Nederlandse Vereniging van Golfspelende Journalisten
13.07.2020
Mijn allereerste herinnering aan de NVGJ… Ik was denk nog niet eens officieel lid en ik speelde mijn eerste wedstrijd op die schitterende Noordwijkse Golfclub. Daar stond ik dan met knikkende knieën op de hoge eerste tee. Vlak voor ik moest afslaan, sprak een keurige dame die de starts regelde op bekakte toon “En héren, we gaan geen ballen zoeken hè, dat is burgermansgedoe”. Het was Anja Fabery de Jonge, destijds assistent van Robbie van Ervens Dorens. Zij overleed overigens niet veel later plotseling.
Maar hoe begon het allemaal. Ik werkte in die tijd als producer-regisseur bij RNTV- de tv-afdeling van de Wereldomroep, de omroep die destijds ook deel uitmaakte van de totale Publieke Omroep. Werkte je bij de omroep dan kon je lid worden van de OSO voor 16 gulden per jaar. OSO stond voor Omroep Sport Ontspanning. Je kon dan met je hele gezin lid worden van meer dan 20 verschillende activiteiten, zoals voetbal, tennis, badminton, dansen, biljarten, schaken en was zelfs een sleutelclub, waar je aan je eigen auto kon sleutelen in een eigen garage. Dat waren nog eens tertiaire arbeidsvoorwaarden.
Op initiatief van een Engelse collega van het Journaal, zijn naam ben ik vergeten, en Fanny Blankers Koen jr. die bij Studio Sport werkte, werd een avond belegd in een omroepgebouw om eens te peilen of een golfclub vanuit de omroep levensvatbaar zou kunnen zijn. Het was druk die avond, zeker honderd man en onze Friso was daar ook. Daarnaast was die avond ook iemand aanwezig die een Golfwinkel had in Bussum en tevens kon beschikken over een paar hockeyvelden waar achter de cornervlaggen al greens voor 9 korte holes lagen. Het waren de hockeyvelden van de HMHC, naast de voetbalclub Victoria tussen Hilversum en Loosdrecht. Golfclub ‘Het Jagerspaadje’ die het terrein eerst bezette, was inmiddels vertrokken naar een andere locatie en zo ontstond de Gooise Golfclub.
Om een lang verhaal kort te maken: een jaar later was ik voorzitter en Friso secretaris van een golfclub met meer dan 300 leden, die op dat moment door allerlei in- en externe oorzaken overigens dreigde ten onder te gaan. Ons derde bestuurslid was Willem van Dijk, voormalig kraanmachinist uit Utrecht en oom van Wendy van Dijk. Wereldgozer met een rauwe stem die moeiteloos honderden meters kon overbruggen. Hij zorgde er op effectieve wijze voor dat er geen wildgolfers meer op ons terrein kwamen en ook geen vreemde golfpro’s met hun eigen klanten op ‘onze’ baan les gingen geven. Willem was er goed in om dat in heldere bewoordingen te ‘handhaven’, om het zo maar te zeggen. Er kwam een keer een nieuw lid zich aan ons voorstellen. Toen wij vroegen wat hij deed voor de kost zei hij: ‘ik heb een eigen zaak’ Waarop Willem zei: ‘ik heb ook een zaak, die moet volgende week voorkomen’”. Hilarisch. Alle drie zijn we bij ons afscheid erelid geworden. De Gooise Golfclub bestaat trouwens nog steeds.
Ja, en uiteindelijk lid van de mooiste vereniging die ik ken. De NVGJ. Weer via Friso, die al regelmatig speelde met een groep autojournalisten op initiatief van Hans Vervoorn van Fiat/Alfa met in de gelederen onder andere Willem van den Elskamp, Hans van Sunder en Willem Leniger. De laatste was echt een unieke man. Uitvinder van de ‘roast’ die op onze jaarlijkse eindejaardiners de aanwezigen op een charmante wijze tot op het bot wist te schofferen. O wee als je niet werd genoemd, dan deed je er niet toe.
De NVGJ: zoveel herinneringen… EMGJ op de Efteling, de buitenlandse trips, de jubilea in Limburg met sponsor Aad Ouburg, met topkok Cas Spijkers en muziek van Tony Eijk en later in Vaalsbroek met de gouverneur en burgemeester Leers van Maastricht. Ik koester ze allemaal.
En dan weer terug naar Poppe. In mijn jaren als NVGJ-voorzitter maakten we ons druk over van alles. Nieuwe leden vroegen zich af waar ze nu toch terecht waren gekomen. Mooie lange verhitte discussies over het nieuwe, oude of wat voor logo dan ook. Heerlijk was het gewoon, gedoe om niks. Waar kom je dat nog tegen. Iedere club heeft recht op een Poppe.
En dan van Poppe naar Robben. Die gaat naar Groningen. Ik denk dat één NVGJ-er nu al thuis op de bank zit in een nagelnieuw Robbenshirtje. Ik draag daarom het stokje over aan Jan Mennega.
