Nederlandse Vereniging van Golfspelende Journalisten
28.02.2022
Carien op reportage in Bhutan, 1996. Links voor cameraman Andras Hamelberg, midden Carien en rechts Simon de Boorder voor het geluid, licht en techniek.
Eens, héél héél lang geleden, in de beginjaren van 1990, organiseerde René Brouwer in opdracht van North Sea Ferries een golfwedstrijd voor wat journalisten op de Rijswijkse. Na het spel: de gesprekken. Robbie van Erven Dorens en Charles Taylor brainstormden over sportjournalisten die ook golf konden spelen. Zij zouden toch wel redactionele aandacht kunnen geven aan het golfspel en de Dutch Open?!
Ik zat erbij, luisterde er naar en dacht aan een andere, internationale club waarvan ik lid was én acht jaar vice-president zou worden: SCIJ. Ski Club International des Journalistes, een Frans-Zwitsers initiatief dat ten tijde van de Koude Oorlog in 1955 een platform werd voor skiënde journalisten uit oost en west. Zo kon over en weer informatie veilig worden uitgewisseld in de stoeltjeslift omhoog en op de pistes omlaag tijdens de jaarlijkse ‘wereldkampioenschappen voor journalisten’ in een van de 45 deelnemende landen.
Aan dat Rijswijkse tafeltje vertelde ik over het concept van SCIJ en hoe dat had bijgedragen aan de détente tussen oost en west op langere termijn. Die SCIJ-journalisten waren niet zozeer sportjournalisten maar juist een bont gemêleerd gezelschap. Diversiteit dus binnen het métier. Dat zoiets ook zou kunnen voor Nederlandse journalisten die niet per se sport- en/of golfjournalisten waren. De golfsport tevens als een platform voor het journaille.
In 1994 was ik als een van de weinige vrouwen bij de oprichtingsvergadering van de NVGJ in Hardelot, een hilarische paar dagen. Op en neer in de auto van Gerard Louter. Ik was toen al geswitcht van journalist/redacteur voor publieksbladen als Harper’s Bazaar en Reizen van de ANWB naar producer/regisseur voor het tv-programma Weg van de Snelweg Europa. Ik ijverde ervoor dat de naamgeving NVGJ niet zou staan voor Nederlandse Vereniging van Golf Journalisten maar voor Nederlandse Vereniging voor Golfspelende Journalisten, het succes van SCIJ in gedachte houdend.
In mijn eigen televisie programma’s kwam altijd wel een bijzondere golfbaan voor — om zo toch bij te dragen aan het promoten van de golfsport. Na de Weg van de Snelweg Europa-periode heb ik naast andere opdrachtgevers als Nature Conservation Films zo’n vijf jaar als vaste free lance medewerker gewerkt voor Golfers Magazine (GM). Mijn eigen rubriek in GM ging over bijzondere B&B’s in voornamelijk het buitenland. Ook beschreef ik golfbestemmingen. Die over het Isle of Man werd beloond met de tweede NGF- persprijs. Maar als free lancer had ik te weinig goed betalende opdrachten en mijn hang naar zowel televisie als academia speelde me parten.
NVGJ’ers Anneke van Lennep en Pieter Landman kwamen me te hulp en zetten me in als free lance eindregisseur bij BVN-tv en Nederland 2. Anneke leerde me dat laatste deel van het televisievak: de uitzending. Als de tapes liepen, las ik in een reader van de UvA over cultuur en politiek in Zuidoost Azië. De colleges aan de universiteit boeiden zodanig dat ik me opnieuw inschreef als student. Culturele antropologie deze keer met de focus op oostelijk Azië, in casu Japan en Slow Food als sociale (wereld) beweging die lokaal anders wordt ingevuld en daarmee een andere betekenis krijgt. Glocalisation genoemd. Na mijn afstuderen heb ik colleges gegeven over Japanse geschiedenis en cultuur totdat ik hoorde over het verzwegen oorlogsverleden van mijn vader. Jaren van research en colleges geschiedenis volgden. Ik schreef er het boek Verzet en SS over dat Henri van der Steen recenseerde en waarover René Brouwer me voor de NVGJ-site interviewde.
De NVGJ en haar leden weven een rode draad door mijn leven. Golfspelen doe ik niet veel meer maar mijn stokken heb ik nog niet aan de bomen gehangen. De estafette-stok die ik van mijn aimabele en ex-GM collega Koen Suyk kreeg, geef ik graag door aan een andere NVGJ’er van het eerste uur: Lex Hiemstra.
