Nederlandse Vereniging van Golfspelende Journalisten
24.11.2020
Hoe het begon, vraagt Hans Botman, en je eerste rondje en dat soort zaken. Maakt niet uit hoe lang, als je het maar snel inlevert. Succes man!
De Club
“Genoeg voor vandaag Charles. Genoeg voor altijd. Je hebt er geen barst aan gedaan. Dat zie ik zo, ga maar naar huis”, liet de Engelse golfpro van de net opgerichte Noord-Hollandse Golfclub (DNHGC) me op een ijskoude winterdag weten. Het was in het begin van de jaren tachtig. Ik was daar net lid geworden, dit op dringend of beter gezegd dwingend advies van Robbie van Erven Dorens. “Lessen, oefenen en dan spelen”, luidde diens motto, “want anders kun je het wel vergeten”.
Jawel onze nationale golfgoeroe was streng en sprak met gezag. Met een derdehands setje Slazenger golfclubs in een nogal afgeleefd tasje dat ik van Robbie had meegekregen, meldde ik me dan ook top- gemotiveerd bij de clubsecretaris aan voor lessen bij de clubpro, ene Peter Ackerley. Een vreemde vogel maar tegelijk ook een bijzondere kerel. Dat kwam zo.
Op een morgen, vlak na mijn aanmelding, ging de telefoon. “Met Ackerley”, hoorde ik. “Peter Ackerley. U heeft bij mij wat lessen geboekt. Tien om precies te zijn. Komt U maandagmorgen maar. Precies ja, om half acht. See you”. Ik wilde nog zeggen dat me dat tijdstip niet echt goed beviel. Wilde daarover praten want sportjournalisten bij kranten werden geacht in de weekenden te werken en wel tot aan het sluiten van de laatste edities. Ergens om half drie in de ochtend. Maar oké, ik ging slaperig tot en met, naar mijn eerste les en het was ijskoud, dat weet ik nog heel goed. Maar Ackerley stond erbij alsof hij net uit een stoomcabine was gekomen: dunne pantalon, polootje en katoenen truitje eroverheen. “Slight litte breeze today, Charles”, lachte hij me goedmoedig toe, en ik begreep de boodschap. Niet liggen mierenneuken, niet zeuren en zeveren, gewoon aanpakken, goed luisteren en oefenen.
Ik had best wel talent, liet Ackerley me wat later na de les minzaam weten, maar er moest dan nog wel flink wat werk worden verzet. Veel oefenen en tot volgende week maandag, zelfde tijd, oké? Ik zei ja, maar er kwam die week niet veel van terecht. Van oefenen niet en van les twee de volgende maandagmorgen ook niet. Zelfs met het ijzer-7 kreeg ik geen goeie bal van het gras. “Ga maar naar huis Charles”, baste Ackerley. “We stoppen er mee. Als je echt wilt gaan golfen dan moet je daar vol overgave aan werken en er niet de kantjes van aflopen. Ik kan mijn tijd wel beter besteden. Tot ziens”. Maar ik heb al betaald voor tien lessen, riep ik hem nog na terwijl hij gedecideerd weg beende. Tevergeefs.
Ik pakte mijn setje bij elkaar en verliet toch best wel wat geërgerd, de toen nog 9 holes van Sluispolder. Wat een zeperd, wat een vreemde vogel die pro, dacht ik. Geheel ten onrechte natuurlijk, maar ik baalde wel op dat moment. Nog het meest van mezelf! Tot mijn verrassing ging een dag later de telefoon. “Met Ackerley. Charles als je alsnog golf serieus wilt nemen en dus wilt oefenen en trainen, kan ik je nog inplannen voor een lesje. Neen, niet eerder dan over twee weken. Dan kijken we nog één keer of…”. Ja ik zal er zijn meneer Ackerley, liet ik hem weten, en trainde vervolgens alle volgende dagen minimaal een vol uur. Vóór acht uur s’- morgens. Het ging steeds beter en op les 2 kwam aan het einde de schouderklop van de pro. Les 3 zei hij, zijn de lessen 1 en 2 bij elkaar opgeteld, en meestal leidt dat tot een goed resultaat. Hij had natuurlijk gelijk, moest ik bekennen. Want nog steeds speel ik met groot plezier, en vol overgave een leuke handicap. En denk ik nog veel aan deze aparte, kleurrijke en bijzondere vogel, die helaas alweer van de aardbol is verdwenen. Veel te vroeg als je het mij vraagt.
