Maar

Ik twijfelde sterk. Moest ik nu wéér een stukje over hem schrijven? Van de kleine vijftig die ik er tot nu toe in dit hoekje zette, zou dit dan wel eens de vierde of vijfde kunnen zijn. Overkill? Of een bewijs dat de golfwereld nog lang niet klaar is met het fenomeen Woods?

Ik denk dat het begin 2011 was dat ik een stukje schreef met als kern de vraag of men Tiger Woods wellicht zat was. Spuugzat zelfs. Na veel blessureleed, maar vooral persoonlijke problemen, maakte de voormalig nummer 1 een voorzichtige rentree op de golfbaan en dat ging niet bepaald naar wederzijds genoegen. Aansprekende resultaten waren er nauwelijks, en gedrag dat eerst met de mantel der liefde werd bedekt, was nu ineens volstrekt onacceptabel. ‘Mooi dat je jaren op de top van de Olympus vertoefde, maar nu ben je weer gewoon menselijk en beoordelen we je ook zo. Misschien zelfs nog wat strenger’, was de teneur.

Mopperen, schelden, het ‘laten vallen’ van clubs, spugen, het kwam hem op meer commentaar dan ooit te staan en de Tour schroomde zelfs niet bekend te maken dat boetes waren uitgedeeld. Woods was voorgoed van zijn voetstuk gevallen.

Maar ook golf helden nodig. Echte helden. Hoezeer ze ook gezocht werden in Watson, Donald of McIlroy, het bleven surrogaten. Of ze nu Masters wonnen met toverballen, US Opens met kilometers voorsprong, of min of meer onaantastbaar op nummer 1 stonden. Het was toch anders. Helden waren, zijn, het, maar het aura van Woods kleeft ze niet aan.

Dus toen Woods vorig jaar eindelijk weer wat won, werd het chagrijn al wat losgelaten. Toen hij vroeg dit jaar de titel pakte in het Arnold Palmer Invitational, nam het enthousiasme toe. De wonderchip in The Memorial eind mei (niet gezien? Zoek hem op!) leek het laatste zetje voor zijn echte terugkeer. En toen moest het US Open nog komen. Het gonsde. Hoop vulde de harten. Zou het..? 15?

De eerste dag van het moeilijkste Major van het jaar was Woods onweerstaanbaar, klinisch als een huurmoordernaar op missie. De tweede dag waren er wat vuiligheidjes, maar kregen de andere spelers alweer méér vragen over hem dan over zichzelf. Maar toen werd het weekend. Zand in de machinerie. Anderen die er vandoor gingen, Webb Simpson voorop. En dus nog steeds ‘maar’ veertien Majors voor Woods.

Maar er was nog een andere maar. De maar van die eerste twee dagen. De maar van al dat enthousiasme voor het spel op de eerste 36 holes. Met die maar kan de golfwereld vooruit want er zat een belofte in. De belofte die toppers als Donald, McIlroy, Westwood en al die anderen niet bij zich dragen. Hoe goed ze ook spelen. Hoe mooi ze ook winnen. Zeker tot het Brits Open waar hij opnieuw favoriet zal zijn zal het gevoel leven dat de oude Tiger toch nog terug gaat komen. Ondanks zijn zwakke optreden in het weekend zullen maar weinigen daar een maar tegen in willen brengen. Wacht maar af.

Martijn Paehlig