Nederlandse Vereniging van Golfspelende Journalisten
12.04.2020
Bij uitgeverij De Muur verscheen onlangs het volgende interview met Rob van de hand van Joost Prinsen onder de titel ‘The life and times van Dobbel’.
Zaankanter Rob van den Dobbelsteen (78) versloeg voor Het Parool vijf keer de Tour de France. Hij stond bekend als een stilist met een gouden pennetje. Zelf fietste hij ook hard, in het herengezelschap DOF, samen met onder anderen muzikant/componist Tonny Eijk, Gazelle-directeur Wim Breukink en oud-premier Dries van Agt.
De Muur’s Joost Prinsen sprak met hem. Van den Dobbelsteen in een lange monoloog over de wielersportjournalistiek van toen, reisjournalistiek en heimwee. En over het onvermijdelijke einde: hij lijdt aan uitgezaaide darmkanker en heeft niet lang meer te leven.
Auteur: Joost Prinsen
Zaankanter Rob van den Dobbelsteen (78) versloeg voor Het Parool vijf keer de Tour de France. Hij stond bekend als een stilist met een gouden pennetje. Zelf fietste hij ook hard, in het herengezelschap DOF, samen met onder anderen muzikant/componist Tonny Eijk, Gazelle-directeur Wim Breukink en oud-premier Dries van Agt.
Van den Dobbelsteen in een lange monoloog over de wielersportjournalistiek van toen, reisjournalistiek en heimwee. En over het onvermijdelijke einde: hij lijdt aan uitgezaaide darmkanker en heeft niet lang meer te leven.
Auteur: Joost Prinsen
Dinsdag 11-02-2020, Zuid Scharwoude.
Rob van den Dobbelsteen: ‘Ik was te dom voor de hoofdakte. Misschien was ik er ook niet te dom voor maar het kostte een jaar extra studie. Had ik geen zin in. Dat stelde me buiten de orde want zonder hoofdakte kreeg je nergens een vaste aanstelling als onderwijzer.
‘Nu was ik een aardige waterpoloër, zat bij de centrale training van de jeugd. Ik schreef het clubblad vol en Piet Brand, een grote meneer bij De Typhoon, krant van de Zaanstreek, ik ben een Zaandamse jongen, vroeg of ik mijn stukjes wat kon inkorten voor zijn krant. Vier cent per regel of per woord, ik weet het niet meer. Al had ik het voor niks moeten doen.
‘Kwam Theo Koomen, jawel dé Theo Koomen, die had dat radioprogramma Goal. Gaf ik elke zaterdagavond uitslagen en standen van het waterpolo door. Belde ik half Nederland af om uit te vissen wie er gescoord had en wie er uit het water was gestuurd. Maar ik bouwde zo een leuk netwerk op.
‘Werd ik gebeld door Frans Nypels, die zat bij De Tijd, was stilistisch een geweldenaar. Ik keek huizenhoog tegen hem op. Had wat informatie nodig uit de zwemmerij. Een paar weken later belt hij weer of ik Chris Konings even kon interviewen. Een Zaanse atleet die kort daarvoor Nederlands kampioen op de 800 meter was geworden. Chris vertelde dat Adje Paulen, voorzitter van de Bond, hem had willen diskwalificeren omdat hij zich had laten gangmaken. Paulen ontkende maar andere atleten hadden hem horen konkelfoezen bij de jurytafel: rel. Jong journalist pakt Paulen aan! Zeg dus gerust: REL. Kwam mij prima uit natuurlijk.
‘Zien we daar een jonge feelancer? Die mag dan ook op zondagavond twee voetbalpagina’s vullen van de Zaanse editie van De Nieuwe Dag, een kopblad van De Tijd. FC Zaanstreek, ZFC, de amateurclubs, noem maar op. Dat moest snel snel dus een zin als ‘Na de rust waren de bordjes verhangen en tapten de Roodbroeken uit een ander vaatje’ ging ik niet uit de weg.
‘Intussen had ik een baantje versierd bij Sigma verf. Teksten beoordelen, schrijven en intussen tikte ik natuurlijk ook het bedrijfsblad vol. Bij de LOI volgde ik een cursus reclameschrijven, iedere zaterdag naar Leiden. Mannen als Hans Ferré en Herman Pieter de Boer gaven les. Daar kon ik veel van opsteken.’
