Nederlandse Vereniging van Golfspelende Journalisten
03.06.2021
Een gelukkig man wordt doorgaans zijn hele leven omringd door lieve vrouwen. Zoals bij velen veraangenaamde in den beginne mijn moeder, vier zusjes, onze live-in Elsie en later een lieve echtgenote en lieve dochters het leven. Nog later waren er lieve vriendinnen, NVGJ golfvriendinnen en een heel lieve partner.
Maar ik mag de vele mannelijke NVGJ golfmaten vooral niet vergeten. Het zijn er te veel om hen hier allemaal te noemen, daarom noem ik er maar een enkele. Om te beginnen Koen. Via onze vrouwen leerde ik Koen kennen. In een tijd between jobs mocht ik Koen’s huis in Haarlem schilderen. Zelf vond ik het resultaat mooi en goed, Koen ook, maar heeft hij mij, terecht, terug laten komen ‘voor wat garantiewerk’.
Pratende in zijn sfeervolle werkkamer in de tuin, zag ik een golfballetje met ‘Golf-over-de-grens’ en al spoedig kwam de NVGJ op de proppen. Ik meende gekwalificeerd te zijn om lid te worden en meldde mij aan. Er bestond een wachtlijst en na een jaar wachten, mocht ik mijn eerste openingswedstrijd op de Texelse spelen, onze en inmiddels mijn home-course.
Toen nog met 9 holes was het al een prachtige baan. Het weer zat ons toen niet mee, zachtjes gezegd: een gierende sneeuwstorm en oerend koud. Mijn resultaat weet ik niet meer, is ook niet belangrijk, want in het gezellige Hanenhok was het lekker warm, gezellig en het bier koud.
Ik genoot van alle mooie nationale wedstrijden en uitstapjes, waaronder voor mij een onvergetelijk ‘Rondje Limburg 2015’ met goede vrienden Fred Sochacki als Limburgs asperge gastheer, William als wedstrijdleider en Hans als onvermoeibare organisator. Fred toonde ons het enorme landgoed van Rolduc bij Kerkrade, waar ‘zijn’ golf is – of was? — geprojecteerd, de toekomstige Zuid Nederlandse NVGJ Home-course.
En de verschillende matchplays op de Kennemer. Neem de wedstrijd tegen mijn vriend Léon. Léon is een groot florakenner en raakt enthousiast bij iedere bijzondere bloem of plant die hij tegenkomt. Hij loopt dan ook meer met zijn neus naar beneden gericht, dan op de baan. “Weet je wel hoe bijzondere de flora is op de Kennemer. Moet je zien, hier staan wilde asperges.” Voor mij ook volledig nieuw en later bleek ook voor heel veel Kennemerleden. Mede dankzij het feit dat hij steeds voorovergebogen liep te kijken naar de mooie bijzondere bloemetjes, kon ik deze wedstrijd op mijn conto schrijven.
Dan de Internationale NVGJ successen in EMJG verband, als gebruikelijk perfect georganiseerd door Madelon. Neem Spanje, waar wij een eervolle Tiende plaats behaalden — van een onbekend aantal (10?) deelnemende landen – met Willem van den Elskamp, onze huidige Matchplay leider, als onvermoeibare gids, vooral in Casinoland. Daar scoorde Willem uitzonderlijk goed. Zijn winst werd snel omgezet in whisky in de Casinobar. Maar dat heeft niets te maken met het golfresultaat.
Dan de estafette.
Aan mijn lieve golfmaatje Adrienne geef ik het estafettestokje over. Adrienne ken ik van de openingswedstrijd 2014 en de maximaal één uur durende ALV op de Laage Vuursche. Adrienne weet zich het ook nog goed te herinneren: “Ik kon geen plekje vinden en Hannes gebaarde dat ik bij hem kon zitten. Hij zat glimlachend achter een biertje. Samen hebben wij de algemene ledenvergadering gevolgd. Ik moest ook nog mijzelf voorstellen aan iedereen. Het was een hilarische avond”.
Sindsdien hebben wij veel samen gegolfd, samen gelachen, samen gereden vanuit Haarlem naar NVGJ wedstrijden, bijvoorbeeld op Texel. Wij hadden een ongeveer gelijk speelniveau, maar nu durf ik de confrontatie niet meer aan. Adrienne is zó goed geworden.
Hélène gaf mijn haar estafettestokje door. Hélène woont ook in Haarlem en wij werden al snel in de Matchplay tot elkaar veroordeeld. In mijn onschuld nodigde ik haar voor de Matchplay uit op de Kennemer, in de hoop op een easy win met mijn local knowledge. Ik wist niet dat Hélène de Kennemer kent als haar broekzak door haar vele briljante, uiterst succesvolle NGF-competities die zij op daar speelde. Foutje één.
Het door PP -Piet Paulusma- beloofde korte broekenweer werd niet geleverd. Ook geen stormachtige wind. Niets aan te doen. Hélène voelt zich ook zo lekker bij harde wind. Foutje twee.
Dan maar iets anders proberen.
