Je kunt het je niet meer voorstellen nu op een zo ontzettend belangrijke televisiedag. Ik zag voor mezelf een uitzonderingsrol, zoals die ooit gold voor Folkert Velten, een geweldige voetballer van Heracles in die tijd die weigerde op zondag uit te komen.
Mensen als Jacques Chapel, maar ook onze gewaardeerde NVGJ-collega Andy Houtkamp, ze hebben mijn wereld mooier gemaakt, verlicht, verrijkt, noem het zoals je het noemen wilt, zonder dat ze het wisten.
Maar wie ook tot het gilde van sportjournalisten behoorde die ik in mijn hoofd tot mythische proporties maakte was, jawel, Henri van der Steen. Potverdrie, wat wilde ik vroeger graag Henri van der Steen zijn zeg. Sportjournalist. Iemand die betaald werd om naar voetbalwedstrijden te gaan en daar een verslag over te schrijven. Als ik zijn verslagen las waande ik me in het stadion, op het stoeltje naast hem. Analyserend, beschouwend. En dan zag ik hem in gedachte zitten achter zijn computer om zijn stukjes te tikken. Wat moest dat een machtig mooi leven zijn.
Inmiddels is er veel veranderd in mijn leven. En ook in dat van Henri. Maar dinsdag 10 mei kwam het dan zowaar tot een heus treffen tussen mij als afvallige (van de kerk) en Henri als de verstotene (uit de media). Scherp als zijn pen was en is heeft Henri het vermogen om mensen tegen zich in het harnas te jagen.
We filosofeerden die avond uitgebreid over de journalistiek en haar huidige kramp waarin ze zich bevond. We bespraken onze voorkeuren. Die lagen overigens ver, heel héél ver uit elkaar. Maar dat volledig terzijde. Waar we elkaar in vonden was de conclusie dat het zijn van een luis in de pels, het zijn van de slijpsteen voor de geest, in ieder geval geen vanzelfsprekendheid meer was in een wereld waarin er op elke journalist wel twee of drie voorlichters te vinden zijn.
Of ze worden het bijkans zelf. Wat te denken van het fenomeen clubwatchers? Wie nog gelooft dat daar nog enige vorm van journalistiek wordt bedreven gelooft ook vast nog dat Sywert het goed voorhad met ons land in de mondkapjesgate.
Henri dus. Mijn tegenstander in dit eerste treffen in de tweede ronde. Ik had als lage handicapper een buy-out gekregen voor de eerste ronde. En Henri was in bloedvorm. Die had mevrouw Verhoeven al een spreekwoordelijk pak op de billen gegeven op zijn favoriete course, Midden-Brabant. Een baan die voor mij sowieso al van toevalligheden aan elkaar hing. Want inderdaad. Midden-Brabant is de baan die mijn vader mee heeft aangelegd.
En tot voor kort had ik de baan nog nooit gespeeld. Maar het toeval wil dat we in de competitie ingedeeld waren met Midden-Brabant, waardoor ik – heel toevallig – hem twee weken voor het treffen met Henri maar liefst drie keer gespeeld had. Voorspelen, de dubbels en in mijn singlepartij. En gezien het niveau wat ik toen op de mat had gelegd was het ook geen reden om een andere suggestie te doen aan Henri toen hij met deze baan op de proppen kwam. Dit moest ik kunnen.
Hoe het vervolgens ging, lieve vrienden van de NVGJ, is iets wat ik jullie simpelweg niet kan onthouden. Want tsjongejonge, we maakten wat mee zeg.
Laat ik bij het begin beginnen. Henri had – galant als hij was – mij koffie met appelgebak in het vooruitzicht gesteld die hij ook zou betalen. En na onze partij zouden we ook nog wat eten, zo was Henri zijn idee. “We kunnen ook gaan spelen bij De Dommel in Sint Michielsgestel, maar dan betalen we beiden 80 euro en daar heb je bij Midden-Brabant nog een hapje voor,” zo stelde hij. Later bleek het om een arrangement te gaan waarbij dat al inbegrepen was. En aangezien ik veel eerder dan Henri op het landgoed in Esbeek was en ook al had afgerekend voor de greenfee, het eten, maar ook de appeltaart. Geen verwijt hoor, Henri.
