Nederlandse Vereniging van Golfspelende Journalisten
27.08.2021
Het is de basis van elke swing. Wie hier een probleem mee heeft, kan de rest van de ronde – of erger – wel afschrijven. Doe één ding dus nooit. Een opmerking maken over iemands grip. Tenzij je drie down staat met drie te spelen en je echt héél graag wil winnen in een matchplaywedstrijd. In alle andere gevallen is het een absolute no-go.
Misschien is een leeswaarschuwing vooraf noodzakelijk. Een soort disclaimer dat ik geen verantwoordelijkheid draag voor eventuele gripproblemen die uit het lezen van dit stukje voort kunnen komen. Alleen het nadenken over je grip kan al voor kortsluiting zorgen. Zeker als je al lang golft, pak je je club meestal gedachteloos vast. En nu ga je er vrijwel zeker wél over nadenken. Of je wil of niet. Dus een stukje schrijven en lezen over dit vitale onderdeel van ieders swing is niet zonder risico. Het is maar gezegd.
…
Dan moet je het zelf weten. Mijn schuld is het niet als je jezelf zo op de bank ziet zitten in een poging je grip na te bootsen, Je neemt het risico voor lief of vindt het klein genoeg om te nemen. Je kan je immers niet overal tegen beschermen…
Zelf betrap ik me er best vaak op dat ik – al dan niet met een club in mijn handen, het kan ook een pollepel zijn – mijn grip naboots. Voor het gevoel, om te kijken of mijn duim nog op de goede plek ligt, om, nou ja…uit gewoonte eigenlijk. Het begon een paar jaar terug als opdracht van de pro die me met twee kleine tips van mijn slice afhielp en me richting een bescheiden draw stuurde. Hoe? Door een minimale aanpassing in de grip. Maar omdat die grip vijftien jaar de tijd had gehad om in te slijten, kreeg ik als huiswerk mee om regelmatig, en niet alleen op de golfbaan, mijn grip te oefenen. Voelen en ervaren hoe de grip in zijn ogen zou moeten zijn, net zolang tot het weer ‘mijn’ grip was.
Inmiddels voelt de grip vertrouwd, hoef ik er nauwelijks nog over na te denken, maar dat heeft zijn tijd nodig gehad. Het is daarom ook dat de meeste teaching-pro’s heel voorzichtig zijn met het suggereren van een aanpassing van de grip. Een millimeter of twee meer naar rechts of links met je duim en de hele keten van je swing – belangrijker nog de balvlucht – verandert. Het is precies dat, millimeterwerk, en dat moet je met beleid benaderen. Toch kan het ontzettend lonend zijn. Het is echt niet voor niets dat er ook tal van playing-pro’s zijn die voor elke slag (echt élke slag) checken of hun grip goed is. Weten ze in elk geval zeker dat het daar niet aan ligt.
En juist omdát het milimeterwerk is, doe je er goed aan om een worstelende flightgenoot tijdens de ronde geen tip te geven over de grip. Ook niet als het heel goed bedoeld is. Het middel is vaak erger dan de kwaal en kan nog lang na-ijlen. Inmiddels neem ik het een niet nader te noemen mede-nvgj’er niet meer kwalijk maar zijn ooit terloops gemaakte vraag ‘of ik expres mijn linkerduim los van de grip liet’, zat me wel een tijdje in de weg, want wat dééd ik eigenlijk met die duim? Nooit was deze een probleem geweest, nooit bewust aanwezig, maar ineens dacht ik bij elke swing alleen nog aan…
Die ronde raakte ik geen bal meer.
En we waren niet eens aan het matchplayen.
Halfweg Halfweg kon het roer woensdagochtend 29 april om op de A9, Cara had een afslag gemist(foto onder). Poging twee lukte op 6/5 beter, allebei op tijd op Wilnis, waar Cara een noordoosterbriesje moeiteloos onder de duim hield, nu geen afslag miste en 15 slagen achterstand wegwerkte naar 5 & 3 op de 15e. Prima nazit. Dank voor je aangenaam gezelschap Cara!
Soms zit het mee …… en soms zit het tegen. Deze matchplaywedstrijd was ik overgeleverd aan Frank Huiges; iemand met wie ik nog niet eerder had kennisgemaakt of gespeeld bij de NVGJ, maar dat maakt het juist zo leuk. Wat een prachtige golfswing heeft die man. We hebben afgesproken op De Zaanse (mijn homecourse) maar voor Frank ook geen onbekende baan omdat hij hier vorig jaar samen met Hélène ook de matchplay wedstrijd had gespeeld. Bovendien komt hij hier wel vaker omdat dit voor hem makkelijk bereikbaar is vanuit Amsterdam.
