Hoe bereikbaar is bereikbaar...?

Deel 6 (en slot) Voorbeschouwing NVGJ-seizoen 2022

door Henri van der Steen

De zoekopdracht Hassie Peereboom Voller op onze site levert geen resultaten op. Hassie? Nooit van gehoord. Hij staat wel op onze ledenlijst. En hij golft, sterker: hij werkte vier jaar op Spaarnwoude, na een periode als medewerker van stomerij Stassen. We vinden hem echter vooral terug bij Hoens Creative, als cameraman. We weten ook precies hoe oud Hassie is, omdat zijn moeder, Marleen Houter en de echtgenote van ons gewaardeerde lid Ron Peereboom Voller, op 17 juni 2015 wereldkundig maakte dat haar zoon 21 was geworden. ‘En dus een volwassen zoon! Ik vind het mooi.’

Is de volwassen zoon ergens in actie te zien? In elk geval te horen. Hij was de verteller in de aardige corona-video die Hoens Creative maakte, Eenzame kerst. Staaltje onvervalste creativiteit. En zo leren we het gezin Peereboom Voller in zijn geheel kennen. Er is dus papa Ron en er is mama Marleen, de oud-topturnster en eerste vrouwelijke sportverslaggever van De Telegraaf die later bij RTL en SBS werkte. Tegenwoordig zit Marleen als eindredacteur bij SkyHigh tv en heeft ze een eigen bedrijfje, Flick Flack Productions, voor al uw bedrijfsfilms. En er is nog een dochter, Saartje, die inmiddels 23 is of wordt.

De filosoof

Als je naar Charles Taylor zoekt, word je een hele tijd in beslag genomen door Charles Taylor, de oud-president van Liberia die enkele jaren geleden tot 50 jaar gevangenisstraf werd veroordeeld voor oorlogsmisdaden. En door die andere Charles Taylor, de beroemde Canadese denker. Onze eigen Charles Taylor is ook wel een beetje een president. Hij bestuurde onze factie in stijl, steevast gekleed in kostuum en goed gesoigneerd, stevig maar vriendelijk in zijn redevoeringen en besluiten. De ideale voorzitter. Hij is ook wel een filosoof, goed beschouwd, zoals we in zijn werk zagen.

Charles was 27 jaar chef-sport van De Telegraaf. Zijn filosofie, gebaseerd op conservatieve waarden: houden wat je hebt. Want dat wil het volk ten diepste ook. Dus: we hebben Cruijff, we houden Cruijff, ongeacht welke onzin er uit zijn mond komt. Een aardige variant op die filosofie maakte de jonge Jan Smit mee, stagiair. Jan mocht eens naar Antwerpen voor een interview met voetballer Hassie van Wijk, ex-Ajax, toen Club Brugge. Na het uitschrijven van zijn stukje leverde Jan zijn onkostendeclaratie in bij chef Charles, 90 gulden. Er ging meteen een streep door. ‘Dit kan echt niet, dit moet opnieuw, anders krijgen we problemen met boven. Kom maar terug als je op de duizend zit.’ Uiteindelijk slaagde Jan erin een declaratie te vervaardigen van 950 gulden. Charles tekende geroutineerd.

Ik heb de afgelopen 25 jaar heel vaak Charles horen vertellen over zijn familie, die in vele opzichten bijzonder is. Niet alleen omdat de zoon van z’n broer bij Ajax voetbalt – soms zelfs in het eerste, hij scoorde ook al. We weten alles van Charles, ik heb zelfs zijn geboortekaartje! ‘Heden werden wij verblijd met de geboorte van een lieven zoon en broer, die bij H. Doopsel de naam ontving van Charles Allen.’ Aldus vader George en moeder Dorothé de Barbanson. Het was 7 december 1943. Hij wordt dus volgend jaar 80, onze eerste president! 