We zouden om drie uur afslaan. En ik heb de prettige gewoonte – of autistische afwijking, zo u wilt, om er dan minstens een half uur van te voren te zijn, zodat ik het stramme lichaam wat kan opwarmen. Ik heb ooit eens in Golfers Magazine een stuk gelezen waarin gewaarschuwd werd voor het spelen zonder warming-up. Nu is het niet zozeer de bezorgdheid om mijn lichaam, maar meer omdat ik het fenomeen mulligan graag toepas in de bekende rondjes met de vrouw als ik niet heb ingespeeld. De timing moet ik op scherp krijgen in een fatsoenlijke range sessie. Eigenlijk kunnen we gevoeglijk concluderen dat ik er geen klote van kan.
Ik sluit niet uit dat Henri daar van op de hoogte was en dat zijn veel te late verschijnen onderdeel was van de strategie deze dag. Want in de masterclass die gameplan heet, leek niets aan het toeval te zijn overgelaten.
Omdat ik beleefd wachtte tot Van der Steen kwam opdagen en al drie keer een medewerker vriendelijk had bedankt voor haar aanbod om mij van wat drinken te voorzien bleef ik geduldig wachten. Wanneer zou het orakel uit Sint Michielsgestel verschijnen?
Om 14:50u viel hij haastig binnen, samen met zijn rolkoffer.
“Ben je met het openbaar vervoer, Henri?” vroeg ik nog. Ikzelf ben een fanatieke verstoker van fossiele brandstof, maar er was me verteld door collega’s van de NVGJ dat Henri alles probeerde te mijden wat niet bijdroeg aan de wereld beter maken. Zo ook autorijden. Later bleek hij ook te denken dat het minder eten van vlees een wezenlijk verschil zou maken voor een betere wereld. Als carnivoor ben ik een hele andere mening toegedaan. Maar – en hier gaat het mis wat mij betreft – volgens Henri is dat geen mening meer, maar een gegeven. “Omdat mensen die er voor doorgeleerd hebben dat zeggen!” Doorgeleerd of door geëvolueerd in een ideologie? Wie het weet mag het zeggen.
Nee, Henri was met de auto. Weliswaar een elektrische, maar toch.
(Henri, de productie van een auto kost zo’n 7 tot 10 ton aan stikstof. En met de productie van een accu komt daar nog eens 9 ton aan CO2 bij. Ja, dat beweren de mensen die er voor doorgeleerd hebben hè.)
(Hij stoot wel minder uit tijdens het rijden. Toegegeven. Al doet het laden ook nog wat, maar laten we nu niet op alle slakken zout leggen. Elektrisch rijden it is! We gaan er aan geloven. Wij allemaal. En ik ook. En ach, als dat nu écht bijdraagt?)
Ik bracht hem in herinnering dat we nog appeltaart zouden eten vooraf. “Oh ja, das waar ook!” schoot het hem te binnen. “Dat was ik helemaal vergeten joh”. Hij keek even op zijn horloge. En terwijl ik inmiddels het midden hield tussen: ‘Hoe kom ik hier beleefd onderuit’ aan de ene kant en ‘shit, als ik straks niet weet te winnen omdat ik niet ingespeeld ben’ aan de andere kant, zei Henri: “Maar dat kan nog makkelijk. We hoeven pas om acht minuten over drie te starten.”
Ik zag mijn inspelen in rook opgaan. De zelf betaalde appeltaart was heerlijk. Dat vergoedde een hoop. En sowieso was het spelen van een ronde golf nog nooit een straf geweest. Kom op, die paar slagen op een driving range. Wat konden die nu eigenlijk voor een verschil maken? Dat mocht toch geen naam hebben? Zo vermande ik mezelf.
We hadden nog wel tijd voor twee putts op de oefengreens. Toen was het moment daar om onze strijd aan te vangen.
Hole 1 is een dogleg naar rechts en met 368 meter de langste par vier van de baan. Henri koos voor een hybride en ging over links, waardoor de hole nog langer werd. Maar deze hole als een bogey hole spelen was zeker geen slechte strategie. Zeker niet met de zeven slagen in gedachten die hij meekreeg. Ik was het inspelen alweer vergeten en dacht: meteen aanvallen! Meteen duidelijk maken dat hij met bogeygolf er vandaag niet gaat komen. Niet op de holes waar we gelijke slagen moeten maken. Maar ook niet op de holes waar hij wel een slag meekrijgt. We zitten in een wedstrijd, nondejus! Die Joop van der Flier trofee kwam er niet zomaar.
