Nederlandse Vereniging van Golfspelende Journalisten
28.08.2023
Ter ere van onze president
Bij het sterven is een mens klein. Hij/zij gaat over naar het hiernamaals. Charles A. Taylor heeft ons verlaten. Hij is hemelen. Onze eerste, en langst zittende president had het ons zelf aangekondigd, want uitbehandeld ziek. “Ik neem het zoals het is”, zei hij. En toch kwam zijn overlijden als een shock. God hebbe zijn ziel, maar godverdegodver…. waarom in vredesnaam? Omdat-ie tegen de tachtig liep? Hij speelde nog altijd een lekkere partij golf in ons gezelschap en hij had bij elke formele en informele bijeenkomst bij de door hem uit de wieg geleide NVGJ een goed woordje voor iedereen – kritisch wel, maar altijd in positieve zin.
Een I.M. van de hand van Leo van de Ruit.
Charles A. Taylor is niet meer. Wij zullen hem missen. Ik helemaal, want ik kende hem al lang voor de NVGJ (28 maart 1994) is opgericht. Wij waren allebei een poos verslaggever in de wielersport, en dat wereldje schept een band. Sindsdien knuffelen wij bij elke ontmoeting wij met een kus op de wang.
Eind jaren zeventig werd Charles al snel Chef Telesport, wat hij 27 jaar is gebleven, en hij is vanuit die verantwoordelijke positie van onschatbare waarde geworden voor het Nederlandse Golf (en in het verlengde daarvan voor de Nederlandse Vereniging van Golfspelende Journalisten).
Onschatbare waarde, inderdaad ja! Door middel van publiciteit in de grootste krant van Nederland, en wat later ook via vele andere media, heeft Charles enorm bijgedragen aan de groei van het Nederlandse golf van pakweg enkele tienduizenden in 1980 naar de 440.000 anno nu. Hoe dan? Simpel: Robbie van Erven Dorens was begin tachtiger jaren organisator van het Dutch Open en wist KLM te strikken als hoofdsponsor. De promotor – later tot Mister Golf verheven – stelde ook vast dat er in de media bitter weinig werd geschreven over golf. Praktisch niets. Destijds speelde hij een-tweetjes met de Telegraaf. De grootste krant van Nederland nam, na afspraken met Chef Telesport Charles wel eens golf in de kolommen op. Berichten die door Robbie waren geschreven.
Van Erven Dorens stimuleerde destijds veel mensen, ook journalisten onder wie Charles, om zelf golf te gaan spelen. Charles raakte enthousiast en werd steeds enthousiaster, zodanig dat hij steeds meer werk ging maken van golf. In de journalistiek en in het verlengde ervan. Golf moest het worden, golf moest het zijn, golf moest gepromoot en golf moest groot. Charles droeg zeer actief enorm bij aan de popularisering van golf in Nederland.
Van elite naar volk. En dat is gelukt. Met publicaties in de Telegraaf maar ook daarbuiten, zelfs bij de concurrentie van de krant. In zijn ‘samenzwering’ met Robbie van ED stelde Charles dat het goed zou zijn journalisten uit te nodigen voor evenementen en ze ook golf te laten spelen. Een ei van Columbus.
Toen dat een beetje liep, die golfdagen waarvoor altijd wel een sponsor werd gevonden, rees de vraag bij Robbie en Charles: “Zou het zinvol zijn een vereniging van golfpers op te richten?” Zij wisten het niet, maar kregen een lumineus idee. “We nodigen persmensen uit voor een paar dagen golf in Frankrijk en als er veel meedoen, richten we de NVGJ op. En jij, Charles zult de voorzitter zijn en zoek daar maar een secretaris en een penningmeester bij.”
Zo is het gekomen. Ik was er bij in Hardelot, werd gelijk gebombardeerd tot secretaris en Ruud Onstein (golfreporter Langs de Lijn, ook bankman ABN AMRO) tot penningmeester. Het begon met 22 m/v en de NVGJ staat als een huis met 100+ leden. Het drietand-bestuur ‘regeerde’ 13 jaar. De NVGJ droeg golf uit en speelde golf. Charles initieerde uitwisseling met buurlanden (Duitsland, België, Frankrijk) en het European Masters for Golf Playing Journalists (EMGJ), dat nog steeds bestaat in een tweejaarlijkse cyclus en keurde de Nations Cup goed. Grote successen.
Een enome bijdrage aan de popularisering van golf was het Telegraaf-Dunhill-toernooi. Elk jaar voorronden overal in het land voor iedereen die maar wilde, halve finales op prachtige banen en de finale op St. Andrews Old Course. Duizenden ‘gewone’ golfers deden er jaren aan mee, de uitblinkers speelden de finale in het heiligdom van golf. Het Telegraaf-Dunhill heeft lang bestaan, Charles was altijd een stimulator van dit unieke toernooi en superviseerde jaarlijks de finale. In 2006 werd hij onderscheiden met de Award van de Nederlandse Vereniging van Golfbaan Exploitanten (NVG).