Op zoek naar een neutrale baan kwamen we uit bij Golf- en Countryclub Liemeer, midden in het Groene Hart. Ontworpen door Alan Rijks en gefotografeerd door Peter, niet helemaal onbekend terrein voor beide spelers, die goed voorbereid op de eerste tee stonden. Ik had op een recente trip naar Schotland mijn drivershaft gebroken en had weinig vertrouwen in de haastig aangeschafte tweedehandsshaft. Mijn gameplan was dan ook conservatief ingericht. Met 14 slagen handicapvoordeel zou ik een heel eind moeten komen tegen de beste golfer van de NVGJ, huidige handicap +0,8. Veel hybrids en ijzers van de tee, en hopen op foutjes van Peter was het devies. Tot aan de negende hole ging het gelijk op en stonden we all square. Toen begon Peter aan een indrukwekkende reeks: drie birdies in vier holes. In no time stond ik vier down, en dan weet je hoe laat het is. Mijn conservatieve spel leverde uiteindelijk vijf pars en vijf bogeys op maar daar doe je weinig mee tegen zes birdies en een ronde van één boven par. De Matchplay was voorbij op de 16e 3&2 voor de statistieken; Peter had 73 slagen, goed voor precies 36 stablefordpunten. Ik had er 91 nodig en eindigde op 35 punten, maar zijn spel was van een andere klasse. Prachtig om te zien, en tegelijk een mooie bevestiging dat je met 75% handicapverrekening écht in de wedstrijd kunt blijven, ook met een handicapverschil van vijftien slagen. Na afloop konden we nog terecht in het clubhuis voor heerlijke spareribs, waarbij we onze uiteenlopende initiatieven in de golfwereld uitgebreid bespraken. Uiteraard aangevuld met beider avonturen op de onwaarschijnlijk mooie linksbanen in Schotland. Kortom: een fijne wedstrijd, met een verdiende winnaar.
Het kostte enige moeite om een geschikte datum te vinden, maar uiteindelijk kwamen we op 4 mei. Na een prachtige week ervoor en een wat onstuimige zondag, vreesden we qua weersvoorspelling voor de maandag, maar uiteindelijk liepen gewoon in een polo over de baan! Heerlijk golfweer dus op Peter’s baan de Hoge Dijk. Peter kende ik nog niet. We hebben het vorige (zijn eerste NVGJ-) jaar niet samen gespeeld en ik heb lang niet meegedaan aan de matchplay-competitie. Een mooi moment dus om kennis te maken, achttien holes lang. Dat je er dan bij het begin van de ronde achter komt dat hij de winnaar van verleden jaar is, handicap 13 heeft en prachtige, knetterlange drives en slagen heeft, deed me wel al snel vrezen voor de uitslag. Vooral omdat ik diezelfde zondagochtend ervoor nog in paniek een les had geboekt omdat ik eenmaal uit de winterslaap 20 tot 30 meter afstand bleek te hebben verloren en in de paar keer die ik tot nu had gespeeld werkelijk geen bal raakte. Dat bleek ook toen mijn eerste drive dertig meter verder links in de rough strandde en Peter keurig op enkele tientallen meters van de green bleek te liggen… De toon was gezet. Maar we speelden, ondanks de pairing met twee leden van de Hoge Dijk, lekker ons eigen spelletje en wist ik de schade tot aan de turn beperkt te houden: vier up voor Peter. Op hole 10 namen de twee leden afscheid en kwam Ko bij ons in de flight. Ook een Hoge Dijk-lid en toevallig had Peter nog in het weekend tijdens een toernooi met ‘m in de flight gezeten. Ko had net z’n regelexamen met goed gevolg afgerond, heeft zitting in de bijbehorende commissie en schroomde dan ook niet om een knul in de flight voor ons over honderden meters luidkeels al fluitend en roepend erop te wijzen dat hij wel de bunker moest aanharken… We lieten ons niet uit het veld slaan door zoveel machtsvertoon op regelgebied en toen ik eenmaal had besloten om het lesmateriaal van de dag ervoor los te laten en wat meer m’n eigen spel te spelen gingen we lang gelijk op. Maar al babbelend over de tv-wereld - Peter is regisseur bij Talpa en naast m’n eigen ervaringen op dit gebied met RonReizen op RTL4, een vrouw die eindredacteur is in televisieland en een zoon die geluidsman is; stof genoeg dus - bleek toch dat we uiteindelijk elkaar voortijdig de hand konden schudden en Peter door kan naar de volgende ronde. Maar hij moest wel eerst nog even die avond in de vliegmachine naar Spanje om z’n beste vriend bij te staan in relationele problemen. En om er uiteraard te golfen! Veel plezier Peter. En dank voor een gezellig rondje.
