Nederlandse Vereniging van Golfspelende Journalisten
01.09.2015
2 november 2004, 11 september 2001, 22 november 1963, 25 juni 1988. Het zijn van die data waarbij velen direct weten waar ze waren en wat ze deden, maar wie kan zich 9 december 1998 nog herinneren? Ik niet, al was het zeker een memorabele dag.
Ik gok dat ik op kantoor was. In pak. Met een stropdas om. Voor een van de laatste keren.
Zo’n vijftien jaar was ik werkzaam in functies waar ik het grootste deel van de tijd gekleed in jasje-dasje de dag doorbracht. De helft van die periode in de Amsterdamse Beurs van Berlage – waar ik ooit nog een fraaie Ajaxdas mocht ontvangen van voorzitter Michael van Praag toen die met de gehele selectie op bezoek kwam – en de andere helft op Schiphol, bij een baan in de zakelijke dienstverlening. Ik dacht er nauwelijks bij na, maar om nu te zeggen dat ik er echt gelukkig van werd – op die Ajaxdas na dan – … nee. Maar goed, het ‘hoorde’ nu eenmaal zo.
Maar toen werd het december 1998 en sprak Prins Claus bij de uitreiking van de Prins Clausprijzen zijn befaamde Declaration of the tie.
‘Nu de arbeiders van de wereld hun ketenen hebben afgeworpen, heeft de moderne werkende man zichzelf weer vastgeklonken: aan de altijd aanwezige stropdas. Aan de slang rond zijn adamsappel, aan het koord van zonde dat we heden ten dage gebruiken om fatsoen aan af te meten. Stropdasdragers aller landen verenigt u: werpt het touw af dat u hindert! Zet uw nek op het spel! Bevrijdt u en waagt u in het openboordenparadijs’, was de afsluitende passage die hij zijn geamuseerde en verbaasde toehoorders meegaf, waarna hij zijn stropdas afdeed en deze ten overstaan van een volle Nieuwe Kerk op de grond liet vallen.
Het sprak me wel aan. Heel erg aan zelfs. Vanwege het niet verwachtte gebaar, vanwege de charmante manier waarop de Prins de lachers op de hand kreeg, en zeker ook omdat ik er – met verwijzing naar zijn woorden – maandenlang een uitstekende troef mee in handen had om dasloos naar kantoor te kunnen gaan. Als zelfs de wederhelft van onze vorstin…dan mag ik toch zeker ook..?
Weg dus met dat veel te warme ding om mijn nek dat zo oncomfortabel zat. Dat accessoire dat ik altijd een beetje los probeerde te wrikken omdat het zo onprettig benauwd aanvoelde, maar waardoor deze direct niet goed meer zat. Ook toen de woorden van Claus verre echo’s werden bleef ik zonder das. De twintig of dertig exemplaren die ik heb, hangen sindsdien vrijwel werkeloos in de kast, met uitzondering van een begrafenis of een incidentele vergadering. En ook dan, met frisse tegenzin en slechts zolang als absoluut noodzakelijk. Zouden er kledingstukken zijn die nog oncomfortabeler zitten dan een strop? Wat mij betreft niet, of het moeten te kleine schoenen zijn.
Natuurlijk moet ik nog wel eens aan de vriendelijke Prins denken, niet in de laatste plaats omdat hij ook nog eens een band met de golfsport had. En omdat de band tussen golf en stropdassen zo aanwezig is of was. Bij de sport in het algemeen, en bij de NVGJ in het bijzonder.
Och, wat zou ik graag Claus’ Declaration kunnen declameren als ik weer eens op het niet dragen van een das word aangesproken. Want ja, dat gebeurt nog altijd regelmatig. De min of meer aan mij gerichte open brief van Ruud van Breugel van enkele weken geleden was de zoveelste keer dat er een opmerking werd gemaakt over mijn vrijwel altijd dasloze nek.