‘In ’67 kwam er bij het ANP een vacature voor een sportverslaggever. Ik solliciteerde en kreeg de baan. Werd meteen naar de Ronde van Vlaanderen gestuurd. Merckx? Nee, die won niet in ’67. Het was een Italiaan, ik weet het zeker, wacht even opzoeken. Daar hebben we hem: Dino Zandegu. Ik weet het nog zo goed vanwege mijn beginzin. Ben altijd dol geweest op een goede beginzin: “Dino Zandegu liep niet naar het podium, hij schreed”. Italiaan hè. Verder veel zwemverslagen, het waren de jaren van Ada Kok en ik had contacten in die wereld.
‘Mijn grote liefde was de koers. In die tijd bleef je bij de opening van het wielerseizoen een week in Gent. Zondag Vlaanderen, woensdag Gent-Wevelgem, zondag daarop Parijs-Roubaix. Dan zat je een week lang in prima restaurants met mannen als Theo Koomen, Jean Nelissen, Peter Heerkens van de Pers Unie, Theo Nolens van de Volkskrant: “De wangetjes van de forel zijn het lekkerst Rob”, Ger Schuurman van het Vrije Volk, Rinus de Deugd van De Telegraaf. Hadden stuk voor stuk met eigen ogen gezien hoe Wim van Est met een hete breinaald een enorme steenpuist bij zijn scrotum doorprikte, er jodium overheen goot en daarna vrolijk aan een etappe van 270 kilometer begon.
‘Jan Wauters van de Belgische radio was er ook altijd. Herinner je je die barre Luik-Bastenaken-Luik in de sneeuw die Hinault won? Klopt, dat was 1980. Zegt Wauters: “Dit is geen Liège-Bastogne-Liège beste luisteraars, dit is Neige-Bastogne-Neige”. Dacht ik: verdomme die zin had ik willen bedenken. Een koersdag in één zin. Zelf ben ik nogal van de bijvoegelijke naamwoorden en nog een en nog een en dan een komma en een bijwoord toe. Dus ik had bewondering voor mensen die compact konden schrijven.
‘Kom, we gaan even wat eten. Stap in, inderdaad zo goed als nieuw die auto. Zes weken geleden gekocht. Ik dacht ik ga binnenkort toch dood dus wat kan mij het schelen. Darmkanker, uitgezaaid naar longen en botten. Heb nou chemo. Hoor over twee weken wat het gedaan heeft. Als het niks is en ze weer met nieuwe behandelingen aankomen, weet ik nog niet wat ik doe. Lastige beslissing. Kan niemand je in raden, ook mijn kinderen niet. Mijn vrouw heeft Alzheimer, haar kan ik niet meer raadplegen.’
‘De journalistiek dus. In 1969 kreeg ik een aanbod van Het Parool. Nam ik meteen aan want wie wilde daar nou niet werken? Sandberg was hoofdreacteur. Die wilde geen afgestudeerde doctorandussen maar jongens en meisjes die als zestienjarigen een clubblaadje hadden volgeschreven.
‘In ’70 mocht ik de Tour doen. Het was daar toen een stuk makkelijker voor journalisten. Je reed vlak achter het peloton aan. Had de kopgroep een minuut voorsprong mocht jij er ook langs. Er was een étappe dat Rini Wagtmans werkelijk bij iedere ontsnapping zat. Op zeker ogenblik pakte de kopgroep met Rini een minuut. Ton Vissers was ploegleider, hij reed langs ons heen. “Wat is er met Rini aan de hand”, vroegen we. Vissers begon de maat te slaan op zijn autoportier terwijl hij zong: “En de dokter is gekomen, heeft een spuitje meegenomen”.
‘Doping? Je kon erover schrijven wat je wilde maar het interesseerde geen mens. Eef Dolman wint in ’71 de Ronde van Vlaanderen. Zegt hij: “Het zal mij benieuwen of ik woensdag nog steeds winnaar ben”. Dan kwam de uitslag van de controle. Had zelf geen idee wat hij gekregen had van de soigneur.
