Nederlandse Vereniging van Golfspelende Journalisten
04.01.2021
We hebben nog een paar maanden voor het World Handicap Systeem je handicap bepaalt, maar vanaf nu kunnen we wel zien wat onze handicap zou zijn als we vandaag afscheid nemen van het EGA systeem. Menig ego loopt een gevoelige tik op blijkt uit een eerste voorzichtige rondgang onder spelers van diverse handicapniveaus.
‘Hoezo gaat dat discussie worden? Het is toch gewoon wat het is en niet de schuld van de NGF? Dat snapt toch zelfs een complotwappie?’, zei collega F koeltjes toen de nieuwe handicaps ter sprake kwamen. Of was het ‘playing cool’? Zelf stijgt hij bij de invoering van het nieuwe systeem immers bijna een vol punt. En dat niet alleen; hij neemt ook nog eens afscheid van zijn zwaarbevochten staat als single handicapper. Dat moet pijn doen. Maar nee, hij meende het. ‘Ach, we zaten in Nederland met onze handicap relatief gezien toch te laag en misschien ben ik gewoon te pragmatisch’.
Het kan, ik gun hem het voordeel van de twijfel, maar reken maar dat veel spelers dezer dagen met een gebutste golfziel rondlopen. Het gros van de golfers niet, die vinden hun handicap 54 wel prima en zijn nog altijd niet te verleiden om hier iets aan te doen, maar er zijn ook heel veel spelers voor wie de handicap veel meer is dan een getal in de hoek van hun NGF-pas.
Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen dus maar.
Toen ik in 2011 tegen het eind van het jaar voor het eerst door de grens van de ‘dubbele cijfers zakte, ‘mocht’ ik van mezelf nog twee qualifying rondes spelen om mezelf de kans om in elk geval één keer een pasje met een single handicap in mijn portemonnee te hebben niet te ontzeggen. Met drie slechte rondes zou ik weer bóven de tien zitten, en zou 9,7 niet heel cool staan? Het werd uiteindelijk – omdat ik in november en december nog slechts één score inleverde… daar is die eerste steen – 9.8, en ondanks de onvermijdelijke stijging naar een handicap ergens in de elf in de jaren die volgden, zat het pasje dat ik begin 2012 ontving nog jaren als een soort badge of honour ergens in mijn portemonnee.
De handicap is een afspiegeling van het niveau dat je potentieel kan spelen, niet meer niet minder, maar of het nu een single handicap betreft of een ander getal, al teveel stijgen vindt (bijna) niemand leuk. Is het anders te verklaren dat zoveel spelers zo weinig kaarten inleveren? Hoewel ronde na ronde nauwelijks meer dan 20 á 25 punten bijeen worden gespeeld, belanden de kaarten nooit in de bak van de handicapcommissie. Op papier is stilstand in golf immers geen achteruitgang. Ook voor die weinig inleverende spelers is er bij de overgang van EGA naar WHS echter geen houden aan. Natuurlijk, je kan nog altijd heel selectief je kaarten inleveren, maar nu, straks, bij de eerste herziening, zullen de eerste druiven voor velen zuur zijn en wie nauwelijks een kaart inlevert krijgt daar uiteindelijk óók de rekening voor gepresenteerd.
Maar eerst dus nog die eerste blik op wat je WHS-handicap zou zijn als deze vandaag actief zou worden. Pas op 1 maart wordt dát je handicap, maar nu al kan je zien hoeveel hoger of lager je uitkomt.
Hoewel de verwachting was dat niet veel spelers zouden stijgen, lijkt dat nu toch anders uit te pakken. De eerder genoemde voorzichtige rondgang leert dat behoorlijk wat spelers drie punten stijgen, heel veel spelers zeker één punt omhoog gaan, en slechts een beperkt aantal spelers dalen. Door de bank genomen worden hele lage handicappers en plushandicappers allemaal (nog) betere golfers en zit nagenoeg iedereen die een handicap boven de 2 heeft, daar straks nog wat verder boven. Zo hoorden we van een speler met +4 die nu +7 heeft (beter dan Sergio Garcia ooit had…) maar een vriend met handicap 4.3 speelt ineens vanaf 5.1, de collega met handicap 9.9 zien we terug op 10.4, terwijl behoorlijk wat vrienden en kennissen die zich ophielden in de regio veertien tot en met achttien er zomaar drie of meer punten bij krijgen. Soms tot genoegen (‘lekker, meer slagen mee!’) vaker tot ongenoegen.
Daar sta je dan straks, als het seizoen weer begint. ‘Moet’ je ineens aantreden in de B-categorie terwijl je jaren in ‘A’ speelde. Moet je op de club in de maandbeker in de Stableford-categorie spelen in plaats van Strokeplay. En krijg je als bogeygolfer op een handvol holes ineens twee slagen mee. Dat die nieuwe handicap in theorie een betere afspiegeling is van je spelniveau, dat je daardoor reëlere scores krijgt, dat je daardoor vaker ook daadwerkelijk je handicap spéélt, het zal voor velen voelen als een doekje voor het bloeden. Dat hogere cijfer op dat pasje… dáár gaat het om.