Al vanaf het moment dat ik lid werd van onze mooie club duikt hij bij tijd en wijle op. De dasdiscussie. Er zijn leden die bij hoog en bij laag volhouden dat het dragen van een das bij het lidmaatschap van onze club hoort, geen discussie mogelijk – of het nu een eigen exemplaar is of een van de tig clubdassen die er lijken te zijn – maar er zijn steeds meer leden die de das ook de das laten, hem nu eens wel en dan eens niet omdoen, en aan tafel schuiven in een keurig jasje, gekamde haartjes, in een net hemd, maar zonder die slang om de nek.
Sinds het schrijven van Ruud – wiens opmerkingen over mijn niet dragen van een das ik maar wegstreep tegen zijn prachtige met logo’s overladen (maar ook niet per se statutair goedgekeurde) jasje – lette ik eens wat nadrukkelijker op de foto’s op de site. Geloof het of niet: ik telde meer daslozen dan dasdragers bij recente bijeenkomsten. Van een enkele hals ruim tien jaar geleden naar een steeds groter wordende groep in 2015. Niet uit principe – althans, daar is bij mij geen sprake van — maar omdat ik het niet aangenaam vind en misschien ook wel omdat het kennelijk die tijd is. Zoals dat soms gaat met tradities. Ze verschijnen, ze zijn er, ze lijken belangrijker dan wat dan ook, maar soms verdwijnen ze, worden minder belangrijk of in elk geval minder belangrijk gevonden. Door velen, door enkelen.
Hoelang is het geleden dat golfers de baan in gingen in drollenvanger, met een spencer, hoge kousen én een stropdas? Dat was jarenlang dé dresscode op de golfbaan maar nu zou je raar opkijken als iemand in deze outfit naast je op de tee staat of aan de bar zijn drankje besteld. En toch, iets meer dan een halve eeuw geleden was het de regel, nu de zelden voorkomende uitzondering. Al staat het iedereen vanzelfsprekend vrij in de klassieke outfit de baan in te gaan. Waarom zou de nek dan niet diezelfde vrijheid gegund zijn?
De eerste polodragers zullen vast te horen hebben gekregen dat dat toch eigenlijk niet gepast was…zo zonder das en met blote armen. De turtleneck van Tiger? De felgekleurde broeken van Loudmouth? De korte rokjes van sommige dames? Allemaal ooit met gefronste wenkbrauwen ontvangen, maar nu al jaren niet meer weg te denken van de golfbaan. Wankelde de golfwereld sinds de invoering van die oogverblindende kleuren? Geen moment. Kunnen we het ons voorstellen dat er ooit schande werd gesproken van een polo? Absoluut niet. Is het dan zo’n punt dat niet iedereen met een stropdas om aan de dis plaatsneemt? Regels veranderen, gewoontes veranderen, het ooit ongewone is al zó vaak gewoon gewoon geworden. Is dat niet net zozeer een teken van de door Ruud aangehaalde vrijheid?
Nog één wedstrijd, en dan is het klaar. Maandag 26 oktober speelt de NVGJ op de Hooge Graven in Arriën de 5e Christiane Trophy, de laatste major van het seizoen. Daarna gaat de streep onder de drie Order of Merits en weten we wie er op 2 november op de Goyer in Eemnes de Masters spelen.
