Nederlandse Vereniging van Golfspelende Journalisten
05.06.2023
„ Zou je dat nu wel doen. Pas op, dat je niet in het water valt’’, zegt Annette bezorgd. Dat is de tragiek van matchplay. Als je achter staat en je ziet de ander heel constant spelen, dan moet je risico’s nemen. Bal in de grasrand van het water. „Je kunt de bal ook onspeelbaar verklaren’’, probeert zij nog. Nee, dan ben ik zeker weg. F***, waterbal.
Ik gun je graag het thuisvoordeel, reageerde ik heel coulant toen Annette de Jong voorstelde de matchplay op De Zaanse te spelen, in plaats van op De Purmer, mijn thuishonk. Ik ben toch niet geheel onbekend op de Zaanse en met de acht slagen die ik meekrijg zal ze een vette kluif aan mij hebben, sprak ik mijzelf een maand geleden al moed in. De eerste ronde tegen Jan van Galen gewonnen. Bij vlagen geweldig gespeeld. Vol vertrouwen, dus. Daarna begon het kwakkelen. Hamstrings en de lies. The Mondial, de laatste vier holes moeten laten lopen en twee weken geleden de tweede dag op de Texelse niet kunnen finishen. Maandag radiologie, dan horen we het wel. En een vol hoofd. Dat helpt ook niet. De belangrijkste vraag: Op 1 augustus met pré-pensioen. Wat ga ik eigenlijk doen?
Al is dit allemaal geen excuus om te verliezen. Zeker niet als je begint met een vette par na een put van 8-9 meter. Hole twee (par 3) wordt meteen gegeven na een fatale waterbal. Twee holes, 2-0. Kassa. Maar op hole drie ben ik zelf de klos. Met twee punten voor kun je behoudend spelen. Waarom leg ik dan voor de waterhindernis op met een 8 als een 9 ook goed is. Water, dus. Zo dom!
Cooling gel
Annette begint hole 4 met een afzwaaier. Maar mijn afslag is nog slechter. Komend van achter de bomen loop je meteen achter de feiten aan en ik heb hier ook geen extra slag. Tsja en dan staat het ineens weer gelijk. Of toch niet. Je hebt in twee niet eens zo moeilijke holes een zekere voorsprong uit handen gegeven cq. teruggepakt. Het vertrouwen begint bij mij licht te verdampen, net als het putten. Maar de slagen extra redden mij nog even. Tot hole 7. Twee keer water. Oeehhh… mijn hamstrings. Cooling gel, smeren! „Ik verlies gemiddeld zes ballen per keer’’, vertrouwt Annette mij toe. Heel geruststellend Annet, maar waarom nu dan niet? Holes 8 op de Zaanse is de Par 3 over het water. Alleen de bal van Annette ziet geen water. Ze speelt haar Pinnacle, langs het water en met een slice gaat naar rechts, richting de vlag. Een misser die heel goed uitpakt. Vooral als je zelf water treft. Mooie slag, maar net te kort; story of my life. Was ik vijftien centimeter langer, had ik ook geen overgewicht.
Gladiolen
Bij de turn is eigenlijk nog niets beslist. De 9-de gewonnen staat Annette één punt voor. Alles is nog open. Alleen was ik even vergeten dat er meteen drie afslagen volgen vanaf de ringdijk, schuin langs het water. De ringdijk, het handelsmerk van de Zaanse; vijf keer. Voor mij deze dag niet de gladiolen, maar de symbolische ‘dood’. Deze zijn toch lastiger dan op de oude negen. De holes gaan alle drie verloren. Ook door een geweldige par van Annettre. Gelukkig word ik nog een keer gered door een extra slag. Min 3. Als ik vervolgens weer water tref lijkt het einde nabij. Zo kom je op de beslissende hole randje waterhindernis te liggen. Precies waar je niet willen liggen. Heb ik weer risico’s genomen? Nee, juiste club, maar de bal perfect geraakt. Helaas de beslissende slag niet. F***, weer een waterbal.
Dit wil je dus niet, bal in de grasrand van de sloot. Maar als je achter staat en je golfpartner speelt solide dan moet je wel risico’s nemen.