In augustus 2022 vertelde de algemeen directeur van de NGF in een interview dat 32 procent van de Nederlandse golfers vrouw was. Dat moest naar minstens veertig. Drie maanden later werd bekend dat de Solheim Cup naar Nederland kwam. Sindsdien las ik er bijna elke keer bij dat dat evenement meer vrouwen naar de sport zou helpen.
Blauw tegen rood op een prachtige groene baan Vakantie, de Solheim Cup en alles wat daarbij komt kijken zorgden ervoor dat de halve finale van de Mr Glow Herkansersronde wat later werd gespeeld dan gepland. Gelukkig had onze wedstrijdleider Louis daar alle begrip voor. En zo stonden Jeroen en ik op deze mooie zaterdagochtend vroeg klaar op de Veluwse Golfclub. Jeroen speelde deze halve finale van blauw, vanwege een nog altijd wat gevoelige pols na zijn val. Dat betekende voor mij een fijne voorsprong: maar liefst 11 slagen kreeg ik mee. Op mijn thuisbaan voelde dat toch wel een beetje als een cadeautje. Maar ja… je moet het cadeautje natuurlijk wel uitpakken. En dat lukte niet echt. De eerste twaalf holes waren vooral een gevecht met onszelf. Allebei speelden we niet echt zoals we wilden en ook de putter werkte niet altijd mee. Toch bleef het spannend, want na 12 holes stond het nog steeds all square. Vanaf hole 13 veranderde het beeld. Daar kreeg ik geen slag mee en Jeroen leek te denken: nu moet er toch echt iets gebeuren. En inderdaad: een keurige par op 13, gevolgd door een birdie op 14. Ineens stond Jeroen 2 up. Op de 18e stond ik nog 1 down. Ik had inmiddels twee holes gewonnen en één verloren, maar juist op de lastigste holes van de baan wist Jeroen zijn hoofd koel te houden en gewoon parren te maken. Daar was weinig tegenin te brengen. En toen kwam de laatste hole. Een par 5. Jeroen liet nog één keer zien waarom hij deze wedstrijd verdiende te winnen. Een drive van ongeveer 230 meter, links van het dal. Vervolgens een slim chipje terug naar de fairway en daarna een approach van ongeveer 120 meter die vlak naast de pin eindigde. Birdie! Wedstrijd gespeeld. 2 up voor Jeroen. Jeroen, terecht gewonnen! En eerlijk is eerlijk: het was prachtig om te zien hoe jouw training zijn vruchten afwerpt. Vier keer per week tijdens de training van dochter Britt naar de driving range en daar met Trackman aan de slag, levert duidelijk resultaat op. Het is zo mooi om te zien hoe Jeroen precies weet hoe ver hij met iedere club slaat. Bij mij is het toch wat vaker: ‘welke club zal ik nemen bij 100 meter, een ijzer 6 of een hybride 5? Een ijzer 8 of 9?’Het resultaat blijft wisselend. Dochter Britt (15 jaar) speelt dit weekend het NK op de Twentsche en is bovendien geselecteerd voor Jong Oranje. Jeroen glimt als trotse vader als hij over haar en ook over zijn andere twee oudere dochters vertelt. Het was een ontzettend gezellige ochtend en een leuke, sportieve wedstrijd. En misschien wel de belangrijkste les van deze halve finale: trainen helpt écht! Jeroen, heel veel succes tegen Frank in de finale.
De inzendtermijn voor de Golfpersprijs 2026 is geopend. Professionele mediavertegenwoordigers kunnen tot 15 oktober 2026 hun beste journalistieke werk over de golfsport in Nederland insturen.
Dit berichtje van onze Belgische vrienden bereikte ons: Beste Madelon, Langs deze weg wilde ik jou - en het hele organisatie-team - namens de BPGC van harte bedanken. Hopelijk is iedereen weer goed thuisgekomen. Deze editie van 2026 op De Herkenbosche was een fantastisch succes, en dat hebben we grotendeels aan jullie te danken. Een hele grote dankjewel voor jullie uitzonderlijke gastvrijheid, het voorbeeldige fair-play en de prachtige sportieve sfeer die onze ontmoetingen zo typeert. Hoewel de overwinning dit jaar naar het Belgische team gaat (278 tegen 259), zijn het vooral de gezelligheid, het plezier van het spel en de schoonheid van jullie golfbaan die deze dag hebben getekend. We kijken er nu al naar uit om jullie volgend jaar bij ons te mogen verwelkomen voor de return! Overweeg onze hartelijke en sportieve groeten aan al je spelers. Met vriendelijke groet en tot snel op de fairways, Namens de BPGC, Vincent.