Als ‘extraatje’ stuurde Charles nog wat meer documenten over zijn familie. Zo kunnen we lezen dat opa Taylor in de jaren ’30 het snelheidsrecord zwemmen over het Marsdiep brak. Vanwege operaties aan beide benen in zijn jonge jeugd, was hij ongeschikt voor andere sporten. Evengoed vermeldt Charles dat opa in het Nederlands B-elftal voetbalde. Dat hebben we even gecheckt. Maar bij de ruim 100 spelers die ooit officieel in het Nederlands B-elftal speelden, geen Taylor. Misschien dat hij in een trainingswedstrijdje meedeed…?

De vader van Charles maakte ook carrière, nadat hij in de oorlog met zijn vrouw Dorothé (‘Doortje’) de Barbanson en de kleine Charles – de oudste van wat een gezin met elf kinderen zou worden — en diens zusje Joke ondergedoken hadden gezeten bij Klaas Schenk, de vader van Ard. Waarom de familie ondergedoken heeft gezeten, vermeldt de geschiedenis niet. George werd sportjournalist, zelfs chef sport van het Noordhollands Dagblad. Hij leidde Theo Koomen nog op, de later beroemde propagandist/fantast van de radio. 

Sportjournalist George schreef in zijn krant op zeker ogenblik zoveel wervende stukken over de Alkmaarse kunstijsbaan dat hij er directeur werd. Na een paar jaar keerde hij terug in de sportjournalistiek. Het huwelijk met Doortje liep echter op de klippen. Een scheiding volgde. En een nieuwe trouwerij, want zo gaan die dingen soms. En soms loopt het dan toch weer fout af: scheiding van tafel en bed, kort voor de pensionering van de oude George. En verdomd: de twee kwamen toch weer bij elkaar. Een tijdje. Tot iedereen toch beter af was als de vader van Charles naar een verzorgingshuis in Heiloo verhuisde. De Taylors blijven me fascineren, waar blijft die familiekroniek, Charles…?

Van alles

Richard van Stralen heeft handicap 0, maar dat zou je niet zeggen als je via youtube filmpjes ziet waar hij de leerling speelt, die door meneer de leraar uitleg krijgt over wat een slice is. Het zijn wat klungelig in elkaar gezette, gesponsorde instructiefilmpjes. Dat handicap van 0 heeft Richard omdat hij golfprofessional is. Hij is trouwens van alles: golfpro op Wilnis (sinds 5 jaar), uitgever van het Nationaal Golfmagazine (al 19 jaar), eigenaar van Van Stralen Golf (ook voor je clubfitting) in Woerden en hij is sinds zes jaar eigenaar van Regio Golf Tour. Daarover is alleen een aankondiging van jaren geleden te vinden, benevens een raar filmpje van een persconferentie met Jordan Spieth. Richard is ook al veertien jaar lid van het bestuur van de World Golf Teachers Federation, al kom je zijn naam nergens tegen.  

Zou je Richard kunnen leren kennen via prikkelende columns of commentaren in zijn eigen blad? Nee. We vinden wel een enthousiast verhaal van zijn naar commercie ruikende hand over de Portugese baan van Monte Rei, die ‘bereikbaar is voor iedere golfer, zowel qua prijs als handicap.’ Hoe bereikbaar bereikbaar is, vermeldt Richard niet. We hebben het even opgezocht. Vanaf maart kun je op Monte Rei spelen als je portefeuille een bereikbaarheid van 220 euro aangeeft.

Bekende Nederlanders

Roland J. Reinders moet het niet hebben van de kennismakingstekst op zijn site, die is nogal oppervlakkig. Maar dan het portfolio. Hij heeft de afgelopen 27 jaar zo’n beetje alle beschikbare Bekende Nederlanders voor de camera gehad, Roland J. Reinders van rjrfotografie. Wat een rij: Hans Klok, Mies, Twan Huys, Candy Dulfer, Lucille Werner, Hans Dagelet, Katja Schuurman, Bart Chabot, Jan Mulder, Freek, en op één en dezelfde foto twee van onze oud-leden, Peter Timofeeff en Helga van de Leur. We zagen hem vorig jaar één keertje, op De Haar. Tja, als je moet kiezen tussen een balletje slaan met ons of een dag in het atelier van Jeroen Krabbé foto’s maken…

