Nederlandse Vereniging van Golfspelende Journalisten
26.01.2024
Zal je altijd zien. Leg je net omstandig uit waarom je geen golfdoelen meer stelt, lees je het door Nando Boers geschreven boek 'Het Plan' waarin de wielerploeg van Jumbo-Visma een paar jaar op de voet wordt gevolgd. Om het boek in één zin samen te vatten: over hoe je met een uitgewerkt plan heel ver kan komen.
Het woord minutieus werd door de leidinggevenden van de geelzwartebrigade geherdefinieerd. Elke gram voedsel, elke druppel drinken, elk uurtje op de fiets, niets wordt aan het toeval overgelaten. Wie niet mee wil, of mee kan, in het op het oog ijzeren regime, valt af. Het doel is voor de ploegleiding van meet af aan duidelijk: de beste ploeg ter wereld worden, de grote rondes winnen. Niet omdat het kwartje toevallig jouw kant op valt, maar omdat je niets, maar dan ook niets, aan het toeval over hebt gelaten. Voormalig Sanoma collega Richard Plugge ging daarbij en daarvoor niet over één nacht ijs. Voordat Jonas Vingegaard in 2022 de Tour de France won was elk detail tegen het licht gehouden, elk schroefje – soms letterlijk – nog eens bijgevijld en aangedraaid. Alles om dat doel te bereiken. De beste worden.
Tijdens het lezen van het boek dacht ik het ene moment: 'moet ik niet toch een duidelijk doel stellen voor mijn golfspel?' om het andere moment weer te verwerpen. Ik ken mezelf tenslotte. Doelen stellen, ambitieuze doelen zeker, heeft alleen zin als je bereid bent de prijs te betalen. How bad do you want it. Enorm inspirerend, maar toch... ik ken mezelf. Zó graag nu ook weer niet. En toch herkende ik wel degelijk ook wat. De microdoelen. Een langetermijndoel mag dan ontbreken, een gameplan is er vaak wel. Of het nu gaat over de ronde of over de hole, zomaar 'staan en slaan' draagt niet bij aan het binnenbrengen van een goede score.
Bij 'zomaar' een zomeravondrondje kan het niet veel kwaad, maar bij het spelen van een wedstrijd of een serieuze trainingsronde, helpt het wel degelijk als je een beetje bedacht hebt wat je gaat doen. Voor de hele ronde - vandaag ga ik oefenen op X - voor specifieke holes of op de hole waar je op dat moment staat. Zo kan het plan zijn om de driver alleen op hole vijf, negen en vijftien uit de tas te pakken. Maar het plan kan ook zijn om juist op hole dertien, ondanks de lengte, de driver níet te pakken om zodoende een betere slag naar de green over te houden. Ook dat is onderdeel van het maken van een plan op de tee. 'Daar ergens' is geen doel voor je bal, ook niet voor je hersens, 'de linkerhelft van de fairway' weer wel. De bal voor je tweede slag zo ver mogelijk slaan om dan een zo kort mogelijke slag over te houden is misschien een idee, maar is het ook een goed idee? Is het niet verstandiger om een ligging over te houden waarbij je een volle club overhoudt, een slag die je vaker oefent in elk geval? Waar wil je wel zijn, waar vooral niet?
Topgolfers en hun caddie vergelijken golfen ook wel eens met schaken waarbij de baan wordt opgedeeld in kleine partjes, nauwkeurig te benaderen volgens een vooraf bedacht plan. Zelfs de mannen die schijnbaar niets anders doen dan de bal zo ver mogelijk beuken om daarna met een wedge te proberen de green te halen, doen dat met een gedachte. Waar kan ik de fairway het beste missen? Wat is de beste hoek naar de green? Val ik de vlag aan of speel ik conservatief?
Schaken kan ik niet, meerdere stappen vooruitdenken blijft lastig, maar één zet vooruit denken gaat meestal nog wel. In elk geval tot de drive waar ik zo goed over nagedacht had links de baan uit vliegt. Detail: je plan kan nog zo goed zijn, zonder goede uitvoering schiet je er niet veel mee op. Maar dat is een probleem voor een andere keer. Het plan was er in elk geval.
Dit berichtje van onze Belgische vrienden bereikte ons: Beste Madelon, Langs deze weg wilde ik jou - en het hele organisatie-team - namens de BPGC van harte bedanken. Hopelijk is iedereen weer goed thuisgekomen. Deze editie van 2026 op De Herkenbosche was een fantastisch succes, en dat hebben we grotendeels aan jullie te danken. Een hele grote dankjewel voor jullie uitzonderlijke gastvrijheid, het voorbeeldige fair-play en de prachtige sportieve sfeer die onze ontmoetingen zo typeert. Hoewel de overwinning dit jaar naar het Belgische team gaat (278 tegen 259), zijn het vooral de gezelligheid, het plezier van het spel en de schoonheid van jullie golfbaan die deze dag hebben getekend. We kijken er nu al naar uit om jullie volgend jaar bij ons te mogen verwelkomen voor de return! Overweeg onze hartelijke en sportieve groeten aan al je spelers. Met vriendelijke groet en tot snel op de fairways, Namens de BPGC, Vincent.