Nederland tiende op de EMGJ in Sussex. Oftewel: keurig laatste Een tiende plaats op een Europees kampioenschap klinkt best indrukwekkend. Tot je ontdekt dat er precies tien landen meededen. Nederland werd dus niet nét geen negende, maar gewoon laatste. En het mooiste: ChatGPT had dat vooraf al voorspeld. Met tien teamspelers en twee gastspelers reisde de Nederlandse delegatie vol goede moed af naar East Sussex National. Al was er vooraf wel een kleine waarschuwing geweest. Anton had ChatGPT gevraagd om op basis van de handicaps de kansen van de deelnemende landen te berekenen. De uitkomst? Nederland zou als laatste eindigen. Nu had ChatGPT vorig jaar bij de Nations Cup ook al een verrassend goede kijk op de zaak, toen hij de teams samenstelde en zijn berekeningen aardig bleken te kloppen. Maar deze keer hadden we toch vurig gehoopt dat de kunstmatige intelligentie er eens flink naast zou zitten. Helaas. ChatGPT kreeg opnieuw gelijk. En eerlijk is eerlijk: onze scores waren ronduit teleurstellend. We hadden er als team echt meer van verwacht. Natuurlijk werd er hier en daar best aardig gegolfd, maar over de hele linie bleven de prestaties ver achter bij onze verwachtingen. Daar werd dan ook stevig van gebaald. Want hoe gezellig zo'n internationaal toernooi ook is, uiteindelijk wil je natuurlijk wel een beetje fatsoenlijk golfen. Gelukkig is er voor volgend jaar in ieder geval nog héél veel ruimte voor verbetering. Aan onze uitstraling lag het in ieder geval niet. Waar de scores nogal te wensen overlieten, zag het Nederlandse team er op de baan wél strak uit. Dankzij onze sponsor Alwin van The Sparring Partners waren we voorzien van prachtige oranje shirts. Sportief gezien mochten we dan onderaan eindigen, qua uitstraling deden we absoluut mee om de hoofdprijs. Aan Alwin heeft het in ieder geval niet gelegen! Ook aan de omstandigheden kon het niet liggen. East Sussex National bood ons twee prachtige golfbanen, die er fantastisch bij lagen. Het typisch Engelse weer kregen we vooral tijdens de eerste oefendag voorgeschoteld. Daarna waren de weergoden ons opvallend goed gezind. Op de eerste wedstrijddag scheen de zon volop en ook de tweede wedstrijddag bleef het droog. Betere golfcondities hadden we ons nauwelijks kunnen wensen. Toch zat het ons niet op alle fronten mee. Onze pechvogel Christiaan ging tijdens de tweede oefendag onderuit en verrekte daarbij zijn bovenbeenspier zo ernstig dat verder meedoen er helaas niet meer in zat. Een flinke domper voor hem én voor het team. Gelukkig liet Christiaan zich niet uit het veld slaan. Twee dagen lang fotografeerde hij iedereen op en rond de baan, waardoor we nu over een prachtige verzameling herinneringen beschikken. Tijdens de afsluiting werd hij daarvoor door Jonny nog eens extra bedankt. En dus konden we het weer, de baan en eigenlijk alles behalve ons eigen spel als excuus schrappen. Een bijzonder woord van dank is ook op zijn plaats voor Karin, die op het laatste moment inviel. Karin, ontzettend bedankt voor je flexibiliteit en je bereidheid om het team uit de brand te helpen! Waar wij moeite hadden om de punten bij elkaar te sprokkelen, deden de Fransen precies het tegenovergestelde. Met een ijzersterk team, uitstekend golf en indrukwekkende scores werden zij de terechte Europese kampioen. De Denen eindigden als tweede. Maar hoewel de Nederlandse scorekaarten niet bepaald uitnodigden tot een feestje, was de sfeer binnen ons team gelukkig goed. We hebben met elkaar gelachen, prachtige verhalen van Pim gehoord, mooie dagen beleefd en genoten van het internationale gezelschap. Al zal menigeen na afloop van zijn ronde toch even stevig hebben gebaald. Want dat is misschien wel het mooie van de EMGJ: hoe fanatiek er op de baan ook