Het woord ‘ontspullen’ is voor mij nu al het woord van het jaar. Een woord overigens dat meneer van Dale nog maar sinds kort erkent. De hoeder van onze moedertaal is wat behoudend zullen we maar zeggen. Erger is dat mijn automatische spellingscontroleur het woord niet herkent en mij steeds wenst te corrigeren met het woord ‘onthullen’. Tijd om het emotieloze tech-wonder, onze nieuwste pennenvriend ChatGPT te hulp te roepen. ‘Het’ geeft in een mum van tijd een uitvoerig antwoord. Het dichtst bij ‘ontspullen’ komt het begrip ‘bewust wegdoen van overbodige zaken om zo meer rust, ruimte en overzicht in je hoofd te creëren.’ Of zoals een erkend minimalismespecialist (die bestaan echt) mij tracht te inspireren: ‘je leven simpeler maken en je focus verleggen naar wat écht belangrijk is’. Het lijkt verdomme wel golf. Maar de harde kernaspecten van het woord bevatten nog meer. Ontspullen is ook een actieve manier om de geest te verlichten met mentale rust als doel. Niet klakkeloos opruimen dus, maar dat doen op basis van de vraag ‘of die spullen je nog vreugde brengen’. Mooi hè? Een aanstaande verhuizing - wij gaan kleiner wonen en gelijkvloers, want dat móet als je ouder wordt - dwingt me tot die ultieme gelukstest. Terwijl ik hardnekkig probeer ‘The Old Man Out’ te houden, staar ik naar een breed scala aan verwaarloosde objecten en stel mezelf de vraag: ‘ben ik hier überhaupt ooit blij van geweest?’ Maar ook de keuze die ik mijzelf opleg bemoeilijkt het vreugde-proces: wordt het een hiernietsmaals of een tweede kans? De Milieustraat of de Kringloop? Of toch nog maar even bewaren? Onder het motto ‘bijna alles moet weg’ duiken ook enkele ontspulkandidaten uit NVGJ-hoek op. Ooit als prijs (of als vriend) verworven. Zoals twee romans van René Brouwer en diens pseudo Renee van Amstel, ‘De vrouw van de ambassadeur’ en ‘Het spel van Floor’ (nb: het laatste boek is beter dan de film), waar de erotiek van de omslagen afdruipt. In schrille tegenstelling tot de gebronsde kop van Rob, ‘in chamois-tint’, op de cover van 'De Grote Hoogland’. Ze zijn slecht vergelijkbaar met het succesvolle ‘Complete Margriet Kookboek’ (vijfhonderdste druk schat ik in) van Sonja van de Rhoer of het 'NVGJ’- verzamelwerk van Hans Terol met een sierlijke poze van Willem van DEN Elskamp tegen een regenboog, van mijzelf, op de voorplaat. Van de meer tastbare ontspulattributen heeft ‘Bartje’, ooit de Drenthe-trofee, een eerdere schifting niet overleefd. De handige Action- snijplank (met keuzes voor de te bewerken producten) zal ook in onze nieuwe behuizing wel een rol blijven vervullen. Blijven over de eerste prijs van de ‘NGF-Journalistendag 2010’, een inmiddels totaal verweerde verzilverde schaal, en maar liefst twee ‘Poppe-cups’. Als ode en herinnering aan Poppe de Boer en diens nimmer aflatende strijd om het NVGJ-logo - en vooral zijn gemopper daarover - zullen de eigenhandig door hem gedecoreerde bokalen binnenkort worden geplaatst in de NVGJ-relikwieënkast op onze home course. De tienduizend (en meer) digitale foto’s van ‘de-NVGJ-door-de-jaren-heen’, toen alles (nog) beter was, onttrek ik aan het ontspulproces. Die gigabytes nemen immers weinig ruimte in en scheppen bij het weerzien ervan nog steeds vreugde in het leven.
