Nederlandse Vereniging van Golfspelende Journalisten
09.03.2023
Half februari kwam eindelijk de lang verwachte Netflixserie Full Swing op tv. Maanden keek ik er naar uit, maar slechts enkele uren na het verschijnen van aflevering 1 kon het wachten op het nieuwe seizoen alweer beginnen. In nauwelijks acht uur tijd joeg ik alle afleveringen erdoor. Alsof je in één keer een familiezak drop wegsnoept. Lekker, maar een beetje misselijk word je er wel van. Ik heb het wel eens geprobeerd uit te leggen aan mijn inmiddels volwassen kinderen. Ze waren toen nog jaren jonger, maar ik denk dat ik vandaag de dag op hetzelfde onbegrip zou stuiten. Dat je van een nieuwe serie elke week één aflevering te zien kreeg en dat je, met een beetje pech, tussen de eerste en de tweede helft van het seizoen ook nog rustig een maandenlange zomerstop moest slikken. Een serie die in één keer 'gedropt' werd om die dan direct te 'bingen'? Het zou de vraag wie J.R. had neergeschoten lang niet zo'n heet hangijzer hebben gemaakt.
Hoe anders is dat tegenwoordig. Niet alleen betaalzenders voelen de noodzaak om nieuwe producten maar zo snel mogelijk volledig openbaar te gooien, ook de publieken doen er aan mee. 'Nu al verder kijken?', wordt me na menig programma gevraagd, en altijd beantwoord ik die vraag voor mezelf negatief. Natuurlijk, soms zit je ergens zó in dat je best nog een aflevering wilt zien, maar over het algemeen geldt toch de wet van de zak drop. Nog een handje is verleidelijk, maar naarmate je meer in de buurt van de bodem komt, geniet je er toch minder van.
En toch, toch, wist ik al voor het uitkomen van Full Swing dat ik voor het eerst zou gaan bingen. Nu hielp het dat ik net die week geveld was door een griepje, maar ook zonder de verplichte rust wilde ik snel weten of de verwachtingen waar werden gemaakt. Verwachtingen die door Netflix en de berichten in de golfmedia behoorlijk hoog waren. Niet alleen omdat de vergelijking met het alom geprezen Drive to Survive – een vergelijkbare serie over de Formule1 – vaak geopperd werd, ook nodigden de paar voorstukjes nadrukkelijk uit tot kijken. Alleen al de opmerking van Ian Poulter dat de makers wel een heel bijzonder seizoen hadden gekozen om hun serie te maken, was een goede trigger. Want ja, het eerste seizoen waarin de camera's van Netflix de PGA Tour non-stop volgden, wat ook het jaar dat LIV de golfwereld op zijn grondvesten deed schudden. In hoeverre zou de strijd tussen de circuits in de serie zitten? Wat zouden de spelers er over zeggen? Ik merkte dat ik het zo snel mogelijk wilde weten. Net zoals ik erg benieuwd was in hoeverre de hoofdpersonen zich echt open op zouden stellen. Zouden het vooral volledig geregisseerde portretten zijn – zo stelde Rory McIlroy vooraf vooral beperkende eisen – of zouden ze de deur allemaal opengooien zoals bijvoorbeeld Brooks Koepka, die een onbekende kwetsbare kant van zichzelf liet zien?
Zonder het antwoord te verklappen – lees gerust verder als je de serie nog moet kijken – is het antwoord daarop: wisselend. De vriendschap tussen Jordan Spieth en Justin Thomas (aflevering 1) spatte van het scherm, de aflevering van Joel Dahmen (aflevering 4) moet hem duizenden nieuwe fans op hebben geleverd, Ian Poulter (aflevering 2) en Dustin Johnson (aflevering 5) laten zien waar het de mannen van LIV vooral om te doen is, terwijl ik de aflevering met Rory McIlroy (aflevering 8) nogal tegen vond vallen. Al kan dat laatste ook te maken hebben met het feit dat je dat laatste handje chips van die in één keer leeggegeten zak eigenlijk ook niet lekker meer vindt.
Maar ja, hij moet op he?
Met nog het laatste restje van een driedaagse migraine in mijn hoofd en lijf begon ik aan de wedstrijd tegen Jeroen. Geen excuus hoor maar dat uit zich meestal in een paar holes waarin ik werkelijk geen idee meer heb hoe het golfen ook alweer moet. Aldus .... ik verloor de eerste twee holes. Tja… het was niet anders. We liepen vervolgens heel gezellig door de baan en gelukkig ging mijn spel hier en daar best wel weer aardig. De baan lag er prachtig bij, de temperatuur was misschien nét iets te enthousiast hoog, maar onze humeur(tjes) leden daar gelukkig helemaal niet onder. Maar op hole 17 stond ik weer twee down. Met nog twee holes te gaan kon Jeroen de wedstrijd eigenlijk niet meer verliezen. Op de 17de, een par 3, sloeg ik helaas mijn bal, met een hele mooie slag (dat dan weer wel) de bunker in, terwijl Jeroen net buiten de green lag. Dat moet lukken dacht ik... Misschien iets té vol vertrouwen… Maar de bal eindigde over de green tegen een boom. Daarmee kwam er toch een enigszins roemloos einde aan mijn gezellige golfmiddag. Gelukkig waren er toen de pilsjes en bitterballen! Jeroen, heel veel succes met je wedstrijd tegen Sonja!
