Nederlandse Vereniging van Golfspelende Journalisten
22.06.2022
Boehlé vs Collet 2&1
(Matchplay 2022 - 2e Ronde)
Er zijn mensen die vinden dat je met een verslag van minder dan drieduizend woorden je spreekwoordelijke snor drukt. Ik word altijd wat recalcitrant van dit soort meningen. Ze gaan uit van het gegeven dat iedereen maar tijd kan (of wil) vrijmaken om zo’n half boek bij elkaar te rammelen. En misschien nog wel belangrijker: van de aanname dat het lezerspubliek altijd zin heeft om zich door zo’n schier eindeloos stuk proza heen te werken.
‘Durf te schrappen’ is óók een insteek. Net zo lang die delete-knop indrukken tot alle overbodige lucht uit een verhaal is verdwenen en je een bondig, lekker leesbaar stukkie overhoudt. Zijn dat dan nog steeds drieduizend woorden, prima. Zijn het er driehonderd, ook goed. Misschien wel beter. De afwisseling van lang en kort, serieus en knipoog, en tekst en beeld is op een website misschien wat minder belangrijk dan in een tijdschrift, maar ook online doet verandering van spijs eten.
Daarom wilde ik dit verslag eigenlijk beperken tot: ‘Damn, Paul was goed zeg. Een meer dan terechte overwinning.’
Niks drieduizend woorden. Tien is soms ook best lekker. Mijn voormalige eindredactrice noemde me altijd ‘de koning van het korte woord’. Ikzelf vind collega Hoogland op dit gebied koning, keizer én admiraal, maar het blijft een prachtige titel.
3 parren/7 bogeys
Maar dat zou geen recht doen aan de prestatie van tegenstander Boehle. De meeste golfers met handicap 25 zien wat wit rond de neus als ze zich op de eerste tee van Houtrak melden en net hebben ontdekt dat ze in achttien holes 5968 meter moeten overbruggen. Niet Paul echter. Die maakt gewoon 3 parren en 7 bogeys op die verdomd lange polderbaan. Dan verdien je meer dan tien woorden.
Vooral de eerste negen werd ik overklast. Natuurlijk kan ik aanvoeren dat meedoen aan de clubkampioenschappen tennis (na een pauze van 23 jaar), vier keer tien kilometer avondvierdaagse (na een pauze van 43 jaar) en twee rondjes berggolf in Duitsland te veel zijn voor mijn oude lijf, maar Paul is negen jaar ouder. Niet piepen dus. Ook die hardnekkige snaphook met mijn driver hielp niet, maar eerlijk is eerlijk zijn: ik was al blij dat ik maar één shank sloeg – dat waren er toch zeker tien minder dan in mijn laatste rondje. De waarheid is dat Paul de eerste acht holes twee parren en vier bogeys maakte. Daar valt niet tegenop te golfen als je zestien slagen toe moet geven. Ik stond dus in no-time 4 down.
Houdini, of een Seve
Met kunst- en vliegwerk wist ik vervolgens wat holes te halven, maar na dertien holes stond nog steeds diezelfde stand op de kaart: 4 down met nog 5 holes te spelen. Oeps. Hoog tijd voor een ‘Houdini.’ Of een ‘Seve’, om in golfjargon te blijven. Paul werkte mee door de deur op een kiertje te zetten met een aantal wat mindere slagen, zodat ik de achterstand kon terugbrengen tot 1 down. Waren dat zenuwen bij mijn tegenstander? Zou er dan toch nog een sluiproute naar de kwartfinale bestaan?
Nee dus. Paul herpakte zich en liet op de langste par-4 van de baan zien dat dit zíj́n dag was. Voor degenen die het niet weten: hole zeventien op Houtrak is een par-4 van bijna vierhonderd meter, die bijna altijd tegen de wind in speelt. Dat maakt ‘m voor de meeste golfers een par-5 en voor een 25-handicapper als het goed is een par-6. Daar had Paul ‘Ik-sta-de-laatste-tijd-wel-lekker-te-spelen’ Boehlé echter maling aan. Om een lang verhaal kort te maken (u kent mijn voorkeur intussen): hij maakte doodleuk een par en nam met een diepe buiging mijn applaus in ontvangst. Zo doe je dat. Je tegenstander heel even hoop geven en deze vervolgens rücksichtlos de grond in boren. Matchplay uit het boekje. Respect.
Dat verdient – bij hoge uitzondering – minimaal zeshonderd woorden. Bij deze dus.
