Nederlandse Vereniging van Golfspelende Journalisten
23.08.2024
Onderstaande schrijven van Henri werd bij de redactie aangeleverd in reactie op het matchplayverslag dat Martijn schreef na afloop van diens match tegen Gerald. In dat verslag beschreef Martijn een situatie die Henri min of meer bekend voorkwam. Door een misverstand is het artikel van Henri nooit op de site verschenen, met excuses aan de schrijver bij deze alsnog.
Martijn wilde dus zo niet winnen. Iedereen zal de situatie herkennen of tenminste begrijpen. Nee, je wilt niet winnen door een stomme fout van je tegenstander. Niet in golf, tenminste, liever niet...
Omdat deze site er ook is voor divertissement en polemiek, draag ik graag twee anekdotes bij.
Wat er bij de match Martijn-Gerald gebeurde, deed me meteen denken aan een gelijkaardig voorval tijdens een matchplay-match van vorig jaar tegen René. Op een cruciaal moment, ik geloof dat het om hole 16 ging, lag mijn balletje ook op minder dan een meter van de hole. Die van René lag op de
rand van de green, een meter of 20 van de vlag. Het onvoorstelbare gebeurde: René maakte ‘m. En ik pakte m’n bal op, met het idee dat de hole verloren was. René: ‘Wat doe je nou?’ En nog moest hij uitleggen dat ik de hole nog kon halven… Totale paniek in mijn hoofd. Stotterend opperde ik: ‘Mag ik ‘m dan alsnog maken?’ René keek zoals Martijn dacht: tuurlijk, ‘want zo wil ik niet winnen.’ Maar voordat hij had kunnen zeggen dat het mocht, had ik al besloten: nee, ik heb een fout gemaakt, een fout is een fout, hole voor René. En een paar minuten later: match voor René.
Bovenstaande illustreert op de eerste plaats dat ik een man ben die traag is van begrip. Ik heb tijd nodig om dingen te doorzien. Soms veel tijd. Daar komt bij dat ik weinig assertief ben van nature en ook niet ad rem, gevat. Het is een van de redenen dat ik graag op onze app ‘NVGJ at WORK’ kijk. Daar kan ik smullen van de rappen van geest, een Rob Hoogland, een René Brouwer, een Helene Wiesenhaan, een Ruud van Breugel, een Pamela Sturhoofd, een Anton Kuijntjes! (Via onze app werd ik er door hen op geattendeerd dat Andy afgelopen zondag zijn laatste voetbalwedstrijd als radioverslaggever zou beleven. Niemand die toen al wist dat Andy later in de week de Slugger Award zou krijgen, die hem natuurlijk van harte is gegund).
Enfin, ik keek dus zondag tv en luisterde onderwijl naar zijn en Ragnars verslag van Spanje-Engeland. Na drie minuten kon iedereen zien dat het vermoedelijk een, laten we zeggen, moeizame affaire zou worden. Geen aanvalsopzet lukte, zelfs bij de besten sprongen de ballen van hun voet, volop nervositeit. Dat bleef zo, het was niet om aan te zien. Na een half uur kwam Andy daarom tot mijn stomme verbazing tussenbeide door te melden dat we naar ‘een leuke, spannende wedstrijd’ zaten te kijken… Was dit een gevalletje van professionele deconfiture, een aanwijzing dat ook Andy een man is met een wellicht op andere momenten optredende traagheid van begrip of zou er een geheime, misschien ‘journalistieke’ oorzaak zijn voor dit toch wel opmerkelijke stukje verslaggeving?) Zo zie je maar: ik ben meer van de gedachte achteraf dan van de eerste inval.