‘Dezelfde Dolman vertelt me in de Tour tijdens een rustdag dat die hele dopingcontrole een verbond was tussen de grote renners en de dokter. Merckx rijdt alleen mee omdat in zijn contract staat dat zijn ploeg niet op doping mag worden betrapt. “Dus ik heb ook maar eens gebeld naar de Nederlandse arts”, zegt Eef, “of stimul in urine opgespoord kon worden. Dat bleek niet het geval, ik kon het volgens hem rustig nemen”. Dat schreef ik op, het kwam op de voorpagina van Het Parool: “Gesjoemel bij dopingcontrole!” Met een vlammend betoog op de sportpagina, ik dacht er steekt een storm op. Reacties: nul.
‘Schreef je er te veel over, was het nog gevaarlijk ook. Fedor den Hertog ging voor Herman Krott fietsen. Maar in Olympia’s Tour zakt Fedor door het ijs. “In Italië hebben ze hem bij die Moser broers verdomme platgespoten”, zei Krott. Dat zette ik meteen in de krant. Ik had het beter niet kunnen doen. Geef ik je nog een paar openingszinnen van mij. Stonden een paar jaar terug in onze eigen Muur: “Het is niet anders. Denkend aan Herman Krott, zie ik een man, wit van woede, de perszaal van Olympia’s Tour door Nederland binnenstuiven. Hij davert met Teutoons geweld naar de tafel waaraan ik werk, pakt mijn schrijfmachine, heft het apparaat hoog boven zijn hoofd en kwakt het vloekend op de vloer”. Je merkt wel dat ik niet schrik van een extra adjectief of bijwoord. Dobbelsteen op zijn Dobbelsteenst.
‘De vrede was weer snel getekend hoor. Peter Ouwerkerk had trouwens precies hetzelfde gepubliceerd als ik, maar ja, dat had Herman niet gelezen.
‘Geweldige coureur die Fedor. Hij rijdt in de Limburgse heuvels, hoorden we hem schakelen. Hij schakelde niet kleiner maar groter, je hoorde zijn derailleur kraken. Een geweldenaar.
‘Wij kenden al die amateurs want je werd door de krant overal heen gestuurd. Wim Dubois, zegt de naam je nog iets? Jongen uit Zeeland, een fantastische stilist. Zat gebeeldhouwd op zijn fiets meneertje, gebeeldhouwd! Vond ik prachtig. Over hard fietsen zegt het niet alles natuurlijk. Neem een Kuiper of een Pollentier, zag er niet uit. Hebben als kind waarschijnlijk op een fout fietsje fietsen geleerd. Maar ze gingen wel hard hè.
‘De Tour was geweldig voor een jong journalist. Ik was wel altijd nerveus voor de etappe begon. Opgewonden eigenlijk. Dat uur vóór het vertrek was altijd het mooiste. Gewoon gezellig! Praatje maken met de coureurs. “Goed geslapen jongen?” Kwam Levitan door de Tourradio: “Depart messieurs les coureurs à une demi heure”. Begonnen die volgauto’s te claxoneren, opwinding alom, lawaai: geweldig. En dan de speaker: “Ils sont là messieurs dames, les deux plus grands champions de notre temps: Eddie Merckkkxxx et RRRaymond Poulidorrrr”! Het plein ontplofte. Ik ook. Een droom was het.
‘En dan de wagen in, de étappe volgen. Ik deelde een huurauto met Frits Suer en Peter Ouwerkerk. Peter Heerkens was minder gelukkig. Die zat met de journalist van De Vooruit uit België in de auto, Roger Cneut heette hij. Voordeel was dat die kerel iedere uitslag uit zijn hoofd kende vanaf de geboorte van Christus. Nadeel dat hij voor drie weken Tour maar één pyama meenam met een gummetje. Voor de hygiène.
‘Verbinding met de krant kon lastig zijn in die tijd. Zat je in de Pyreneeën met slecht weer. Met zijn allen rond één bakelieten telefoon die het niet deed. Had ik nog de mazzel dat Het Parool een middagkrant was, dat gaf lucht natuurlijk.
‘We zitten voor Ajax een keer in Istanbul. Het weer was zo slecht dat de telefoon het begeven had. Barend Schilperoort, een keurige heer van Het Handelsblad, jasje dasje pochetje en een kelkje oude jenever, staat op en zegt: “Heren waar de techniek faalt, houdt de journalistiek op. Welterusten”.