Hoe kan iemand zó slecht golf spelen. En zomaar ineens, he. Van de ene op de andere dag geen bal raken. Stel je voor: Koningsdag met 36 puntjes nog mijn handicap verbeterd op mijn homecourse De Purmer. Vier dagen later - zaterdag - vanaf de eerste afslag geen deuk in een pakje boter slaan. Vrijdag nog getraind. ,,Ik denk dat we het lek boven hebben'', constateert mijn teachingpro Ed Vander als hij mijn scorecard van maandag bekijkt. ,,Mooie kaart, zelfs parren en boogies. Je drives lopen nu ook zoveel beter. En, lekker ontspannen gespeeld'', vraagt Ed nog. Ja, gewoon een rondje met mijn meissie. Niets te winnen, niets te verliezen. Chill. Hoe anders is dat op zaterdag op de Veluwse Golfclub, de prachtige homecourse van Sonja van de Rhoer. Nu is Sonja natuurlijk een hele sterke tegenstander. En als je maar drie punten meekrijgt, waarvan de laatste pas op hole 16, dan weet je dat je aan het werk moet. Maar hoe doe je dat? Nou, niet zo; verkrampt door wedstrijdstress. Afslaan voor het clubhuis en ook nog een vol terras. Is er iets erger dan dat? Misschien afslaan op hole 2 met de eerste falikant mislukte afslag op 1 nog tussen de oren. En op 3 en op 4... Soepel De tweede negen gaan we in met 8-1 voor Sonja. Op hole 10 is het gedaan. ,,Maken we de ronde gewoon af?'' Ja, natúúrlijk! Nu pas vallen mij de vrolijk zingende vogels op en de bonte schakering van de vele bomen. Onze ballen liggen naast elkaar in de bunker, op tien meter voor de hole. Wat op de eerste negen niet lukte, lijkt nu een makkie. Soepel lepel ik de bal op een meter van de vlag. Mijn drives, tweede en derde slagen met de hybride gaan nu ook gewoon goed. Kort spel lukt ook. Kennelijk heb ik de wedstrijdstress weer van mij afgeschud. ,,Valt mij ineens op dat je ook een hele andere swing hebt dan op de eerste negen. Kortere achterzwaai en je draait veel beter door'', zegt Sonja. Mijn swing is deze winter 'under construction' geweest. Vergeet kracht en ook geen mokerslagen meer, maar souplesse. Draaien met het bovenlichaam. Ik was dus weer teruggevallen in mijn oude gewoonte. Onder (wedstrijd)druk wordt alles vloeibaar. Nou, bij mij kennelijk niet. Ik ben als een Neanderthaler door de baan gegaan; golfclubs ingeruild voor een houten knots. Ik moet dit gewoon niet meer doen, matchplay. Ballen die vallen Maar laat ik Sonja niet te kort doen, want zij heeft gewoon goed gespeeld. Dit drama heeft ook niets te maken met een vermeend thuisvoordeel, want Sonja geeft telkens prima uitleg over de loop van de baan, waar de hindernissen zijn en de beste route naar de vlag. Haar drives zijn strak, haar ballen gaan ver, Sonja's korte spel is 'zeker', afstand en richting meer dan oké. Gewoon tweeputts, ballen die vallen. Met Sonja is het ook plezierig nazitten. Ze vertelt over haar liefde voor theater en muziek, we delen al langer onze liefde voor koken en heerlijk eten. Meegebracht voor de gastvrouw een heerlijke fles witte wijn; een Gavi. Als herinnering aan de Nations Cup in Capriata d'Orba in Italië waar we in 2018 met partners aan hebben meegedaan. Gavi, dé regionale wijn van de Peidmonte. Verliezen van Sonja is geen schande en is eigenlijk ook niet zo erg, want ze golft zo veel beter dan ik. Gauw nog Dea, mijn vrouw, appen: 'Ik ga nu rijden. Drukte op de A1. Oh ja, verloren; dom gespeeld. Met boter en suiker ingemaakt'. Alleen, hoe vertel ik dit aan Ed?
Zonder te spelen afscheid nemen van de Mr Glow Matchplay, dat is even slikken. Zeker als dat afscheid niet het gevolg is van een blessure of nederlaag maar van een (veel) te volle agenda. Het stukje moeten tikken voor de Mr. Glow competitie is eigenlijk nooit goed nieuws. Heel soms, als je na een zege iemand matst door de tekst ook voor je rekening te nemen, maar meestal zit je toch je nederlaag weg te tikken en zie je letter voor letter verschijnen waarom het mis ging.