De allerliefste vrouw

Hoe je je voorstelt op het internet laat Max Palfenier zien. Hij is ‘muziekfreak en golffanaat’. Van dat laatste merken wij nog maar weinig, maar misschien dat hij tegenwoordig geheel in beslag wordt genomen door zijn eigen club, Holthuizen. Hij tikt voor de club ook nog talloze stukjes bij elkaar. Zijn eerste zin op de eigen site: ‘Mijn naam is Max Palfenier, ik woon in Groningen en ben al meer dan 40 jaar getrouwd met Rita, nog altijd de allerliefste vrouw ter wereld.’ Dat laatste is een enigszins onwetenschappelijke stelling, maar misschien is het de variant op een truc van meer mannen die thuis proberen weg te komen met hun veelvuldige aanwezigheid ‘op de club’.

Hij golft dus nog stevig, met handicap 8,5 – op 65-jarige leeftijd, hoewel het kan zijn dat het alweer even geleden is dat Max 65 was – en handicap 8,5 had. Ja, klopt, Max laat weten intussen 73 te zijn en met handicap 10.9 te spelen. Ooit was dat 4.5. Hij heeft geen ambitie meer die topscore na te streven. A propos: als hij nu 73 is, zal hij dus binnenkort 50 jaar getrouwd zijn met die allerliefste vrouw ter wereld. Toch nog een topscore! 

Zijn andere hobby is dus muziek. Max is ook nog eens een kenner. Hij was jarenlang recensent popmuziek voor het Nieuwsblad van het Noorden. Tegenwoordig zal die voorziening bij die krant ook wel zijn teruggebracht tot af en toe een populair, vanuit de Randstad aangeleverd stukje. Hijzelf presenteert een top-25 met de volgens hem beste popalbums uit de geschiedenis. Vooruit, de beste: 1. Pink Floyd – Piper at the gates of dawn, 2. Love – Forever changes, 3. The Byrds – Notorious Byrd Brothers, 4. Moby Grape – 69, 5. The Kinks – Village green preservation society.

Hoe hij een muziekkenner werd? Door eerst zelf muziek te maken. Max was drummer in een new wave band met de wat onhandige naam 12’’ From Heaven. Muziek à la Simple Minds. De band kwam er mee op tv en werd gecontracteerd als voorprogramma, zoals bij Tears for Fears in Paradiso. En met welke bassist vormde Max de ritmesectie? Wierd Duk. ‘Ja die dus’, voegt Max toe.

Hij voegt nog wat meer toe, want wie dacht dat drummer Max uit de aard der zaak een jongen was van de rode politiek, heeft het mis. Met die new wave bedoelde Max ook echt een nieuwe golf, een denkwijze waar het nodige moeiteloos met het nuttige kan worden verenigd. Naast zijn baan bij het Nieuwsblad van het Noorden was Max namelijk ook nog mededirecteur van SPRON, een sportmarketingbureau dat de rechten bezat van de EK’s en WK’s schaatsen. Toe maar, de maatschappij dienen door de macht te controleren en intussen het volk te verheffen met kritische stukjes en tegelijkertijd profiteren van de kapitalistische kansen in de sport. Max draaide er kennelijk de hand niet voor om. En wie kwam hij geregeld tegen in dat wereldje waar het schaatsen werd uitgebaat? Paul Boehlé. Die was sponsormanager van Essent. 

Je maakt wat mee in een leven. Want wat was de verwachte levensweg van Max Palfenier eigenlijk? Die van drummer? Die van directeur van een sportmarketingbureau? Die van popjournalist? Uiteindelijk wel, ja. Maar hij begon als geschiedenisleraar! En heel lang was hij toch niet popjournalist. Max was pas in de dertig toen hij het voor gezien hield. ‘Met heel jonge punkmeisjes mee staan te springen bij concerten vond ik toch wat al te confronterend worden.’ Nooit geweten dat je als poprecensent bij concerten verplicht wordt gewoon tussen de fans mee te høken.