Maar nu die tweede anekdote, die te maken heeft met de eerste en ook met mijn talent om veel later dan anderen in de gaten te hebben waar het over gaat, meestal toch… Ik doe even verslag van een moment uit onze laatste Master, 6 november 2023, op het Rijk van Nunspeet. De eerste twee in de Order of Merit tegen elkaar: Van der Steen tegen Kuijntjes. De een is nog slechter dan de ander. Ik speel waardeloos, Anton ook. Naderhand, in zijn speech, zou hij zeggen dat er wel vijf afslagen van hem in het bos verdwenen. Dat klopte. De vijfde keer is op hole 9. Anton vindt zijn bal weer en slaat die terug de fairway op. Maar iets te hard. De bal rolt mijn richting op, over de fairway… in een kuiltje. Ik dacht meteen: dat kost hem een slag.
Hier moet ik even vermelden dat Anton me voor de match op het hart had gedrukt dat we mochten plaatsen, maar alleen op de fairway. Ik loop intussen verder, Anton komt aanlopen, ik draai me om en… zie Anton met de bal in z’n hand staan. ‘Ik heb ‘m opgepakt’, zegt hij, schijnbaar tot zijn eigen verwondering.
Wat nu? Ik loop naar hem toe en doe iets wat me nog altijd achtervolgt: ik zeg zoiets als ‘Het is goed, Anton, ik vind het toch al een rare regel, leg ‘m maar gewoon terug.’ En ik draai me om, richting m’n eigen bal. Wat er vervolgens gebeurt, tart m’n verbeelding, vooral achteraf: Anton geeft ‘m van pakweg 170 meter een hengst en… legt het balletje een meter van de pin. En vanaf dat moment is Anton los. Een paar uur later wordt hij gehuldigd als de nieuwe kampioen.
Pas veel later realiseerde ik me dat Anton die bal nooit vanuit dat kuiltje kon hebben geslagen. Ik heb het er met hem ook nooit meer over gehad. Het is goed mogelijk dat hij niet heeft gezien dat zijn bal aanvankelijk in een kuiltje lag, gedropt heeft en dat kuiltje heeft kunnen mijden.
Het verhaal is hier niet af.
Ver na de wedstrijd reed ik naar huis. Onderweg belde ik mijn geliefde, die me al langer kent. (Ik stuurde haar in 1966 een eerste liefdesbriefje; we zaten in dezelfde klas van de Mulo) Zij is wel snel van begrip, bovendien zeer ad rem en nuchter. Toen ik haar kont deed vroeg ze: ‘En Anton accepteerde jouw voorstel?’ Ik zei: ‘Ja.’ Ze zei: ‘Zou jij zo’n voorstel ook hebben geaccepteerd?’ Het was even stil. Ik schrok. Verrek. ‘Nee’, zei ik.
Hier ongeveer eindigt de anekdote. Maar voor mij was de affaire niet voorbij. De hele winter heb ik me afgevraagd waarom ik op dat ene moment (de finale van een serieuze wedstrijd) in hemelsnaam niet de tegenwoordigheid van geest heb gehad te denken: ja, Anton, je hebt zelf nog eens gewezen op de regel: niet oppakken buiten de fairway. Waarom heb ik toen niet in elk geval Anton zelf de oplossing laten verzorgen? Die vraag houdt me nog altijd bezig. Niet de vraag wat hij had kunnen of moeten doen. Het is geen vraag van ethiek. We profiteren allemaal weleens – niet bij golf, in het algemeen, bedoel ik - van een gelegenheid waar iemand anders iets niet ziet of weet, dat is de menselijke natuur.
Ik verwijt Anton niets, niets! Maar ik wilde natuurlijk weer ‘pleasen’ (en de conflictvermijder uithangen…) in plaats van Anton zelf te laten zeggen wat hem redelijk leek. Wat zou er dan zijn gebeurd…? Wat zou er trouwens zijn gebeurd als ik sneller had begrepen dat we allebei (hij als speler, ik als marker) goed beschouwd fraude hadden gepleegd? Dat laatste realiseerde ik me pas dagen later. Als ik deze kwestie aan de wedstrijdtafel bekend had gemaakt, was er mogelijk geen ander oordeel geweest dan dat we beiden waren gediskwalificeerd. En dan was Martijn kampioen geworden (en Marijke tweede).