Ik probeerde mijn drive dan ook af te snijden over de bult in de dogleg heen. Dat lukte wonderwel, al had ik wat pech met de ligging. Het tweede schot van de dag voor Henri verdween links van de green en rolde een paar centimeter een hindernis in.
En ik overdrijf niet, beste lezers die inmiddels tot hier zijn gekome. Dit was zijn enige foute bal van de dag. Ik herhaal: dit was de enige foute slag van Henri van der Steen. De ge-he-le dag.
Het was ook een scenario dat overduidelijk niet in zijn masterplan stond opgetekend. Want hij was er helemaal door van slag. De bal was nog goed zichtbaar, maar lag technisch gezien in de hindernis. En heel makkelijk kon hij er niet bij komen. Maar in een matchplay pot moest het kunnen. Ik had inmiddels een pitching wedge op de green geslagen en ging maar eens bij hem kijken. Want waarom duurde het zo lang?
Hij stond met de handen in het haar. Het waaide hard. De wind joeg om onze hoofden heen. Mijn labrador heeft met harde wind altijd het idee dat ie van alle kanten wordt aangevallen.
Zo moet u zich de situatie een beetje voorstellen. De wedstrijd was nog maar net begonnen. Maar dit stond niet in zijn aanvalsplan voor vandaag.
Toen ik bij hem aankwam zag ik hem vertwijfeld rondkijken. Wat zou de beste strategie zijn? De green werd beschermd door een paar glooiingen.
Achter een van die glooiingen vermoedde ik dat zijn kar stond.
Zijn kar?
Ja. Zijn kar. Ook een elektrische. Met zo’n loodzware milieubelastende accu.
Zijn kar. Maar hoe dichterbij ik kwam, hoe minder zeker ik daar van was. Waar was Henri zijn kar? De wind leek wel even weg te vallen. Alsof de wereld de grootste schik had op de achtergrond. Zij wist het al. Wij nog niet.
Ik moet meteen even een bekentenis doen. Het allereerste wat ik deed was mijn telefoon grijpen en een foto maken. We zijn notabene lid van de Nederlandse Vereniging van Golfspelende Journalisten, of niet?
De wind was er natuurlijk, maar de boosdoener was de automatische stand. Of nou ja, degene die de automatische stand – weliswaar niet expres – had gevraagd om zijn werk te doen. Henri zelf dus, die in zijn paniek om een bal in de hindernis, vergeten was zijn karretje uit te zetten.
Het tweede wat ik deed was helpen. Henri wilde al voorover buigen met zijn kop de sloot in, maar ik kon hem daar nog net van weerhouden. “Geef mij een handje,” bood ik aan. “Dan neig ik wel naar voren.” Dat zei ik. En ik dacht: ‘Je kunt het niet maken om iemand die bijna dertig jaar ouder is dan jij op z’n kop de sloot in te laten gaan.’
We konden er niet bij. De kar was met een flinke gang een sloot in gegaan. En terwijl Henri en ik samen een levende ketting vormden, waarbij ik vervaarlijk over het water heen hing, kon ik me niet aan de indruk onttrekken dat er zwaarder geschut noodzakelijk was: mijn Scotty Cameron! Zette het clubhoofd achter een spaak van zijn loodzware buggy met wandelassistentie. De tas had zich inmiddels gevuld met water en vermenigvuldigde in gewicht.
Ik trok met alle kracht. Maar dacht ook: ‘Jeetje, als ie zo maar niet krom staat.’
Ja, kom op. We zaten in een wedstrijd. Er zijn belangrijkere zaken dan een tas. En bood dit niet juist kansen?
“Moeten we niet een greenkeeper om hulp vragen?” opperde ik voorzichtig. En in gedachten vroeg ik me al af wat dit voor gevolgen zou hebben voor onze wedstrijd? Wie zou hier eigenlijk meer last van hebben? Hij of ik?
‘Mijn telefoon’ riep Henri plots verschrikt.
