Nederlandse Vereniging van Golfspelende Journalisten
29.08.2024
Het was zo'n dag waarop je het liefst op een schaduwrijk terras zou zitten met een mooi glas Meursault in je hand. Maar golfgoden hadden beslist dat er gewoon een matchplaywedstrijd gespeeld moest worden. De zon deed genadeloos haar best hoog boven de prachtige Hoge Kleij en de fairways smeekten bijna om water. In dit kader is de term hittegolf wel toepasselijk.
Ondanks de bloedhitte (30 plus) stond Peter mij op te wachten alsof de temperatuur hem niet deerde. Ik had de toch al schaars aanwezige energie voor een deel verbruikt met het in elkaar zetten van mijn trolley. Dat kloteding moet ik al maanden met flink wat kunst en vliegwerk in elkaar zetten en hopen dat 'ie het weer een rondje volhoudt. Een tas op de rug was met deze temperaturen is geen optie.
Met een plus-handicap (Peter dus en niet ondergetekende) op zak is inslaan blijkbaar niet echt nodig want we begonnen met een koude cola (och man wat kan dat soms lekker zijn) op het terras. Paar putjes en op weg naar de eerste tee.
Volgens het caddieboekje
Hole 1. "Een relatief makkelijke par 5 die voor longhitters eenvoudig in twee te halen is.
En ja hoor, meteen raak: eagle op de eerste hole (voor Peter dus) BAM, in één klap alle hoop aan diggelen. En alsof dat nog niet genoeg was maakt hij een birdie op de tweede hole. Ik dacht nog slim te zijn door vanaf de rode tees te spelen. Maar tegen Peter werkt dat natuurlijk voor geen meter. Hij speelt zijn eigen spel, en mijn "tactische zet" had net zo goed een mop kunnen zijn.
Peter ging door als een machine. Drives zo strak als Madonna in de jaren 80 en putts zo zeker als de Belastingdienst. De ene na de andere hole pakte hij zonder te knipperen. 5 down na 9. De Hoge Kleij lag erbij als zijn persoonlijke trainingsveld en ik was de sparringpartner die hij niet nodig had. Vanaf rood spelen? Kansloos.
Terwijl ik al na de eerste paar holes stond te zweten en hijgend een slok water nam, knalde Peter stoïcijns door. Elke hole een lesje in nederigheid. Halverwege wist ik het wel: dit was geen wedstrijd, dit was een eenzijdige slachtpartij. Peter was heer en meester op de Hoge Kleij, ik kon niet meer dan toekijken en leren.
Bij hole 14 was het gedaan (5&4). Dit was niet zomaar (hitte)golfen. Dit was Peter van Weel die op de heetste dag van het jaar de baan liet zien wie de baas was (-1 over de ronde) En ik? Ik was het decor.
Had ik mijzelf kansen toegedicht? Zeker. Het was goed doordacht dat ik besloten had van de blauwe tees te spelen. Omdat ik dan de meeste greens 'in regulation' zou kunnen halen, en dus 'gewoon' par moest kunnen spelen. Als je dan veel slagen meekrijgt, zoals in deze halve-finalewedstrijd tegen Peter van Weel (ik kreeg er 10), moet je tegenstander al birdies maken om te kunnen 'halven'. Welnu, Peter (hij speelde van de gele tees) máákte birdies. Maar liefst zes in de vijftien holes dat onze 'wedstrijd' duurde. Dat is precies één meer dan ikzelf maakte in de laatste twintig Q-ronden, die ik sinds half mei speelde. Peter ging sterk van acquit, met birdies op 1 en 2. De eerste kon ik nog matchen met een par en een slag cadeau, maar de tweede betekende het eerste verlies. Ronduit bemoedigend was dat ik op de derde hole weer gelijk maakte. Niet dankzij een par of een bonusslag, maar doordat Peter zijn bal in het bos sloeg en een - zeldzame - double bogey moest incasseren. Van slag was hij niet. Integendeel, op de