Nederlandse Vereniging van Golfspelende Journalisten
2 uur geleden
Verliezen is iets minder leuk dan winnen, maar erg is anders. Het grootste nadeel van verliezen in onze matchplay-competitie is de afspraak dat de verliezer het verslag schrijft. Dat is nog tot daar aan toe, maar de lezer verwacht dan ook een echt verslag. Geen gelul eromheen over de achtergronden van beide spelers, hun maatschappelijke positie en relevante opvattingen, geen woord uiteraard over de journalistiek, het onderwerp dat nergens zo angstvallig wordt vermeden als onder het in onze club verenigde golfspelende journaille. Nee, op deze plaats wordt de verliezer geacht uit de doeken te doen wanneer niet hij maar de ander het potje heeft gewonnen.
Als ik ergens een hekel aan heb is het dit golfersgelul achteraf.
Je kunt ze nochtans na afloop van onze wedstrijden met de neus aanwijzen, de leden die een kennelijk onweerstaanbare drift voelen om iedereen te laten weten hoe hun ronde is verlopen, hoe ze aan hun 26, 28, 32 of 35 punten zijn gekomen. ‘Ik lag met 2 voor de green en kwam er met een 6 af.’ ‘Ik sloeg een schitterende bal, maar kon ‘m nergens meer vinden.’ ‘Ik miste een puttje van 25 centimeter.’
Wie goed luistert – en ik luister al meer dan 30 jaar naar dit doorgaans klagerige gezemel – komt tot de slotsom dat het steeds weer een selectie is van de bekende factoren die onze spel nu eenmaal bepalen: verkeerde club, geen concentratie bij de afslag, een beetje pech, een beetje geluk, een bal in de bunker in een voetstap, een flight-genoot die hinderlijk in de weg staat of de vlag achter de hole legt of andere irritaties die worden opgewekt en zonder succes bestreden.
Wat mij betreft valt er niet zo veel te analyseren aan ons spel; we zijn gewoon niet goed genoeg voor een analyse. Ja, een ronde van Peter van Weel, die kun je analyseren. En dan hebben we nog twee of drie leden die single-handicapper zijn, maar die we tegelijk zo weinig zien dat er om díe reden nauwelijks een analyse van te maken valt.
Spelers met een handicap tussen 10 en 25 behoren tot de categorie die een beetje tot aardig kan golfen, maar die niet voor niets zelden of nooit een serie wedstrijdkaarten inleveren met een vrij identieke score. Het gaat op en af met ons, gemiddelde golfers. We zijn onderhevig aan weersomstandigheden, pijntjes hier of daar, een gunstige dan wel een ongunstige flight-indeling, geluk en pech, focus ook wel.
Hoe kwam derhalve de uitslag uit de kop van dit stukje tot stand? Heel eenvoudig. Elaine de Boer is nou net de uitzondering op elke hierboven geopperde regel. Elaine heeft geen last van welke factor dan ook. Ze gaat staan, concentreert zich en slaat het balletje dan 100 of meer meter verder, altijd even recht. Het verleidde me, wandelend over hole 12, te informeren of ze de rest van de week ook zo saai was. Nu was dit natuurlijk bekend: Elaine slaat altijd rechtdoor. Maar tijdens onze partij toverde ze ook nog een serie verrukkelijke approaches en putts uit haar stokken. Na afloop vertelde ze dat ze tijdens de partij haar stablefordpunten had bijgehouden; het waren er 38.
Stelde ik er gepruts tegenover? Nee, maar ik maakte enkele domme fouten, eentje kan ik wel vermelden omdat hier lering uit getrokken kan worden door sommige lezers. Mijn belangrijkste fout was dat ik van de verkeerde tee speelde. In een weer eens ondoorgrondelijke neiging het leven niet nog complexer te maken dan het al is, was ik op het idee gekomen van geel te spelen. Dat doe ik al twee jaar niet meer, vanwege fysieke beperkingen, bovendien bevalt me spelen van rood prima. Spelen van geel op de Hoge Kleij levert echter 25 slagen op, precies evenveel als Elaine er kreeg, spelend van rood. Dit had ik dus niet moeten doen, tenminste niet op de Hoge Kleij, waar het verschil in afstand tussen geel en rood extreem groot is, 50 meter, 60 meter, zelfs 94 meter op hole 15.
Het was niettemin een boeiende strijd met op de eerste 9 holes vrijwel allemaal halves. Daarna ontstond er een gaatje en was het na 17 holes voorbij. Elaine was de terechte winnaar, die ook nog eens uitstekend speelde. Als ze zo speelt in de finale…
De nazit was niet alleen reuze gemoedelijk en interessant, maar bleek bijna net zo lang te duren als de wedstrijd, want we hadden honger als een paard en genoeg te vertellen en te delen. Ik zal de lezer niet vermoeien met de gespreksonderwerpen, die we kunnen samenvatten als typisch links praatjes, verrijkt met lange episodes uit ons beider opwindende liefdesleven. Uiteraard bespraken we de literatuur en ook de ontwikkelingen in de wereld van de media. Maar dat is, zoals al gezegd, geen onderwerp voor de site van onze bloeiende vereniging.