‘Al die moeite voor niets! Neem Jan Liber van Het Vrije Volk. Ik heb het verhaal nooit gecheckt maar dat moet je bij dit soort verhalen ook niet doen. Jan deed ook boksen. Hij moet kort na de oorlog in Manchester het gevecht om de Europesche titel middengewicht verslaan tussen de Engelsman Ronald Turpin en onze landgenoot Luc van Dam. Reis van twee dagen toen. Het gevecht begint, Jan zit op een mooi plekje en hij raapt even het programmaboekje op dat hij had laten vallen. Toen hij weer omhoogkwam, keek hij in het gezicht van Luc van Dam die vlak voor hem bewusteloos op het canvas lag: knock out in tien seconden. Jan weer twee dagen onderweg voor hij thuis was.
‘Dan deed Martin W. Duyzings van De Tijd-Maasbode het slimmer. Die versloeg ooit een hele Tour vanuit Maastricht. Pikte wat uit het radioverslag, nog iets uit een persbericht, haalde wat van het ANP af en schreef dan of hij bij de coureurs achterop had gezeten.
‘Ik heb het vijf keer gedaan, de Tour. Toen trok ik het niet meer. Heimwee! Zat ik tijdens een rustdag in Nice op de Boulevard des Anglais in het zonnetje op een terras. Wil je mooier? Maar ik wilde alleen maar naar huis. Dus na dat jaar ben ik ermee gestopt.’
‘Er was genoeg te doen hoor en alles kon in die tijd. Met Peter van Straaten ben ik voor Het Parool vaak op pad geweest. We gingen ooit een dag naar het Hoogoven Schaaktoernooi. Peter was binnen twee uur klaar. Hij zei altijd: “Ik kan heel goed camoufleren dat ik niet tekenen kan”, maar ondertussen. We zouden elkaar die avond treffen in een restaurant in Zandvoort. Toen ik arriveerde was hij al aardig in de olie. Hij wenkt de ober en bestelt Sole de Bonne Femme. Ook voor mij, zelf durfde ik zoiets niet: “Niet lullen Dobbel, het kost een paar centen maar je hebt het verdiend”. Schotel met krab, garnalen en kreeft erbij, soepje vooraf. Fles Rieslinger voor Peter en na afloop nog twee Irisch coffee, allebei voor hem want ik dronk niet en moest hem thuis brengen.
‘Een week later ging hij declareren bij Bob Steinmetz, de redactiechef.
“Wat is dat Peter?”
“Hapje gegeten met Rob van den Dobbelsteen”.
Steinmetz, onvergetelijke kerel, leest die rekening met stijgende verbazing: “Wat hebben jullie in Godsnaam gegeten?”
Peter: “Visje”.
Bob: “Goudvisje?”
Daarna pakt hij zijn pen en tekent. Geweldig toch.’
‘Maar nu pauzeer ik even want die chemo speelt op. Als over twee weken blijkt dat het niks geholpen heeft, stop ik ermee.
Wat? Zei ik een uur geleden dat ik er nog over na moest denken? Ach man, dat wisselt met de minuut. Zo terug.’
‘Goed waar waren we? Parool ja, jaren zeventig en bomen tot de hemel. Vanaf ’77 zat ik bij de PS-bijlage als opvolger van Klaas Peerenboom, mocht je één mooi groot verhaal per week maken. Dat liep weleens wat uit de hand. Was er een eindejaarsbijlage over Vadertje Tijd. Of ik een bijdrage kon leveren? Ik zeg: “Natuurlijk. Een interview met Jacques Anquetil, Monsieur Chrono!”
‘Wij in de auto van Het Parool op maandagochtend met drie man naar Normandië. Kliphuis de vaste chauffeur, Bert Sprenkeling de fotograaf en ik. Eerste stop: Parijs. Hapje gegeten en niks bistro maar La Tour d‘Argent, twee sterren. Dinsdag naar Rouen en overnachting aldaar. Woensdag naar dat kasteel van Anquetil. Die zat weer te zeuren dat Poulidor veel populairder was dan hij op grond van zijn uitslagen verdiende. Donderdag terug via Dieppe omdat volgens Kliphuis daar de beste garnaalkroket van de Noordzeekust geserveerd werd. “Niet zeuren, Dobbel je hebt het verdiend”, zal ik maar zeggen. Vrijdag werk ik het interview uit, zaterdag stond het in de bijlage. Zo ging het toen, je kunt het je nou niet meer voorstellen.