Intussen moest ik het regelexamen afleggen waarbij we van regeldocent ir. Keverling-Buisman absoluut niet bij elkaar mochten afkijken. Sic! De ingenieur die werkte bij het reactorcentrum Petten bleek een wreedaard die a. scherp lette op het correct uitvoeren van zijn instructies en, b. heel graag multiple choice- vragen stelde waarop verschillende antwoorden goed waren. De meest originele waardeerde hij dan met een voldoende, maar bij een discutabel antwoord werd met een zogenaamd grapje verteld dat niet B maar C het juiste was en dat Pieterse, Janssen, Gerritsen, Berkhouwer en Taylor hun huiswerk voortaan beter moesten doen. Desondanks scoorde ik net aan een voldoende en omdat mijn praktijkexamen prima in orde was, kreeg ik wat nu het golfvaardigheidsbewijs heet. Lekker spelen op de club, iedere zaterdag weekendcompetities en als het kon, woensdags de Herenmiddagen.
De Krant
Op de krant werd de golfsport omarmd tot in de hoogste kringen. Enkele directieleden, marketeers en de hoofdredactie zagen potentie in dit nieuwe fenomeen dat in ons land tot begin jaren tachtig slechts rond de 30.000 clubleden kende; nu bijna 400.000. En des Telegraafs: waarin wordt geloofd, daar wordt over de hele breedte keihard aangepakt. Er werd op ons initiatief een contract gesloten in Londen om de portretrechten en handtekening van Jack Nicklaus / nog steeds de beste golfer ter wereld/ te bemachtigen, en daarnaast startte Telesport met een strip op de sportpagina’s gevolgd door een instructieboekwerkje Leer Golf Met Jack Nicklaus. De oplage was 48.000 stuks. Robbie en ikzelf hebben er zes weken achter elkaar aan gewerkt, samen met tekenaar Dick Vlottes. Een weergaloos succes.
Zelf werd ik op het sportieve vlak ook steeds meer gegrepen door dit virus waartegen geen vaccin bestand is. Golf laat je intrinsiek zien wie je bent. En daarnaast kom je op de mooiste plekken, en mag je met dank aan de krant in deze, wedstrijden volgen all over the world. Met als absolute hoogtepunten The Masters en het Britse Open. Jarenlang. Geweldig, wat een ervaring en wat een leerschool is dat. Werken met en tussen de grote toppers, spannende gesprekken voeren en interessante verhalen kunnen schrijven; een boeiend leven in alle opzichten. Op honderden banen in binnen- en buitenland speelde ik het universele spel. En leerde ik de verschillen kennen tussen vooral linksgolf en het spelen op bos- en heidebanen, heuvelachtige parcoursen, polderholes en wat al niet meer.
/Geef mij maar de echte golfbanen. Liefst aan zee. Meanderend door duin en gorse, aaneengesloten in het zanderige landschap. De wind speels in de haren. In de zilte lucht de geur van vis. Verre horizonten vanaf hoge tees. Samen onderweg in verbindende eenvoud./
De Telegraaf ging intussen door. Met het door ReVed laten organiseren van golfclinics onder leiding van de Amerikaanse golf- doctor Gary Wiren uit Florida en zijn crew, eerst op Spaarnwoude en Brunssum, gevolgd door onder meer Cruquius en banen elders in het land bereikte de krant veel nieuwe groei en aanwas. Het motto Lessen- Oefenen- Spelen, sloeg enorm aan. Ergo, er werden ook speciale golfreizen ontwikkeld waaronder een heel bijzondere. Op de advertorial Ga mee naar Ierland/ Rosa Penna/ Donegal, schreven meer dan 800 liefhebbers in. In een week tijd kon daar het begeerde lidmaatschap- van- een- club-golfkaartje worden verkregen. Daarmee kon bij iedere bij de NGF aangesloten golfclub tegen greenfee worden gespeeld!