Wat ik ook niet wist: Max komt uit Den Bosch! Sinds 1968 is hij evenwel Groninger. De eerste avond dook-ie meteen de kroeg in. En leerde er een aardige persoon kennen, die de allerliefste vrouw ter wereld bleek te zijn…

Honkbal

Andy Houtkamp is wel een van onze meest prominente vrienden; hij heeft ook een eigen Wikipedia-pagina. Daarop staat verteld dat hij ooit werd ontdekt als speaker bij een honkbalwedstrijd, door Jaap Hofman. Die kwam ik in november tegen bij het eerste congres van Republiek, het voormalige en opnieuw in de steigers gezette Republikeins Genootschap. Jaap vertelde me bij die gelegenheid dat ons ex-lid Jack van Gelder op straat is gezet bij ESPN omdat er dringend verjongd moest worden, volgens de hotemetoten. Van Gelder is pas 72 en de enige die eenvoudige denkers als R. Gullit en M. van Basten en niet te vergeten de filosoof R. de Boer nog een beetje in toom kon houden.

Enfin, deze Jaap ontdekte onze Andy dus, die sindsdien voetbal-, honkbal-  en atletiekverslaggever is voor de radio. Tijdens zijn opmars als radioman bleef Andy nog wel zijn gewone beroep uitoefenen: valutahandelaar. Tot-ie gesetteld raakte. Voor de radio verslag doen van een voetbalwedstrijd is razend moeilijk. Die verslaggevers lijken ook allemaal op elkaar, misschien noodgedwongen. Andy onderscheidt zich wel, met zijn karakteristieke, heldere stem. 

In 2013 won de Tilburger de Theo Koomen Award voor beste sportverslag. Wikipedia vermeldt helaas niet om welk verslag het ging. Ha, op youtube vinden we een filmpje van de prijsuitreiking! Wat blijkt: Evert ten Napel heeft in z’n eentje drie radio-fragmenten van dat jaar mogen selecteren en dat van Andy is het beste gebleken, volgens de jury, waarvan de samenstelling onbenoemd blijft. Om welk verslag het gaat, blijft ook onbekend. En dan komt er nog iets aan het licht, wanneer Andy zegt verguld te zijn met de prijs en meteen ook familie, vrienden en leden van het promotieteam bedankt, die keihard hebben gewerkt. Ah, het is dus gewoon een kwestie van zo veel mogelijk mensen bellen, appen, mailen of aanspreken met de vraag op Andy te stemmen… Ordinair gevalletje van nep dus, die Award. Of zien we dat verkeerd?

Zeker niet nep was de tumor van tien centimeter die er enkele jaren later bij Andy in de nieren werd gesignaleerd. Dan hebben we het over serious shit. Heftige operatie. Lang herstel. Hij stopte met sigaren roken en kwam terug op de golfbaan als een nog gewichtiger man die hij al was. Zijn mensbeeld is veranderd door zijn ziekte, zegt-ie. Positiever. ‘Ik had als leidraad: hoe beter ik mensen leer kennen, hoe meer ik van m’n hond ga houden.’ 

Dat is mooi gezegd. Want praten kan-ie, beter dan schrijven. Zijn columns in Golfers Magazine zullen we hier niet met een staaltje close reading aan een analyse onderwerpen, laat ons slechts vaststellen dat niet iedereen die gewend is een microfoon voor de neus te hebben ook een pen kan vasthouden. 

We kennen Andy ook niet van revolutionaire opvattingen, hoewel we allemaal weten dat je daar in Hilversum, entertainment city, ook niet ver mee komt. Je moet vooral verstaanbaar emotie opwekken en chauvinistische dingen roepen, desnoods onverstaanbaar, als het Oranje-moment er om vraagt. ‘Lekker gillen op de radio’, noemt Andy zelf zijn werk. 