Het plan greenkeeper ging de prullenbak in. We vonden hernieuwde krachten en deden nog eenmaal een manmoedige poging. Alles kraakte. Henri zijn been bloedde. Mijn duim was inmiddels gekneusd en ik bloedde ook. Maar er kwam beweging in het spul. Er brak iets af. Maar we kregen het op de kant. En terwijl we de tas op zijn kop hielden om al het water eruit te laten lopen maakten we een plan.
We liepen terug over hole 1, bukkend voor ballen van achterop komende spelers. Na een kort weinig meewerkend gesprek met de receptiemedewerkster liepen we weer terug met een geleende trolley. Terug naar hole 1. De wedstrijd kon hervat worden.
Over de wedstrijd zelf kan ik kort zijn. Henri deed werkelijk niets fout. Ik was slordig van de tee, moest veel herstellen en dat ging me gewoon niet zo goed af als gehoopt. Daar in de geest van Henri ook nog eens 3.000 woorden aan wijden zou een vorm van zelfkastijding zijn.
Als je tegen iemand speelt die alles raakt, ga je er gewoon vanaf. En terecht. Midden-Brabant is zijn habitat en werd mijn Waterloo.
Op hole 17 was het klaar met 2&1. Een dikverdiende overwinning voor onze vegetariër. Net toen we in een goed gesprek daarover zaten en ik genoot van mijn stukje rund en Henri van een vegetarische pastasalade (meen ik) kwam een Vlaams sprekende bediende bij onze tafel staan. “Smaakt het heren?” We mompelden met een volle mond iets van heerlijk. Hij wees naar Henri zijn bord en voegde volkomen ongevraagd toe: “Zelf vind ik altijd wel jammer dat er dan geen vlees bij zit… Lekker kip ofzo.”
Henri was die avond voor de tweede keer even van slag. Keek mij aan. “Is dit afgesproken ofzo?” Ik was echter net zo verbaasd. Henri herpakte zich – niet voor het eerst die dag – en beet hem toe: “Wat heb jij daar mee te maken?”
Gelijk had hij. Sowieso bepaalt Henri helemaal zelf of ‘ie wel vlees eet. Net zoals ik bepaal of ik het wél eet.
,,De dag na De Texelse, donderdag de 26-ste, staat-ie erop'', belooft Mr. Matchplay Louis Westhof. Telkens een hele klus om het schema samen te stellen, om mensen zo dichtbij huis als mogelijk aan elkaar te koppelen. Waardering alom. Ook bij sponsor Jolanda Swart die met haar bedrijf Mr. Glow Carwash de matchplaycompetitie heeft geadopteerd. (tekst leest door onder de foto) (foto Jolanda, pluizige blauwe trui, cocktail) 'Dagje golfen met de NVGJ is een cadeautje' (Ronald Massaut) Vraag het een willekeurig lid van de NVGJ. Jolanda Swart, 'zij is toch gewoon lid?' Nee, meespelend sponsor. Sinds 2020. Grenzen vervagen. Ook voor Jolanda zelf. ,,Het voelt inderdaad alsof ik 'gewoon lid' ben. Ik voel mij thuis bij de club. Een dagje golfen met de NVGJ is elke keer een cadeautje.'' Hoe het begon weet Jolanda nog precies. Het was na een rondje golf op haar eigen homecourse Rozenstein met sponsors Eric Venghaus en Alex Jongman. In het gesprek was ze beide mannen ineens kwijt. ,,Waar hebben jullie het over?'' ,,Wij zijn sponsor van de NVGJ, de Nederlandse Vereniging van Golf(spelende) Journalisten. Zo spelen we op de mooiste banen in Nederland én daarbuiten. Werkelijk top; koffietje en een beetje kletsen met iedereen. Dan golfen; 18 holes. Na afloop een hapje en een drankje, douchen, diner, wijntje, prijsuitreiking, koffie en naar huis. Een geweldige dag! Twee keer per maand, soms drie keer.'' Dat wilde Jolanda ook. ,,Dan moet je ook sponsor worden. 't Is een leuke club mensen. Dat ga je zeker leuk vinden'', beloofden beiden. 