‘Prachtige verhalen toch. Die lichte kant heeft me altijd aangesproken Ik moest het niet van diepgravende interviews hebben maar van een grote productie en verhalen die lekker weglazen. Ik kreeg weleens het verwijt dat ik wat al te veel met adjectieven strooide. Terecht eigenlijk. Als ik nu soms iets van mezelf teruglees, denk ik ook: Dobbel dat had wel een kommaatje minder gemogen. Collega Ben Haveman heeft me ooit ‘De James Last van Het Parool’ genoemd. Toch leuk gevonden.
‘Ook in de literatuur hou ik niet van al te zwaar werk. De Avonden van Reve las ik graag omdat de spruitjeslucht uit die tijd er zo goed in beschreven wordt maar verder kan zijn werk me eerlijk gezegd gestolen worden. Net als bijna alles van Mulisch en Hermans.
Ken je FB Hotz? Geweldig, die precisie van schrijven. Of Zalig zijn de Schelen van mijn oude leermeester Herman Pieter de Boer en Betty van Garrel. Licht boek, heerlijk boek. Die teksten van Ramses Shaffy, toch nogal rommelachtig hier en daar. Behalve ‘Laat me’. Tekst: Herman Pieter de Boer. Ik ben altijd jaloers geweest op collega’s met een mooie stijl, een Frans Nypels, een Nino Tomadesso. Mooischrijvers.
‘Zelf speel ik met de gedachte een boek vol anekdotes te maken met jou en Tonny Eyk. Jij over theater, Teun over de muziek en ik over de sport. Teun Eyk liet me laatst nog een briefje lezen dat Rudi Carell ooit had gkregen: “Geachte heer Carell, Gisteren heb ik uw laatste TV-show gezien. Tenminste, dat mag ik hopen.” Geestig of niet!?
‘In 1981 ben ik bij de GPD gevraagd als reisredacteur. Nypels, inmiddels van Haarlems Dagblad en Jan de Vries van De Typhoon loodsten mij daar binnen. Reisverhalen, eigenlijk mijn grote liefde. Ik had een grote algemene belangstelling, dat durf ik wel zeggen. Ik ging niet vaak in op uitnodigingen voor persreizen. Ging liever alleen.
Twintig jaar over de hele wereld gezworven. Gevaren op de Nijl, afgedaald in de Grand Canyon. Hoogtepunt was de Chilkoot Trail, ongelofelijk zwaar. In drie dagen van Alaska naar Yukon. Dat was de route van de goudzoekers op weg naar de Klondike rivier. Een barre tocht. Als je dan niet met een goed verhaal thuiskwam, kon je beter een ander vak kiezen.
‘Je moest het met die reisverhalen natuurlijk een beetje handig inpikken. Was ik in de buurt van Toledo, ging ik ook even bij Federico Bahamontes langs. Een gentleman op en top. Nee niet Frederico, dat is een veelgemaakte fout. Het is Federico zonder r in de eerste lettergreep. Zo’n interview kon je bij de GPD wel kwijt hoor. Of in Argentinië, zocht ik Manuel Fangio op. De beroemde wereldkampioen Formule 1. Wacht ik heb nog een foto van ons tweeën op mijn mobieltje. Kijk maar. Dat werd dan gepubliceerd aan de vooravond van de race op Zandvoort.
‘Ach al die prachtige sportwedstrijden en die reizen over de hele wereld. Ik heb er zo van genoten. Mijn vader zei altijd: “Je moet later iets gaan doen dat je leuk vindt. Hoef je nooit te werken”. En gelijk had hij.
‘Zullen we afrekenen, ik moet naar de fysio. En dan terug naar huis. Ik woon nu vier jaar alleen. Mijn vrouw zit in een verzorginghuis. Toen ze al een tijdje dementeerde maar nog thuis was, vroeg ze me plotseling: “Rob, als je nou van tevoren geweten had dat ik Alzheimer zou krijgen, was je dan ook met me getrouwd?” Nooit heb ik meer van haar gehouden dan toen. Of ze me nu nog herkent, weet ik niet. Soms aan mijn stem misschien. Dan hoort ze me, kijkt even op en glimlacht.
Kom, we gaan.’