Bij nader inzien heeft Andy trouwens wel degelijk een revolutionaire opvatting. Op de vraag wat het belangrijkste is voor een radioverslaggever bij het voetballen, zegt hij: ‘Vertellen waar de bal is.’ Andy legt uit dat je als luisteraar allereerst moet  weten waar de bal is, zodat je een beeld voor je hebt. Zo was het 50 jaar geleden misschien. Niet zelden is de bal tegenwoordig echter halverwege de helft van de tegenstander of ligt-ie zelfs in de hoek voor een corner, waarna het ding 20 seconden later bij de eigen keeper is aanbeland. Dat is het tikkie-takkie-schuifie-geen balverlies-zoeken-zoeken-voetbal van tegenwoordig. 

Daar staat allemaal tegenover dat Andy een aangenaam en goed mens is, sociaal vaardig ook. Daarom werkt hij voor de Football Unlimited Netherlands die geld inzamelt voor een school in Gambia. Daarom kan hij de sport relativeren, zoals hij bewees toen hij nóg eens kans maakte op een onderscheiding, vanwege zijn verslag van de gouden race van Sifan Hassan. ‘Ik vind het geweldig, maar ik ben heel blij dat ik niet gewonnen heb.’ Er waren ook vorig jaar belangrijker dingen dan een sportwedstrijd. Goed gesproken, Andy.

Superioriteitsgevoel

Een van de beste schrijvers van ons collectief is zonder twijfel Peter Wekking. Niemand die Ajax zo vilein te kakken zette als Peter vanwege de documentaire uit 2010 over het einde van het seizoen ervoor. Twee weken tussen hoop en vrees. Het ging om de landstitel, FC Twente stond een puntje voor. En hield dat puntje voor. FC Twente kampioen, Ajax ontluisterd, zeker toen de documentaire aantoonde dat het superioriteitsgevoel in Amsterdam heel diep zit. Peter Wekking schreef er een onvergetelijke recensie over. ‘In het spelershome van Ajax bungelt aan het plafond een zee van kroonluchters. Zo fonkelt er tenminste nog íets in Amsterdam.’ Intussen is Ajax natuurlijk alweer jaren boven Jan en liet FC Twente zich een geweldig oor aannaaien door charlatan Joop Munsterman, met bijna een faillissement tot gevolg. Sinds 2010 fonkelt er daarom in Enschede nog maar zelden iets. 

Peter is al 31 jaar werknemer bij VI, sinds drie jaar hoofdredacteur. Of hij iets kan doen aan die enigszins infantiele, door kennelijke stagiaires bij elkaar geklutste site, weten we niet. Hij zal het te druk hebben met het papieren magazine. Daarom stokt zijn Spotify-account misschien ook: twee maandelijkse luisteraars. Maar dat kan ook komen omdat Peter alleen feestmuziek uit Drenthe in de aanbieding heeft. 

Om de actuele Peter te monsteren, las ik deze week voor het eerst in vijftien jaar weer eens een VI. Er zou ongetwijfeld een puntig commentaar in staan van de hoofdredactie over de kwestie-Overmars. Dat viel wat tegen. Dat commentaar stond erin, maar was ondertekend door drie man, samen de huidige hoofdredactie vormend van het magazine. Peter en zijn collega’s hielden het erop dat de afgang van Overmars iets zegt over ‘de cultuur van de voetballerij als geheel en Ajax in het bijzonder’. En dat er, ‘hopelijk, een grondige herijking komt van structuur en cultuur in voetballand’.

Opmerkelijk was ook de verslaggeving over PSV. Je zou denken dat de specialisten van VI tot de slotsom komen dat PSV als geheel en de directie in het bijzonder compleet voor joker is gezet door het aangekondigde vertrek van coach Schmidt. (En na de schrijnende mislukking met Van Bommel.) Is het geen afgang van jewelste als je al je geld zet op een coach, die anderhalf jaar later al klaar blijkt te zijn met het project? Welke coach van een topclub krijgt alles wat hij wil en houdt er dan uit zichzelf mee op? Wat een blamage voor De Jong en Gerbrands. Je zou toch echt denken dat PSV in het nieuwe seizoen een andere directie heeft…

VI gooide er trouwens wat PSV betreft een kundige analyse tegenaan van Marco Timmer, hoewel die ook niet verder kwam dan ‘een teleurgestelde directie’. En hij bleek er al snel naast te zitten met de suggestie dat dit hét moment is Ruud van Nistelrooij te bevorderen tot coach. Zou die trouwens echt de gedroomde eerste kandidaat zijn geweest?  

