Nederlandse Vereniging van Golfspelende Journalisten
01.03.2013
Na een paar dagen ben ik er nog steeds niet uit. Waren dit nu The Masters van de ingeloste belofte van Adam Scott of toch vooral The Masters van de regelkwesties, met in de hoofdrol een jonge amateur en de nummer 1 van de wereld?
Het was alweer half twee in de Nederlandse nacht toen Adam Scott zondag een putt van een kleine vier meter gedecideerd in de hole rolde voor zijn eerste Majorzege. De man die vorig jaar op Royal Lytham & St. Annes in de laatste paar holes nog zo ongenadig hard onderuit ging — vier slagen voorsprong verdwenen als sneeuw voor de zon tijdens de laatste vier holes — hield nu wel het hoofd koel. Uitgerekend op de plek waar vriend en mentor Norman in 1996 nog harder onderuit ging, brak hij de ban na een spannend slot van een toernooi dat zelfs op de backnine op zondag maar niet wilde knetteren. Het was dat de laatste paar holes samen met Angel Cabrera er waren, anders zou had je zelfs kunnen zeggen dat er sprake was van een — mede door de regen — langzaam dovende nachtkaars tot besluit van The Masters 2013.
Of was de meeste spanning vrijdag en zaterdag al verdwenen in het regelgekrakeel dat er meer toe leek te doen dan het spel zelf?
Eerst was er op vrijdag de breed gedragen verontwaardiging dat de eerste strafslag voor traag spel op The Masters ooit — en naar verluid de eerste op de PGA Tour sinds 1995 — uitgerekend werd uitgedeeld aan een veertienjarig joch dat daardoor nog bijna de cut miste ook. Niemand betwiste het feit dat Guan wel érg langzaam speelde. Tachtig minuten over drie holes, met daarin nog een par drie ook, kán gewoon niet. Langzaam maar zeker komt de grens van zes uur per ronde nabij, en dat is ronduit dodelijk voor de aantrekkelijkheid van de sport. Daar moet tegen opgetreden worden. Ook dat bestrijdt niemand. Maar toch knaagde het dat John Paramor wél de piepjonge amateur aanpakte, terwijl de duurbetaalde pro’s week in week uit solliciteren naar eenzelfde maatregel maar daar keer op keer mee wegkomen. Of was het eigenlijk niet meer dan logisch dat Guan gesnapt werd waar de meer ervaren mannen telkens ontsnappen door net even wat door te lopen op het moment dat ze een waarschuwing ontvangen? Hoe dan ook. Guan haalde de cut, reageerde als een op en top professional (‘regels zijn regels’) en de volgende dag duurde een rondje met twee man weer gewoon vijf uur…
Nee, dan dropgate, zoals het inmiddels al is gaan heten. Dat reduceerde het geval Guan tot niet meer dan een vlekje, een marginale gebeurtenis. Een uiterst knullige drop door de nummer 1 van de wereld, een inschattingsfout van de wedstrijdcommissie, een telefoontje van een armchairreferee en de poppen waren aan het dansen. Een groot aantal mensen meende dat Woods nooit met twee strafslagen weg had mogen komen en dat dit het bewijs was dat de veertienvoudig majorwinnaarkennelijk groter is dan de golfregels als hij hiermee mocht ontsnappen.
Ik geef toe dat ik zelf ook even aan de Animal Farm moest denken (All animals are equal but some animals are more equal than others) maar hoe langer ik erover nadacht, hoe meer ik me realiseerde dat de ‘fout’ niet bij Woods lag. Wel dat hij de drop niet correct uitvoerde natuurlijk, maar dat erkende hij uiteindelijk ook ruiterlijk. Maar dat het comité uiteindelijk slechts tot twee strafslagen besloot was Woods niet aan te rekenen en het hier en daar gehoorde ‘hij had zichzelf alsnog terug moeten trekken’ was dan ook volkomen van de zotte. Net als Guan zei Woods terecht: regels zijn regels. Hij had een fout gemaakt, de juiste instantie had daar een oordeel over uitgesproken en daarmee was het klaar. Althans, in theorie dan, want dit suddert geheid nog een tijdje door. Daar kan je zeker van zijn. Als het Woods betreft, als het de Regels betreft, dan vullen de kolommen zich vanzelf.
En die zege van Scott was natuurlijk ook nog goed voor een regeldingetje, al sneeuwde dat (gelukkig) onder bij de uitbarsting van vreugde in het schemerduister van Augusta National. Want die putter van Scott...was daar niet ook wat mee?