Hoe was dat mogelijk? De NGF stond op zijn kop, maar ja, in die jaren was er van een GVB nog geen sprake en bepaalden de clubs wie wel en niet de baan in mochten. Was je lid van en echte erkende golfclub dan moest je worden toegelaten. En Rosa Penna was een echte golfclub. De eigenaar Frank King, was zowel de voorzitter, als secretaris en penningmeester van deze prachtige Ierse links, had een aantal uitstekend gekwalificeerde pro’s aan het werk, maar hij was ook nog eens een vooraanstaand lid van de Ierse Golf Federatie. Hoe officiëler kon je het krijgen. Na zeven dagen en korte nachten aan de Atlantische kust kwamen dan ook in korte tijd honderden nieuwe clubgolfers/sters terug naar ons land en bonsden op de deuren van de Noordwijkse, De Kennemer, De Pan en ga zo maar door. In naam van dit unieke media- initiatief van De Telegraaf: doe open de poort!
Even was het oorlog in Nederland- golfland, en helemaal toen ook de partij Dunhill samen met De Telegraaf optrok in een eigen landelijke competitie met een heuse finale op de Old Course van St. Andrews, het golfmekka van de wereld. Het was een ongekend avontuur voor alle finalisten. De reis naar Schotland/ St. Andrews, het weekend meemaken van de Dunhill Cup, oefenen op een van de schitterende banen in de East Neuk of Five, zaterdagavond met elkaar dineren in de Marquise samen met alle wereldtoppers en officials van de Royal and Ancient, en maandag zelf de Grande Finale spelen op de meest markante baan ter wereld, de Olde Course! Dit laatste onder leiding van good old Toto Strumphler namens de NGF, een powerman die naast golf en regel, ook erg veel hield van een goed glas rode wijn. Heerlijke erudiete vent, Toto. Tevens bron van veel grandioze golfverhalen. Dit fenomeen van De Telegraaf/Dunhill heeft bijna dertig jaar standgehouden en heeft alle deelnemende partijen (clubleden, clubs, NGF, de krant, Dunhill, en de ontwikkeling van de golfsport in ons land) heel veel goeds gebracht. Het GVB- kaartje niet in de laatste plaats!
Sponsors
Heel veel goeds hebben ook de sponsors van onze eigen prachtclub, de NVGJ, gedaan sinds deze vereniging op 28 maart 1994 in Hardelot het licht zag en in september van dat jaar de notaris passeerde. Voor de smeuïge verhalen en anekdotes over de oprichting en het verdere clubleven verwijs ik graag naar de voortreffelijke specials van NVGJ 15 jaar aan de hand van Anneke Groen, Madelon Barenbrug en Paul Mansoor en de full color NVGJ Magazines 2018 en 2019 onder eindredactie van Eric Korver en zijn medewerkers. Daarin straalde het licht vooral op de leden en hun dikwijls dolle avonturen, maar dat kon allemaal wel vooral met grote dank aan onze sponsors. Mensen vooral, die vanuit eigen kracht en/ of met steun van hun bedrijven, jarenlang steun hebben verleend. Support hebben gegeven zodat we ons konden blijven verenigen, ontwikkelen en van onze club een bijzondere sociëteit konden maken, tot op de dag van vandaag.
