Nederlandse Vereniging van Golfspelende Journalisten
20.07.2021
Nog altijd is er een forse instroom van nieuwe of herintredende golfers. De stijging begon tijdens de eerste lockdown en gaat tot op de dag van vandaag voort. De grote uitdaging is dan ook niet per se nieuwe spelers aan te trekken, maar deze nieuwe golfers te behouden. Aan het enthousiasme bij het begin kan dat in elk geval niet liggen, zo stelde ik vast na een uurtje in de nabijheid van wat absolute beginners te hebben rondgehangen.
‘Oh chill’, zegt de jonge vrouw als ze hoort dat ze haar tas wel even op kantoor mag leggen voor ze aan haar tweedaagse starterscursus begint. ‘Chill’ hoor ik niet vaak op een golfbaan, wel thuis, waar twee jongeren woonachtig zijn, maar op het terras van de golfbaan is het toch echt eerder ‘fijn’, ‘leuk joh’ en heel soms ‘relaxed’. Voor haar is het dus chill. Hoe oud zou ze zijn? Een jaar of 23 schat ik, hooguit, en daarmee een van de jongste deelnemers van het beginnersweekend dat zich op het terras van Golfbaan Waterland aan de tafel naast me aan het verzamelen is.
Maar héél veel jonger dan de rest van de groep van een man/vrouw of vijftien is ze ook weer niet, valt me op. Twee eind-vijftigers schuiven bij twee eind-twintigers aan met de mededeling ‘dat ze toch maar even aan tafel gaan zitten bij niet de allerjongsten van de groep om zich niet stokoud te voelen’, terwijl het jonge stel aan de andere kant van de tafel opmerkt dat zij op hun beurt juist bang waren alleen maar ‘oude mensen’ tegen te zullen komen. Waarmee in een paar zinnen twee constateringen konden worden gedaan: in de beeldvorming is golf nog altijd iets voor oudere mensen, in de praktijk zijn veel van de instromers stukken jonger dan ze lang waren.
Het was mooi om als een vlieg aan de muur mee te luisteren met de deelnemers die elkaar hooguit in tweetallen kenden, maar elkaar hier vonden in hun interesse voor de golfsport. Omdat ze ooit met een vriendje mee waren geweest naar de driving range en het nu ook wel eens wat serieuzer wilden proberen. Omdat ze jaren geleden een clinic hadden gedaan maar nu graag de baan in zouden gaan. Omdat ze een andere sport niet meer mochten beoefenen of al jaren niet gesport hadden.
‘Ik heb gehoord dat als je hebt gehockeyd je een grotere kans hebt dat je het snel oppikt’, hoorde ik iemand zeggen. Een ander: ‘Nou, een vriendin van mij zei juist dat het daardoor moeilijker werd omdat het een heel andere slag is’. Waarna een derde opmerkte dat ‘ervaring met elke sport waarbij een bal betrokken is je voordeel oplevert’. Zo had iedereen zijn eigen gevoel vooraf, net als iedereen zijn eigen zorgen leek te hebben. Dat liep uiteen van ‘ik heb totaal geen balgevoel’ tot ‘ik ben bang dat ik de regels nooit ga onthouden. Hoe zit het nou ook alweer met het markeren van je bal op de green als die in iemands speellijn ligt?’
Vragen waren er zat, vooral onderling. Eén vraag hoorde ik echter meerdere keren terugkomen, en dat was hoe het mogelijk was dat ze – veelal mensen die nog nooit een club in hun handen hadden gehad – na twee dagen allemaal voldoende golfer zouden zijn om de baan in te mogen. ‘Dat wordt nog een hele klus voor ze’, lachte de vrouw die net nog zei dat ze geen enkel balgevoel had.
Het was het moment dat ik mijn muurtje wilde verlaten, dat ik zoemend om hun hoofd wilde cirkelen om ze wat te vertellen. Dat golf leuk is, maar lastig. Dat je na één weekend misschien met een baanpermissie de (korte) baan op mag, maar dat dat je nog geen golfer maakt. Dat je regelmatig zal moeten spelen, oefenen en/of lessen om het ook na dit eerste weekend leuk te houden. De pro zei wel dat golf een prachtige sport is, soms ook ontzettend frustrerend, dat je jezelf tegen ging komen, maar dat het de moeite absoluut waard was. Wat hij alleen niet zei, was dat dit weekend nog maar het begin was van een (hopelijk) lange golfreis. Bij het welkomstpraatje had hij het over technische vaardigheden, regelkennis en etiquette, en ik kon alleen maar hopen dat ze dit zo belangrijke stukje informatie in de loop van hun kennismakingsweekend alsnog nog te horen zouden krijgen. Golf leer je niet in één weekend. Kennismaken, een basis leggen, enthousiasme kweken allemaal wel, maar als je langjarig plezier wil hebben van de sport gaat daar meer tijd overheen. Als je dat beseft dan is de kans dat het enthousiasme (veel) langer dan alleen dat weekend beklijft, stukken groter.
