Wachttijd

Negen holes waren achter de rug toen we aankwamen op de turn. Precies 1 uur en 40 minuten nadat we hadden afgeslagen. Er stond een marshal en de twee groepen voor ons keken wat verstoord om. Wij op onze beurt keken op klok naast de tee en vervolgens op ons taslabel. Het stond er echt. Pas over anderhalf uur zouden we de tweede negen aan mogen vangen. Bij de balie vonden ze er niets vreemds aan. ‘Voor een vierbal staat vierenhalf uur. Ik vrees dat er niets anders opzit dan gewoon te wachten.’

Het gaf me alle tijd terug te gaan naar een van de eerste wedstrijden die ik ooit speelde.

Ik zie hem nog zo voor me, de wedstrijdleider van de nieuweledenwedstrijd waar ik ruim twintig jaar geleden aan meedeed. Ineens stond hij naast onze tafel, waar wij, rozig na achttien holes en met lichte gene voor de vele strepen op onze kaart, genoten van ons eerste biertje. ‘Heren, goedemiddag. Fijne dag gehad?’, vroeg hij. Terwijl wij, nieuwe leden dus, omstandig begonnen uit te leggen hoezeer we wel niet genoten hadden en dat het steeds beter ging (echt, heus waar), knikte hij vriendelijk, bukte iets, en zette met een klap het bord dat tegen zijn been geleund stond, op tafel. ‘Dat is fijn. Mooi dat u genoten hebt. Maar ziet u wat hier staat?’, wees hij naar de tekst op het bord, met zijn vinger priemend naar de tijd die je voor een vierbal zou mogen gebruiken. 4.00 uur stond er, en gelet op de blik van de wedstrijdleider duidelijk ook geen minuut meer.

We keken naar ons klokje en zagen dat er, sinds we uren eerder afsloegen, precies 4 uur en dertig minuten waren verstreken. Dat was inderdaad een half uur na het op bord geschrevene, maar we waren dan ook al even van de baan, hadden ons door de stablefordberekening heen geworsteld en het eerste biertje was al bijna op. We sputterden dan ook iets tegen – heel voorzichtig, we waren immers nieuwe leden – maar de wedstrijdleider was onverbiddelijk. ‘Volgende keer binnen de tijd heren. De mensen na u willen ook een leuke dag hebben. Goedemiddag.’

Of we elkaar verbijsterd aankeken kan ik me niet meer herinneren, maar vergeten ben ik het nooit en ik maak me er sterk voor dat het mijn speltempo tot op de dag van vandaag beinvloedt. Ready golf speelde ik al toen het nog als onbehoorlijk werd gezien ‘voor je beurt’ te spelen, prima om tussen de slagen door te kletsen – graag zelfs – maar laten we wel een beetje doorlopen, nagenoeg elke green zal je me spiedend om me heen zien kijken om me er van te vergewissen dat ik de tas zoveel mogelijk aan de goede kant van de green zet en dat ik eerst mijn eigen bal ga zoeken en pas kom helpen bij jou als ik die van mij gevonden heb is niet asociaal maar een nadrukkelijk zoekadvies om het tempo er een beetje in te houden.

Op dezelfde baan waar ik ooit op mijn donder kreeg omdat we als beginners net langer dan vier uur over een rondje deden, is de adviestijd voor diezelfde ronde inmiddels met een half uur is verlengd, en rondjes waarbij de grens van vijf uur ruim wordt overschreden zijn bij de NVGJ eerder regel dan uitzondering. Terwijl je met een paar kleine aanpassingen het tempo zo makkelijk op kan voeren. Je tas aan de goede kant van de green. Op weg naar je bal al bedenken welke club je wil gebruiken. Klaar staan als je aan de beurt bent en misschien zelfs wel al spelen als je flightgenoot met de langere drive nog niet bij zijn bal is. Oppakken, niet te lang zoeken, enfin, het is allemaal genoegzaam bekend.

Nee, je hoeft niet rennend door de baan, maar niemand zal toch bezwaar hebben tegen een half uur eerder aan de bar?

 

(Deze bijdrage stond al eerder op de site maar is nog altijd actueel. Het is in ieders belang het speeltempo in de gaten te houden, niet om streng te zijn maar juist om elkaar allemaal een leuke dag te bezorgen.)