Vooral Piet van Kleef zaliger, Wim Breukink zaliger, Ton Enthoven, Tom van Eyk, Willy Hoogland, Eveline Jiskoot met haar grande professional Francesco, Aad Ouborg, Ruud van Breugel, Jur Raatjes, Jolanda Swart, Duca del Cosma, Fairway Golf Travel en anderen verdienen veel respect. Dat laatste verdienen wij als leden ook zelf, wees daarin niet al te bescheiden. Immers ons motto is en blijft dat we elkaar een leuke dag dienen te bezorgen en ten tweede dat we contacten moeten aangaan en onderhouden met elkaar, en verder in binnen en buitenland. Het laatste deel van onze existentiële parameters gaven we vorm en inhoud in twee door onze club geïnitieerde en uitgevoerde EMGJ’s/ European Masters for Golfplaying Journalists. De eerste op De Efteling, de tweede in Vaalsbroek/ Het Hoenshuis. En verder onze interlands met onze Duitse en Belgische vrienden. Voor alle Europese deelnemers/sters waren de twee EMGJ’s topdagen in ons land waarover nu nog steeds met veel eerbied en groot respect wordt gesproken.
Meinard Carper moet hier zeker ook even worden ‘gepluimstrijkt’, voor de vele inspanningen die hij samen met mij heeft ondernomen om deze NVGJ- happening tot een super en onvergetelijk geslaagd festijn te maken. En om het af te maken nog even de sponsors die ons toen enorm steunden met geld en goederen: Dunhill, Pro port, Enthoven Fashion Group, Faber Vlaggen, Terberg Leasing, Taylor Made en Lancia (hole in one auto!). Wat een weelde en wat was de penningmeester blij want zijn kas werd met het organiseren van deze toernooien weer wat ruimer. We profiteren er nog steeds van zelfs. De hoogste tijd dus om voor een derde ronde te gaan lijkt me een prima idee. Kennis, kunde en potentie genoeg in de club en een inspirerend doel om neer te zetten en naar toe te werken.
Kerstman
Ik schrijf dit stukje in mijn kleine studiootje onder het pannendak van mijn huis en wil er wel tot aan het einde van de avond mee doorgaan. Zo onwijs veel is er te vertellen over het unieke gezelschap dat we samen zijn: divers, kleurrijk, loyaal aan de erecode, sociaal, sportief en vibrerend. Onze wedstrijden, de verhalen, de diners, de ontmoetingen, alles bij elkaar een enorme schat die we koesteren. Gewoon omdat het waardevol is. Voor velen wellicht zelfs een belangwekkend onderdeel van het persoonlijke leven. De NVGJ….
Oh wacht even, mijn mobieltje trilt als een sidderaal. Ja hallo? Verrek ben jij dat Lia, wat is er? Ze zegt: ik zit beneden en hoorde net buiten dat liedje Ho Ho Ho. Heb jij dat niet gehoord. Ik zeg nee hoor, ik ben hard bezig hier. Ze zegt: ik ren naar buiten en zie ineens een witte streep door het heelal razen met een grote slee en elanden ervoor. Daar kwam dat geluid vandaan. Het klonk als jullie clublied. Zeker weten. Ik zeg tegen Lia: dan is de Kerstman wel erg vroeg dit jaar. Sinterklaas moet nog komen toch?! Ze zegt: Charles ik dacht dat het niet de Kerstman was, maar Jaap Homan. Doe niet zo gek, zeg ik. Hoe weet je dat zo zeker. Lia zegt: ik zag het parlement naast hem zitten. Het parlement? Ja, Ada. Zij had de teugels vast in handen. Hohoho, zo kan ie wel weer zeg ik..