Er zijn tradities die je moet koesteren. De kerstboom met Kerst, oliebollen met Oud en Nieuw, en Nederlanders die na de eerste wedstrijddag van een EMGJ stijf onderaan staan. Ook nu hebben we die traditie weer met indrukwekkende precisie in ere gehouden. Alleen wilden Hélène, Alwin en Jeroen daar niet aan. Dit drietal bracht nog een score binnen bij alles-organisator Johnny die nog met een beetje goede wil door de beugel kon: 31, 30 en 28. De anderen bleven bungelen rondom de 20… Ook met drie kwart handicap verrekening bepaald geen score die je met trots aan het thuisfront meldt.
‘ Lang zal hij leven, lang zal hij leven’ , schalde het op de tweede dag door de ontbijtzaal, toen Frank zijn entree maakte. Hij was jarig, maar wilde er niets van weten. Dook achter een pilaar, uit het zicht van andere teams. Maar het Duitse team aan onze buurtafel nam het enthousiast over met; ‘ Happy birthday to you’. Lachend kwam Frank toch achter de pilaar vandaan en ging naast zijn echtgenote Christiane zitten. ‘ 71 jaar, niets om te vieren toch?’, meende hij. ‘Elk jaar erbij is om te vieren’, wierpen wij tegen.
Op het laatste moment ingevallen, en dan meteen de eerste dagprijs pakken. Alwin de Rijke scoorde op de regenachtige East Course van East Sussex National 35 stablefordpunten en was daarmee de beste van team Nederland. Lees hoe het team op het nippertje compleet raakte, wat captain John Bramley allemaal regelde en waarom het EMGJ ooit in de Efteling begon.
Team NL is geland in East Sussex voor het EMGJ. De reis was nog maar net begonnen of er was al de nodige verwarring, en die had alles te maken met wijn. Niet met de baan, niet met de wedstrijdformule, niet met de vraag wie er op welke dag tegen wie speelt. Gewoon wijn. Zoals het hoort bij een vereniging die het spel serieus neemt en zichzelf niet. East Sussex is golfland zoals wij dat kennen van plaatjes: glooiende fairways, heggen die je niet moet onderschatten, greens die er vriendelijker uitzien dan ze zijn. Team NL trok er op af met de gebruikelijke mix van ambitie en realisme, want we weten inmiddels hoe internationaal gezelschap eruitziet als het de stablefordpunten telt. Hard werken, en daarna gezellig zijn. Niet andersom. Het EMGJ brengt journalisten uit heel Europa samen op een baan, wat betekent dat je tegenstanders kent van naam, van reputatie of van een vorige editie waar iemand iets te diep in het bunkerwerk was beland. De sfeer is vertrouwd ook als je elkaar nog nooit hebt ontmoet; mediamensen herkennen mediamensen, zeker met een club in de hand. Hoe het verder afliep met de wijn, en wat Team NL uiteindelijk presteerde op de baan: dat leest u hieronder.
Een schilderachtige dag op de Pan Donderdagmiddag 1 oktober, 13:00 uur. Het strijdtoneel: de schilderachtige UGC de Pan. Hoewel mijn sporthart normaal gesproken net iets sneller klopt van een pure, winderige linksbaan, voelt het betreden van deze bosrijke klassieker telkens weer als een absoluut voorrecht. Zeker vandaag. De lucht trekt open, de laatste wolken maken plaats voor een strakblauwe hemel, gelukkig heb ik thuis nog net even mijn korte broek aan gedaan. The indian summer, heerlijk. Alles wijst op een perfecte middag voor de ontknoping van het jaar: de finale van de MR. Glow NVGJ Matchplay. De focus van de winnaar Ik heb mijn ochtend bewust rustig gehouden. Lekker chillen, energie sparen, want één ding stond vast: ik was hier gekomen om te winnen. Op de schattige driving range van de Pan tref ik mijn tegenstander, Elaine. Ze heeft er duidelijk al een flinke sessie op zitten en is warmgedraaid. Ik sla zelf slechts een paar ballen, maar alles voelt raak. Mijn lichaam is ontspannen, de swing zit in de flow. Klaar voor de strijd. Maar zodra we de baan in stappen, merk ik dat er een interne tweestrijd in mijn lijf woedt. Niet alleen de strijd tegen Elaine, maar de strijd tussen de meedogenloze golfer en de dromerige fotograaf. Een schilderij als decor De Pan presenteert zich vandaag namelijk niet zomaar als een golfbaan, maar als een levend schilderij. De manier waarop de lage herfstzon de schaduwen over de glooiende fairways laat schijnen, het is ronduit betoverend. Terwijl ik me eigenlijk moet focussen op mijn volgende slag, dwalen mijn gedachten af naar composities, sluitertijden en het perfecte licht. Elaine moet het gemerkt hebben; ik raakte maar niet uitgepraat over