Ouwe diesel
Cap af, hug, gefeliciteerd Annette. „Ja. Ik ben een beetje een ouwe diesel.’’ Nou laat dat ‘ouwe’ maar gerust weg. We spelen de resterende holes uit en doen de baan harmonieus in nog geen 3,5 uur. En wie Annette treft in de derde ronde: laat je niet misleiden door de iets kortere drives en lengteslagen. Annette maakt(e) weinig fouten en speelt zoals genoemd heel constant. Maar vooral: die vrouw kan chippen én putten. Haar korte spel is top! Zeker putten. Dat bevestigt later – geenszins verbaasd over de winnaar — oud NVGJ-lid Hans Woudstra op het buitenterras van De Zaanse. „Ja, ze heeft Léon Klein Schiphorst ook verslagen.’’ En Annette zit natuurlijk niet voor niets in de A. Op het terras langs hole 18 is het goed toeven. Tijd voor de after glow. Tijd ook voor de betere gesprekken. Een sterke aanbeveling om mee te doen met de matchplay. Zeker voor wie recenter lid is geworden van de NVGJ, om je golfpartner voor de dag te leren kennen. Annette is twee jaar lid en werkte eerder bij Privé voor ze de overstap maakte naar radio 100% NL. Inmiddels met pensioen woont zij in Zaandam, appartement aan de Zaan. Ik ben een jaar geleden juist verhuisd uit Zaandam. Ik heb de rivier de Zaan ingeruild voor een sloot en een stuk weiland in landelijk Westzaan (denk maar aan de weerfoto’s van Kees Jak).
Het gesprek komt op pensioen, de creatieve druk van de journalistiek en om altijd ‘aan’ te staan. Over kinderen en kleinkinderen, over ouders op leeftijd. Over het leven. Over golf, over de NVGJ en dat het een bijzondere club (mensen) is. Niet eens ‘over elkaar een plezierige dag bezorgen’, want dat leek zo vanzelfsprekend.
Annette, bedankt voor een mooie, gezellige golfdag. Heel veel succes in de volgende ronde. Ik ga de troostronde in.
Ronald Massaut
‘Doe je wel mee aan de verliezerscompetitie’, vroeg matchplay-wedstrijdleider Louis me nadat ik in de ‘echte’ matchplaycompetitie kansloos had verloren van oud-winnaar Peter Luijer. Ach ja, dacht ik, misschien maak ik daar dan nog kans. Maar dan moet je niet tegen Cara de Vlaming loten!
Van speedgolf naar matchplay Mijn matchplaywedstrijd tegen Roland eindigde op de zeventiende hole. Met 2&1 trok hij verdiend aan het langste eind. Hij speelde solide, sloeg een aantal uitstekende afslagen en liet bovendien zien hoe waardevol een goede bunkerslag kan zijn. Zelf speelde ik zoals ik mezelf helaas maar al te goed ken: met veel ups, maar vooral ook veel downs. Tijdens de ronde met Roland dwaalden mijn gedachten regelmatig af naar een week eerder, toen ik in Parijs meedeed aan het Open France Speed Golf Championship. Op aandringen van een goede vriendin uit Parijs – al jaren enthousiast ambassadeur van deze bijzondere sport – besloot ik het avontuur aan te gaan. Speedgolf is even 'eenvoudig' als meedogenloos: leg 18 holes af in zo weinig mogelijk tijd en met zo weinig mogelijk slagen. Je score is de optelsom van je speeltijd en je aantal slagen. Ik stelde nog voorzichtig voor om twee keer negen holes te spelen. Tenslotte had ik dit nog nooit gedaan. Maar mijn vriendin lachte dat weg. "Doe gewoon twee keer achttien. Anders ben je veel te snel klaar en verveel je je rot." Met dat vooruitzicht zei ik toch maar ja tegen twee keer achttien holes. Zoals bij ieder serieus toernooi begon het met een oefenronde. Ik kreeg een piepklein draagtasje mee waarin precies vier van mijn clubs pasten: een putter, een 7-ijzer, een 4-hybride en een wedge. We verkenden de baan en ik werd gewezen op de oh zo belangrijke afsnijpunten. Tot mijn nog grotere schrik zag ik op een aantal holes ook nog een paar stevige beklimmingen. Op dat moment begon ik me serieus af te vragen waarom ik hier