wordt gestreden, daarbuiten draait het minstens zo veel om de gezelligheid, de internationale vriendschappen en het weerzien met oude bekenden. Jonny Bramley, wat een organisatie! Een bijzonder groot compliment verdient gastheer Jonny Bramley. Het is nauwelijks voor te stellen hoeveel werk er komt kijken bij het organiseren van een internationaal golftoernooi van deze omvang; dat weten wij na vorig jaar maar al te goed. Zeker als je bedenkt dat Jonny het grootste gedeelte van de organisatie in zijn eentje heeft moeten doen. Van de prachtige banen tot de ontvangst, de wedstrijden en de feestelijke afsluiting: alles was tot in de puntjes geregeld. Ook mijn mede-captain Cara verdient een bijzonder groot dankwoord. Door omstandigheden kon ik een groot deel van mijn taken tijdelijk niet uitvoeren. Cara heeft dat geweldig opgevangen en ontzettend veel werk verzet om alles in goede banen te leiden. Cara, ontzettend bedankt voor al je harde werk, je inzet en je betrokkenheid. Zonder jou was het allemaal een stuk lastiger geweest! Ondanks de dramatische sportieve prestaties kijken we terug op een geslaagde EMGJ. Met twaalf Nederlanders, prachtige golfbanen, onverwacht goed weer, een geweldige organisatie en vooral veel gezelligheid. Natuurlijk hadden we liever hoger op de ranglijst gestaan. Maar ach, de gezelligheid telt gelukkig niet mee voor de einduitslag. Anders hadden we ongetwijfeld een stuk hoger gestaan. En Anton? Die mag ChatGPT volgend jaar best weer raadplegen. Maar misschien moeten we hem vragen om een iets positievere voorspelling. Zelf kijk ik nu al uit naar de Nations Cup van volgend jaar in Marbella. Hopelijk kunnen we daar sportief revanche nemen en er opnieuw een prachtig internationaal evenement van maken. Italiaanse uitnodiging voor maart 2027 Voor degenen die komend jaar graag een mooi internationaal toernooi willen spelen als voorbereiding, hebben de Italianen een aantrekkelijke uitnodiging. In de eerste week van maart kun je spelen op de baan waar wij drie jaar geleden de Nations Cup speelden. Je speelt individueel; een partner kan eventueel ook meedoen. Het is dus geen teamwedstrijd, maar een persoonlijk toernooi. En dat alles voor een geweldige aanbieding. Wie interesse heeft, kan zich de komende maand bij mij opgeven.
Er zijn tradities die je moet koesteren. De kerstboom met Kerst, oliebollen met Oud en Nieuw, en Nederlanders die na de eerste wedstrijddag van een EMGJ stijf onderaan staan. Ook nu hebben we die traditie weer met indrukwekkende precisie in ere gehouden. Alleen wilden Hélène, Alwin en Jeroen daar niet aan. Dit drietal bracht nog een score binnen bij alles-organisator Johnny die nog met een beetje goede wil door de beugel kon: 31, 30 en 28. De anderen bleven bungelen rondom de 20… Ook met drie kwart handicap verrekening bepaald geen score die je met trots aan het thuisfront meldt.
‘ Lang zal hij leven, lang zal hij leven’ , schalde het op de tweede dag door de ontbijtzaal, toen Frank zijn entree maakte. Hij was jarig, maar wilde er niets van weten. Dook achter een pilaar, uit het zicht van andere teams. Maar het Duitse team aan onze buurtafel nam het enthousiast over met; ‘ Happy birthday to you’. Lachend kwam Frank toch achter de pilaar vandaan en ging naast zijn echtgenote Christiane zitten. ‘ 71 jaar, niets om te vieren toch?’, meende hij. ‘Elk jaar erbij is om te vieren’, wierpen wij tegen.
Op het laatste moment ingevallen, en dan meteen de eerste dagprijs pakken. Alwin de Rijke scoorde op de regenachtige East Course van East Sussex National 35 stablefordpunten en was daarmee de beste van team Nederland. Lees hoe het team op het nippertje compleet raakte, wat captain John Bramley allemaal regelde en waarom het EMGJ ooit in de Efteling begon.