“Zullen wij voor de gezelligheid van dezelfde tee spelen? Jij mag kiezen.” De rode tees kwamen als een mooie, rode waas voor mijn ogen. “Leuk idee”, zei Hélène, “dan spelen we allebei van geel.” Foutje drie. Weer een tegenvaller, want van geel haal ik nauwelijks de fairway meer. Maar verder gaat het goed met me.
Als laatste troef de glipper met Corenwijntje als lunch ingezet.
Het werd net geen complete slachting, opa wordt pas op de 15e in de pan gehakt. Was opa moe of was het toch het Corenwijntje bij de lunch? Wie zal het zeggen?
Het woord ‘ontspullen’ is voor mij nu al het woord van het jaar. Een woord overigens dat meneer van Dale nog maar sinds kort erkent. De hoeder van onze moedertaal is wat behoudend zullen we maar zeggen. Erger is dat mijn automatische spellingscontroleur het woord niet herkent en mij steeds wenst te corrigeren met het woord ‘onthullen’. Tijd om het emotieloze tech-wonder, onze nieuwste pennenvriend ChatGPT te hulp te roepen. ‘Het’ geeft in een mum van tijd een uitvoerig antwoord. Het dichtst bij ‘ontspullen’ komt het begrip ‘bewust wegdoen van overbodige zaken om zo meer rust, ruimte en overzicht in je hoofd te creëren.’ Of zoals een erkend minimalismespecialist (die bestaan echt) mij tracht te inspireren: ‘je leven simpeler maken en je focus verleggen naar wat écht belangrijk is’. Het lijkt verdomme wel golf. Maar de harde kernaspecten van het woord bevatten nog meer. Ontspullen is ook een actieve manier om de geest te verlichten met mentale rust als doel. Niet klakkeloos opruimen dus, maar dat doen op basis van de vraag ‘of die spullen je nog vreugde brengen’. Mooi hè? Een aanstaande verhuizing - wij gaan kleiner wonen en gelijkvloers, want dat móet als je ouder wordt - dwingt me tot die ultieme gelukstest. Terwijl ik hardnekkig probeer ‘The Old Man Out’ te houden, staar ik naar een breed scala aan verwaarloosde objecten en stel mezelf de vraag: ‘ben ik hier überhaupt ooit blij van geweest?’ Maar ook de keuze die ik mijzelf opleg bemoeilijkt het vreugde-proces: wordt het een hiernietsmaals of een tweede kans? De Milieustraat of de Kringloop? Of toch nog maar even bewaren? Onder het motto ‘bijna alles moet weg’ duiken ook enkele ontspulkandidaten uit NVGJ-hoek op. Ooit als prijs (of als vriend) verworven. Zoals twee romans van René Brouwer en diens pseudo Renee van Amstel, ‘De vrouw van de ambassadeur’ en ‘Het spel van Floor’ (nb: het laatste boek is beter dan de film), waar de erotiek van de omslagen afdruipt. In schrille tegenstelling tot de gebronsde kop van Rob, ‘in chamois-tint’, op de cover van 'De Grote Hoogland’. Ze zijn slecht vergelijkbaar met het succesvolle ‘Complete Margriet Kookboek’ (vijfhonderdste druk schat ik in) van Sonja van de Rhoer of het 'NVGJ’- verzamelwerk van Hans Terol met een sierlijke poze van Willem van DEN Elskamp tegen een regenboog, van mijzelf, op de voorplaat. Van de meer tastbare ontspulattributen heeft ‘Bartje’, ooit de Drenthe-trofee, een eerdere schifting niet overleefd. De handige Action- snijplank (met keuzes voor de te bewerken producten) zal ook in onze nieuwe behuizing wel een rol blijven vervullen. Blijven over de eerste prijs van de ‘NGF-Journalistendag 2010’, een inmiddels totaal verweerde verzilverde schaal, en maar liefst twee ‘Poppe-cups’. Als ode en herinnering aan Poppe de Boer en diens nimmer aflatende strijd om het NVGJ-logo - en vooral zijn gemopper daarover - zullen de eigenhandig door hem gedecoreerde bokalen binnenkort worden geplaatst in de NVGJ-relikwieënkast op onze home course. De tienduizend (en meer) digitale foto’s van ‘de-NVGJ-door-de-jaren-heen’, toen alles (nog) beter was, onttrek ik aan het ontspulproces. Die gigabytes nemen immers weinig ruimte in en scheppen bij het weerzien ervan nog steeds vreugde in het leven.
