Nederlandse Vereniging van Golfspelende Journalisten
05.12.2020
Ga je mee golfen?” „Golfen? Doe niet zo idioot, daar heb ik helemaal geen tijd voor. Ik ben freelancer weet je wel!. Ahhhh, alsjeblieft”. „Nee, nee en nog eens nee”.
Enfin, dagen lang jengelde, zeurde, bedelde, dreigde mijn toenmalige goede vriendin Joan Prior of ik toch ik godsnaam mee ging golfen. (Ja, de dochter van Karel en z’n eerste vrouw. Hij trouwde overigens 8 keer maar dit terzijde!)
Uiteindelijk ging ik — met heel veel tegenzin — overstag onder het mom van „ik ga één keer met je mee en daarna zoek je het maar uit”.
Tja, en laat ik daar nou op die drivingrange (wist niet eens hoe je het spelde) een bal raken! Per ongeluk natuurlijk maar ik was wel gelijk verkocht! Joan hield het voor gezien. Nou, ze werd bedankt!
Nou kluste ik in die tijd ook bij TV-Plus (1992-1996). Dat was een breedbeeld experiment van NOS, NOB, Philips en PTT-Telecom. Er werden speelfilms, documentaires en muziek- en sportevenementen van diverse omroepen op uitgezonden. Maar ook filmpjes van ongeveer een kwartier die we zelf op 16:9 draaiden. De omroepen waren aanvankelijk huiverig. Dachten dat er — om het beeld te vullen — naast iemand in beeld nog een plantje moest of zo. De eerste die er volop in dook was de Vara en dan ook gelijk maar in HD. Kregen ze subsidie voor.
Ik maakte voor TV Plus filmpjes over van alles en nog wat. Bedacht ze zelf, produceerde en presenteerde ze, monteerde de boel en hoppa ze gingen de (breedbeeld)zender op. Keek toch bijna niemand! Want je moest een Philips (natuurlijk) breedbeeldtelevisie hebben met ingebouwde decoder en een smartcard. Er waren niet veel abonnee’s. We keken hoofdzakelijk zelf! De filmpjes werden dan ook eindeloos herhaald. Maar ik was inmiddels zo gegrepen door het golfvirus dat ik onmiddellijk het verzoek indiende om een sfeerverslag te maken van het Heineken Open op de Noordwijkse. Ze vonden alles best.
TV Plus was een klein clubje. Ik interviewde daarvoor Robbie, maar ook Henk Heyster, Toto Strumphler (golf is expectation minus reality) en weet ik veel wie ik voor de camera kon slepen. Dat ging nog best stroef want niemand had natuurlijk ooit gehoord van TV Plus. Laat staan van breedbeeldtelevisie. Ik moest dan ook iedereen een VHSje geven van het programma. Later hoorde ik van Anja Fabery de Jonge (helaas te vroeg overleden) dat ze het bij Reved nog heel vaak bekeken. Alleen al om te zien waar de reclameborden in de baan stonden. (Niet om mijn geweldige sfeerverslag!)
TV Plus stond op de Firato in Amsterdam. Daar stond een poppenspeler met (ja echt) een speelgoed teckel het publiek uit te leggen wat breedbeeld was. Elk uur was er verbinding met Hilversum waar ik zat. Zie onderstaand fragment.
Toen ik vervolgens in 1994 meespeelde met de perswedstrijd voorafgaand aan het Heineken Open in Hilversum — dat was op een baan in Lelystad waar we met de bus naar toe gebracht werden — kwam ik in de flight terecht bij Charles Taylor. In het welkoms-praatje op de baan waren we niet zo geïnteresseerd en daardoor hadden we gemist dat je een free drop had als je in één van de plantenVakken terecht kwam. Charles en ik dachten plantenBakken. Tja, en daar hebben we er geen één van gezien en ook niet in gelegen dus. Wel in de plantenvakken en daar hebben we onszelf rijkelijk veel strafslagen voor gegeven.
