Nederlandse Vereniging van Golfspelende Journalisten
19.12.2023
Nee, ik doe niet aan goede voornemens, die sneuvelen in de regel toch voor de lente daar is. Ook als je her verpakt in het veel actievere woord 'doelen'. Als je niet aan de slag gaat komt er noch van doelen noch van goede voornemens veel terecht.
Het is zo'n spreuk die je nog wel op tegeltjes tegenkomt, eentje die elke motivational speaker wel ergens in zijn presentatie verstopt. 'Een doel is een droom met een deadline'. Oftewel: je kan jezelf van alles wensen, als je er geen actie aan verbindt, vervliegt de droom hoe dan ook. 'Als je doet wat je altijd al deed, krijg je wat je altijd al kreeg', voegt die spreker er dan ten overvloede meestal nog aan toe ook.
Het is – naast gebrek aan talent dan toch – wel de voornaamste reden dat ik niet hoger op de maatschappelijke ladder ben geklommen of een topsportloopbaan achter de rug heb. Bij het najagen van doelen zie ik steevast beelden van te fanatieke mensen voor me, mensen die misschien meer stappen zetten dan ik doe, maar die nog wel eens willen vergeten dat ze ook onderweg moeten genieten, zo belangrijk is dat doel geworden.
Natuurlijk is het mooi als je jezelf ten doel stelt om je handicap op x,x te krijgen, maar als dát is waar je focus ligt, dan eindig je toch vaak met een kater. Doel (net) niet gehaald, welkom teleurstelling. Terwijl je, onderweg, misschien wel de mooiste dingen voorbij bent gevlogen, te druk om je dat te beseffen.
'Dat is wel heel makkelijk gezegd. En laf bovendien', kreeg ik ooit terug toen ik zei dat ik van het stellen van (ambitieuze) doelen om die reden niet zo enthousiast werd. Degene die het zei was fanatiek, had het over korte termijndoelen lange termijndoelen en ja zelfs droomdoelen, die als ultieme stip op de horizon stond. Ik weet niet meer wat mijn reactie was, wel dat ik heel even iets voelde knagen. Niet omdat ik die doelen ontbeerde (Ik zag mezelf echt nooit wereldkampioen worden) maar omdat ik wel zag dat hij elke keer naar de golfbaan ging – zin of geen zin – omdat dat doel anders niet dichterbij kwam. Alleen, als je dat niet héél graag wil, dan wacht je doel vrijwel zeker hetzelfde lot als dat van het voornemen.
Dus ja, wat moet ik dan als doel stellen? Ik golf vooral omdat ik het leuk vind, alles wat daarnaast komt is bijzaak. Die lage handicap? Leuk, maar niet zaligmakend. Potjes winnen? Ik zal er geen nacht om slapen als ik niet tot de usual suspects hoor. Om daar nou voor op een koude winteravond op de driving range te gaan staan...nee dank u. Laat ik mezelf daarom maar een realistisch doel stellen. Eentje die ik iedereen gun. Ik ben vastbesloten om van elk rondje te gaan genieten. Ook als het pijpenstelen regent. De bal niet doet wat ik wil. Mijn score nergens op lijkt. Dat is geen droomdoel. Dat is geen voornemen. Dat gaan we gewoon doen.
De genoeglijke interland op Herkenbosch ging dik verloren. Dat lag niet aan thuisspeler Ron Buitenhuis, die tien minuten van de baan woont en Herkenbosch als geen ander kent. Hij was nochtans niet geselecteerd voor de interland. Zijn revanche was zoet: eerste prijs in de B-categorie met een mooie score: 33. Na afloop was hij het middelpunt van een tafel met Onno, Fred, Pim en Paul. Aan een andere tafel zat een Nederlandse international die het in de baan minder goed deed dan na afloop. Leonard van Nunen was de enige die zich aan tafel zette tussen de Belgen. Praktische verbroedering, subliem gastheerschap, staaltje opofferingsgezindheid? Held!
De NVGJ verwelkomt een nieuwe columnist. Ben J. van der Voogdt (1968) schrijft vanaf vandaag elke twee weken op nvgj.nl. Hij leest alles wat er in Nederland over golf verschijnt en telt na wat er beloofd is. Zijn columns zijn altijd exact 444 woorden. Wij zijn blij dat hij zich hiertoe bereid heeft verklaard, al konden wij hem voorlopig nog niet bewegen om ook een keer mee te spelen.