Het woord ‘ontspullen’ is voor mij nu al het woord van het jaar. Een woord overigens dat meneer van Dale nog maar sinds kort erkent. De hoeder van onze moedertaal is wat behoudend zullen we maar zeggen. Erger is dat mijn automatische spellingscontroleur het woord niet herkent en mij steeds wenst te corrigeren met het woord ‘onthullen’. Tijd om het emotieloze tech-wonder, onze nieuwste pennenvriend ChatGPT te hulp te roepen. ‘Het’ geeft in een mum van tijd een uitvoerig antwoord. Het dichtst bij ‘ontspullen’ komt het begrip ‘bewust wegdoen van overbodige zaken om zo meer rust, ruimte en overzicht in je hoofd te creëren.’ Of zoals een erkend minimalismespecialist (die bestaan echt) mij tracht te inspireren: ‘je leven simpeler maken en je focus verleggen naar wat écht belangrijk is’. Het lijkt verdomme wel golf. Maar de harde kernaspecten van het woord bevatten nog meer. Ontspullen is ook een actieve manier om de geest te verlichten met mentale rust als doel. Niet klakkeloos opruimen dus, maar dat doen op basis van de vraag ‘of die spullen je nog vreugde brengen’. Mooi hè? Een aanstaande verhuizing - wij gaan kleiner wonen en gelijkvloers, want dat móet als je ouder wordt - dwingt me tot die ultieme gelukstest. Terwijl ik hardnekkig probeer ‘The Old Man Out’ te houden, staar ik naar een breed scala aan verwaarloosde objecten en stel mezelf de vraag: ‘ben ik hier überhaupt ooit blij van geweest?’ Maar ook de keuze die ik mijzelf opleg bemoeilijkt het vreugde-proces: wordt het een hiernietsmaals of een tweede kans? De Milieustraat of de Kringloop? Of toch nog maar even bewaren? Onder het motto ‘bijna alles moet weg’ duiken ook enkele ontspulkandidaten uit NVGJ-hoek op. Ooit als prijs (of als vriend) verworven. Zoals twee romans van René Brouwer en diens pseudo Renee van Amstel, ‘De vrouw van de ambassadeur’ en ‘Het spel van Floor’ (nb: het laatste boek is beter dan de film), waar de erotiek van de omslagen afdruipt. In schrille tegenstelling tot de gebronsde kop van Rob, ‘in chamois-tint’, op de cover van 'De Grote Hoogland’. Ze zijn slecht vergelijkbaar met het succesvolle ‘Complete Margriet Kookboek’ (vijfhonderdste druk schat ik in) van Sonja van de Rhoer of het 'NVGJ’- verzamelwerk van Hans Terol met een sierlijke poze van Willem van DEN Elskamp tegen een regenboog, van mijzelf, op de voorplaat. Van de meer tastbare ontspulattributen heeft ‘Bartje’, ooit de Drenthe-trofee, een eerdere schifting niet overleefd. De handige Action- snijplank (met keuzes voor de te bewerken producten) zal ook in onze nieuwe behuizing wel een rol blijven vervullen. Blijven over de eerste prijs van de ‘NGF-Journalistendag 2010’, een inmiddels totaal verweerde verzilverde schaal, en maar liefst twee ‘Poppe-cups’. Als ode en herinnering aan Poppe de Boer en diens nimmer aflatende strijd om het NVGJ-logo - en vooral zijn gemopper daarover - zullen de eigenhandig door hem gedecoreerde bokalen binnenkort worden geplaatst in de NVGJ-relikwieënkast op onze home course. De tienduizend (en meer) digitale foto’s van ‘de-NVGJ-door-de-jaren-heen’, toen alles (nog) beter was, onttrek ik aan het ontspulproces. Die gigabytes nemen immers weinig ruimte in en scheppen bij het weerzien ervan nog steeds vreugde in het leven.