Foeke Collet
Van speedgolf naar matchplay Mijn matchplaywedstrijd tegen Roland eindigde op de zeventiende hole. Met 2&1 trok hij verdiend aan het langste eind. Hij speelde solide, sloeg een aantal uitstekende afslagen en liet bovendien zien hoe waardevol een goede bunkerslag kan zijn. Zelf speelde ik zoals ik mezelf helaas maar al te goed ken: met veel ups, maar vooral ook veel downs. Tijdens de ronde met Roland dwaalden mijn gedachten regelmatig af naar een week eerder, toen ik in Parijs meedeed aan het Open France Speed Golf Championship. Op aandringen van een goede vriendin uit Parijs – al jaren enthousiast ambassadeur van deze bijzondere sport – besloot ik het avontuur aan te gaan. Speedgolf is even 'eenvoudig' als meedogenloos: leg 18 holes af in zo weinig mogelijk tijd en met zo weinig mogelijk slagen. Je score is de optelsom van je speeltijd en je aantal slagen. Ik stelde nog voorzichtig voor om twee keer negen holes te spelen. Tenslotte had ik dit nog nooit gedaan. Maar mijn vriendin lachte dat weg. "Doe gewoon twee keer achttien. Anders ben je veel te snel klaar en verveel je je rot." Met dat vooruitzicht zei ik toch maar ja tegen twee keer achttien holes. Zoals bij ieder serieus toernooi begon het met een oefenronde. Ik kreeg een piepklein draagtasje mee waarin precies vier van mijn clubs pasten: een putter, een 7-ijzer, een 4-hybride en een wedge. We verkenden de baan en ik werd gewezen op de oh zo belangrijke afsnijpunten. Tot mijn nog grotere schrik zag ik op een aantal holes ook nog een paar stevige beklimmingen. Op dat moment begon ik me serieus af te vragen waarom ik hier eigenlijk ja tegen had gezegd. Na een stuk of twaalf holes wist ik echter één ding zeker: met dit tasje zou ik de wedstrijddagen niet overleven. Mijn schouder protesteerde luidkeels - alles voelde zwaar - en ik begon te piekeren over een alternatief. In het clubhuis ontdekte ik vervolgens dat ik in heel ander gezelschap was beland dan ik had verwacht. Nog nooit had ik zoveel afgetrainde golfers bij elkaar gezien. Al snel bleek waarom. Veel deelnemers kwamen helemaal niet uit de traditionele golfwereld, maar uit de wereld van de duursport: triatleten, Ironman-deelnemers en ultralopers. Ook liepen er recordjagers rond. Zo ontmoette ik de Zwitser Jürg Randegger, die in het Guinness World Records staat met het record van maar liefst 252 gespeelde holes in twaalf uur, wandelend, met slechts één club – een 7-ijzer. Daarvoor legde hij zo'n 93 kilometer af, sloeg 1.348 ballen en maakte onderweg ook nog vijf birdies. Ook sprak ik een jong stel met twee kleine kinderen. Voor hen was speedgolf dé manier om het golfen niet op te geven: vóór het werk of voordat de kinderen wakker werden een snelle ronde spelen en daarna weer naar huis. Op dat moment besefte ik dat speedgolf echt een wereld op zichzelf is. Voor de eerste wedstrijddag besloot ik met slechts twee clubs op pad te gaan: de 7 en de 4-hybride. Eén in iedere hand. Putten zou met de hybride gebeuren. Het voelde als een verademing vergeleken met het draagtasje. Eén detail had ik alleen over het hoofd gezien: na iedere slag moest ik de andere club weer van de grond oprapen. Na een paar kilometer rennen blijkt dat een flinke aanslag op je onderrug. Niet voor niets lopen de meeste ervaren speedgolfers met een speciaal holster waarin vier clubs passen... Iedere speler krijgt een vrijwilliger in een buggy mee die de score bijhoudt en de weg wijst. Mijn begeleider was een uiterst vriendelijke Fransman die echter geen woord Engels sprak en de baan eigenlijk ook niet goed kende. Toen ik onderweg vroeg: "Can you please give me some water?" dacht hij blijkbaar dat hij in de weg stond. Met piepende banden scheurde hij vooruit, terwijl ik juist om water had gevraagd. Uiteindelijk slaagde ik er tijdens achttien holes in ruim dertig graden slechts twee keer in mijn eigen waterfles uit de buggy te pakken. Ook de belangrijke shortcuts waren voor hem een mysterie. Op mijn vragen, in mijn beste schoolfrans, volgde steevast: "Non... je ne sais pas." Achteraf schat ik dat ik daardoor zeker twee kilometer extra heb gelopen. Na 1 uur en 19 minuten kwam ik compleet uitgeput binnen. Met 110 slagen, een vuurrood hoofd en vooral de vraag: waarom doen mensen zichzelf dit aan? Maar eerlijk is eerlijk: het is wel een belevenis. De tweede dag voorspelde de vriendin dat het nu vast beter zou gaan. Ik had het mezelf ook iets gemakkelijker gemaakt: in plaats van twee clubs ging alleen mijn 7-ijzer mee. Mijn rug was me dankbaar, al gold dat iets minder voor mijn korte spel, want chippen met een 7-ijzer blijkt toch niet helemaal ideaal. De baan bleef ondertussen