En dan wordt golf pas écht chill.
Het woord ‘ontspullen’ is voor mij nu al het woord van het jaar. Een woord overigens dat meneer van Dale nog maar sinds kort erkent. De hoeder van onze moedertaal is wat behoudend zullen we maar zeggen. Erger is dat mijn automatische spellingscontroleur het woord niet herkent en mij steeds wenst te corrigeren met het woord ‘onthullen’. Tijd om het emotieloze tech-wonder, onze nieuwste pennenvriend ChatGPT te hulp te roepen. ‘Het’ geeft in een mum van tijd een uitvoerig antwoord. Het dichtst bij ‘ontspullen’ komt het begrip ‘bewust wegdoen van overbodige zaken om zo meer rust, ruimte en overzicht in je hoofd te creëren.’ Of zoals een erkend minimalismespecialist (die bestaan echt) mij tracht te inspireren: ‘je leven simpeler maken en je focus verleggen naar wat écht belangrijk is’. Het lijkt verdomme wel golf. Maar de harde kernaspecten van het woord bevatten nog meer. Ontspullen is ook een actieve manier om de geest te verlichten met mentale rust als doel. Niet klakkeloos opruimen dus, maar dat doen op basis van de vraag ‘of die spullen je nog vreugde brengen’. Mooi hè? Een aanstaande verhuizing - wij gaan kleiner wonen en gelijkvloers, want dat móet als je ouder wordt - dwingt me tot die ultieme gelukstest. Terwijl ik hardnekkig probeer ‘The Old Man Out’ te houden, staar ik naar een breed scala aan verwaarloosde objecten en stel mezelf de vraag: ‘ben ik hier überhaupt ooit blij van geweest?’ Maar ook de keuze die ik mijzelf opleg bemoeilijkt het vreugde-proces: wordt het een hiernietsmaals of een tweede kans? De Milieustraat of de Kringloop? Of toch nog maar even bewaren? Onder het motto ‘bijna alles moet weg’ duiken ook enkele ontspulkandidaten uit NVGJ-hoek op. Ooit als prijs (of als vriend) verworven. Zoals twee romans van René Brouwer en diens pseudo Renee van Amstel, ‘De vrouw van de ambassadeur’ en ‘Het spel van Floor’ (nb: het laatste boek is beter dan de film), waar de erotiek van de omslagen afdruipt. In schrille tegenstelling tot de gebronsde kop van Rob, ‘in chamois-tint’, op de cover van 'De Grote Hoogland’. Ze zijn slecht vergelijkbaar met het succesvolle ‘Complete Margriet Kookboek’ (vijfhonderdste druk schat ik in) van Sonja van de Rhoer of het 'NVGJ’- verzamelwerk van Hans Terol met een sierlijke poze van Willem van DEN Elskamp tegen een regenboog, van mijzelf, op de voorplaat. Van de meer tastbare ontspulattributen heeft ‘Bartje’, ooit de Drenthe-trofee, een eerdere schifting niet overleefd. De handige Action- snijplank (met keuzes voor de te bewerken producten) zal ook in onze nieuwe behuizing wel een rol blijven vervullen. Blijven over de eerste prijs van de ‘NGF-Journalistendag 2010’, een inmiddels totaal verweerde verzilverde schaal, en maar liefst twee ‘Poppe-cups’. Als ode en herinnering aan Poppe de Boer en diens nimmer aflatende strijd om het NVGJ-logo - en vooral zijn gemopper daarover - zullen de eigenhandig door hem gedecoreerde bokalen binnenkort worden geplaatst in de NVGJ-relikwieënkast op onze home course. De tienduizend (en meer) digitale foto’s van ‘de-NVGJ-door-de-jaren-heen’, toen alles (nog) beter was, onttrek ik aan het ontspulproces. Die gigabytes nemen immers weinig ruimte in en scheppen bij het weerzien ervan nog steeds vreugde in het leven.