Een koninklijke onderscheiding viel hem ten deel bij zijn afscheid van Telesport, waar hij ontiegelijk veel journalistiek werk verrichtte buiten zijn geliefde golfsport om. Dat lintje deed hem minder dan de titel ‘Erelid met Gouden Speld” van onze NVGJ.
R.I.P.
Leo van de Ruit, secretaris van het eerste uur.
Terugblik op de prachtige Redexim Nations Cup op Texel van vorig jaar oktober.
Het woord ‘ontspullen’ is voor mij nu al het woord van het jaar. Een woord overigens dat meneer van Dale nog maar sinds kort erkent. De hoeder van onze moedertaal is wat behoudend zullen we maar zeggen. Erger is dat mijn automatische spellingscontroleur het woord niet herkent en mij steeds wenst te corrigeren met het woord ‘onthullen’. Tijd om het emotieloze tech-wonder, onze nieuwste pennenvriend ChatGPT te hulp te roepen. ‘Het’ geeft in een mum van tijd een uitvoerig antwoord. Het dichtst bij ‘ontspullen’ komt het begrip ‘bewust wegdoen van overbodige zaken om zo meer rust, ruimte en overzicht in je hoofd te creëren.’ Of zoals een erkend minimalismespecialist (die bestaan echt) mij tracht te inspireren: ‘je leven simpeler maken en je focus verleggen naar wat écht belangrijk is’. Het lijkt verdomme wel golf. Maar de harde kernaspecten van het woord bevatten nog meer. Ontspullen is ook een actieve manier om de geest te verlichten met mentale rust als doel. Niet klakkeloos opruimen dus, maar dat doen op basis van de vraag ‘of die spullen je nog vreugde brengen’. Mooi hè? Een aanstaande verhuizing - wij gaan kleiner wonen en gelijkvloers, want dat móet als je ouder wordt - dwingt me tot die ultieme gelukstest. Terwijl ik hardnekkig probeer ‘The Old Man Out’ te houden, staar ik naar een breed scala aan verwaarloosde objecten en stel mezelf de vraag: ‘ben ik hier überhaupt ooit blij van geweest?’ Maar ook de keuze die ik mijzelf opleg bemoeilijkt het vreugde-proces: wordt het een hiernietsmaals of een tweede kans? De Milieustraat of de Kringloop? Of toch nog maar even bewaren? Onder het motto ‘bijna alles moet weg’ duiken ook enkele ontspulkandidaten uit NVGJ-hoek op. Ooit als prijs (of als vriend) verworven. Zoals twee romans van René Brouwer en diens pseudo Renee van Amstel, ‘De vrouw van de ambassadeur’ en ‘Het spel van Floor’ (nb: het laatste boek is beter dan de film), waar de erotiek van de omslagen afdruipt. In schrille tegenstelling tot de gebronsde kop van Rob, ‘in chamois-tint’, op de cover van 'De Grote Hoogland’. Ze zijn slecht vergelijkbaar met het succesvolle ‘Complete Margriet Kookboek’ (vijfhonderdste druk schat ik in) van Sonja van de Rhoer of het 'NVGJ’- verzamelwerk van Hans Terol met een sierlijke poze van Willem van DEN Elskamp tegen een regenboog, van mijzelf, op de voorplaat. Van de meer tastbare ontspulattributen heeft ‘Bartje’, ooit de Drenthe-trofee, een eerdere schifting niet overleefd. De handige Action- snijplank (met keuzes voor de te bewerken producten) zal ook in onze nieuwe behuizing wel een rol blijven vervullen. Blijven over de eerste prijs van de ‘NGF-Journalistendag 2010’, een inmiddels totaal verweerde verzilverde schaal, en maar liefst twee ‘Poppe-cups’. Als ode en herinnering aan Poppe de Boer en diens nimmer aflatende strijd om het NVGJ-logo - en vooral zijn gemopper daarover - zullen de eigenhandig door hem gedecoreerde bokalen binnenkort worden geplaatst in de NVGJ-relikwieënkast op onze home course. De tienduizend (en meer) digitale foto’s van ‘de-NVGJ-door-de-jaren-heen’, toen alles (nog) beter was, onttrek ik aan het ontspulproces. Die gigabytes nemen immers weinig ruimte in en scheppen bij het weerzien ervan nog steeds vreugde in het leven.