Het WK voetbal 2026 is het podium waar ’s werelds besten samenkomen, waar intensiteit, druk en prestaties hun hoogtepunt bereiken. Elke pass, tackle en goal is afhankelijk van één essentiële basis: een speelveld dat alles aankan. Naarmate voetbal sneller en veeleisender wordt, is veerkracht uitgegroeid tot de bepalende eigenschap van topspeelvelden. Tijdens internationale toernooien levert Barenbrug keer op keer precies dat: grastechnologieën die sneller herstellen, sterker blijven en presteren onder druk. Veerkracht in actie: van innovatie tot het wereldpodium Met het oog op de volgende generatie toernooien is veerkracht belangrijker dan ooit. Een hoge wedstrijdintensiteit, wisselende klimaten en multifunctioneel gebruik van stadions vragen om gras dat niet alleen overleeft, maar actief herstelt en blijft presteren. Dat is waar Resilient Blue® grastechnologie het verschil maakt. Tijdens het WK voetbal 2026 worden o.a. in Toronto wedstrijden gespeeld op velden waarin essentiële componenten van deze geavanceerde technologie zijn verwerkt. Resilient Blue® is ontworpen voor uitzonderlijke slijtvastheid en veerkrachtige prestaties en vertegenwoordigt de volgende stap in natuurlijke grasinnovatie. In combinatie met de HGT®‑grastechnologie (exclusief voor de VS) laat Resilient Blue® zien hoe Barenbrug innovatie nu al de toekomst van het voetbal vormgeeft, en ervoor zorgt dat het speelveld, zelfs onder extreme belasting, consistent blijft en er visueel perfect bij ligt. Resilient Blue® bestaat uit grassen die uitblinken in veerkracht. Speciaal ontwikkelde resilient Kentucky bluegrass (veerkrachtige veldbeemd) planten vormen het fundament. De Resilient Blue® graszaden zijn behandeld met Yellow Jacket Water Manager. De unieke Yellow Jacket Water Manager zaadbehandeling zorgt voor een optimale vochthuishouding rondom het zaadje, zodat graszaden succesvol kiemen en jonge kwetsbare planten zich stressvrij ontwikkelen tot een gezonde vitale grasmat. Zo vormt de Resilient Blue® technologie een veerkrachtig fundament en is de grasmat voorbereid voor extremen in de toekomst! Een erfenis van prestaties onder druk Barenbrug ondersteunt al jarenlang met trots de grootste voetbaltoernooien ter wereld met innovatieve grasoplossingen die presteren wanneer het er echt toe doet. Tijdens het WK 2010 in Zuid‑Afrika werd de SOS®‑grastechnologie ingezet om speelvelden op het laatste moment te herstellen, met een uitstekende bespeelbaarheid ondanks de uitdagende omstandigheden. De RPR®‑grastechnologie zorgde vervolgens voor sterke en betrouwbare velden tijdens het EK 2012 in Polen en Oekraïne, het WK 2014 in Brazilië, het EK 2016 in Frankrijk, het WK 2018 in Rusland en het EK 2024 in Duitsland. Keer op keer hebben de innovatieve technologieën van Barenbrug bewezen dat zij uiteenlopende klimatologische uitdagingen aankunnen, en zelfs overtreffen. Engels raaigras met horizontale uitlopers dat ijzersterk en zelfherstellend is, dat is RPR®. De horizontale uitlopers worden ook wel determinate stolons genoemd. Dit mengsel is het eerste Engels raaigras met dit bijzondere eigenschap. RPR® is geschikt voor de meest extreme betreding en behoudt dan toch zijn sterkte en goede looks. Het heeft een hoge betredingstolerantie en is daarmee uitermate goed geschikt voor sportdoeleinden. Klaar voor de toekomst van voetbal Terwijl het voetbal zijn grenzen blijft verleggen, moeten ook de speelvelden mee evolueren. Door voortdurende investeringen in onderzoek en innovatie blijft Barenbrug vooroplopen in de ontwikkeling van grastechnologieën die inspelen op de eisen van toekomstige toernooien. Van trainingsvelden tot iconische stadions: de oplossingen van Barenbrug helpen een nieuwe standaard te zetten, waarin veerkracht geen voordeel meer is, maar een absolute noodzaak. Passie voor perfectie Achter elk onvergetelijk WK‑moment ligt een veld dat foutloos presteert. De toewijding van Barenbrug aan kwaliteit, innovatie en veerkracht stelt spelers in staat zich te focussen op wat écht telt: het spel. Terwijl de wereld toekijkt, is Barenbrug er, en ondersteunt de wedstrijd vanaf de basis.