de waanzinnige vergezichten en de esthetiek van de holes. Het enige minpuntje aan de baan waren de greens, die net geprikt en gezand waren. Maar ach, als fotograaf weet je: dat zie je gelukkig toch niet op de foto's. De overrompeling Dan de wedstrijd zelf. Ik durf het bijna niet in detail op te schrijven, want het voelt stiekem een beetje gênant. We kennen Elaine allemaal als de 'altijd rechte' speler, een stabiele factor vanaf de tee. Maar vandaag was ik ongenaakbaar en Elaine niet zo recht als gewoonlijk. Mijn tactiek was simpel maar keihard: full power uit de startblokken schieten, intimideren met vlekkeloos spel en daarna consolideren. Die strategie werkte misschien iets te goed. Voordat we het goed en wel doorhadden, stond ik na 10 holes maar liefst 8 up. Au. Sorry, Elaine. Als je tegenstander niet in haar ritme komt en jij werkelijk elke bal raakt alsof je het spelletje zojuist hebt uitgevonden, dan wordt het een ongelijke strijd. (Elaine speelde een dag later overigens een nieuwe matchplay ronde op haar eigen club. Dat ging gelukkig stukken beter, al verloor ze daar na een zwaarbevochten strijd op de allerlaatste hole). Ik besef me heel goed hoe frustrerend het is om tegen iemand te spelen die zó uit de startblokken schiet. Het was intimiderend, maar eerlijk is eerlijk: voor mij voelde het fantastisch. De metamorfose Na die razendsnelle overwinning viel de sportieve prestatiedruk volledig van mijn schouders. En precies daar, ergens op de back nine, gebeurde er iets moois. Elaine vatte het later feilloos samen: "Zodra de winst binnen was, verdween de golfer en nam de fotograaf het over." En ze had gelijk. Nu ik niet meer hoefde te presteren, kon ik me volledig overgeven aan de omgeving. Het licht werd met de minuut zachter. De rest van de ronde was geen wedstrijd meer, maar een gezamenlijke wandeling door een prachtig natuurgebied, vol gelach, opluchting en puur plezier. Een gouden randje Er is één zekerheid die een finale op de Pan helemaal af maakt: de wetenschap dat Jolanda (Mr. Glow) je bij het clubhuis opwacht. De warme omhelzing en de prachtige bloemen bij binnenkomst gaven deze overwinning precies de afsluiting die het verdiende op de prachtige indian summer dag. Na afloop zakten we met een voldaan gevoel neer op het terras. De drankjes vloeide, de schalen met bitterballen en gehaktballen kwamen door, en terwijl de zon langzaam achter de bomen zakte, besefte ik hoe uniek zo'n dag is. De perfecte mix van keiharde focus, visuele overdaad en bourgondische gezelligheid. Ik neem de titel met trots mee naar huis. Op naar volgend jaar. Wie durft?
Heden bereikte ons het verdrietige bericht dat Taco Mulder is overleden. Ons lid van verdienste en oud-penningmeester mocht 75 jaar worden. 'Ach Taco, nog één jaartje?', met die woorden wist Hans Terol Taco meer dan eens te verleiden nog een jaar aan te blijven als penningmeester, al had hij bij eerdere gelegenheid aangegeven dat hij bij de volgende Algemene Leden Vergadering nu echt een punt wilde zetten achter zijn bestuurstaken. De functie van penningmeester was de eerste 23 jaar van het bestaan van de NVGJ altijd in handen geweest van Ruud Onstein dus toen deze er na bijna een kwart eeuw een punt achter zette, was de eerste reactie van het bestuur er dan ook een van schrik. Hoe deze leegte te vullen? Het was echter Ruud zelf die precies wist aan wie deze belangrijke taak het beste kon worden toevertrouwd. Taco Mulder. Dat bleek. In de acht jaar dat Taco de financiën van onze club beheerde gingen de reserves van gezond naar zeer gezond. Niet omdat hij zo streng op de penning was (niet zelden zei hij met een knipoog dat we dat nog net moesten kunnen betalen) maar omdat hij de zaakjes goed voor elkaar had. Scherp, helder, duidelijk. Dat Taco bij de ALV van dit jaar, na acht jaar penningmeester te zijn geweest, werd benoemd tot lid van verdienste was dan ook niet meer dan terecht. Veel meer echter dan een gedegen kasbeheerder was Taco een aimabel mens. Rustig, zachtaardig, bedachtzaam en alle andere woorden die zijn geliefden op zijn rouwkaart zetten, waren allemaal van toepassing. Plus natuurlijk de eretitel de eerste maker van een hole in one binnen ons clubverband te zijn geweest. Ook die herinnering zal voor altijd met hem verbonden zijn. Het bestuur wenst zijn naasten, vrienden en alle leden van de NVGJ sterkte met dit verlies.