Voorafgaand aan deze wedstrijd in de verliezersronde had ik mijn huiswerk gedaan, vond ik zelf. Ik had namelijk het wedstrijdverslag van Ronald Massaut over zijn partij tegen de mij onbekende Frank Huiges gelezen. Frank slaat heeeeeeeeel ver, maar niet altijd even recht. Dat had ik goed onthouden, dus toen bij het boeken op Het Rijk van Nijmegen de lus Groesbeek Zuid opdoemde, was ik daar niet ontevreden over. Voor wie het niet weet, het Rijk van Nijmegen beschikt over 5 lussen van 9 holes, waarvan Groesbeek Zuid verreweg de moeilijkste is, want relatief smal, lang en heuvelachtig. Mijn hoop was er op gevestigd dat door die lengte ook bij Frank de driver uit de tas zou komen. En dat zijn afslag dan niet altijd even recht zou zijn. Al bij de eerste hole bleek dat Frank andere ideeën had. Het is hier niet al te breed, hoorde ik hem hardop denken en hij pakte een houtje (of hybride) uit de tas. Om vervolgens de bal alsnog links de bomen in te slaan. Lang verhaal kort: tot en met de zesde hole hield ik hem bij, daarna was het met mij gedaan. Niet eens omdat Frank zo goed speelde (een ronde van 95 slagen is niet echt goed op zijn niveau), maar vooral omdat ik het zelf aardig af liet weten. Kernwoorden van de ronde waren ‘gezellig’ en ‘sociaal’, waarbij het sociale deel voornamelijk van mij afkomstig was. Speelde Frank zijn afslag naar links, dan deed ik dat ook. Ging zijn bal naar rechts, dan ging die van mij ook die kant op. Helaas deed ik dat niet met opzet, maar het voordeel is dat je wel gezellig doorpraten op weg naar de ballen. We spraken over van alles, onder andere over zijn honkbalverleden (vandaar die lengte) en zijn liefde voor windsurfen bij Hawaii en Kaapstad, waar hij drie maanden per jaar samen met zijn gezin de Nederlandse winter ontvlucht. Een van de voordelen van Kaapstad is dat je daar ook prachtige golfbanen hebt. Ook mooi is de Tafelberg, waarvan Frank een tatoeage op een van zijn armen heeft. Er viel me trouwens nog iets op. Zowel op onze foto, als die van Frank met Ronald (7&6), maakt hij met zijn hand het shaka-teken (niet te verwarren met tsjakka!). Een Hawaïaans handgebaar, dat veel gebruikt wordt onder surfers en zoiets betekent als “relax, alles komt goed.” Precies het gebaar dat ik na zo’n afdroogpartij wel kon gebruiken. Bedankt voor een fijne middag, Frank.
Onze verliezersronde-wedstrijd stond oorspronkelijk gepland op Noordwijk, maar vanwege de warmte werd uitgeweken naar De Hoge Dijk. Op de lus Bullewijk/Holendrecht ontspon zich een echte jojo-partij tussen Ruud Onstein en Peter Luijer, die pas op een beslissende extra hole werd beslecht.
Annette de Jong speelde op De Zaanse een matchplaywedstrijd tegen Jeroen van Leeuwen. Na drie dagen achter elkaar 18 holes bleek dat net iets te veel gevraagd. Een verslag van een zware, maar bijzonder gezellige golfdag.
In de kwartfinale van de Mr. Glow Matchplaycompetitie stond ik oog in oog met Peter van Weel, NVGJ's topgolfer met een handicap +0.5. Peter versus Peter dus. Spannend? Absoluut! Een verslag van een mooie strijd op Wilnis, met een prachtig tafereel bij de sprinkler.
De zon scheen, het was voor mij een thuiswedstrijd en ons vorige potje op de Veluwsche zou ik – zo rekende Elaine na afloop van die ronde uit – gewonnen hebben als we matchplay hadden gespeeld. Vandaag was dan de échte matchplay wedstrijd. De winnaar mocht de halve finale op de Hoge Kleij spelen en daar hadden we allebei - competitief als we zijn - wel oren naar. Maar eerst deze ronde nog op Anderstein.