Weer Woods. Meer Woods.

Het is nog niet eens april en Tiger Woods heeft al twee overwinningen op zak. De ene nog mooier dan de andere. Het zo vaak gehoorde: ‘Is hij terug?’ klinkt luider dan ooit tevoren. Is er iemand die het níet hoopt?

Geen idee het hoeveelste stukje over Tiger dit alweer is. Er verschenen op deze plek zo’n zestig golfgerelateerde verhaaltjes van mijn hand en het zou zomaar kunnen dat tien procent daarvan over de voormalig nummer 1 van de wereld gingen. Over zijn soms onuitstaanbare gedrag op de golfbaan. Over zijn zoveelste rentree. Over het ongekende enthousiasme dat hij nog altijd teweegbrengt.  Als Tiger iets doet, dan doet dat iets me je. Met mij dan toch in elk geval.

Ik ben echt niet de enige die veel inspiratie haalt uit het fenomeen Woods. Daar geloof ik niets van. Hoe goed de andere spelers ook zijn, welke talenten er ook opstaan, hoe groot hun charisma of marketingpower ook is. Niemand kan tippen aan de uitstraling die Woods had en heeft. Voor Woods, en niemand anders dan Woods, zetten mensen massaal hun tv aan. Het eerste toernooi dat hij dit jaar won trok in het weekend maar liefst 85% meer kijkers, en ook het net afgelopen toernooi op Doral noteerde de hoogste kijkcijfers sinds jaren.

Tiger Woods is en blijft een fenomeen. Hij mag inmiddels 37 jaar zijn. Hij mag lange periodes van blessures of andere problemen hebben gekend. Nog altijd is híj het waar de golfwereld keer op keer reikhalzend naar uitkijkt. Er is geen speler waarbij zo naar het verleden en de toekomst wordt gekeken bij een overwinning, waarbij een zege méér is dan een op zichzelf staande gebeurtenis. Van ‘zoveel keer eerder wist hij een koppositie om te zetten in een zege’, tot ‘niet eerder had hij maar zo weinig putts nodig’, tot de onvermijdelijke vraag ‘of hij nu terug is op zijn oude niveau’. Tsja… Hij won vijf van zijn laatste achttien strokeplaytoernooien. Een winstpercentage van maar liefst 28% dat zelfs nog fraaier is dan het percentage (25%) dat hij over zijn hele loopbaan kan laten zien.

Vaker nog dan de vraag of hij het record van Jack Nicklaus uit de boeken gaat spelen krijgt hij de vraag of hij weer zo goed wordt als hij ooit was? Zoals hij speelde in het memorabele jaar 2000? De gretigheid en vasthoudendheid waarmee die vraag wordt gesteld wijst maar op één ding. De golfwereld kan niet wachten tot Woods weer zo speelt als in zijn beste jaar ooit, nu alweer dertien jaar geleden.

Behalve Woods zelf dan. Het jaar 2000 is geen benchmark voor hem. Het is niet het niveau waar hij naar terug wil. Hij wil beter worden dan hij ooit was.  Beter dan het jaar dat hij het zilverwerk van alle Majors op zijn schoorsteenmantel had staan. Hij zei het haast achteloos na afloop van de zege op The Blue Monster maar het waren veebetekenende woorden. De afgelopen jaren won Woods nog regelmatig maar worstelde hij ook. Op Doral leek hij zowel qua spel als qua instelling meer dan ooit op de speler die hij eens was. Is hij nu dan..?