eigenlijk ja tegen had gezegd. Na een stuk of twaalf holes wist ik echter één ding zeker: met dit tasje zou ik de wedstrijddagen niet overleven. Mijn schouder protesteerde luidkeels - alles voelde zwaar - en ik begon te piekeren over een alternatief. In het clubhuis ontdekte ik vervolgens dat ik in heel ander gezelschap was beland dan ik had verwacht. Nog nooit had ik zoveel afgetrainde golfers bij elkaar gezien. Al snel bleek waarom. Veel deelnemers kwamen helemaal niet uit de traditionele golfwereld, maar uit de wereld van de duursport: triatleten, Ironman-deelnemers en ultralopers. Ook liepen er recordjagers rond. Zo ontmoette ik de Zwitser Jürg Randegger, die in het Guinness World Records staat met het record van maar liefst 252 gespeelde holes in twaalf uur, wandelend, met slechts één club – een 7-ijzer. Daarvoor legde hij zo'n 93 kilometer af, sloeg 1.348 ballen en maakte onderweg ook nog vijf birdies. Ook sprak ik een jong stel met twee kleine kinderen. Voor hen was speedgolf dé manier om het golfen niet op te geven: vóór het werk of voordat de kinderen wakker werden een snelle ronde spelen en daarna weer naar huis. Op dat moment besefte ik dat speedgolf echt een wereld op zichzelf is. Voor de eerste wedstrijddag besloot ik met slechts twee clubs op pad te gaan: de 7 en de 4-hybride. Eén in iedere hand. Putten zou met de hybride gebeuren. Het voelde als een verademing vergeleken met het draagtasje. Eén detail had ik alleen over het hoofd gezien: na iedere slag moest ik de andere club weer van de grond oprapen. Na een paar kilometer rennen blijkt dat een flinke aanslag op je onderrug. Niet voor niets lopen de meeste ervaren speedgolfers met een speciaal holster waarin vier clubs passen... Iedere speler krijgt een vrijwilliger in een buggy mee die de score bijhoudt en de weg wijst. Mijn begeleider was een uiterst vriendelijke Fransman die echter geen woord Engels sprak en de baan eigenlijk ook niet goed kende. Toen ik onderweg vroeg: "Can you please give me some water?" dacht hij blijkbaar dat hij in de weg stond. Met piepende banden scheurde hij vooruit, terwijl ik juist om water had gevraagd. Uiteindelijk slaagde ik er tijdens achttien holes in ruim dertig graden slechts twee keer in mijn eigen waterfles uit de buggy te pakken. Ook de belangrijke shortcuts waren voor hem een mysterie. Op mijn vragen, in mijn beste schoolfrans, volgde steevast: "Non... je ne sais pas." Achteraf schat ik dat ik daardoor zeker twee kilometer extra heb gelopen. Na 1 uur en 19 minuten kwam ik compleet uitgeput binnen. Met 110 slagen, een vuurrood hoofd en vooral de vraag: waarom doen mensen zichzelf dit aan? Maar eerlijk is eerlijk: het is wel een belevenis. De tweede dag voorspelde de vriendin dat het nu vast beter zou gaan. Ik had het mezelf ook iets gemakkelijker gemaakt: in plaats van twee clubs ging alleen mijn 7-ijzer mee. Mijn rug was me dankbaar, al gold dat iets minder voor mijn korte spel, want chippen met een 7-ijzer blijkt toch niet helemaal ideaal. De baan bleef ondertussen onveranderd heuvelachtig, met venijnige hellingen en eindeloos vals plat. Speedgolf is geen ontspannen hardlooprondje met af en toe een golfslag; het is echt afzien. Daarom koos ik die tweede dag bewust voor negen holes. Die speelde ik in 31 minuten en 45 slagen. Voor een eerste kennismaking vond ik dat prima. Ik weet nu wat speedgolf van je lichaam vraagt. Eén ding staat vast: volgend jaar kom ik terug maar dan beter voorbereid. Want zelfs als je een redelijke hardloper bent, moet je voor speedgolf echt specifiek gaan trainen. En toen ik na afloop de uitslagen bekeek, besefte ik pas echt hoe bizar hoog het niveau ligt. De Engelsman James