Enfin, toen ik tijdens de wedstrijd Charles kond deed van mijn o zo leuke Heineken-Open-filmpje vroeg hij of ik lid wilde worden van de pas opgericht NVGJ. Hoefde dat alleen maar door te geven aan Leo van de Ruit die toen secretaris was. En zo werd ik — vlak na de oprichting — lid van de leukste club van Nederland. Wat hebben we een lol gehad en nog steeds! Ik ging b.v. mee met het surprise-reisje (toen het nog echte surprise-reisjes waren en wij van te voren echt niet wisten waar we terecht zouden komen) naar de Royal St. George. Inge Langhout en ik waren de enige vrouwen.. Wij zaten daar in de gedoogzone want vrouwen waren niet welkom! Maar Robbie had dat als „overseas member” toch weten te regelen. Er stond wel vooraan de weg bij de golfclub een bord met „Dogs and woman not allowed” (en in die volgorde). Inge en ik moesten ons omkleden in de bezemkast en we mochten na het golfen de lounge niet in.
We werden in een soort van bijkamertje gezet met een doorgeefluik naar de lounge waar de andere NVGJers zich om het luik verdrongen om te zien hoe wij erbij zaten en om ons natuurlijk van drankjes te voorzien. Aan het diner waren we wel welkom ware het niet dat ze een soort van kamerscherm om ons heen hadden gezet. Het was die dag stervenskoud en Poppe de Boer had de pech met mij door de baan te moeten. Kwam er toch wel met 4 hele stablefordpunten van af en kreeg toen van Robbie de aanmoedigingsprijs. Iets waar ik het jaren lang niet over durfde te hebben. Maar ik heb dat donkerblauwe Bullet-tasje om sieraden in op te bergen nog steeds! Overigens is mijn spel sinds die tijd wel iets verbeterd maar ik pruts nog steeds wat af.
Vele reisjes en tripjes volgden nog zoals het geweldige uitje met een privévliegtuig naar Paris International en Bretagne. Er zijn sinds de oprichting van de club zo ontzettend veel mooie uitjes geweest. Te veel om op te noemen. Vaak deelde ik mijn kamer met Madelon. Onze onvolprezen 2de secretaris. Zelf mocht ik ook 2 jaar lang deze functie bekleden maar Madelon doet het vele malen beter dan dat ik ooit gedaan heb. Ik geef dan ook met plezier de estafette-pen aan haar door.
Dit berichtje van onze Belgische vrienden bereikte ons: Beste Madelon, Langs deze weg wilde ik jou - en het hele organisatie-team - namens de BPGC van harte bedanken. Hopelijk is iedereen weer goed thuisgekomen. Deze editie van 2026 op De Herkenbosche was een fantastisch succes, en dat hebben we grotendeels aan jullie te danken. Een hele grote dankjewel voor jullie uitzonderlijke gastvrijheid, het voorbeeldige fair-play en de prachtige sportieve sfeer die onze ontmoetingen zo typeert. Hoewel de overwinning dit jaar naar het Belgische team gaat (278 tegen 259), zijn het vooral de gezelligheid, het plezier van het spel en de schoonheid van jullie golfbaan die deze dag hebben getekend. We kijken er nu al naar uit om jullie volgend jaar bij ons te mogen verwelkomen voor de return! Overweeg onze hartelijke en sportieve groeten aan al je spelers. Met vriendelijke groet en tot snel op de fairways, Namens de BPGC, Vincent.
Had ik mijzelf kansen toegedicht? Zeker. Het was goed doordacht dat ik besloten had van de blauwe tees te spelen. Omdat ik dan de meeste greens 'in regulation' zou kunnen halen, en dus 'gewoon' par moest kunnen spelen. Als je dan veel slagen meekrijgt, zoals in deze halve-finalewedstrijd tegen Peter van Weel (ik kreeg er 10), moet je tegenstander al birdies maken om te kunnen 'halven'. Welnu, Peter (hij speelde van de gele tees) máákte birdies. Maar liefst zes in de vijftien holes dat onze 'wedstrijd' duurde. Dat is precies één meer dan ikzelf maakte in de laatste twintig Q-ronden, die ik sinds half mei speelde. Peter ging sterk van acquit, met birdies op 1 en 2. De eerste kon ik nog matchen met een par en een slag cadeau, maar de tweede betekende het eerste verlies. Ronduit bemoedigend was dat ik op de derde hole weer gelijk maakte. Niet dankzij een par of een bonusslag, maar doordat Peter zijn bal in het bos sloeg en een - zeldzame - double bogey