Ik zit op de rand van het bed in onze hotelkamer in Denia en denk: dat scheelde niet veel; kantje boord. Het is de schaduwzijde van goede voornemens. Behalve wekelijks twee keer golftraining is dat afvallen, fitter worden, flexibiliteit en meer rotatie in het bovenlichaam als ook meer spierkracht in de benen. Naar de sportschool, dus. Mijn valkuil: meer doen dan slim of dan nodig is. Vooral té snel, té veel willen. Meteen vier keer per week aan de gewichten hangen is niet zo handig als je pakweg tien-vijftien jaar geleden voor het laatst een sportschool van binnen hebt gezien. Na twee weken in de gym kan ik nog geen kopje meer optillen. Op de golfbaan geweest; kan geen bal slaan zonder stekende pijn. En over vier-vijf weken is de Surprisereis naar Denia/ La Sella. Ga ik dat wel halen? Reddingsboei bij fysieke malheur is al 30 jaar mijn bevriende fysiotherapeut, George Owens. Hij heeft mij begeleid gedurende drie knieoperaties en over drie decennia bij verschillende squash-, ski- en later golfblessures. Laat ik het kleinere werk hier verder onbenoemd. Overbelast George kent mijn gemankeerde lichaam als geen ander, maar dit was toch weer nieuw voor hem. ,,Overbelasting. Het is de onderliggende spiergroep van de triceps van je rechterarm, maar ook de aanhechting van de spieren vanaf de elleboog en de schouder. Hoe krijg je dat nu weer voor elkaar?'' Nou ja, 'goede voornemens', leg ik uit. ,,Hoe oud ben je'', vraagt George hoofdschuddend. Hé vriend, jij vond het ook een goed idee dat ik deze winter naar de sportschool zou gaan, probeer ik steun te vinden. ,,Ja, maar niet meteen vier keer per week en ook niet meteen een volledige workout.'' Ik knik berustend. De voorafgaande dagen aan de golftrip van de NVGJ blijven spannend, maar George lapt mij toch weer op. In de tussentijd heb ik wel een conditie- en benenprogramma gedaan, dat wel. Motoriek De actuele stand van zaken rond mijn goede voornemen: In plaats van afvallen ben ik aangekomen, zoals meestal in november-december. Ik heb ook nog steeds de motoriek van een hoogbejaaarde en zie maar weinig vooruitgang. Het is een hele opgave, drie-vier keer per week naar de sportschool. Natuurlijk met de luxe van gratis parkeren voor de deur. Dat wel, maar het zit nog niet in mijn systeem. De golfbaan heb ik na de seizoensafsluiting amper meer gezien. Appje van mijn pro, Ed Vander: ,,Hé Ronald, ik zie dat je trainingen hebt ingeboekt. Maar dat kan helemaal niet, want ik ben op vakantie. Laten we in het nieuwe jaar maar een programmaatje maken.'' Pfffff... de eerste wedstrijd van 2026 is al half maart. Wat kun je repareren in slechts twaalf weken? Het schiet allemaal niet op met die goede voornemens. Het dreigt - wel héél vertrouwd - weer opnieuw 'overwinteren' te worden. Ook fijn, toch? Aanvullende goede voornemens: Laat het glas altijd halfvol zijn; mínimaal halfvol en geniet van het leven!
Die Mr Glow Matchplay komptisie 2026 zal sal ook hierdie keer afgeskop word met 'n toernooi op die Devonvale Buite Klub in Stellenbosch, Suid-Africa. Dis 'n uitdagende baan waar jy met moeilyke bofhoue konfronteer word. Die skoonveld kan op sekere plekke nogal smal wees en as die wind boonop opsteek, kan dinge baie interessant raak. Die wedstryd zal op 27 Februarie gespeel word over 18 gaatjies onder lekker sonskijn en snelle setperke. Die NVGJ-speelseisoen sal geopen word met die afslaan van die klub se twee veterane, Ruud Onstein en Ruud Taal. Jij kan jou aanmeld en die inskrijving is oop vir alle NVGJ-lede. Sonja van de Rhoer en Louis Westhof is al op die lijs met name van deelnemers. Versprei die woord!
Onze voorzitter en hoofdredacteur van Golfers Magazine, Martijn Paehlig, pakt royaal uit in 'zijn' tijdschrift, met maar liefst zes zeer lezenswaardige pagina's over de Nations Cup, onlangs gespeeld op onze thuisbaan De Texelse. Het team van de NVGJ overtrof daar zichzelf en werd derde. Het is een sfeerbeeld en wedstrijdverslag in één, met mooie foto's van (ook al) 'onze' Roland Reinders en Peter van Weel. Alle spelers en natuurlijk de toernooidirecteur Cara krijgen aandacht. In hetzelfde nummer overigens een indrukwekkend verhaal van Pamela, over United Golf, dat Oekraïense oorlogsveteranen helpt om via golf hun leven weer op de rit te krijgen. Schril contrast: waar Anton Kuijntjes tijdens de nations cup grappend zegt: 'Ik geef mijn linkerbeen voor zijn balcontact', over een Oostenrijkse tegenstander (met hdc 14 een typische U-boot), citeert Pamela in Oekraïne: 'Jij hebt nog twee benen, dus jij mag wel wat extra werk verzetten.' Uiteraard staat er ook weer een column van Rob Hoogland in het blad. Nu thuis op de mat of in de winkel verkrijgbaar.
We gaan met de NVGJ terug naar De Goyer. Terug naar die baan die bij iedereen in het geheugen gegrift staat: waar ooit een slagboom naast lag en wij dat dagdeel het enige gezelschap waren. Niemand heeft ooit schuld bekend, al vond het bestuur destijds dat we de helft van de kosten moesten dragen. Zo gaat dat bij ons.