Nadat we elkaar vorig jaar al mochten treffen in de finale op de PAN, reisden we dit keer af voor de halve finale in de verliezersronde naar de Zaanse. De dag begon van mijn kant al met een tegenvaller: een stroomstoring in mijn flatgebouw. Daardoor kon ik niet met de auto de garage uit.
Met nog het laatste restje van een driedaagse migraine in mijn hoofd en lijf begon ik aan de wedstrijd tegen Jeroen. Geen excuus hoor maar dat uit zich meestal in een paar holes waarin ik werkelijk geen idee meer heb hoe het golfen ook alweer moet. Aldus .... ik verloor de eerste twee holes. Tja… het was niet anders. We liepen vervolgens heel gezellig door de baan en gelukkig ging mijn spel hier en daar best wel weer aardig. De baan lag er prachtig bij, de temperatuur was misschien nét iets te enthousiast hoog, maar onze humeur(tjes) leden daar gelukkig helemaal niet onder. Maar op hole 17 stond ik weer twee down. Met nog twee holes te gaan kon Jeroen de wedstrijd eigenlijk niet meer verliezen. Op de 17de, een par 3, sloeg ik helaas mijn bal, met een hele mooie slag (dat dan weer wel) de bunker in, terwijl Jeroen net buiten de green lag. Dat moet lukken dacht ik... Misschien iets té vol vertrouwen… Maar de bal eindigde over de green tegen een boom. Daarmee kwam er toch een enigszins roemloos einde aan mijn gezellige golfmiddag. Gelukkig waren er toen de pilsjes en bitterballen! Jeroen, heel veel succes met je wedstrijd tegen Sonja!
Voorafgaand aan deze wedstrijd in de verliezersronde had ik mijn huiswerk gedaan, vond ik zelf. Ik had namelijk het wedstrijdverslag van Ronald Massaut over zijn partij tegen de mij onbekende Frank Huiges gelezen. Frank slaat heeeeeeeeel ver, maar niet altijd even recht. Dat had ik goed onthouden, dus toen bij het boeken op Het Rijk van Nijmegen de lus Groesbeek Zuid opdoemde, was ik daar niet ontevreden over. Voor wie het niet weet, het Rijk van Nijmegen beschikt over 5 lussen van 9 holes, waarvan Groesbeek Zuid verreweg de moeilijkste is, want relatief smal, lang en heuvelachtig. Mijn hoop was er op gevestigd dat door die lengte ook bij Frank de driver uit de tas zou komen. En dat zijn afslag dan niet altijd even recht zou zijn. Al bij de eerste hole bleek dat Frank andere ideeën had. Het is hier niet al te breed, hoorde ik hem hardop denken en hij pakte een houtje (of hybride) uit de tas. Om vervolgens de bal alsnog links de bomen in te slaan. Lang verhaal kort: tot en met de zesde hole hield ik hem bij, daarna was het met mij gedaan. Niet eens omdat Frank zo goed speelde (een ronde van 95 slagen is niet echt goed op zijn niveau), maar vooral omdat ik het zelf aardig af liet weten. Kernwoorden van de ronde waren ‘gezellig’ en ‘sociaal’, waarbij het sociale deel voornamelijk van mij afkomstig was. Speelde Frank zijn afslag naar links, dan deed ik dat ook. Ging zijn bal naar rechts, dan ging die van mij ook die kant op. Helaas deed ik dat niet met opzet, maar het voordeel is dat je wel gezellig doorpraten op weg naar de ballen. We spraken over van alles, onder andere over zijn honkbalverleden (vandaar die lengte) en zijn liefde voor windsurfen bij Hawaii en Kaapstad, waar hij drie maanden per jaar samen met zijn gezin de Nederlandse winter ontvlucht. Een van de voordelen van Kaapstad is dat je daar ook prachtige golfbanen hebt. Ook mooi is de Tafelberg, waarvan Frank een tatoeage op een van zijn armen heeft. Er viel me trouwens nog iets op. Zowel op onze foto, als die van Frank met Ronald (7&6), maakt hij met zijn hand het shaka-teken (niet te verwarren met tsjakka!). Een Hawaïaans handgebaar, dat veel gebruikt wordt onder surfers en zoiets betekent als “relax, alles komt goed.” Precies het gebaar dat ik na zo’n afdroogpartij wel kon gebruiken. Bedankt voor een fijne middag, Frank.
Onze verliezersronde-wedstrijd stond oorspronkelijk gepland op Noordwijk, maar vanwege de warmte werd uitgeweken naar De Hoge Dijk. Op de lus Bullewijk/Holendrecht ontspon zich een echte jojo-partij tussen Ruud Onstein en Peter Luijer, die pas op een beslissende extra hole werd beslecht.
Annette de Jong speelde op De Zaanse een matchplaywedstrijd tegen Jeroen van Leeuwen. Na drie dagen achter elkaar 18 holes bleek dat net iets te veel gevraagd. Een verslag van een zware, maar bijzonder gezellige golfdag.
In de kwartfinale van de Mr. Glow Matchplaycompetitie stond ik oog in oog met Peter van Weel, NVGJ's topgolfer met een handicap +0.5. Peter versus Peter dus. Spannend? Absoluut! Een verslag van een mooie strijd op Wilnis, met een prachtig tafereel bij de sprinkler.