Ik zit op de rand van het bed in onze hotelkamer in Denia en denk: dat scheelde niet veel; kantje boord. Het is de schaduwzijde van goede voornemens. Behalve wekelijks twee keer golftraining is dat afvallen, fitter worden, flexibiliteit en meer rotatie in het bovenlichaam als ook meer spierkracht in de benen. Naar de sportschool, dus. Mijn valkuil: meer doen dan slim of dan nodig is. Vooral té snel, té veel willen. Meteen vier keer per week aan de gewichten hangen is niet zo handig als je pakweg tien-vijftien jaar geleden voor het laatst een sportschool van binnen hebt gezien. Na twee weken in de gym kan ik nog geen kopje meer optillen. Op de golfbaan geweest; kan geen bal slaan zonder stekende pijn. En over vier-vijf weken is de Surprisereis naar Denia/ La Sella. Ga ik dat wel halen? Reddingsboei bij fysieke malheur is al 30 jaar mijn bevriende fysiotherapeut, George Owens. Hij heeft mij begeleid gedurende drie knieoperaties en over drie decennia bij verschillende squash-, ski- en later golfblessures. Laat ik het kleinere werk hier verder onbenoemd. Overbelast George kent mijn gemankeerde lichaam als geen ander, maar dit was toch weer nieuw voor hem. ,,Overbelasting. Het is de onderliggende spiergroep van de triceps van je rechterarm, maar ook de aanhechting van de spieren vanaf de elleboog en de schouder. Hoe krijg je dat nu weer voor elkaar?'' Nou ja, 'goede voornemens', leg ik uit. ,,Hoe oud ben je'', vraagt George hoofdschuddend. Hé vriend, jij vond het ook een goed idee dat ik deze winter naar de sportschool zou gaan, probeer ik steun te vinden. ,,Ja, maar niet meteen vier keer per week en ook niet meteen een volledige workout.'' Ik knik berustend. De voorafgaande dagen aan de golftrip van de NVGJ blijven spannend, maar George lapt mij toch weer op. In de tussentijd heb ik wel een conditie- en benenprogramma gedaan, dat wel. Motoriek De actuele stand van zaken rond mijn goede voornemen: In plaats van afvallen ben ik aangekomen, zoals meestal in november-december. Ik heb ook nog steeds de motoriek van een hoogbejaaarde en zie maar weinig vooruitgang. Het is een hele opgave, drie-vier keer per week naar de sportschool. Natuurlijk met de luxe van gratis parkeren voor de deur. Dat wel, maar het zit nog niet in mijn systeem. De golfbaan heb ik na de seizoensafsluiting amper meer gezien. Appje van mijn pro, Ed Vander: ,,Hé Ronald, ik zie dat je trainingen hebt ingeboekt. Maar dat kan helemaal niet, want ik ben op vakantie. Laten we in het nieuwe jaar maar een programmaatje maken.'' Pfffff... de eerste wedstrijd van 2026 is al half maart. Wat kun je repareren in slechts twaalf weken? Het schiet allemaal niet op met die goede voornemens. Het dreigt - wel héél vertrouwd - weer opnieuw 'overwinteren' te worden. Ook fijn, toch? Aanvullende goede voornemens: Laat het glas altijd halfvol zijn; mínimaal halfvol en geniet van het leven!
Die Mr Glow Matchplay komptisie 2026 zal sal ook hierdie keer afgeskop word met 'n toernooi op die Devonvale Buite Klub in Stellenbosch, Suid-Africa. Dis 'n uitdagende baan waar jy met moeilyke bofhoue konfronteer word. Die skoonveld kan op sekere plekke nogal smal wees en as die wind boonop opsteek, kan dinge baie interessant raak. Die wedstryd zal op 27 Februarie gespeel word over 18 gaatjies onder lekker sonskijn en snelle setperke. Die NVGJ-speelseisoen sal geopen word met die afslaan van die klub se twee veterane, Ruud Onstein en Ruud Taal. Jij kan jou aanmeld en die inskrijving is oop vir alle NVGJ-lede. Sonja van de Rhoer en Louis Westhof is al op die lijs met name van deelnemers. Versprei die woord!
Onze voorzitter en hoofdredacteur van Golfers Magazine, Martijn Paehlig, pakt royaal uit in 'zijn' tijdschrift, met maar liefst zes zeer lezenswaardige pagina's over de Nations Cup, onlangs gespeeld op onze thuisbaan De Texelse. Het team van de NVGJ overtrof daar zichzelf en werd derde. Het is een sfeerbeeld en wedstrijdverslag in één, met mooie foto's van (ook al) 'onze' Roland Reinders en Peter van Weel. Alle spelers en natuurlijk de toernooidirecteur Cara krijgen aandacht. In hetzelfde nummer overigens een indrukwekkend verhaal van Pamela, over United Golf, dat Oekraïense oorlogsveteranen helpt om via golf hun leven weer op de rit te krijgen. Schril contrast: waar Anton Kuijntjes tijdens de nations cup grappend zegt: 'Ik geef mijn linkerbeen voor zijn balcontact', over een Oostenrijkse tegenstander (met hdc 14 een typische U-boot), citeert Pamela in Oekraïne: 'Jij hebt nog twee benen, dus jij mag wel wat extra werk verzetten.' Uiteraard staat er ook weer een column van Rob Hoogland in het blad. Nu thuis op de mat of in de winkel verkrijgbaar.