'Warm bad' En ze hadden gelijk, stelt Jolanda Swart nuchter vast. ,,Ik mocht een keer meedoen; sfeer proeven. Dat voelde meteen als een warm bad. Iedereen was zó aardig en voorkomend. Ik had een geweldige dag; echt genoten. Een cadeautje. Zo voelt het nog steeds.'' Behalve een jaarlijkse sponsorbijdrage aan de club is Jolanda met haar bedrijf Mr. Glow Carwash langs de N44 in Wassenaar naamgever van de Matchplaycompetitie. ,,Ik koos bewust voor de matchplay, omdat dit unieke wedstrijden zijn en de competitie het hele seizen duurt.'' Daarnaast adopteert zij jaarlijks als sponsor een clubwedstrijd. Dit jaar is dat Bentwoud op 17 juli waar zij ook de prijzen verzorgd. Daaronder - haast traditie - netjes met hoogwaardige, glimmende lakebals. Het visitekaartje van de hypermoderne Mr. Glow autowasstraat. Yogastudio Een autowasstraat, dat klinkt bijna mechanisch. Iets voor een techneut. Nee, hoor. Jolanda had 30 jaar een yogastudio en gaf daarnaast lessen in Qigong, een aan Thai Chi gerelateerde bewegingsvorm met wortels in taoïsme en bhoedisme. Behalve innerlijke rust werk je aan soepele en sterke spieren. Voor Jolanda werkt het. Niemand op de club zal haar ooit hebben zien 'ontploffen' En golfen kan ze ook. Dat doet ze - geschat - 'al bijna 40 jaar'. Actuele handicap is 14,0. Hoe komt een yoga- en Qigongdocente in een wasstraat annex benzinestation terecht? ,,Mijn man Ton had eerder een sportzaak en was actief als surfer. Hij startte het benzinestation en later ben ik ook ingestapt; hebben we het bedrijf uitgebouwd. Inmiddels heeft onze zoon de dagelijkse leiding.'' Respect Jolanda heeft 'groot respect' voor de wedstrijdorganisatie en actieve clubleden voor en achter de schermen. ,,Wedstrijden lopen echt gesmeerd. Van begin tot einde, van wedstrijdtafel (René Brouwer en Paul Bhoele, red.) tot en met de technische verwerking (Frank Uijlenbroek, red.).'' Jolanda spreekt ook grote waardering uit voor Hans Terol. Hoe het hem toch telkens lukt om elk jaar een aantrekkelijke toernooi-agenda te presenteren. Ze was zelf als vrijwilliger aanwezig op de EMGJ op Texel. ,,Wat 'we' daar hebben gedaan was fantastisch.'' Alle lof voor Cara de Vlaming. ,,Ze heeft een geweldig toernooi georganiseerd.'' (tekst leest door onder de foto) (foto Jolanda, bij de afslag op Texel) Jolanda begint met een gedegen voorbereiding aan het seizoen 2026. Ze was einde winter een maand in Portugal waar ze om-de-dag golf speelde, is actueel in voorbereiding op de start van de Nederlandse golfcompetitie. Ze golft en traint meerdere keren per week. Toekomst Als ondernemer bemoeit Jolanda zich niet met het reilen en zeilen binnen de NVGJ, maar herkent wat er gebeurt. ,,Ik begrijp het heel goed wanneer Hans Terol zegt, dat het steeds moeilijker wordt om tegen gereduceerd tarief een geweldige golfdag te organiseren. De wereld verandert snel. Niets is vanzelfsprekend, niets is voor eeuwig. Wat vandaag is, kan morgen zomaar anders zijn. Vaak is dat ook zo. Bijvoorbeeld als een jarenlange relatie ophoudt te bestaan. Dan moet je maar afwachten of bestaande afspraken nog gelden. Ik ken dat. Misschien moet je als individueel lid ook eens in jouw directe omgeving kijken of je de NVGJ kunt introduceren. De club, dat zijn wij zelf. De toekomst, die moeten we ook zelf vormgeven.''
Tijdens de ALV van de NVGJ gisteren zijn Taco Mulder en René Brouwer benoemd tot 'Lid van Verdienste'. Taco werd geëerd voor zijn inzet als penningmeester en René voor zijn betrokkenheid als voorzitter van de wedstrijdcommissie. We bedanken hen van harte voor hun waardevolle bijdragen!
Via ons gewaardeerde ex-lid Léon Klein Schiphorst bereikte ons het volgende bericht: Na een kort ziekbed is in zijn winterverblijf in Spanje vrijdag Fred Postma overleden, een van de NVGJ leden van het eerste uur. Fred werkte bij Haarlems Dagblad, was single handicapper en won toen ook een keer de Order of Merit .