Het WK voetbal 2026 is het podium waar ’s werelds besten samenkomen, waar intensiteit, druk en prestaties hun hoogtepunt bereiken. Elke pass, tackle en goal is afhankelijk van één essentiële basis: een speelveld dat alles aankan. Naarmate voetbal sneller en veeleisender wordt, is veerkracht uitgegroeid tot de bepalende eigenschap van topspeelvelden. Tijdens internationale toernooien levert Barenbrug keer op keer precies dat: grastechnologieën die sneller herstellen, sterker blijven en presteren onder druk. Veerkracht in actie: van innovatie tot het wereldpodium Met het oog op de volgende generatie toernooien is veerkracht belangrijker dan ooit. Een hoge wedstrijdintensiteit, wisselende klimaten en multifunctioneel gebruik van stadions vragen om gras dat niet alleen overleeft, maar actief herstelt en blijft presteren. Dat is waar Resilient Blue® grastechnologie het verschil maakt. Tijdens het WK voetbal 2026 worden o.a. in Toronto wedstrijden gespeeld op velden waarin essentiële componenten van deze geavanceerde technologie zijn verwerkt. Resilient Blue® is ontworpen voor uitzonderlijke slijtvastheid en veerkrachtige prestaties en vertegenwoordigt de volgende stap in natuurlijke grasinnovatie. In combinatie met de HGT®‑grastechnologie (exclusief voor de VS) laat Resilient Blue® zien hoe Barenbrug innovatie nu al de toekomst van het voetbal vormgeeft, en ervoor zorgt dat het speelveld, zelfs onder extreme belasting, consistent blijft en er visueel perfect bij ligt. Resilient Blue® bestaat uit grassen die uitblinken in veerkracht. Speciaal ontwikkelde resilient Kentucky bluegrass (veerkrachtige veldbeemd) planten vormen het fundament. De Resilient Blue® graszaden zijn behandeld met Yellow Jacket Water Manager. De unieke Yellow Jacket Water Manager zaadbehandeling zorgt voor een optimale vochthuishouding rondom het zaadje, zodat graszaden succesvol kiemen en jonge kwetsbare planten zich stressvrij ontwikkelen tot een gezonde vitale grasmat. Zo vormt de Resilient Blue® technologie een veerkrachtig fundament en is de grasmat voorbereid voor extremen in de toekomst! Een erfenis van prestaties onder druk Barenbrug ondersteunt al jarenlang met trots de grootste voetbaltoernooien ter wereld met innovatieve grasoplossingen die presteren wanneer het er echt toe doet. Tijdens het WK 2010 in Zuid‑Afrika werd de SOS®‑grastechnologie ingezet om speelvelden op het laatste moment te herstellen, met een uitstekende bespeelbaarheid ondanks de uitdagende omstandigheden. De RPR®‑grastechnologie zorgde vervolgens voor sterke en betrouwbare velden tijdens het EK 2012 in Polen en Oekraïne, het WK 2014 in Brazilië, het EK 2016 in Frankrijk, het WK 2018 in Rusland en het EK 2024 in Duitsland. Keer op keer hebben de innovatieve technologieën van Barenbrug bewezen dat zij uiteenlopende klimatologische uitdagingen aankunnen, en zelfs overtreffen. Engels raaigras met horizontale uitlopers dat ijzersterk en zelfherstellend is, dat is RPR®. De horizontale uitlopers worden ook wel determinate stolons genoemd. Dit mengsel is het eerste Engels raaigras met dit bijzondere eigenschap. RPR® is geschikt voor de meest extreme betreding en behoudt dan toch zijn sterkte en goede looks. Het heeft een hoge betredingstolerantie en is daarmee uitermate goed geschikt voor sportdoeleinden. Klaar voor de toekomst van voetbal Terwijl het voetbal zijn grenzen blijft verleggen, moeten ook de speelvelden mee evolueren. Door voortdurende investeringen in onderzoek en innovatie blijft Barenbrug vooroplopen in de ontwikkeling van grastechnologieën die inspelen op de eisen van toekomstige toernooien. Van trainingsvelden tot iconische stadions: de oplossingen van Barenbrug helpen een nieuwe standaard te zetten, waarin veerkracht geen voordeel meer is, maar een absolute noodzaak. Passie voor perfectie Achter elk onvergetelijk WK‑moment ligt een veld dat foutloos presteert. De toewijding van Barenbrug aan kwaliteit, innovatie en veerkracht stelt spelers in staat zich te focussen op wat écht telt: het spel. Terwijl de wereld toekijkt, is Barenbrug er, en ondersteunt de wedstrijd vanaf de basis.