moest incasseren. Van slag was hij niet. Integendeel, op de vierde hole maakte hij opnieuw een birdie, dankzij een succesvolle putt van zo'n 15 meter. "Sorry Louis", zei hij, nadat zijn bal in de hole was verdwenen. Op dat moment kwam ik tot het besef dat Peter niet alleen prettig lang is van de tee, maar zijn plus-handicap (+0.6) vooral te danken heeft aan ijzersterk kort spel: pitchen, chippen en putten. Ja, het was in zijn voordeel dat hij, als thuisspeler op De Hoge Kleij, gewend was aan de snelheid van de greens. Ik had daar - hoewel ik aardig kan putten - meer moeite mee. Maar dat gaf vandaag niet de doorslag. Wat dan wel? Dat ik verzuimde te profiteren van de fouten die Peter maakte. Want ja, ook Peter maakt fouten, al zijn het er verdomd weinig. Oké, hij maakte 'gewoon' een par op de par-3 vijfde nadat hij zijn bal vanaf de tee in de greenside bunker had geslagen. Maar als je, zoals ik, dubbel bogeys maakte op par-3's, dan is winnen een illusie en je lot bezegeld: 4 down na acht holes. Ik moest denken aan de prestatie van Frank Huiges, die een jaar geleden op De Hoge Kleij de beste tweede negen uit zijn loopbaan speelde, en zodoende de halve-finalepartij van Peter wist te winnen. Zou ik niet ook...? Tuurlijk. Ik won negen en tien en kwam terug tot 2 down. Op de elfde, waarop ik geen slag kreeg, produceerde Peter een zeldzame afzwaaier: links in de hei. Ik meende te kunnen profiteren. Tot we zijn bal vonden: nog goed speelbaar. Het vervolg: beiden met twee op of bijna op de green. Peter maakte de birdieputt, ik par: 3 down. Over het vervolg beperk ik me tot het volgende: Peter won de partij in stijl, met een birdie op vijftien, na alweer een middellange putt. Ik schreef in de tweede alinea 'wedstrijd', tussen aanhalingstekens, want spannend is het geen tel geweest. Peter was vandaag gewoon te goed. Wat na afloop bij mij nog wel even knaagde, ondanks mijn stablefordscore van 36, was mijn gepruts op de par 3's. Al zou ik, als ik deze beter had gespeeld, de partij vermoedelijk ook hebben verloren. Tot slot: Peter eindigde op 72 slagen (gelijk par, 37 stablefordpunten) en kwalificeerde de partij als "relaxed, zoals een ronde golf hoort te zijn''. En dat allemaal op een echt fantastische baan, in uitstekende conditie. Inderdaad een genot om te spelen, ondanks het lawaai van twee regelmatig overvliegende Chinook-heli's van de nabij gelegen vliegbasis Soesterberg.
De genoeglijke interland op Herkenbosch ging dik verloren. Dat lag niet aan thuisspeler Ron Buitenhuis, die tien minuten van de baan woont en Herkenbosch als geen ander kent. Hij was nochtans niet geselecteerd voor de interland. Zijn revanche was zoet: eerste prijs in de B-categorie met een mooie score: 33. Na afloop was hij het middelpunt van een tafel met Onno, Fred, Pim en Paul. Aan een andere tafel zat een Nederlandse international die het in de baan minder goed deed dan na afloop. Leonard van Nunen was de enige die zich aan tafel zette tussen de Belgen. Praktische verbroedering, subliem gastheerschap, staaltje opofferingsgezindheid? Held!
De NVGJ verwelkomt een nieuwe columnist. Ben J. van der Voogdt (1968) schrijft vanaf vandaag elke twee weken op nvgj.nl. Hij leest alles wat er in Nederland over golf verschijnt en telt na wat er beloofd is. Zijn columns zijn altijd exact 444 woorden. Wij zijn blij dat hij zich hiertoe bereid heeft verklaard, al konden wij hem voorlopig nog niet bewegen om ook een keer mee te spelen.
Nadat we elkaar vorig jaar al mochten treffen in de finale op de PAN, reisden we dit keer af voor de halve finale in de verliezersronde naar de Zaanse. De dag begon van mijn kant al met een tegenvaller: een stroomstoring in mijn flatgebouw. Daardoor kon ik niet met de auto de garage uit.
Verliezen is iets minder leuk dan winnen, maar erg is anders. Het grootste nadeel van verliezen in onze matchplay-competitie is de afspraak dat de verliezer het verslag schrijft. Over een tegenstander die de uitzondering op elke regel is, en over de fout van het spelen van de verkeerde tee.