Als je opzoekt wat een bunker is, krijg je de volgende definitie: "Een golfbunker is een uitgegraven hindernis op de golfbaan die is gevuld met zand. Het doel van de bunker is om het spel te bemoeilijken." En dat is vandaag behoorlijk goed gelukt. Normaal is mijn handicap 14,2, maar vandaag was het zand mijn grootste tegenstander. Wat ik ook probeerde, de bal bleef maar in de bunker liggen. En als je dan tegen Henri speelt, die altijd netjes het midden van de fairway weet te vinden, maak je het jezelf wel erg lastig. Op hole 1 had ik een ouderwetse shank en na vier holes stond Henri al 4 up. Gelukkig heb ik het nog een beetje kunnen rekken tot hole 16, maar toen was het toch echt gedaan. Henri was vandaag simpelweg te steady en mijn spel was gewoon niet goed genoeg. Ik mag de komende maanden nog even genieten van de Joop van der Flier-Wisseltrofee, die sinds vorig jaar in mijn huiskamer pronkt, maar het verdedigen van de titel is helaas niet gelukt.
De ultrakorte samenvatting: de verliezer stond 3 up na 9, de winnaar, Christel Witteveen, hoefde na de zeventiende hole met 3&1 haar best niet meer te doen op de achttiende. Een nadere analyse leerde dat de verliezer 21 punten had na 9 holes en nog maar 9 stablefordjes kon bijschrijven op de tweede lus. Daar zal een causaal verband in gevonden kunnen worden. Bovendien speelde Christel het tweede deel zo solide als een bakstenen muur, niettemin soepel swingend, met ferme afslagen en overtuigende approaches, overduidelijk met groeiend geloof.
Op de laatst mogelijke dag voor onze 1e ronde matchplay hebben Henri en ik onze strijd geleverd. En omdat ik het verslag schrijf, weet u dat ik verloren heb. Dat had best wat voeten in de aarde: Henri heeft afgelopen maanden nogal wat fysieke malheur gehad, waaronder twee operaties waar je niet 1, 2, 3 van herstelt. Zijn arts had hem zelfs verboden eerder de golfclubs ter hand te nemen. En op de dag zelf stond ik op de Kroonprins in Vianen, terwijl Henri onderweg was naar de door hem geboekte baan de Utrechtse in Nieuwegein. Maar gelukkig waren we op tijd samen op hole 1. Ook niet onbelangrijk: onze start viel samen met de periode van ongekend warm en droog weer na enkele dagen regenbuien. Goeie timing heet dat. In de eerste lus wist ik, met 11 slagen in het voordeel, diverse malen op 1 up te komen en pas op hole 9 stond ik één puntje achter. En waar ik verwacht had vooral door het putten het lastig te zullen krijgen, was het vooral de lengte van slagen (we speelden van rood) die mij de das om deden. Henri had natuurlijk enkele maanden niet gespeeld maar kwam in de 2e lus goed op stoom. Daar kon een mazzel birdie van mij (voor de kenners: op hole 13) niets aan helpen. Onderweg en na afloop (bij en heerlijk hapje) hebben we o.a. de toenemende commercie in de sport gesproken (Henri: "het huis van de caddie van Jon Rahm staat te koop voor 14 miljoen dollar!"). Ook de LIV toestand en de 'fuzz' rond de huidige WK voetbal met toegangsprijzen van 700$ kwam aan de orde, alsook de cameravoering in het huidige voetbal. Allemaal zaken waar ikzelf geen verstand van heb, al ben ik natuurlijk stiekem wel iemand die die grenzen tussen journalistiek en commercie heeft opgezocht. Dat mocht de pret niet drukken (het was werkelijk een heerlijke ronde). De liefde voor de sport blijkt dan wel weer uit het verlangen na afloop de 2e helft van het promotie/degradatie-duel Willem II – Volendam te gaan bekijken. Jammer voor de Brabanders (2-1 verloren). Duimen voor zaterdag Henri! En succes in de volgende ronde.