Als je opzoekt wat een bunker is, krijg je de volgende definitie: "Een golfbunker is een uitgegraven hindernis op de golfbaan die is gevuld met zand. Het doel van de bunker is om het spel te bemoeilijken." En dat is vandaag behoorlijk goed gelukt. Normaal is mijn handicap 14,2, maar vandaag was het zand mijn grootste tegenstander. Wat ik ook probeerde, de bal bleef maar in de bunker liggen. En als je dan tegen Henri speelt, die altijd netjes het midden van de fairway weet te vinden, maak je het jezelf wel erg lastig. Op hole 1 had ik een ouderwetse shank en na vier holes stond Henri al 4 up. Gelukkig heb ik het nog een beetje kunnen rekken tot hole 16, maar toen was het toch echt gedaan. Henri was vandaag simpelweg te steady en mijn spel was gewoon niet goed genoeg. Ik mag de komende maanden nog even genieten van de Joop van der Flier-Wisseltrofee, die sinds vorig jaar in mijn huiskamer pronkt, maar het verdedigen van de titel is helaas niet gelukt.
De ultrakorte samenvatting: de verliezer stond 3 up na 9, de winnaar, Christel Witteveen, hoefde na de zeventiende hole met 3&1 haar best niet meer te doen op de achttiende. Een nadere analyse leerde dat de verliezer 21 punten had na 9 holes en nog maar 9 stablefordjes kon bijschrijven op de tweede lus. Daar zal een causaal verband in gevonden kunnen worden. Bovendien speelde Christel het tweede deel zo solide als een bakstenen muur, niettemin soepel swingend, met ferme afslagen en overtuigende approaches, overduidelijk met groeiend geloof.
Op de laatst mogelijke dag voor onze 1e ronde matchplay hebben Henri en ik onze strijd geleverd. En omdat ik het verslag schrijf, weet u dat ik verloren heb. Dat had best wat voeten in de aarde: Henri heeft afgelopen maanden nogal wat fysieke malheur gehad, waaronder twee operaties waar je niet 1, 2, 3 van herstelt. Zijn arts had hem zelfs verboden eerder de golfclubs ter hand te nemen. En op de dag zelf stond ik op de Kroonprins in Vianen, terwijl Henri onderweg was naar de door hem geboekte baan de Utrechtse in Nieuwegein. Maar gelukkig waren we op tijd samen op hole 1. Ook niet onbelangrijk: onze start viel samen met de periode van ongekend warm en droog weer na enkele dagen regenbuien. Goeie timing heet dat. In de eerste lus wist ik, met 11 slagen in het voordeel, diverse malen op 1 up te komen en pas op hole 9 stond ik één puntje achter. En waar ik verwacht had vooral door het putten het lastig te zullen krijgen, was het vooral de lengte van slagen (we speelden van rood) die mij de das om deden. Henri had natuurlijk enkele maanden niet gespeeld maar kwam in de 2e lus goed op stoom. Daar kon een mazzel birdie van mij (voor de kenners: op hole 13) niets aan helpen. Onderweg en na afloop (bij en heerlijk hapje) hebben we o.a. de toenemende commercie in de sport gesproken (Henri: "het huis van de caddie van Jon Rahm staat te koop voor 14 miljoen dollar!"). Ook de LIV toestand en de 'fuzz' rond de huidige WK voetbal met toegangsprijzen van 700$ kwam aan de orde, alsook de cameravoering in het huidige voetbal. Allemaal zaken waar ikzelf geen verstand van heb, al ben ik natuurlijk stiekem wel iemand die die grenzen tussen journalistiek en commercie heeft opgezocht. Dat mocht de pret niet drukken (het was werkelijk een heerlijke ronde). De liefde voor de sport blijkt dan wel weer uit het verlangen na afloop de 2e helft van het promotie/degradatie-duel Willem II – Volendam te gaan bekijken. Jammer voor de Brabanders (2-1 verloren). Duimen voor zaterdag Henri! En succes in de volgende ronde.
