Wereldreis

Het voorjaar zal wel in de lucht zitten want het afgelopen weekend had ik ineens ‘zin’ om op te ruimen. De garage, de studeerkamer en de kledingkast werden aangepakt. Nou ja…ik probeerde het, maar het werd vooral een middagje herinneringen ophalen.

Ik ben niet echt van het opruimerige soort. Het aantal uren dat ik zoekend naar het een of het ander heb doorgebracht (‘Nee ik ben mijn sleutels niet kwijt, ik weet ze alleen even niet te liggen’) is gerust fors te noemen, maar in het merendeel van de gevallen weet ik ook op een overvol bureau feilloos het gevraagde papiertje te vinden. Daarbij mag ik graag Einstein citeren die ooit gezegd schijnt te hebben: ‘Als een rommelig bureau staat voor een rommelige geest, waar staat een leeg bureau dan voor?’ Kortom, opruimen is geen hobby, maar soms ontkom je er niet aan, of je wilt of niet. Zoals vogels instinctief nesten gaan bouwen als de dagen lengen, ga ik door het huis om het voorjaar binnen te laten.

Het bureau is het werk niet. Aantekeningenboekjes ordenen, folders en naslagwerken weggooien of in de boekenkast zetten, eindelijk die envelop van de bank eens open maken, en een stofdoek over het beeldscherm. De garage heeft al wat meer voeten in de aarde. Elk half jaar mest ik dat ding uit, om er een half jaar later wéér een kofferbak spullen die wel weg kunnen uit tevoorschijn te halen. Alsof de garage van achteruit gevuld wordt… Maar moeilijk is het niet. Aan kromme spijkers hecht ik nu eenmaal niet zo, die restjes hout kunnen ook zonder veel hartzeer naar het grofvuil en volgens mij was die rubberboot drie jaar geleden al lek.

Bij de kledingkast is het anders. Eens in de zoveel tijd zijn de planken zó vol, dat er echt spullen wegmoeten, gewoon omdat er eenvoudigweg geen plek meer over is. Ook hier geldt dat er elk jaar wel spullen zijn die weg kunnen omdat je ze wéér een half jaar niet gedragen hebt – hoeveel hoodies heb je als veertigplusser nodig en ben je nu echt niet te oud voor die lollige t-shirts – maar er zijn ook spullen waar je geen afscheid van kan nemen, en veel van de golfpolo’s die ik door de jaren verzamelde vallen in die categorie.

Het leest bijna als een wereldreis, die stapel polo’s. Het aantal caps van her en der liggende banen is misschien nog net wat groter, maar als ik de shirts een voor een in mijn hand neem, komen tientallen herinneringen boven aan mooie bestemmingen, verhalen en mensen.

Die oranje polo van Turnburry was tien kilo geleden al veel te groot, maar de reis met Eric Bakker, Colin Montgomerie en een grote portie haggis staat me nog helder voor de geest. Het Paarse — páárs — shirt van een memorabele reis naar Amerika, vol gemiste aansluitingen en vertragingen. De azuurblauwe shirts van Dubai Creek. Geen idee hoe ik aan twee exact dezelfde exemplaren kom, maar wat heb ik daar gelachen met mijn Britse collega. De recent aangeschafte polo van PGA Catalunya, de meest bezochte buitenlandse baan, vooral met collega R voor de Qualifying School. Tranen van vreugde en verdriet zagen we hier, tranen die nu welhaast ín het shirt lijken te zitten. Toernooishirts ook. Jaargangen The Open van onopvallend wit tot knalroze, het nog altijd nooit gedragen Mastersgroene exemplaar van Augusta National, de stapel is groot.

Het lukt me niet ze weg te gooien. Zelfs als ik een polo nauwelijks tot nooit draag, zit er teveel herinnering aan vast om het in de zak van max te stoppen. 

De kans dat de meest recente aanschaf eenzelfde lot beschoren zal zijn, is groot. In de shop zag het shirt van Black Mountain GC er onweerstaanbaar Aziatisch uit. Speciaal stofje, opvallende kleur, woeste tekening, een uitstekend souvenir van een mooie reis met intense indrukken en warme banden. Maar hoe vaak ik het ook echt ga dragen… De kans dat ik dat shirt ooit wegdoe is echter stukken kleiner dan de kans dat ik een extra kledingkast koop. Ik ben de wereld tenslotte nog lang niet rond.