Nog één wedstrijd, en dan is het klaar. Maandag 26 oktober speelt de NVGJ op de Hooge Graven in Arriën de 5e Christiane Trophy, de laatste major van het seizoen. Daarna gaat de streep onder de drie Order of Merits en weten we wie er op 2 november op de Goyer in Eemnes de Masters spelen.
Nederland tiende op de EMGJ in Sussex. Oftewel: keurig laatste Een tiende plaats op een Europees kampioenschap klinkt best indrukwekkend. Tot je ontdekt dat er precies tien landen meededen. Nederland werd dus niet nét geen negende, maar gewoon laatste. En het mooiste: ChatGPT had dat vooraf al voorspeld. Met tien teamspelers en twee gastspelers reisde de Nederlandse delegatie vol goede moed af naar East Sussex National. Al was er vooraf wel een kleine waarschuwing geweest. Anton had ChatGPT gevraagd om op basis van de handicaps de kansen van de deelnemende landen te berekenen. De uitkomst? Nederland zou als laatste eindigen. Nu had ChatGPT vorig jaar bij de Nations Cup ook al een verrassend goede kijk op de zaak, toen hij de teams samenstelde en zijn berekeningen aardig bleken te kloppen. Maar deze keer hadden we toch vurig gehoopt dat de kunstmatige intelligentie er eens flink naast zou zitten. Helaas. ChatGPT kreeg opnieuw gelijk. En eerlijk is eerlijk: onze scores waren ronduit teleurstellend. We hadden er als team echt meer van verwacht. Natuurlijk werd er hier en daar best aardig gegolfd, maar over de hele linie bleven de prestaties ver achter bij onze verwachtingen. Daar werd dan ook stevig van gebaald. Want hoe gezellig zo'n internationaal toernooi ook is, uiteindelijk wil je natuurlijk wel een beetje fatsoenlijk golfen. Gelukkig is er voor volgend jaar in ieder geval nog héél veel ruimte voor verbetering. Aan onze uitstraling lag het in ieder geval niet. Waar de scores nogal te wensen overlieten, zag het Nederlandse team er op de baan wél strak uit. Dankzij onze sponsor Alwin van The Sparring Partners waren we voorzien van prachtige oranje shirts. Sportief gezien mochten we dan onderaan eindigen, qua uitstraling deden we absoluut mee om de hoofdprijs. Aan Alwin heeft het in ieder geval niet gelegen! Ook aan de omstandigheden kon het niet liggen. East Sussex National bood ons twee prachtige golfbanen, die er fantastisch bij lagen. Het typisch Engelse weer kregen we vooral tijdens de eerste oefendag voorgeschoteld. Daarna waren de weergoden ons opvallend goed gezind. Op de eerste wedstrijddag scheen de zon volop en ook de tweede wedstrijddag bleef het droog. Betere golfcondities hadden we ons nauwelijks kunnen wensen. Toch zat het ons niet op alle fronten mee. Onze pechvogel Christiaan ging tijdens de tweede oefendag onderuit en verrekte daarbij zijn bovenbeenspier zo ernstig dat verder meedoen er helaas niet meer in zat. Een flinke domper voor hem én voor het team. Gelukkig liet Christiaan zich niet uit het veld slaan. Twee dagen lang fotografeerde hij iedereen op en rond de baan, waardoor we nu over een prachtige verzameling herinneringen beschikken. Tijdens de afsluiting werd hij daarvoor door Jonny nog eens extra bedankt. En dus konden we het weer, de baan en eigenlijk alles behalve ons eigen spel als excuus schrappen. Een bijzonder woord van dank is ook op zijn plaats voor Karin, die op het laatste moment inviel. Karin, ontzettend bedankt voor je flexibiliteit en je bereidheid om het team uit de brand te helpen! Waar wij moeite hadden om de punten bij elkaar te sprokkelen, deden de Fransen precies het tegenovergestelde. Met een ijzersterk team, uitstekend golf en indrukwekkende scores werden zij de terechte Europese kampioen. De Denen eindigden als tweede. Maar hoewel de Nederlandse scorekaarten niet bepaald uitnodigden tot een feestje, was de sfeer binnen ons team gelukkig goed. We hebben met elkaar gelachen, prachtige verhalen van Pim gehoord, mooie dagen beleefd en genoten van het internationale gezelschap. Al zal