Het Nederlands Golfmuseum in Bleijenbeek bestaat tien jaar. Om dit te vieren wordt er op 28 mei een boek gepresenteerd. Het bestuur van het museum nodigt u van harte uit om hierbij aanwezig te zijn. Ze stuurden het volgende persbericht. Tien jaar geleden, om precies te zijn op 22 april 2016, opende het Nederlands Golfmuseum haar deuren. Tien jaar alweer, wat vliegt de tijd en wat is er in die tijd veel gebeurd. Aanleiding was het eerder in paviljoen Bleijenbeek gehouden symposium “De bakermat van golf”, waar Prof. Dr. Heiner Gillmeister uit Duitsland en de Nederlandse golfhistoricus Robin Bargmann over dit onderwerp discussieerden. Natuurlijk bleef de vraag waar deze bakermat zich bevindt onbeantwoord, maar het symposium was wel de directe aanleiding tot het ontstaan van het golfmuseum. Het Nederlands Golfmuseum werd geopend door “Mister Golf” Robbie van Erven Dorens en de bekende Nederlandse golfpro Jan Dorrestein. Op een zonovergoten dag werden de aanwezigen met koetsen en oldtimers naar de Par 3/4 baan van Landgoed Bleijenbeek gebracht, waar men een indrukwekkende demonstratie kreeg van het hickory golf van begin vorige eeuw. Ter ere van het 10-jarig jubileum heeft het bestuur van het Nederlands Golfmuseum een boek uitgebracht waarin de verschillende fases van de ontwikkeling van het golfmuseum worden weergegeven en waarin de tien aanvangsjaren worden beschreven. Niet alleen in tekst, maar rijkelijk gevuld met foto’s die bij velen ongetwijfeld herinneringen oproepen. Het bestuur nodigt u van harte uit voor de feestelijke presentatie van dit eerste jubileumboek. De presentatie vindt plaats in een van de vergaderzalen van Paviljoen Bleijenbeek in Afferden Noord-Limburg, waar ook het Nederlands Golfmuseum is gehuisvest. Wij zouden het bijzonder op prijs stellen u te mogen begroeten. Het programma ziet er als volgt uit: 14.30 uur Ontvangst 15.00 uur Opening door John Ott, voorzitter Nederlands Golfmuseum 15.30 uur Toelichting jubileumboek door de auteur Ferd Vrijmoed 15.50 uur Signering en uitreiking eerste exemplaar aan Dirk-Jan Vink 15.55 uur Dirk-Jan Vink, eigenaar Golfbaan Landgoed Bleijenbeek 16.05 uur Slotwoord door John Ott 16.15 uur Borrel en uitreiking boeken 17.30 uur Einde bijeenkomst Aanmelding We vernemen graag of u op deze dag aanwezig zult zijn. Aan- en afmelding graag per e-mail aan jfott@planet.nl
Ja, als René Brouwer dit stukje had mogen schrijven na zijn 2&1 overwinning op ondergetekende Friso Leunge, was de kop natuurlijk ‘Zege op Zeegersloot’ geweest. Maar omdat iemand bij de NVGJ het ooit wel een leuk idee heeft gevonden om de verliezer een stukje te laten schrijven, is dit de kop geworden. Om met wat positieve zaken te beginnen: wegens groot onderhoud van de Goyer waren René en ik uitgeweken naar zijn homecourse: Zeegersloot.