Ik zit op de rand van het bed in onze hotelkamer in Denia en denk: dat scheelde niet veel; kantje boord. Het is de schaduwzijde van goede voornemens. Behalve wekelijks twee keer golftraining is dat afvallen, fitter worden, flexibiliteit en meer rotatie in het bovenlichaam als ook meer spierkracht in de benen. Naar de sportschool, dus. Mijn valkuil: meer doen dan slim of dan nodig is. Vooral té snel, té veel willen. Meteen vier keer per week aan de gewichten hangen is niet zo handig als je pakweg tien-vijftien jaar geleden voor het laatst een sportschool van binnen hebt gezien. Na twee weken in de gym kan ik nog geen kopje meer optillen. Op de golfbaan geweest; kan geen bal slaan zonder stekende pijn. En over vier-vijf weken is de Surprisereis naar Denia/ La Sella. Ga ik dat wel halen? Reddingsboei bij fysieke malheur is al 30 jaar mijn bevriende fysiotherapeut, George Owens. Hij heeft mij begeleid gedurende drie knieoperaties en over drie decennia bij verschillende squash-, ski- en later golfblessures. Laat ik het kleinere werk hier verder onbenoemd. Overbelast George kent mijn gemankeerde lichaam als geen ander, maar dit was toch weer nieuw voor hem. ,,Overbelasting. Het is de onderliggende spiergroep van de triceps van je rechterarm, maar ook de aanhechting van de spieren vanaf de elleboog en de schouder. Hoe krijg je dat nu weer voor elkaar?'' Nou ja, 'goede voornemens', leg ik uit. ,,Hoe oud ben je'', vraagt George hoofdschuddend. Hé vriend, jij vond het ook een goed idee dat ik deze winter naar de sportschool zou gaan, probeer ik steun te vinden. ,,Ja, maar niet meteen vier keer per week en ook niet meteen een volledige workout.'' Ik knik berustend. De voorafgaande dagen aan de golftrip van de NVGJ blijven spannend, maar George lapt mij toch weer op. In de tussentijd heb ik wel een conditie- en benenprogramma gedaan, dat wel. Motoriek De actuele stand van zaken rond mijn goede voornemen: In plaats van afvallen ben ik aangekomen, zoals meestal in november-december. Ik heb ook nog steeds de motoriek van een hoogbejaaarde en zie maar weinig vooruitgang. Het is een hele opgave, drie-vier keer per week naar de sportschool. Natuurlijk met de luxe van gratis parkeren voor de deur. Dat wel, maar het zit nog niet in mijn systeem. De golfbaan heb ik na de seizoensafsluiting amper meer gezien. Appje van mijn pro, Ed Vander: ,,Hé Ronald, ik zie dat je trainingen hebt ingeboekt. Maar dat kan helemaal niet, want ik ben op vakantie. Laten we in het nieuwe jaar maar een programmaatje maken.'' Pfffff... de eerste wedstrijd van 2026 is al half maart. Wat kun je repareren in slechts twaalf weken? Het schiet allemaal niet op met die goede voornemens. Het dreigt - wel héél vertrouwd - weer opnieuw 'overwinteren' te worden. Ook fijn, toch? Aanvullende goede voornemens: Laat het glas altijd halfvol zijn; mínimaal halfvol en geniet van het leven!
Die Mr Glow Matchplay komptisie 2026 zal sal ook hierdie keer afgeskop word met 'n toernooi op die Devonvale Buite Klub in Stellenbosch, Suid-Africa. Dis 'n uitdagende baan waar jy met moeilyke bofhoue konfronteer word. Die skoonveld kan op sekere plekke nogal smal wees en as die wind boonop opsteek, kan dinge baie interessant raak. Die wedstryd zal op 27 Februarie gespeel word over 18 gaatjies onder lekker sonskijn en snelle setperke. Die NVGJ-speelseisoen sal geopen word met die afslaan van die klub se twee veterane, Ruud Onstein en Ruud Taal. Jij kan jou aanmeld en die inskrijving is oop vir alle NVGJ-lede. Sonja van de Rhoer en Louis Westhof is al op die lijs met name van deelnemers. Versprei die woord!
Onze voorzitter en hoofdredacteur van Golfers Magazine, Martijn Paehlig, pakt royaal uit in 'zijn' tijdschrift, met maar liefst zes zeer lezenswaardige pagina's over de Nations Cup, onlangs gespeeld op onze thuisbaan De Texelse. Het team van de NVGJ overtrof daar zichzelf en werd derde. Het is een sfeerbeeld en wedstrijdverslag in één, met mooie foto's van (ook al) 'onze' Roland Reinders en Peter van Weel. Alle spelers en natuurlijk de toernooidirecteur Cara krijgen aandacht. In hetzelfde nummer overigens een indrukwekkend verhaal van Pamela, over United Golf, dat Oekraïense oorlogsveteranen helpt om via golf hun leven weer op de rit te krijgen. Schril contrast: waar Anton Kuijntjes tijdens de nations cup grappend zegt: 'Ik geef mijn linkerbeen voor zijn balcontact', over een Oostenrijkse tegenstander (met hdc 14 een typische U-boot), citeert Pamela in Oekraïne: 'Jij hebt nog twee benen, dus jij mag wel wat extra werk verzetten.' Uiteraard staat er ook weer een column van Rob Hoogland in het blad. Nu thuis op de mat of in de winkel verkrijgbaar.
We gaan met de NVGJ terug naar De Goyer. Terug naar die baan die bij iedereen in het geheugen gegrift staat: waar ooit een slagboom naast lag en wij dat dagdeel het enige gezelschap waren. Niemand heeft ooit schuld bekend, al vond het bestuur destijds dat we de helft van de kosten moesten dragen. Zo gaat dat bij ons.