Tijd

Zowaar heb ik weer eens een rondje golf op een weekenddag op het programma staan. Het is iets dat er maar zelden van komt. Wanneer zal het voor het laatst geweest zijn dat ik op zaterdagochtend de golftas in de auto gooide en op weg ging naar deze of gene golfbaan? Ik kan het me nauwelijks heugen.

Ooit was het de gewoonste zaak van de wereld. Op weekdagen was er nauwelijks tijd om te spelen,  ’s avonds na het werk was er óf te weinig tijd óf te weinig daglicht óf te weinig energie, en dus restte er weinig meer dan een dag in het weekend.

‘Ik schaam me kapot’, hoor ik mijn moeder nog zeggen als ik mijn lief weer eens gedag kuste en achterliet met onze eerste zoon, terwijl ik zelf een dagje buiten ging spelen. Want een dagje was het meestal wel. Met een starttijd om een uur of tien kon je de rest van de dag wel op je buik schrijven, hoe je je best ook deed.

Half negen in de auto, negen uur op de baan, kopje koffie, betalen, kaartje halen, drivingrange, beetje putten, afslaan, een rondje van gemiddeld vijf uur, een klein drankje na afloop, en met een beetje geluk was je om half vijf weer thuis. Een werkdag onderweg voor één potje golf…het was thuis nauwelijks uit te leggen. En waar het al nauwelijks uit te leggen is, is het al helemaal moeilijk in te passen tussen alle andere weekendactiviteiten die zich verder aandienen. De kinderen die moeten sporten, de ijskast die moet gevuld, de krant die moet gelezen, het huishouden dat moet…

Gek is het dus niet dat veel mensen in de spits van het leven de golfclub aan maarten geven. Zo’n dertigduizend stopten er het afgelopen jaar. En ik maak me er sterk voor dat het hier – net als in andere landen – vooral de factor tijd is die een rol speelt bij die beslissing. Ja, aan de rand van de dag is het vaak doodstil op de baan, maar een rondje speedgolf — laat staan rondgaan in zo’n drie uur — zit er nog altijd nauwelijks in. Neem vandaag. Nog even en ik sta op zaterdagmiddag op de tee. In een tweebal en we hopen in vier uur rond te komen. En ook op weekdagen – als je al de luxe hebt om voor een rondje golf een verlofdag op te kunnen nemen – is een ronde onder de vier uur uitzonderlijk.

Hoe dol ik ook ben op het spelletje, ik kan het minder vaak inplannen dan me lief is. De oplossing? Ik wou dat ik die had. Sneller spelen, meer les zodat we beter gaan spelen, ready golf, rondjes van negen of twaalf holes, het kan allemaal bijdragen aan het behoud van golfers, aan de aanwas van nieuwe golfers, aan blijvend plezier in de sport. Niets mooier dan een volledig onthaaste ronde met het horloge diep onderin de golftas, maar als die tijd er niet is en je toch wilt spelen?