Vive les vacances!

Een paar weken per jaar ben ik offline. Geen mail, beperkt social media en nauwelijks internet. Noem het gerust een zomerstop. Jammer dat niet iedereen daar rekening mee houdt…

Voordat ik werkzaam was in de golfbranche was de zomervakantie juist het moment dat golf zich nadrukkelijk naar de voorgrond drong. Een rondje extra, dagelijks naar de drivingrange en pak er nog maar een golfboek bij. Sinds ruim een decennium echter is de zomervakantie het enige moment in het jaar dat ik golf bewust buiten probeer te sluiten. Niet omdat ik er klaar mee zou zijn of niet wil weten wat er speelt, ik geloof er alleen heilig in dat het goed is een paar weken per jaar de bakens echt volledig te verzetten. We zijn allemaal zo gewend geraakt aan het altijd maar bereikbaar zijn, altijd maar doorgaan, dat we het gewoon zijn gaan vinden dat het werk nooit stopt. Dat doet het in zekere zin ook niet, maar een (korte) zomerstop (10%*) om de batterij op te laden is op de langere termijn effectiever.

En zo kan het dus gebeuren dat de golfwereld doordraait zonder dat je er echt erg in hebt en hoor je pas bij thuiskomst van de buurman dat Ijsland in Glasgow Europees Kampioen (9%) golf is geworden en wat ik daar wel niet van vond. Even dacht ik dat hij me in de maling nam, maar ineens herinnerde ik het me weer. Op de luchthaven van de Schotse stad zag ik in juni een aankondiging voor het nieuwe evenement waar de EK’s van tal van sporten tot één event waren samengevoegd. Omdat het in Schotland plaatsvond kreeg golf een prominente plaats op de campagneposter, maar echt aanslaan deed het evenement desondanks niet. Dat Ijsland won met een team bestaande uit Olafia Kristinsdottir, Axel Boasson, Valdis Thora Jonsdottir en Birgir Hafthorsson en daarmee onder meer de drie (!) teams uit Groot-Brittannië en Zweden achter zich hield, zegt veel over de eerste editie van het evenement. Net zoals het best veelzeggend is dat Nederland niet meedeed in Schotland.

Dat je tijdens een paar weken zelfgekozen isolement ook dingen mist die je wél had willen volgen, is evident. En het is alsof de duvel er mee speelt, Nederlandse spelers presteren niet zelden uitstekend in die periode. Nooit zal ik vergeten hoe ik enkele jaren geleden met mijn telefoon hoog in de lucht op zoek ging naar een streepje 3G nadat ik – koud aangekomen op mijn Franse bestemming – een berichtje kreeg dat ik toch maar heel snel op zoek moest naar internet ‘Joost aan kop in het PGA!’, was het enige dat ik in mijn scherm had gezien alvorens ik, niet voor het eerst en niet voor het laatst, aan mijn zoektocht begon.

Zo’n bericht bleef een paar weken geleden uit, maar als er ergens live beelden waren geweest had ik ze zonder meer weten te vinden nadat iemand me alleen het woord ‘Darius’ appte. Nu drukte ik op het strand steeds vaker op de knop ‘pagina verversen’ van mijn telefoon, in de hoop Darius van Driel daarmee sneller naar hole achttien en zijn eerste zege op de Challenge Tour (40%*) te helpen. Na een moeilijk seizoen – en ook niet soepel lopende eerste maanden van dit jaar – richtte de kleine Zuid-Hollander zich op grootse wijze op. Een seizoen met tot nog toe weinig hoogtepunten kreeg in Oostenrijk ineens een totaal andere wending. Winnen op de Challenge Tour is maar weinigen gegeven, dat Darius het op Adamstal flikte zegt veel over zijn veerkracht en geeft hoop tot wie weet wat hij nog meer in staat is dit en volgende jaren.

Dat kan ook gezegd/gevraagd worden over de man die niet eens won, maar evengoed een duidelijke boodschap afgaf aan de golfwereld.

Na 1285 kilometer rijden viel ik om een uur of 20.00 kapot mijn huis weer binnen, zette de tv aan en zag Tiger Woods de klok terugdraaien in de vierde ronde van het laatste Major van het jaar. Slordig vanaf de tee, maar ijzersterk met zijn approaches, mengde hij zich doodleuk in de strijd om de zege in het PGA Championship. De man die nauwelijks een half jaar geleden niet eens wist of hij überhaupt ooit nog normaal met zijn kinderen zou kunnen spelen, laat staan golfen, maakte het winnaar Brooks Koepka het langst lastig en eindigde op een ongekend mooie tweede plaats.

Meer nog dan simpelweg als runner-up eindigen, deed Woods vooral wat anders. Het fenomeen liet eens te meer zien dat de golfwereld nog altijd niet zonder hem kan. Alle ideeën en plannen om golf meer op de kaart te zetten, te verhippen, te verjongen, te versnellen ten spijt, we hebben maar één ding nodig, en dat is een Tiger in contention. De Tigerroar (41%*) was in volle hevigheid te horen, Twitter ontplofte, duizenden volgden hem in de baan, de kijkcijfers waren tientallen procenten hoger dan toen hij vorig jaar niet eens meedeed. Tiger is nog lang niet klaar met golf, maar golf heeft hem nog net even meer nodig dan andersom.

Doodzonde dat de vakantie er op zit, dacht ik maandagochtend om een uur of 01.00 toen Woods door – en over — een zee van mensen richting recording area ging, maar stiekem was ik ook een beetje blij dat de zomerstop erop zat, dat ik de slotronde door een vroege vakantie nog net mee kon pikken en er daardoor over kan schrijven. Volgend jaar gaat het laatste Major van het jaar naar de maand mei, dat probleem is opgelost, nu alleen nog met de landgenoten overleggen of zij zich de eerste twee weken van augustus voortaan ook een beetje in kunnen houden. Deal Darius?

 

 

(* Op de vraag onder mijn twittervolgers waar mijn eerste blog na de vakantie over moest gaan koos 41% voor de Roar van Tiger, 40% vond dat Darius van Driel een blog verdiende, 10% was benieuwd waar ‘Zomerstop’ over zou kunnen gaan, terwijl toch nog 9% wel wat zag in een stukje over de Ijslandse titel. Ik vraag maar niet waarom in hemelsnaam…)