onveranderd heuvelachtig, met venijnige hellingen en eindeloos vals plat. Speedgolf is geen ontspannen hardlooprondje met af en toe een golfslag; het is echt afzien. Daarom koos ik die tweede dag bewust voor negen holes. Die speelde ik in 31 minuten en 45 slagen. Voor een eerste kennismaking vond ik dat prima. Ik weet nu wat speedgolf van je lichaam vraagt. Eén ding staat vast: volgend jaar kom ik terug maar dan beter voorbereid. Want zelfs als je een redelijke hardloper bent, moet je voor speedgolf echt specifiek gaan trainen. En toen ik na afloop de uitslagen bekeek, besefte ik pas echt hoe bizar hoog het niveau ligt. De Engelsman James Hardy speelde de 18 holes in 45 minuten en 54 seconden en deed dat ook nog eens in 74 slagen (+2). De tweede dag liep hij de baan in 46 minuten en 30 seconden met 76 slagen! Op een baan van bijna negen kilometer betekent dat vrijwel onafgebroken hardlopen, terwijl je ondertussen golf op topniveau speelt. Er viel wel een kwartje. Op beide wedstrijddagen sloeg ik vrijwel al m'n afslagen kaarsrecht. Niet één grote afzwaaier. Omdat je voortdurend rent, heb je simpelweg geen tijd om na te denken. Je remt af, stapt in je routine, slaat en rent weer verder. Geen 'technische' gedachten. Geen twijfel. Geen oefenswings. Gewoon staan en slaan. En terwijl ik gisteren in mijn verloren matchplay tegen Roland weer ouderwets boven de bal stond te twijfelen over grip, swingbaan, balpositie en nog twintig andere technische details, dacht ik ineens met weemoed terug aan die Franse speedgolfdagen. Misschien ligt de oplossing voor mijn golfspel helemaal niet in nóg meer analyses of weer een nieuwe swing-, chip- of putttechniek. Misschien moet ik mezelf gewoon wat minder tijd gunnen. Gewoon gaan staan, slaan en door! Roland, nogmaals van harte gefeliciteerd met je overwinning. Het was hoe dan ook een prachtige middag op Golfclub Wilnis.
Zoals me vorig jaar overkwam, heb ik ook dit seizoen verloren in de losersronde. Pijnlijk natuurlijk. Maar ook weer niet onverwacht, want in de reguliere competitie variëren mijn resultaten ook nogal. Tegenstander Peter Luyer had een vroege start op de Hoge Dijk geregeld en zoals je in Amsterdam kunt verwachten waren in onze flight 2 man bijgeplaatst. Aardige kerels, die ook nog eens verdomd goed konden golfen. Omdat ik bijna op elke hole een extra punt 'had', was het voor Peter aanpoten op het moment dat ik een redelijke score had. Bij de turn stond Peter pas 1 'up'. De jaloersmakende slagen van onze flightgenoten stimuleerden zeker en Peter was zo aardig bij mijn enige echte mispeer (een afslag in het water) ook een waterbal te nemen. Uiteindelijk is de match pas op de 18e hole beslist en wist Peter met 2 Up te eindigen. Tijdens de Amsterdamse lunch (broodje bal op witbrood) bleek dat hij als regisseur bij SBS en ik als sponsor- cq. communicatieman vooral raakvlakken te delen bij de grote sport-events als de Olympische Spelen. En daaraan gelieerd samenwerking met bedrijven als Heineken. Het was een prima duel dat geheel paste in het adagio van de NVGJ: "elkaar een leuke dag bezorgen". Peter, succes met de volgende loser....
"Spelen we bij jou op de Veluwse of kom je naar Lauswolt?" appte Louis nadat bekend was geworden dat er een tussenronde aan de Mr. Glow Matchplay was toegevoegd. Ik had Louis eerder al eens op mijn homecourse verslagen en vond het daarom niet meer dan eerlijk om af te reizen naar het Hoge Noorden, naar de voor mij nog onbekende baan van Lauswolt.
Na het grandioze succes van de Nations Cup in eigen land is de schroom groot onder de leden. Maar de tien durfals die ook dit keer hun land willen verdedigen, dit keer op Sussex in Engeland, zijn bekendgemaakt door captain Hélène Wiesenhaan.
Pim schreef met de redactie. Hi Anton, Nadat Peter vorige week enkele uren voor ons matchplayduel om zeer begrijpelijke redenen moest afzeggen, moest ik dat doen voor ons duel op 1 juli… En zeker de eerste 2 weken daarna kan ik niet spelen! Ik krijg namelijk a.s. maandag een pacemaker (niets ernstigs, daar kun je 100 mee worden); die datum werd me plotseling op weg naar Welderen meegedeeld. Derhalve heb ik de winst aan Peter ‘geschonken’. Zal ik nog een piepklein stukkie plus foto doorsturen of niet? Of is dat mosterd na de maaltijd? Pim Pim, Stuur maar door hoor. Altijd leuk. Groet, Anton
Het was niet eenvoudig om een datum voor onze matchplay wedstrijd te vinden. Uiteindelijk werd het19 juni, een dag die als zeer warm de boeken in zal gaan. Nadat door clubtechnische zaken de afslag vervroegd werd van 15.00 naar 09.00 konden we op de verder rustige en mooie baan van de Golfresidentie in Dronten gaan afslaan.