Hebben wij er eigenlijk nog verstand van? Nee, maar afstand heeft soms z’n voordelen. Je kunt het natuurlijk ook allemaal voorleggen aan een orakel als Aad de Mos en dat deed VI: hoe zal het gaan met Ihattaren bij Ajax? Volgens de eeuwig jonge opportunist krijgt die zijn laatste kans. Mislukt het, dan speelt-ie over een paar jaar bij Elinkwijk, aldus De Mos. Ik vermoed daarentegen dat Ihattaren nog heel veel miljoenen gaat verdienen, bij diverse clubs, die allemaal zullen geloven in die laatste kans voor Ihattaren. Maar goed, voor de mening van een echte kenner wachten we nu eerst even de commentaren af van Peter en zijn collega’s, die – dat mag hier even gezegd – verder een prima voetbalblad maken. 

Adellijk

Je hebt mensen die hun naam uitbreiden of wat deftiger maken, Berthold van Wulfften Palthe doet het anders. Hij heet voortaan Berthold Palthe. Weg elke adellijke connotatie. Hij werkt kennelijk nog wel. Palthe Productions. Berthold is voor alle vragen naar teksten in, behalve misschien voor de productomschrijvingen op potjes pindakaas en spinazie. Hij werkte 22 jaar bij De Telegraaf, meer in het bijzonder voor Tennis Magazine. Maar wie weet dat Berthold begon als medewerker van Boek en Plaat? Je kunt er de oude reclames nog van terugvinden: ‘Wordt (sic!) lid van Boek en Plaat!’

Misschien dat Berthold er wel een liefde voor literatuur aan heeft overgehouden. Ik mis hem, als tafelgenoot om over mooie boeken te praten die hij had gelezen – of zijn vrouw, ook een groot lezer!

Dubbeltalent

Ruud Taal was er in 2021 ook even niet bij, maar de mooiepakkendrager-met-altoos-perfect-gestropte-das uit Loenen is gelukkig weer helemaal het mannetje. Hij kan ons dit jaar hopelijk weer volop laten genieten van zijn dubbeltalent als fotograaf en schoonschrijver. Ruud Taal is een fraaie, krachtige naam – zijn visitekaartje is er op aangepast. Op LinkedIn vind je zijn negotie vermeld onder chique voorwendselen: ‘Photography, copy and beyond’. Vooral dat beyond is heerlijk. Schitterend woord. Het betekent ‘meer dan’, maar ook in de spirituele betekenis ‘daarachter, aan de overzijde, het onbekende, het hiernamaals!’ The great beyond

Ruud Taal maakte niet alleen naam als fotograaf. Hij werkte ruim 34 jaar voor zijn eigen bureau Capital Photos, werd daarna lid van het managementsteam van ANP Photo bv. Ruud was ook jarenlang een bestuurder van belang in het wereldje: liefst een kwarteeuw bestuurslid van de stichting World Press Photo, maar ook president van de Fotografenfederatie. Over zijn vaardigheden kan geen twijfel bestaan, op LinkedIn worden er drie genoemd, alle drie onderschreven door niemand minder dan Henk Koster!