Kampioenen van 2025 kijken terug (2) Het seizoen begint weer. Maandag slaat de NVGJ af op De Lage Vuursche voor het nieuwe golfjaar. Op de website blikken de winnaars in de A- en B-categorie terug op hun jaarprestatie, kijken ze vooruit en tippen zij de kanshebbers van 2026. Deel 2: Harald Taylor, winnaar in de B-categorie (Ronald Massaut) Harald Taylor: Op het beslissende moment stond ik er ,,Ik moet het hebben van veel spelen en koester mijn zeven beste uitslagen'', zegt Harald Taylor. Hij speelde in 2025 dan ook negentien wedstrijden om zelfs meer punten bij te schrijven dan A-kampioen Foeke Collet. ,,Maar hé, ik doe er ook veel voor.'' Harald Taylor is pas sinds zomer 2024 lid van de NVGJ, na de Memorial op Sluispolder van broer Charles. Zijn opmars is opmerkelijk. Op het Rijk van Nijmegen moest hij nog vragen hoe een golfhorloge werkt. Nu tekent hij aan de hand van afstanden en obstakels in zijn hoofd een gameplan uit. Harald lacht: ,,Ja, ik heb veel geleerd de voorbije anderhalf jaar.'' 'Leren' betekent voor Harald ook veel trainen met een teachingpro. ,,Ik geloof in professionele begeleiding. Dat heb ik in mijn werk bij De Telegraaf ook altijd zo ervaren. Als je iets wilt leren moet je niet zelf aanmodderen, maar een professional nemen.'' Bogeyspeler ,,Je moet duidelijk maken wát je wilt leren, maar ook vragen om feedback. Wat doe ik niet goed, wat kan beter en waar heb ik baat bij in een wedstrijd? Dat doe ik ook; nog steeds. Mijn pro zegt dat ik een 'bogeyspeler' kan worden. Daar train ik voor. En met actuele handicap van 21.2 kom ik al aardig in de richting.'' Het zegepad van Harald was sterk groeiende, vorig jaar. Van punten sprokkelen naar 'op z'n best'. ,,Ik begon het jaar met handicap 25 of 28. Ik weet het niet meer precies, maar elke wedstrijd met de NVGJ ging ik beter spelen. Ik heb de eerste maanden ook zeker voordeel gehad bij die hogere handicap, dat geef ik direct toe.'' Toch gaf de laatste wedstrijd in de B-catagorie de doorslag. ,,Als ik van Sonja (van de Rhoer, red.) zou winnen, dan was ik de nieuwe B-kampioen. Dat het gelukt is, is niet alleen mijn verdienste. Je scoort punten en een ander laat punten liggen. Dat maakt soms net het verschil.'' Homecourse Over het nieuwe seizoen is Harald positief gestemd. ,,Ik hoop de stijgende lijn voort te kunnen zetten. Al realiseer ik mij ook, dat ik niet alle tijd van de wereld heb om kaarten te lopen of te trainen. Ik doe nog losse mediaprojecten en consultancy. Dan ben ik met andere dingen bezig dan golfen. En heb je de tijd, dan nog. Ik heb niet eens een homecourse'', zegt hij lachend. Hoe doet hij dat dan, zonder homecourse. ,,Ik speel te hooi en te gras. Waar het zo utkomt. Vaak met mijn vrouw Nathalie en met vrienden en kennissen. Onze vakanties zijn wel sterk gericht op golfen. En natuurlijk met de NVGJ.'' 'Gewoon aanmelden' Saillant detail: Harald Taylor had al veel eerder NVGJ-lid kunnen worden dan zomer 2024. Uitgerekend broer Charles had hem altijd verteld dat de NVGJ alleen voor journalisten was. ,,Dat was ik niet al schurkte ik daar bij De Telegraaf wel tegenaan. Tot ik op Sluispolder Annette de Jong tegenkwam. Haar kende ik nog van commerciële projecten bij 100% NL. ,,Hoe kom jij hier? Nou, gewoon aanmelden, dus.'' De concurrentie voor het nieuw begonnen wedstrijdseizoen kent hij ook. ,,Ik denk opnieuw Sonja van de Rhoer. Zij speelt zó goed en zó constant. Maar ook weer René Brouwer. Hij staat er gewoon.'' Nieuwe namen? ,, Elaine de Boer of Anna van Lennep; Olga Commendeur, misschien. En natuurlijk altijd iemand waar je nu (nog) niet aan denkt. Ik zag mijzelf begin seizoen 2025 ook niet als kandidaat. We gaan het zien.''