Hardy speelde de 18 holes in 45 minuten en 54 seconden en deed dat ook nog eens in 74 slagen (+2). De tweede dag liep hij de baan in 46 minuten en 30 seconden met 76 slagen! Op een baan van bijna negen kilometer betekent dat vrijwel onafgebroken hardlopen, terwijl je ondertussen golf op topniveau speelt. Er viel wel een kwartje. Op beide wedstrijddagen sloeg ik vrijwel al m'n afslagen kaarsrecht. Niet één grote afzwaaier. Omdat je voortdurend rent, heb je simpelweg geen tijd om na te denken. Je remt af, stapt in je routine, slaat en rent weer verder. Geen 'technische' gedachten. Geen twijfel. Geen oefenswings. Gewoon staan en slaan. En terwijl ik gisteren in mijn verloren matchplay tegen Roland weer ouderwets boven de bal stond te twijfelen over grip, swingbaan, balpositie en nog twintig andere technische details, dacht ik ineens met weemoed terug aan die Franse speedgolfdagen. Misschien ligt de oplossing voor mijn golfspel helemaal niet in nóg meer analyses of weer een nieuwe swing-, chip- of putttechniek. Misschien moet ik mezelf gewoon wat minder tijd gunnen. Gewoon gaan staan, slaan en door! Roland, nogmaals van harte gefeliciteerd met je overwinning. Het was hoe dan ook een prachtige middag op Golfclub Wilnis.
Zoals me vorig jaar overkwam, heb ik ook dit seizoen verloren in de losersronde. Pijnlijk natuurlijk. Maar ook weer niet onverwacht, want in de reguliere competitie variëren mijn resultaten ook nogal. Tegenstander Peter Luyer had een vroege start op de Hoge Dijk geregeld en zoals je in Amsterdam kunt verwachten waren in onze flight 2 man bijgeplaatst. Aardige kerels, die ook nog eens verdomd goed konden golfen. Omdat ik bijna op elke hole een extra punt 'had', was het voor Peter aanpoten op het moment dat ik een redelijke score had. Bij de turn stond Peter pas 1 'up'. De jaloersmakende slagen van onze flightgenoten stimuleerden zeker en Peter was zo aardig bij mijn enige echte mispeer (een afslag in het water) ook een waterbal te nemen. Uiteindelijk is de match pas op de 18e hole beslist en wist Peter met 2 Up te eindigen. Tijdens de Amsterdamse lunch (broodje bal op witbrood) bleek dat hij als regisseur bij SBS en ik als sponsor- cq. communicatieman vooral raakvlakken te delen bij de grote sport-events als de Olympische Spelen. En daaraan gelieerd samenwerking met bedrijven als Heineken. Het was een prima duel dat geheel paste in het adagio van de NVGJ: "elkaar een leuke dag bezorgen". Peter, succes met de volgende loser....
"Spelen we bij jou op de Veluwse of kom je naar Lauswolt?" appte Louis nadat bekend was geworden dat er een tussenronde aan de Mr. Glow Matchplay was toegevoegd. Ik had Louis eerder al eens op mijn homecourse verslagen en vond het daarom niet meer dan eerlijk om af te reizen naar het Hoge Noorden, naar de voor mij nog onbekende baan van Lauswolt.
Na het grandioze succes van de Nations Cup in eigen land is de schroom groot onder de leden. Maar de tien durfals die ook dit keer hun land willen verdedigen, dit keer op Sussex in Engeland, zijn bekendgemaakt door captain Hélène Wiesenhaan.
Pim schreef met de redactie. Hi Anton, Nadat Peter vorige week enkele uren voor ons matchplayduel om zeer begrijpelijke redenen moest afzeggen, moest ik dat doen voor ons duel op 1 juli… En zeker de eerste 2 weken daarna kan ik niet spelen! Ik krijg namelijk a.s. maandag een pacemaker (niets ernstigs, daar kun je 100 mee worden); die datum werd me plotseling op weg naar Welderen meegedeeld. Derhalve heb ik de winst aan Peter ‘geschonken’. Zal ik nog een piepklein stukkie plus foto doorsturen of niet? Of is dat mosterd na de maaltijd? Pim Pim, Stuur maar door hoor. Altijd leuk. Groet, Anton