Verliezen is een kunst

Niemand vindt het leuk om te verliezen. Of het nu gaat om een spelletje monopoly of een potje golf. De Olympische gedachte – meedoen is belangrijker dan winnen – ten spijt, er zullen maar weinig mensen liever als verliezer dan als winnaar van de baan stappen.

Iedereen heeft wel een herinnering aan een bordspelletje dat, in gewonnen of verloren positie, plots ten einde kwam. Woest vlogen de schaakstenen door de kamer, hotels rolden van tafel; dat wat begon als een gezellig onderonsje met het gezin of vriendjes eindigde omdat de jongen (meestal ja…) die aan verliezende hand was, het spel voortijdig beëindigde. Het ‘hé doe niet zo flauw’, dat een van de andere aanwezigen dan steevast liet volgen was aan dovemansoren gericht. Zelf zag ik op die manier menig potje voetbal voortijdig eindigen omdat mijn broertje boos naar binnen stormde als hij dreigde te verliezen. Toegegeven, dat gebeurde niet zo heel vaak, maar juist door de bruuske onderbreking zijn ze meer bijgebleven dan de nederlagen.

Het zijn niet alleen kinderen die het soms even kwijt zijn na een nederlaag. Misschien vliegen de stenen niet meer door de kamer, maar de sfeer kan om te snijden zijn als een favoriete club heeft verloren of een nederlaag niet verwacht werd.

Zelf kon het me nooit zoveel schelen of ik een spel of wedstrijd won of verloor. Gefeliciteerd en volgende keer beter. Of niet. Ook goed. Nou ja, eigenlijk niet. Want juist de nederlaag is de basis van de volgende overwinning merkte ik met de jaren. Het is het ‘winnaarsgen’ dat topsporters kenmerkt. Ze willen winnen, maar minstens zo haten ze verliezen.

Gek genoeg had ik minder moeite met een eigen nederlaag dan met de nederlaag van de voetbalclub die ik steunde, ook al had ik aan zo’n nederlaag part noch deel. Het heeft wat jaren geduurd voor ik mee kon lachen met de grappen van degenen die er een groot genoegen in schiepen me die nederlaag eens even flink in te peperen. Ik sloeg op maandag liever een werkdag over dan de hoon te moeten ondergaan als we op zondag tegen een zeperd aan waren gelopen. Het duurde verbijsterend lang eer ik doorhad dat ik het beter even kon ondergaan, om er dan vanaf te zijn. Op dinsdag volgden immers ook opmerkingen, en de helft van de lol zit hem juist in de verbolgen reactie. Als je de schouders ophaalt, enige relativerende woorden spreekt en de nederlaag groots accepteert, gaat eenieder snel over tot de orde van de dag. Of het nu de nederlaag van jouw team of van jezelf betreft.

Het is een wijsheid die duidelijk nog niet is doorgedrongen tot alle delen van het Amerikaanse Ryder Cup team. Waar een rookie als Justin Thomas het verlies op Le Golf National als een ervaren rot accepteerde, de tegenstander en de locatie complimenteerde en zich direct opmaakte voor een revanche, liet een routinier als Phil Mickelson zich kinderachtig gaan door de Franse baan min of meer tot hoofdschuldige aan te wijzen, zonder eerst (en vooral) naar zijn eigen rol te kijken. Met zijn ‘aan dit soort banen ga ik geen tijd meer verpesten’ liet hij zich kennen als een slecht verliezer. Waar de een verliest, wint de ander, en die ander had jij ook kunnen zijn als je het maar bij jezelf zoekt en niet bij de omstandigheden of de ander. Je sloeg zelf immers die bal in het water, gooide geen dubbel zes of maakte de fatale fout Neude te ruilen voor een Station.

Verliezen is nooit leuk, maar verliezen met eer is een kunst die iedereen zich eigen zou moeten maken.

Om de volgende keer winnend terug te slaan.


(Gefeliciteerd Sietse… #@*&!)