Ruud kennen we ook van zijn vaardigheden op de golfbaan, meer in het bijzonder zijn prachtige swing, die hij, gemiddeld, in driekwart van de gevallen goed uitvoert, de oefenswings meegerekend. Daar staat tegenover dat zijn gevoel voor humor juist weer heel bestendig is. Net als zijn liefde voor Zuid-Afrika, van waaruit hij de afgelopen jaren menige juichkreet verstuurde. ‘Verder, leuke reis gehad. Elke dag heerlijk weer, mooie golfbanen, wijn van het belendende perceel en voortreffelijk eten voor een habbekrats. Het is een land waar je je snel thuisvoelt, want hullie praat ons taal ’n bietjie.’  Niet iedereen vindt dat. Op de voorlaatste dag van 2021 kwam NRC met een onthutsende reportage over correspondent Bram Vermeulen, die ermee kapt. Bij de reportage een schrijnende foto van een jong echtpaar dat in Kaapstad tussen de vangrails van de snelweg woont. Bram: ‘Ik heb acht jaar geprobeerd van deze stad mijn thuis te maken, maar ik kan niet zeggen dat het is gelukt. 

Groot verdriet

Niemand aan wie ik de afgelopen 25 jaar in stukjes meer woorden heb gewijd dan Pim Donkersloot. Omdat we vaak de dingen met elkaar bespraken. En omdat ik zijn beroemde oudoom professor Nico Donkersloot voortdurend tegenkwam in boeken over de literatuur uit de eerste helft van de twintigste eeuw. En omdat hij me liet meeleven met het grote verdriet dat hij en Jill hadden over Julia, hun autistische dochter die zo jong overleed. Maar ik wist dus na al die jaren niet dat Pim en Jill nog een kind hebben met autisme.   

Het is allemaal wel de reden waarom Pim de founder is van ChildCenter & Inter-Acting, een organisatie die hulp biedt aan autistische kinderen, ook met spel. Pim zelf werkte 37 jaar voor De Telegraaf, maar is ook opvoedingspsycholoog, specialist in mental health. Hij schreef een boek over zijn vakgebied: Autisme, een probleem voor het hele gezin (1990).

Romantische liefde

De beste musicus van ons gezelschap is zonder twijfel Ron Buitenhuis, die tegenwoordig Ron-Maria Buitenhuis heet. De toevoeging van de Blauwe Maagd aan zijn naam mag je een verbetering noemen. Ron-Maria, dat onthoud je. Ron-Wilma had ook gekund, want Wilma is sinds enige tijd zijn vrouw, aan wie hij intussen ook al een lied heeft opgedragen, This kind of certainty. Met een clip waarin we uitgebreid de romantische liefde van het stel te zien krijgen. Wilma betekent Vastberaden beschermer, zeg maar muze. Het had dus gekund. Maar ja, Ron-Wilma is toch geen Ron-Maria. Wilma is een Duitse naam, vooral gekozen tussen 1954 en 1965 en met name nog populair in Noorwegen. 

Hij heeft toch wel succes, onze Ron-Maria. Bekijk en beluister de tientallen video’s van nummers op zijn eigen site. Hij heeft intussen ook alle tijd voor zijn cottage music, want zijn leven als journalist-interviewer bij De Limburger zit er op. Cottage music is volgens zijn eigen opgave sfeervolle muziek in het Engels, Nederlands en Limburgs, op inspiratie van Leonard Cohen, James Taylor, Joni Mitchell en Stef Bos. Voor de uitvoeringen van zijn luistermuziek wordt hem, blijkens de site, zelfs lof toegezwaaid door Lori Lieberman! Een andere loftuiting is de vermelding dat Ron winnaar werd van de Best Songtext 2009. Van die verkiezing hadden wij nog nooit gehoord. Google geeft wel een lijst met de Best Songs 2009, met Madonna, Miley Cyrus, Robbie Williams en Beyoncé, maar geen Ron-Maria. Het is wel een mooi liedje, Ein heupke miens (Een hoopje mens), over de aan Alzheimer lijdende Homo Sapiens, waarmee Ron-Maria won.

Overigens zegt hij met de week melancholischer te worden. Hij stuurde om dat te bewijzen een gedichtje:

Het is alleen de tederheid,

Alleen de tederheid die telt.

Ze mogen alles van me hebben,

Heel m’n leven, al m’n geld. 

Het is alleen de tederheid die telt.