Het Nederlands Golfmuseum in Bleijenbeek bestaat tien jaar. Om dit te vieren wordt er op 28 mei een boek gepresenteerd. Het bestuur van het museum nodigt u van harte uit om hierbij aanwezig te zijn. Ze stuurden het volgende persbericht. Tien jaar geleden, om precies te zijn op 22 april 2016, opende het Nederlands Golfmuseum haar deuren. Tien jaar alweer, wat vliegt de tijd en wat is er in die tijd veel gebeurd. Aanleiding was het eerder in paviljoen Bleijenbeek gehouden symposium “De bakermat van golf”, waar Prof. Dr. Heiner Gillmeister uit Duitsland en de Nederlandse golfhistoricus Robin Bargmann over dit onderwerp discussieerden. Natuurlijk bleef de vraag waar deze bakermat zich bevindt onbeantwoord, maar het symposium was wel de directe aanleiding tot het ontstaan van het golfmuseum. Het Nederlands Golfmuseum werd geopend door “Mister Golf” Robbie van Erven Dorens en de bekende Nederlandse golfpro Jan Dorrestein. Op een zonovergoten dag werden de aanwezigen met koetsen en oldtimers naar de Par 3/4 baan van Landgoed Bleijenbeek gebracht, waar men een indrukwekkende demonstratie kreeg van het hickory golf van begin vorige eeuw. Ter ere van het 10-jarig jubileum heeft het bestuur van het Nederlands Golfmuseum een boek uitgebracht waarin de verschillende fases van de ontwikkeling van het golfmuseum worden weergegeven en waarin de tien aanvangsjaren worden beschreven. Niet alleen in tekst, maar rijkelijk gevuld met foto’s die bij velen ongetwijfeld herinneringen oproepen. Het bestuur nodigt u van harte uit voor de feestelijke presentatie van dit eerste jubileumboek. De presentatie vindt plaats in een van de vergaderzalen van Paviljoen Bleijenbeek in Afferden Noord-Limburg, waar ook het Nederlands Golfmuseum is gehuisvest. Wij zouden het bijzonder op prijs stellen u te mogen begroeten. Het programma ziet er als volgt uit: 14.30 uur Ontvangst 15.00 uur Opening door John Ott, voorzitter Nederlands Golfmuseum 15.30 uur Toelichting jubileumboek door de auteur Ferd Vrijmoed 15.50 uur Signering en uitreiking eerste exemplaar aan Dirk-Jan Vink 15.55 uur Dirk-Jan Vink, eigenaar Golfbaan Landgoed Bleijenbeek 16.05 uur Slotwoord door John Ott 16.15 uur Borrel en uitreiking boeken 17.30 uur Einde bijeenkomst Aanmelding We vernemen graag of u op deze dag aanwezig zult zijn. Aan- en afmelding graag per e-mail aan jfott@planet.nl
Ja, als René Brouwer dit stukje had mogen schrijven na zijn 2&1 overwinning op ondergetekende Friso Leunge, was de kop natuurlijk ‘Zege op Zeegersloot’ geweest. Maar omdat iemand bij de NVGJ het ooit wel een leuk idee heeft gevonden om de verliezer een stukje te laten schrijven, is dit de kop geworden. Om met wat positieve zaken te beginnen: wegens groot onderhoud van de Goyer waren René en ik uitgeweken naar zijn homecourse: Zeegersloot.