Had ik mijzelf kansen toegedicht? Zeker. Het was goed doordacht dat ik besloten had van de blauwe tees te spelen. Omdat ik dan de meeste greens 'in regulation' zou kunnen halen, en dus 'gewoon' par moest kunnen spelen. Als je dan veel slagen meekrijgt, zoals in deze halve-finalewedstrijd tegen Peter van Weel (ik kreeg er 10), moet je tegenstander al birdies maken om te kunnen 'halven'. Welnu, Peter (hij speelde van de gele tees) máákte birdies. Maar liefst zes in de vijftien holes dat onze 'wedstrijd' duurde. Dat is precies één meer dan ikzelf maakte in de laatste twintig Q-ronden, die ik sinds half mei speelde. Peter ging sterk van acquit, met birdies op 1 en 2. De eerste kon ik nog matchen met een par en een slag cadeau, maar de tweede betekende het eerste verlies. Ronduit bemoedigend was dat ik op de derde hole weer gelijk maakte. Niet dankzij een par of een bonusslag, maar doordat Peter zijn bal in het bos sloeg en een - zeldzame - double bogey moest incasseren. Van slag was hij niet. Integendeel, op de vierde hole maakte hij opnieuw een birdie, dankzij een succesvolle putt van zo'n 15 meter. "Sorry Louis", zei hij, nadat zijn bal in de hole was verdwenen. Op dat moment kwam ik tot het besef dat Peter niet alleen prettig lang is van de tee, maar zijn plus-handicap (+0.6) vooral te danken heeft aan ijzersterk kort spel: pitchen, chippen en putten. Ja, het was in zijn voordeel dat hij, als thuisspeler op De Hoge Kleij, gewend was aan de snelheid van de greens. Ik had daar - hoewel ik aardig kan putten - meer moeite mee. Maar dat gaf vandaag niet de doorslag. Wat dan wel? Dat ik verzuimde te profiteren van de fouten die Peter maakte. Want ja, ook Peter maakt fouten, al zijn het er verdomd weinig. Oké, hij maakte 'gewoon' een par op de par-3 vijfde nadat hij zijn bal vanaf de tee in de greenside bunker had geslagen. Maar als je, zoals ik, dubbel bogeys maakte op par-3's, dan is winnen een illusie en je lot bezegeld: 4 down na acht holes. Ik moest denken aan de prestatie van Frank Huiges, die een jaar geleden op De Hoge Kleij de beste tweede negen uit zijn loopbaan speelde, en zodoende de halve-finalepartij van Peter wist te winnen. Zou ik niet ook...? Tuurlijk. Ik won negen en tien en kwam terug tot 2 down. Op de elfde, waarop ik geen slag kreeg, produceerde Peter een zeldzame afzwaaier: links in de hei. Ik meende te kunnen profiteren. Tot we zijn bal vonden: nog goed speelbaar. Het vervolg: beiden met twee op of bijna op de green. Peter maakte de birdieputt, ik par: 3 down. Over het vervolg beperk ik me tot het volgende: Peter won de partij in stijl, met een birdie op vijftien, na alweer een middellange putt. Ik schreef in de tweede alinea 'wedstrijd', tussen aanhalingstekens, want spannend is het geen tel geweest. Peter was vandaag gewoon te goed. Wat na afloop bij mij nog wel even knaagde, ondanks mijn stablefordscore van 36, was mijn gepruts op de par 3's. Al zou ik, als ik deze beter had gespeeld, de partij vermoedelijk ook hebben verloren. Tot slot: Peter eindigde op 72 slagen (gelijk par, 37 stablefordpunten) en kwalificeerde de partij als "relaxed, zoals een ronde golf hoort te zijn''. En dat allemaal op een echt fantastische baan, in uitstekende conditie. Inderdaad een genot om te spelen, ondanks het lawaai van twee regelmatig overvliegende Chinook-heli's van de nabij gelegen vliegbasis Soesterberg.
De genoeglijke interland op Herkenbosch ging dik verloren. Dat lag niet aan thuisspeler Ron Buitenhuis, die tien minuten van de baan woont en Herkenbosch als geen ander kent. Hij was nochtans niet geselecteerd voor de interland. Zijn revanche was zoet: eerste prijs in de B-categorie met een mooie score: 33. Na afloop was hij het middelpunt van een tafel met Onno, Fred, Pim en Paul. Aan een andere tafel zat een Nederlandse international die het in de baan minder goed deed dan na afloop. Leonard van Nunen was de enige die zich aan tafel zette tussen de Belgen. Praktische verbroedering, subliem gastheerschap, staaltje opofferingsgezindheid? Held!