Maar hij blijkt niet de hele dag melancholisch, want op de vraag hoe het met zijn handicap staat, reageert de 62-jarige Limburgse bard ineens opvallend ambitieus: hcp 22.1 moet omlaag tot onder de 20!

Klassiek

Voor wie verlegen is en na de wedstrijd niet meteen weet aan welke tafeltje hij het best kan aanschuiven, deze tip: kijk waar Peter Smulders zit en zoek er een stoel bij. Ken je hem niet? Kijk dan uit naar de met afstand meest opgedofte man van het gezelschap, altoos klassiek gekleed, met stijve boord en glimmende manchetknopen en een duur luchtje om de eigen voortreffelijkheid. Doe het gerust, de voorstelling gaat intussen gewoon door. Die voorstelling is doorgaans een monoloog van Peter over geld. Soms gaat het over de showbusiness of andere business, maar ook dan gaat het over geld. Ik zal nooit vergeten dat we tijdens een trip naar Catalonië het museum van Salvador Dalí in Figueres bezochten en ik na afloop, buiten, de enorme ervaringen even moest verwerken. Van de sokken geblazen door de kunst. Peter niet, die stond meteen weer over geld te redekavelen.

Peter heeft een twitter-account, maar twittert nooit. Dat is niet helemaal waar, hij verstuurde ooit één tweet. Geldkwestietje, uiteraard… Peter was boos op de KPN. ‘Wat een ontzettend k..bedrijf en wat een oplichters. Iedere maand 16 GB over en nu 1.8 teveel gebruikt. Kosten 40,43 euro. Einde 3 abonnementen KPN.’

Het gekke is dat niemand het hem euvel duidt of daarom onsympathiek vindt, die preoccupatie met geld en het eigen gelijk. Zijn ongekende zelfvertrouwen was mij wel ooit een doorn in het oog. Op de baan. Ik heb vaker met en tegen hem gespeeld en me altijd weer verwonderd hoe de man golft. Met zijn houten 5 of 7, dat ben ik vergeten, verrichtte Peter ware wonderen. Nooit iemand zo snel met zo veel vertrouwen met zijn houtje zo veel perfecte klappen zien verkopen. Tjee, die houtjes van hem… En dan dat putten. Hij ging staan, keek heel even, sloeg, putt. Niet te verslaan, om gek van te worden. Hij won niet voor niks vier of vijf keer onze Order of Merit, onbedreigd. Aparte speler, aparte vogel. Vooral buiten de baan.

Want ja, Peter is gewoon Peter en als Peter een nieuwe boot gekocht heeft, laat hij je dat gewoon weten, ongevraagd. Je krijgt ook meteen foto’s te zien van de kajuit, de slaapkamers en zijn werkkamer aan boord. En als Peter weer een nieuwe, nog grotere boot koopt, herhaalt de voorstelling zich. Hij heeft een bepaalde naam gekozen voor zijn boten, met een cijfer. Ik geloof dat ik er inmiddels zes heb geteld. 

Nu moeten we hier wel opmerken dat Peter Smulders het ook geweldig heeft gedaan, als je tenminste vooral waarde hecht aan de materiële uitkomsten van wat we uitvoeren. En hij heeft er keihard voor gewerkt, net als zijn nog beroemdere zoon Edwin, die ook al meer huizen schijnt te bezitten in Utrecht dan er bij mij in de straat staan. Grote carrières. Met de onvermijdelijke minpuntjes. Fysiek zat het Peter behoorlijk tegen. Oog, knie. Talloze operaties in de duurste klinieken leidden alleen maar tot meer ellende. 

Het meest in het oog springende sociale minpuntje bij Peter is vermoedelijk de opgebroken vriendschap met Ronald Koeman. Ze waren ooit als broers, die twee. Tot de Story, Peters lijfblad, onthulde dat Koeman een buitenechtelijke affaire had (gehad) met een jonge schone. Het was meteen gedaan met de vriendschap. Tot troost voor Peter kan ik zeggen dat je heel gelukkig kunt worden, ook als Ronald Koeman nooit meer met je wil praten.