menigeen na afloop van zijn ronde toch even stevig hebben gebaald. Want dat is misschien wel het mooie van de EMGJ: hoe fanatiek er op de baan ook wordt gestreden, daarbuiten draait het minstens zo veel om de gezelligheid, de internationale vriendschappen en het weerzien met oude bekenden. Jonny Bramley, wat een organisatie! Een bijzonder groot compliment verdient gastheer Jonny Bramley. Het is nauwelijks voor te stellen hoeveel werk er komt kijken bij het organiseren van een internationaal golftoernooi van deze omvang; dat weten wij na vorig jaar maar al te goed. Zeker als je bedenkt dat Jonny het grootste gedeelte van de organisatie in zijn eentje heeft moeten doen. Van de prachtige banen tot de ontvangst, de wedstrijden en de feestelijke afsluiting: alles was tot in de puntjes geregeld. Ook mijn mede-captain Cara verdient een bijzonder groot dankwoord. Door omstandigheden kon ik een groot deel van mijn taken tijdelijk niet uitvoeren. Cara heeft dat geweldig opgevangen en ontzettend veel werk verzet om alles in goede banen te leiden. Cara, ontzettend bedankt voor al je harde werk, je inzet en je betrokkenheid. Zonder jou was het allemaal een stuk lastiger geweest! Ondanks de dramatische sportieve prestaties kijken we terug op een geslaagde EMGJ. Met twaalf Nederlanders, prachtige golfbanen, onverwacht goed weer, een geweldige organisatie en vooral veel gezelligheid. Natuurlijk hadden we liever hoger op de ranglijst gestaan. Maar ach, de gezelligheid telt gelukkig niet mee voor de einduitslag. Anders hadden we ongetwijfeld een stuk hoger gestaan. En Anton? Die mag ChatGPT volgend jaar best weer raadplegen. Maar misschien moeten we hem vragen om een iets positievere voorspelling. Zelf kijk ik nu al uit naar de Nations Cup van volgend jaar in Marbella. Hopelijk kunnen we daar sportief revanche nemen en er opnieuw een prachtig internationaal evenement van maken. Italiaanse uitnodiging voor maart 2027 Voor degenen die komend jaar graag een mooi internationaal toernooi willen spelen als voorbereiding, hebben de Italianen een aantrekkelijke uitnodiging. In de eerste week van maart kun je spelen op de baan waar wij drie jaar geleden de Nations Cup speelden. Je speelt individueel; een partner kan eventueel ook meedoen. Het is dus geen teamwedstrijd, maar een persoonlijk toernooi. En dat alles voor een geweldige aanbieding. Wie interesse heeft, kan zich de komende maand bij mij opgeven.
Er zijn tradities die je moet koesteren. De kerstboom met Kerst, oliebollen met Oud en Nieuw, en Nederlanders die na de eerste wedstrijddag van een EMGJ stijf onderaan staan. Ook nu hebben we die traditie weer met indrukwekkende precisie in ere gehouden. Alleen wilden Hélène, Alwin en Jeroen daar niet aan. Dit drietal bracht nog een score binnen bij alles-organisator Johnny die nog met een beetje goede wil door de beugel kon: 31, 30 en 28. De anderen bleven bungelen rondom de 20… Ook met drie kwart handicap verrekening bepaald geen score die je met trots aan het thuisfront meldt.
‘ Lang zal hij leven, lang zal hij leven’ , schalde het op de tweede dag door de ontbijtzaal, toen Frank zijn entree maakte. Hij was jarig, maar wilde er niets van weten. Dook achter een pilaar, uit het zicht van andere teams. Maar het Duitse team aan onze buurtafel nam het enthousiast over met; ‘ Happy birthday to you’. Lachend kwam Frank toch achter de pilaar vandaan en ging naast zijn echtgenote Christiane zitten. ‘ 71 jaar, niets om te vieren toch?’, meende hij. ‘Elk jaar erbij is om te vieren’, wierpen wij tegen.
Op het laatste moment ingevallen, en dan meteen de eerste dagprijs pakken. Alwin de Rijke scoorde op de regenachtige East Course van East Sussex National 35 stablefordpunten en was daarmee de beste van team Nederland. Lees hoe het team op het nippertje compleet raakte, wat captain John Bramley allemaal regelde en waarom het EMGJ ooit in de Efteling begon.