Het seizoen begint weer. Maandag slaat de NVGJ af op De Lage Vuursche voor het nieuwe golfjaar. Op de website blikken de winnaars in de A- en B-categorie terug op hun jaarprestatie, kijken ze vooruit en tippen zij hún kanshebbers van 2026. Vandaag deel 1: Foeke Collet, winnaar in de A. Vrijdag Harald Taylor, winnaar in de B-categorie (Ronald Massaut) Foeke Collet: 'Een heel gelijkmatig seizoen gespeeld' Goed nieuws voor de titelkandidaten in de A-categorie: Foeke Collet, glorieus winnaar in de A-categori , is er de eerste wedstrijd op De Lage Vuursche niet bij. ,,Ik kom zondagavond terug van een vierdaagse golfreis naar Schotland voor Golfers Magazine. En dan maandag meteen weer? Nee, er moet ook nog gewerkt worden. Maar Texel, dan ben ik er zeker bij.'' Foeke Collet kende in 2025 een topjaar, geeft hij toe. Hij speelde - volgens de archieven - 'slechts' negen wedstrijden, maar scoorde toch 2.750 punten. Om een idee te geven. Hét recept volgens Foeke om het maximale resultaat uit je wedstrijden te halen is veel wedstrijden spelen en 'vastigheid'. Veel wedstrijden, want de zeven beste seizensresultaten gelden. ,,Je hebt er altijd mindere dagen bij, dus je moet wat 'over' hebben. En 'steady spel', dus regelmatig trainen, vaste routines ontwikkelen en leren te vertrouwen op de clubs in je tas. Dat ze doen wat ze moeten doen. Trainen, dus.'' Gemakkeljker gezegd dan gedaan. ,,Túúrlijk. Maar ik doe het zo: ik breng twee keer per week mijn dochter naar voetbal en haal haar daarna weer op. De golfbaan ligt precies halverwege mijn route. Dus ik train ik zeker twee keer per week. Dat heeft mij enorm geholpen. Daarnaast sta ik door mijn werk ook wel vaak op de baan.'' Niet zijn jaar Foeke kijkt - geholpen - ook terug op de jaren ervoor. 2024 was niet zijn jaar met slechts vijf reguliere wedstrijden bij de NVGJ. Hij werd dan ook zeventiende. 2023 speelde hij net als het voorbije jaar negen keer en noteerde 2240 punten. Hij werd zevende. Hoe anders is dat in 2025 met 2750 punten. ,,Dat betekent ook, dat ik in het begin van het seizoen enig voordeel heb gehad van mijn relatief hogere handicap. Maar driekwart seizoen was die weer helemaal bij.'' In de Matchplaycompetitie kende Foeke een slechte loting. In de achtste finale stuitte hij op latere winnaar Peter Luyer. Overigens met islechts 2 up. ,,Wat ik zeg: ik heb een heel goed jaar gehad.'' Hole-in-one De mooiste herinnering is de hole-in-one die Foeke in 2025 sloeg op Sluispolder. Het was zijn absolute hoogtepunt van die dag met verder vooral missers en net-niet-ballen. ,,Ik speelde echt slecht die dag. Dan ben je blij, dat alleen de beste zeven uitslagen tellen.'' Hoe het dit seizen zal verlopen? ,,We gaan het zien. Ik ben wel veel constanter dan pakweg halverwege 2025.'' De directe concurrenten kent hij ook: ,,Martijn Phaelig en Marijke Brouwers, Louis Westhof en wellicht Anton Kuintjes. Maar ik zie ook Henri van der Steen sterk terugkomen na zijn fysieke Leed. Hij heeft zeven sterren achter zijn naam staan. Dat zegt toch wel wat.''
Meld je nu aan voor het EMGJ Masters-evenement in Engeland! Het is een bijzondere kans om deel uit te maken van ons team van tien spelers. Daarnaast zijn er nog plekken beschikbaar voor tien extra deelnemers die lid zijn van de NVGJ. Voel je welkom en sluit je aan bij deze onvergetelijke ervaring!