Nederlandse Vereniging van Golfspelende Journalisten
Op Landgoed Bleijenbeek wordt er gestreden met onze oosterburen. Naast dat het een regulier event is voor de Order of Merit zullen tien spelers geselecteerd worden wiens score ook meegenomen wordt tegen tien speler van onze Duitse collega's, waardoor dit ook een interland is. uit de inschrijvingen wordt een team samengesteld dat het tegen de Duitsers opneemt, op basis van stableford. De overige deelnemers spelen gewoon hun eigen wedstrijd en (net als bij de deelnemers in de wedstrijd) telt de score mee voor de Order of Merit.
17.04.2026
Terwijl Madelon een heldhaftige poging deed de loodzware trofee boven haar hoofd te tillen, kon je de stem van Theo Reitsma bijna horen.
‘Dit is een goed stel hoor.’
Geen woord van gelogen. Goed, iets andere setting dan het Münchener Olympiastadion, iets minder uitstraling misschien en zéker minder publiciteit, maar een goed stel was het absoluut dat de NVGJ weer eens voorzag van een zeldzaam moment van triomf in de ontmoetingen met de Duitse vakbroeders.
Wat er deze zomer verder ook gebeurt, één overwinning op de Duitsers hebben we alvast kunnen vieren. En het was, zoals het hoort eigenlijk, een close call. Driekwart handicapverrekening laat toch altijd z’n sporen na, maar we sloegen ons daar uitstekend doorheen. Bij ’we’ moet ik altijd even denken aan de legendarische conversatie tussen Rinus Michels en Herman Kuiphof tijdens het WK van 1974, die geheel kenmerkend voor Michels kort en
bondig was.
‘Meneer Michels, op wat voor noppen spelen we vandaag?’
‘We? We? Hoezo we? Speelt u mee dan?’
Einde interview.
Maar in dit geval absoluut ‘we’, want dit was een prestatie van álle NVGJ’ers die zich de moeite hadden getroost eens af te reizen naar die verre provincie van Ron Buitenhuis. Die had zelf overigens ook nog zo’n vijf kwartier nodig om in Afferden te komen, betoogde hij. Kun je nagaan in welke uithoek we beland waren. De voertaal in de plaatselijke super van het nabijgelegen Siebengewald was zelfs Duits, wat toch wel een wat vreemde lading gaf aan
het begrip ’thuiswedstrijd’.
Maar goed, Landgoed Bleijenbeek zal voor altijd met gouden letters in de boeken van de NVGJ worden bijgeschreven, al hebben de Duitsers – zoals gebruikelijk – álles in het werk gesteld om die trofee toch weer mee te nemen. Ze vinden ’m foeilelijk, veel te zwaar, protserig, onhandig en te groot, maar ’m afstaan aan de Nederlanders, nee, dat doen ze toch niet graag.
Als waren ze de Mannschaft én Real Madrid in één, zo probeerden onze oosterburen toch nog de wedstrijdleiding te intimideren. Of we aan beide zijden alsjeblieft toch even het beste en het slechtste resultaat wilden schrappen, want zo hoorde dat toch? Ja, dat wil je wel wanneer je slechtste man slechts acht puntjes binnenbrengt. Dan ben je bij
de NVGJ doorgaans zelfs te slecht voor het Kostertje, en het was ergens nog wel te begrijpen dat de Duitsers dit resultaat graag wilden lozen. Helemaal omdat de oranje equipe een behoorlijk gelijkmatig gezelschap was met slechts één uitschieter aan de bovenzijde.
Kortom, het was een sluwe strategie om toch weer die foeilelijke, veel te zware, protserige, onhandige en te grote trofee mee terug te nemen naar Die Heimat. Gelukkig hield de wedstrijdleiding de poot stijf. Er werd helemaal niets geschrapt. Daardoor bleef het fraaie resultaat van Sonja keurig staan. Met driekwart verrekening is 30 punten een respectabele score. Die werd, opmerkelijk genoeg, uiteindelijk dus niet in gevaar gebracht door de tegenstander, maar wel door de baan. Want al na een paar holes was Sonja er he-le-maal klaar mee. De baan was nat, zompig en zwaar. ,,Er zit alleen maar modder aan die bal’’, verzuchtte Sonja, die het allemaal maar helemaal niks vond.
Allengs werd het gelukkig beter en werd Sonja ook weer Sonja: recht, steady en punten noteren. Zo ontpopte ze zich toch weer als de reddingsboei van Oranje. Achter Sonja werd er regelmatig gescoord, zonder echte uitschieters. Cara, Marijke, Henri, Harald, Hannie, Eric, Pamela, Friso en Pim brachten samen voldoende punten binnen om uiteindelijk het gezelschap van de DMGG net af te troeven: 253 punten om 249 punten. Het hoeft niet veel te zijn, als het maar genoeg is. Het zal niemand verbazen dat Sonja ook individueel de grootverdiener van de dag was. Liefst 36 punten telde ze na afloop – en dat uiteraard zónder die driekwart verrekening van de
interland. Ruim voldoende om in de B-categorie Harald Taylor en Phillip van Poecke voor te blijven.
In de A-categorie zorgde ondergetekende tot eigen verbazing voor de hoogste score van de dag. Niet spectaculair, maar 33 was net eentje meer dan Henri en twee meer dan Cara. De wonderen zijn de wereld nog niet uit. Dat resultaat leverde in ieder geval wel een nieuwsgierig appje op van vriend en collega Foeke Collet. Waar die onzekere gast van die shanks was gebleven? Dat heb ik mezelf ook regelmatig afgevraagd, maar vooralsnog werkt het foefje, het noodverbandje dat bij een oefensessie op Prise d’Eau werd ontdekt. Afkloppen en zegeningen tellen. Golf is opeens weer leuk, dat wel.
En eigenlijk had Sonja natuurlijk de auteur van dit verslagje moeten zijn, maar zij pakte het slim aan. De winnares van de dag vluchtte de volgende ochtend al meteen naar Rome en ontsnapte zo. ,,Geen tijd’’, verontschuldigde ze zich. De blik van wedstrijdleider René ging meteen naar de andere kant van de tafel. Tijd, tja, dat had ik eigenlijk ook niet met de deadline van een nieuw golfmagazine op minder dan 72 uur na Bleijenbeek. Vandaar dat dit
stukje – sorry Henri, geen 3000 woorden – iets later verschijnt. Excuses daarvoor. Ik beloof na Catharinenburg sneller te zijn… ;)