Ik zit op de rand van het bed in onze hotelkamer in Denia en denk: dat scheelde niet veel; kantje boord. Het is de schaduwzijde van goede voornemens. Behalve wekelijks twee keer golftraining is dat afvallen, fitter worden, flexibiliteit en meer rotatie in het bovenlichaam als ook meer spierkracht in de benen. Naar de sportschool, dus. Mijn valkuil: meer doen dan slim of dan nodig is. Vooral té snel, té veel willen. Meteen vier keer per week aan de gewichten hangen is niet zo handig als je pakweg tien-vijftien jaar geleden voor het laatst een sportschool van binnen hebt gezien. Na twee weken in de gym kan ik nog geen kopje meer optillen. Op de golfbaan geweest; kan geen bal slaan zonder stekende pijn. En over vier-vijf weken is de Surprisereis naar Denia/ La Sella. Ga ik dat wel halen? Reddingsboei bij fysieke malheur is al 30 jaar mijn bevriende fysiotherapeut, George Owens. Hij heeft mij begeleid gedurende drie knieoperaties en over drie decennia bij verschillende squash-, ski- en later golfblessures. Laat ik het kleinere werk hier verder onbenoemd. Overbelast George kent mijn gemankeerde lichaam als geen ander, maar dit was toch weer nieuw voor hem. ,,Overbelasting. Het is de onderliggende spiergroep van de triceps van je rechterarm, maar ook de aanhechting van de spieren vanaf de elleboog en de schouder. Hoe krijg je dat nu weer voor elkaar?'' Nou ja, 'goede voornemens', leg ik uit. ,,Hoe oud ben je'', vraagt George hoofdschuddend. Hé vriend, jij vond het ook een goed idee dat ik deze winter naar de sportschool zou gaan, probeer ik steun te vinden. ,,Ja, maar niet meteen vier keer per week en ook niet meteen een volledige workout.'' Ik knik berustend. De voorafgaande dagen aan de golftrip van de NVGJ blijven spannend, maar George lapt mij toch weer op. In de tussentijd heb ik wel een conditie- en benenprogramma gedaan, dat wel. Motoriek De actuele stand van zaken rond mijn goede voornemen: In plaats van afvallen ben ik aangekomen, zoals meestal in november-december. Ik heb ook nog steeds de motoriek van een hoogbejaaarde en zie maar weinig vooruitgang. Het is een hele opgave, drie-vier keer per week naar de sportschool. Natuurlijk met de luxe van gratis parkeren voor de deur. Dat wel, maar het zit nog niet in mijn systeem. De golfbaan heb ik na de seizoensafsluiting amper meer gezien. Appje van mijn pro, Ed Vander: ,,Hé Ronald, ik zie dat je trainingen hebt ingeboekt. Maar dat kan helemaal niet, want ik ben op vakantie. Laten we in het nieuwe jaar maar een programmaatje maken.'' Pfffff... de eerste wedstrijd van 2026 is al half maart. Wat kun je repareren in slechts twaalf weken? Het schiet allemaal niet op met die goede voornemens. Het dreigt - wel héél vertrouwd - weer opnieuw 'overwinteren' te worden. Ook fijn, toch? Aanvullende goede voornemens: Laat het glas altijd halfvol zijn; mínimaal halfvol en geniet van het leven!
Die Mr Glow Matchplay komptisie 2026 zal sal ook hierdie keer afgeskop word met 'n toernooi op die Devonvale Buite Klub in Stellenbosch, Suid-Africa. Dis 'n uitdagende baan waar jy met moeilyke bofhoue konfronteer word. Die skoonveld kan op sekere plekke nogal smal wees en as die wind boonop opsteek, kan dinge baie interessant raak. Die wedstryd zal op 27 Februarie gespeel word over 18 gaatjies onder lekker sonskijn en snelle setperke. Die NVGJ-speelseisoen sal geopen word met die afslaan van die klub se twee veterane, Ruud Onstein en Ruud Taal. Jij kan jou aanmeld en die inskrijving is oop vir alle NVGJ-lede. Sonja van de Rhoer en Louis Westhof is al op die lijs met name van deelnemers. Versprei die woord!
Onze voorzitter en hoofdredacteur van Golfers Magazine, Martijn Paehlig, pakt royaal uit in 'zijn' tijdschrift, met maar liefst zes zeer lezenswaardige pagina's over de Nations Cup, onlangs gespeeld op onze thuisbaan De Texelse. Het team van de NVGJ overtrof daar zichzelf en werd derde. Het is een sfeerbeeld en wedstrijdverslag in één, met mooie foto's van (ook al) 'onze' Roland Reinders en Peter van Weel. Alle spelers en natuurlijk de toernooidirecteur Cara krijgen aandacht. In hetzelfde nummer overigens een indrukwekkend verhaal van Pamela, over United Golf, dat Oekraïense oorlogsveteranen helpt om via golf hun leven weer op de rit te krijgen. Schril contrast: waar Anton Kuijntjes tijdens de nations cup grappend zegt: 'Ik geef mijn linkerbeen voor zijn balcontact', over een Oostenrijkse tegenstander (met hdc 14 een typische U-boot), citeert Pamela in Oekraïne: 'Jij hebt nog twee benen, dus jij mag wel wat extra werk verzetten.' Uiteraard staat er ook weer een column van Rob Hoogland in het blad. Nu thuis op de mat of in de winkel verkrijgbaar.
We gaan met de NVGJ terug naar De Goyer. Terug naar die baan die bij iedereen in het geheugen gegrift staat: waar ooit een slagboom naast lag en wij dat dagdeel het enige gezelschap waren. Niemand heeft ooit schuld bekend, al vond het bestuur destijds dat we de helft van de kosten moesten dragen. Zo gaat dat bij ons.