Tranen (voor Appie)

Natuurlijk is sport maar een spelletje, helemaal waar, maar degene die dat zegt snapt er tegelijkertijd geen bal van. Bij weinig komt emotie meer naar boven dan bij sport. De doos met tissues heb ik misschien niet zo heel vaak nodig, een keertje extra slikken komt regelmatig voor.

De laatste keer dat ik echt ‘ontroostbaar’ was bij een sportevenement was na de verloren finale van Ajax in 1996. Het beeld van Edgar Davids die probeert de tranen uit zijn ogen te wrijven was volgens mij het moment dat ik brak. De teleurstelling – de overvloedige alcohol vast ook – zocht zich een weg naar buiten terwijl ik schokschouderend nog een glas tot me nam.

Ook zonder de hulp van koning alcohol vloeide er nog wel eens een traan. In 2006 huilde Tiger Woods onbedaarlijk hard na afloop van zijn winst in The Open op Royal Liverpool, en ik huilde hardop met hem mee. Hij huilde niet om Claret Jug maar om de emoties die loskwamen omdat zijn vader nog maar kort daarvoor was overleden, net zoals mijn vader enkele maanden eerder.

Meestal blijft het echter bij slikken, kan ik de prikkende traan nog net onderdrukken of veeg ik hem net als Davids in 1996 weg met mijn mouw. Het moment dat Olazabal een oeuvreprijs aan zijn goede vriend Seve geeft en beiden weten dat de laatste niet lang meer te leven heeft. Diezelfde Olazabal die volschiet nadat hij als captain de Ryder Cup ‘voor Seve’ heeft gewonnen. Darren Clarke die zijn steentje – steen – bijdraagt aan de zege van Team Europe, weken nadat zijn vrouw is overleden.

Nu ik er eens over nadenk worden de emoties vooral getriggerd als sport en het leven elkaar kruisen. Natuurlijk kunnen ook zeges en topprestaties wat losmaken, maar het zijn juist de momenten dat het hoge en het diepe elkaar zo dicht naderen dat het contrast bijna pijn doet. Zoals bij het drama dat het jonge Ajax-talent Appie Nourie overkwam. 

Ik zit nog te slikken.