Ik zit op de rand van het bed in onze hotelkamer in Denia en denk: dat scheelde niet veel; kantje boord. Het is de schaduwzijde van goede voornemens. Behalve wekelijks twee keer golftraining is dat afvallen, fitter worden, flexibiliteit en meer rotatie in het bovenlichaam als ook meer spierkracht in de benen. Naar de sportschool, dus. Mijn valkuil: meer doen dan slim of dan nodig is. Vooral té snel, té veel willen. Meteen vier keer per week aan de gewichten hangen is niet zo handig als je pakweg tien-vijftien jaar geleden voor het laatst een sportschool van binnen hebt gezien. Na twee weken in de gym kan ik nog geen kopje meer optillen. Op de golfbaan geweest; kan geen bal slaan zonder stekende pijn. En over vier-vijf weken is de Surprisereis naar Denia/ La Sella. Ga ik dat wel halen? Reddingsboei bij fysieke malheur is al 30 jaar mijn bevriende fysiotherapeut, George Owens. Hij heeft mij begeleid gedurende drie knieoperaties en over drie decennia bij verschillende squash-, ski- en later golfblessures. Laat ik het kleinere werk hier verder onbenoemd. Overbelast George kent mijn gemankeerde lichaam als geen ander, maar dit was toch weer nieuw voor hem. ,,Overbelasting. Het is de onderliggende spiergroep van de triceps van je rechterarm, maar ook de aanhechting van de spieren vanaf de elleboog en de schouder. Hoe krijg je dat nu weer voor elkaar?'' Nou ja, 'goede voornemens', leg ik uit. ,,Hoe oud ben je'', vraagt George hoofdschuddend. Hé vriend, jij vond het ook een goed idee dat ik deze winter naar de sportschool zou gaan, probeer ik steun te vinden. ,,Ja, maar niet meteen vier keer per week en ook niet meteen een volledige workout.'' Ik knik berustend. De voorafgaande dagen aan de golftrip van de NVGJ blijven spannend, maar George lapt mij toch weer op. In de tussentijd heb ik wel een conditie- en benenprogramma gedaan, dat wel. Motoriek De actuele stand van zaken rond mijn goede voornemen: In plaats van afvallen ben ik aangekomen, zoals meestal in november-december. Ik heb ook nog steeds de motoriek van een hoogbejaaarde en zie maar weinig vooruitgang. Het is een hele opgave, drie-vier keer per week naar de sportschool. Natuurlijk met de luxe van gratis parkeren voor de deur. Dat wel, maar het zit nog niet in mijn systeem. De golfbaan heb ik na de seizoensafsluiting amper meer gezien. Appje van mijn pro, Ed Vander: ,,Hé Ronald, ik zie dat je trainingen hebt ingeboekt. Maar dat kan helemaal niet, want ik ben op vakantie. Laten we in het nieuwe jaar maar een programmaatje maken.'' Pfffff... de eerste wedstrijd van 2026 is al half maart. Wat kun je repareren in slechts twaalf weken? Het schiet allemaal niet op met die goede voornemens. Het dreigt - wel héél vertrouwd - weer opnieuw 'overwinteren' te worden. Ook fijn, toch? Aanvullende goede voornemens: Laat het glas altijd halfvol zijn; mínimaal halfvol en geniet van het leven!
Die Mr Glow Matchplay komptisie 2026 zal sal ook hierdie keer afgeskop word met 'n toernooi op die Devonvale Buite Klub in Stellenbosch, Suid-Africa. Dis 'n uitdagende baan waar jy met moeilyke bofhoue konfronteer word. Die skoonveld kan op sekere plekke nogal smal wees en as die wind boonop opsteek, kan dinge baie interessant raak. Die wedstryd zal op 27 Februarie gespeel word over 18 gaatjies onder lekker sonskijn en snelle setperke. Die NVGJ-speelseisoen sal geopen word met die afslaan van die klub se twee veterane, Ruud Onstein en Ruud Taal. Jij kan jou aanmeld en die inskrijving is oop vir alle NVGJ-lede. Sonja van de Rhoer en Louis Westhof is al op die lijs met name van deelnemers. Versprei die woord!
Onze voorzitter en hoofdredacteur van Golfers Magazine, Martijn Paehlig, pakt royaal uit in 'zijn' tijdschrift, met maar liefst zes zeer lezenswaardige pagina's over de Nations Cup, onlangs gespeeld op onze thuisbaan De Texelse. Het team van de NVGJ overtrof daar zichzelf en werd derde. Het is een sfeerbeeld en wedstrijdverslag in één, met mooie foto's van (ook al) 'onze' Roland Reinders en Peter van Weel. Alle spelers en natuurlijk de toernooidirecteur Cara krijgen aandacht. In hetzelfde nummer overigens een indrukwekkend verhaal van Pamela, over United Golf, dat Oekraïense oorlogsveteranen helpt om via golf hun leven weer op de rit te krijgen. Schril contrast: waar Anton Kuijntjes tijdens de nations cup grappend zegt: 'Ik geef mijn linkerbeen voor zijn balcontact', over een Oostenrijkse tegenstander (met hdc 14 een typische U-boot), citeert Pamela in Oekraïne: 'Jij hebt nog twee benen, dus jij mag wel wat extra werk verzetten.' Uiteraard staat er ook weer een column van Rob Hoogland in het blad. Nu thuis op de mat of in de winkel verkrijgbaar.
We gaan met de NVGJ terug naar De Goyer. Terug naar die baan die bij iedereen in het geheugen gegrift staat: waar ooit een slagboom naast lag en wij dat dagdeel het enige gezelschap waren. Niemand heeft ooit schuld bekend, al vond het bestuur destijds dat we de helft van de kosten moesten dragen. Zo gaat dat bij ons.