Nadat we elkaar vorig jaar al mochten treffen in de finale op de PAN, reisden we dit keer af voor de halve finale in de verliezersronde naar de Zaanse. De dag begon van mijn kant al met een tegenvaller: een stroomstoring in mijn flatgebouw. Daardoor kon ik niet met de auto de garage uit.
Verliezen is iets minder leuk dan winnen, maar erg is anders. Het grootste nadeel van verliezen in onze matchplay-competitie is de afspraak dat de verliezer het verslag schrijft. Over een tegenstander die de uitzondering op elke regel is, en over de fout van het spelen van de verkeerde tee.
Met nog het laatste restje van een driedaagse migraine in mijn hoofd en lijf begon ik aan de wedstrijd tegen Jeroen. Geen excuus hoor maar dat uit zich meestal in een paar holes waarin ik werkelijk geen idee meer heb hoe het golfen ook alweer moet. Aldus .... ik verloor de eerste twee holes. Tja… het was niet anders. We liepen vervolgens heel gezellig door de baan en gelukkig ging mijn spel hier en daar best wel weer aardig. De baan lag er prachtig bij, de temperatuur was misschien nét iets te enthousiast hoog, maar onze humeur(tjes) leden daar gelukkig helemaal niet onder. Maar op hole 17 stond ik weer twee down. Met nog twee holes te gaan kon Jeroen de wedstrijd eigenlijk niet meer verliezen. Op de 17de, een par 3, sloeg ik helaas mijn bal, met een hele mooie slag (dat dan weer wel) de bunker in, terwijl Jeroen net buiten de green lag. Dat moet lukken dacht ik... Misschien iets té vol vertrouwen… Maar de bal eindigde over de green tegen een boom. Daarmee kwam er toch een enigszins roemloos einde aan mijn gezellige golfmiddag. Gelukkig waren er toen de pilsjes en bitterballen! Jeroen, heel veel succes met je wedstrijd tegen Sonja!
Voorafgaand aan deze wedstrijd in de verliezersronde had ik mijn huiswerk gedaan, vond ik zelf. Ik had namelijk het wedstrijdverslag van Ronald Massaut over zijn partij tegen de mij onbekende Frank Huiges gelezen. Frank slaat heeeeeeeeel ver, maar niet altijd even recht. Dat had ik goed onthouden, dus toen bij het boeken op Het Rijk van Nijmegen de lus Groesbeek Zuid opdoemde, was ik daar niet ontevreden over. Voor wie het niet weet, het Rijk van Nijmegen beschikt over 5 lussen van 9 holes, waarvan Groesbeek Zuid verreweg de moeilijkste is, want relatief smal, lang en heuvelachtig. Mijn hoop was er op gevestigd dat door die lengte ook bij Frank de driver uit de tas zou komen. En dat zijn afslag dan niet altijd even recht zou zijn. Al bij de eerste hole bleek dat Frank andere ideeën had. Het is hier niet al te breed, hoorde ik hem hardop denken en hij pakte een houtje (of hybride) uit de tas. Om vervolgens de bal alsnog links de bomen in te slaan. Lang verhaal kort: tot en met de zesde hole hield ik hem bij, daarna was het met mij gedaan. Niet eens omdat Frank zo goed speelde (een ronde van 95 slagen is niet echt goed op zijn niveau), maar vooral omdat ik het zelf aardig af liet weten. Kernwoorden van de ronde waren ‘gezellig’ en ‘sociaal’, waarbij het sociale deel voornamelijk van mij afkomstig was. Speelde Frank zijn afslag naar links, dan deed ik dat ook. Ging zijn bal naar rechts, dan ging die van mij ook die kant op. Helaas deed ik dat niet met opzet, maar het voordeel is dat je wel gezellig doorpraten op weg naar de ballen. We spraken over van alles, onder andere over zijn honkbalverleden (vandaar die lengte) en zijn liefde voor windsurfen bij Hawaii en Kaapstad, waar hij drie maanden per jaar samen met zijn gezin de Nederlandse winter ontvlucht. Een van de voordelen van Kaapstad is dat je daar ook prachtige golfbanen hebt. Ook mooi is de Tafelberg, waarvan Frank een tatoeage op een van zijn armen heeft. Er viel me trouwens nog iets op. Zowel op onze foto, als die van Frank met Ronald (7&6), maakt hij met zijn hand het shaka-teken (niet te verwarren met tsjakka!). Een Hawaïaans handgebaar, dat veel gebruikt wordt onder surfers en zoiets betekent als “relax, alles komt goed.” Precies het gebaar dat ik na zo’n afdroogpartij wel kon gebruiken. Bedankt voor een fijne middag, Frank.