Had ik mijzelf kansen toegedicht? Zeker. Het was goed doordacht dat ik besloten had van de blauwe tees te spelen. Omdat ik dan de meeste greens 'in regulation' zou kunnen halen, en dus 'gewoon' par moest kunnen spelen. Als je dan veel slagen meekrijgt, zoals in deze halve-finalewedstrijd tegen Peter van Weel (ik kreeg er 10), moet je tegenstander al birdies maken om te kunnen 'halven'. Welnu, Peter (hij speelde van de gele tees) máákte birdies. Maar liefst zes in de vijftien holes dat onze 'wedstrijd' duurde. Dat is precies één meer dan ikzelf maakte in de laatste twintig Q-ronden, die ik sinds half mei speelde. Peter ging sterk van acquit, met birdies op 1 en 2. De eerste kon ik nog matchen met een par en een slag cadeau, maar de tweede betekende het eerste verlies. Ronduit bemoedigend was dat ik op de derde hole weer gelijk maakte. Niet dankzij een par of een bonusslag, maar doordat Peter zijn bal in het bos sloeg en een - zeldzame - double bogey moest incasseren. Van slag was hij niet. Integendeel, op de vierde hole maakte hij opnieuw een birdie, dankzij een succesvolle putt van zo'n 15 meter. "Sorry Louis", zei hij, nadat zijn bal in de hole was verdwenen. Op dat moment kwam ik tot het besef dat Peter niet alleen prettig lang is van de tee, maar zijn plus-handicap (+0.6) vooral te danken heeft aan ijzersterk kort spel: pitchen, chippen en putten. Ja, het was in zijn voordeel dat hij, als thuisspeler op De Hoge Kleij, gewend was aan de snelheid van de greens. Ik had daar - hoewel ik aardig kan putten - meer moeite mee. Maar dat gaf vandaag niet de doorslag. Wat dan wel? Dat ik verzuimde te profiteren van de fouten die Peter maakte. Want ja, ook Peter maakt fouten, al zijn het er verdomd weinig. Oké, hij maakte 'gewoon' een par op de par-3 vijfde nadat hij zijn bal vanaf de tee in de greenside bunker had geslagen. Maar als je, zoals ik, dubbel bogeys maakte op par-3's, dan is winnen een illusie en je lot bezegeld: 4 down na acht holes. Ik moest denken aan de prestatie van Frank Huiges, die een jaar geleden op De Hoge Kleij de beste tweede negen uit zijn loopbaan speelde, en zodoende de halve-finalepartij van Peter wist te winnen. Zou ik niet ook...? Tuurlijk. Ik won negen en tien en kwam terug tot 2 down. Op de elfde, waarop ik geen slag kreeg, produceerde Peter een zeldzame afzwaaier: links in de hei. Ik meende te kunnen profiteren. Tot we zijn bal vonden: nog goed speelbaar. Het vervolg: beiden met twee op of bijna op de green. Peter maakte de birdieputt, ik par: 3 down. Over het vervolg beperk ik me tot het volgende: Peter won de partij in stijl, met een birdie op vijftien, na alweer een middellange putt. Ik schreef in de tweede alinea 'wedstrijd', tussen aanhalingstekens, want spannend is het geen tel geweest. Peter was vandaag gewoon te goed. Wat na afloop bij mij nog wel even knaagde, ondanks mijn stablefordscore van 36, was mijn gepruts op de par 3's. Al zou ik, als ik deze beter had gespeeld, de partij vermoedelijk ook hebben verloren. Tot slot: Peter eindigde op 72 slagen (gelijk par, 37 stablefordpunten) en kwalificeerde de partij als "relaxed, zoals een ronde golf hoort te zijn''. En dat allemaal op een echt fantastische baan, in uitstekende conditie. Inderdaad een genot om te spelen, ondanks het lawaai van twee regelmatig overvliegende Chinook-heli's van de nabij gelegen vliegbasis Soesterberg.
De genoeglijke interland op Herkenbosch ging dik verloren. Dat lag niet aan thuisspeler Ron Buitenhuis, die tien minuten van de baan woont en Herkenbosch als geen ander kent. Hij was nochtans niet geselecteerd voor de interland. Zijn revanche was zoet: eerste prijs in de B-categorie met een mooie score: 33. Na afloop was hij het middelpunt van een tafel met Onno, Fred, Pim en Paul. Aan een andere tafel zat een Nederlandse international die het in de baan minder goed deed dan na afloop. Leonard van Nunen was de enige die zich aan tafel zette tussen de Belgen. Praktische verbroedering, subliem gastheerschap, staaltje opofferingsgezindheid? Held!
De NVGJ verwelkomt een nieuwe columnist. Ben J. van der Voogdt (1968) schrijft vanaf vandaag elke twee weken op nvgj.nl. Hij leest alles wat er in Nederland over golf verschijnt en telt na wat er beloofd is. Zijn columns zijn altijd exact 444 woorden. Wij zijn blij dat hij zich hiertoe bereid heeft verklaard, al konden wij hem voorlopig nog niet bewegen om ook een keer mee te spelen.
Nadat we elkaar vorig jaar al mochten treffen in de finale op de PAN, reisden we dit keer af voor de halve finale in de verliezersronde naar de Zaanse. De dag begon van mijn kant al met een tegenvaller: een stroomstoring in mijn flatgebouw. Daardoor kon ik niet met de auto de garage uit.
Verliezen is iets minder leuk dan winnen, maar erg is anders. Het grootste nadeel van verliezen in onze matchplay-competitie is de afspraak dat de verliezer het verslag schrijft. Over een tegenstander die de uitzondering op elke regel is, en over de fout van het spelen van de verkeerde tee.