RDO Spierdijk - het verslag

Een week of wat geleden dineerde ik met mijn vrouw Irma en bij golfvrienden Cor Groeneweg en Lucy Prijs , met wie ik ook een kleurrijk verleden bij De Volkskrant deel. Lucy toverde een voortreffelijke Schotse maaltijd op tafel en Cor vertelde geanimeerd over hun liefde voor Schotland en de vele reizen daarnaartoe. Op de schoorsteenmantel van hun smaakvolle appartement zag ik een grote stoffen dobbelsteen staan, waarover Cor niet zonder trots kon melden dat dit de zogenoemde Rode Dobbelsteen was, de wisseltrofee die hij vorig jaar had gewonnen bij het gelijknamige toernooi ter nagedachtenis van Rob van den Dobbelsteen.

Deze aardige en erudiete collega van Het Parool kenden wij natuurlijk uit onze tijd aan de Wibautstraat en het frequenteren van het nabijgelegen café Hesp. We kregen het over hem, ons vak, de tijdgeest en als vanzelf over de plussen en minnen van het afslaan van rood. Had Rob echt een punt: afslaan van geel frustreert alleen maar als je drives niet verder komen dan zo’n 150 meter. Ik bracht in dat ook wij zestigplussers in staat moeten zijn verder te slaan door je swingtechniek aan te passen. Dus lessen gaan nemen en oefenen, oefenen. Cor wees nog maar eens naar de schoorsteenmantel. Het bewijs dat spelen van rood hem beter lag stond er fier bovenop.

Toen rinkelde er bij mij een belletje. Als shorthitter moest ik mijn scepsis laten varen en gewoon meedoen. De afspraak samen naar Spierdijk te reizen was snel gemaakt. En afgelopen dinsdag was het zover. De Rode Dobbelsteen lag tussen onze golftassen op de achterbank.

Ik voelde mij direct op mijn gemak in de flight met good ol’ Hans Terol en good ol’ Ruud Taal. Fijne wijze mannen en tegen de afstanden hoefde ik dus niet op te zien. Aan de baan en het weer lag het ook niet. Hans speelde goed en sprokkelde mooi 34 punten. Ruud had niet echt zijn dag. Met onverhoedse bounces raakte hij zowat alle bunkers op het parcours, maar desondanks wist hij toch nog 27 punten binnen te slepen.

Over mijn spel waren niet alleen Hans en Ruud verbaasd, maar ook ikzelf, want dat de gebruikelijke vier of vijf strepen bleven van de kaart en nagenoeg alle afslagen gingen recht en voor deze gelegenheid ook ver. Daarbij pakten de chips goed uit en vielen de putts op de juiste plek. Ik zat in de spreekwoordelijke flow en kwam met 39 stf. punten van de baan. Dat bleek genoeg om de wisseltrofee mee naar huis te mogen nemen.

Op de dag dat wij hem in ere hielden, haalde Rob van den Dobbelsteen ook via mij zijn gelijk. Als shorthitter kun je van rood dus wél goed uit de verf komen. Als “When I’m Sixty-four” moet je je innerlijke mannetjesputter met rust laten en het longhitten aan de jeugdigen overlaten, die mogelijk niet eens weten wie Paul McCartney is.

Op de terugreis hadden Cor en ik er schik in dat de dobbelsteen wederom op de achterbank lag. Die had daar ook zomaar voor hem kunnen liggen, want met 37 punten eindigde hij als tweede. Al nagenietend kwam bij mij de gedachte op dat de NVGJ in emancipatoire zin voorop loopt in de sportwereld. Want de Rode Dobbelsteen mogen wij zien als een genderneutrale prijs. Mannen, vrouwen alsook de LHTBTIQ+ gemeenschap; wij slaan voortaan allen af van rood, er is geen onderscheid meer en wij allen kunnen op eerlijke wijze winnen. Ik ga dus voortaan van rood.

Maar morgenochtend nog even niet, want dan speel ik met de Herenclub.

Jan van Galen