vierde hole maakte hij opnieuw een birdie, dankzij een succesvolle putt van zo'n 15 meter. "Sorry Louis", zei hij, nadat zijn bal in de hole was verdwenen. Op dat moment kwam ik tot het besef dat Peter niet alleen prettig lang is van de tee, maar zijn plus-handicap (+0.6) vooral te danken heeft aan ijzersterk kort spel: pitchen, chippen en putten. Ja, het was in zijn voordeel dat hij, als thuisspeler op De Hoge Kleij, gewend was aan de snelheid van de greens. Ik had daar - hoewel ik aardig kan putten - meer moeite mee. Maar dat gaf vandaag niet de doorslag. Wat dan wel? Dat ik verzuimde te profiteren van de fouten die Peter maakte. Want ja, ook Peter maakt fouten, al zijn het er verdomd weinig. Oké, hij maakte 'gewoon' een par op de par-3 vijfde nadat hij zijn bal vanaf de tee in de greenside bunker had geslagen. Maar als je, zoals ik, dubbel bogeys maakte op par-3's, dan is winnen een illusie en je lot bezegeld: 4 down na acht holes. Ik moest denken aan de prestatie van Frank Huiges, die een jaar geleden op De Hoge Kleij de beste tweede negen uit zijn loopbaan speelde, en zodoende de halve-finalepartij van Peter wist te winnen. Zou ik niet ook...? Tuurlijk. Ik won negen en tien en kwam terug tot 2 down. Op de elfde, waarop ik geen slag kreeg, produceerde Peter een zeldzame afzwaaier: links in de hei. Ik meende te kunnen profiteren. Tot we zijn bal vonden: nog goed speelbaar. Het vervolg: beiden met twee op of bijna op de green. Peter maakte de birdieputt, ik par: 3 down. Over het vervolg beperk ik me tot het volgende: Peter won de partij in stijl, met een birdie op vijftien, na alweer een middellange putt. Ik schreef in de tweede alinea 'wedstrijd', tussen aanhalingstekens, want spannend is het geen tel geweest. Peter was vandaag gewoon te goed. Wat na afloop bij mij nog wel even knaagde, ondanks mijn stablefordscore van 36, was mijn gepruts op de par 3's. Al zou ik, als ik deze beter had gespeeld, de partij vermoedelijk ook hebben verloren. Tot slot: Peter eindigde op 72 slagen (gelijk par, 37 stablefordpunten) en kwalificeerde de partij als "relaxed, zoals een ronde golf hoort te zijn''. En dat allemaal op een echt fantastische baan, in uitstekende conditie. Inderdaad een genot om te spelen, ondanks het lawaai van twee regelmatig overvliegende Chinook-heli's van de nabij gelegen vliegbasis Soesterberg.
De genoeglijke interland op Herkenbosch ging dik verloren. Dat lag niet aan thuisspeler Ron Buitenhuis, die tien minuten van de baan woont en Herkenbosch als geen ander kent. Hij was nochtans niet geselecteerd voor de interland. Zijn revanche was zoet: eerste prijs in de B-categorie met een mooie score: 33. Na afloop was hij het middelpunt van een tafel met Onno, Fred, Pim en Paul. Aan een andere tafel zat een Nederlandse international die het in de baan minder goed deed dan na afloop. Leonard van Nunen was de enige die zich aan tafel zette tussen de Belgen. Praktische verbroedering, subliem gastheerschap, staaltje opofferingsgezindheid? Held!
De NVGJ verwelkomt een nieuwe columnist. Ben J. van der Voogdt (1968) schrijft vanaf vandaag elke twee weken op nvgj.nl. Hij leest alles wat er in Nederland over golf verschijnt en telt na wat er beloofd is. Zijn columns zijn altijd exact 444 woorden. Wij zijn blij dat hij zich hiertoe bereid heeft verklaard, al konden wij hem voorlopig nog niet bewegen om ook een keer mee te spelen.
Nadat we elkaar vorig jaar al mochten treffen in de finale op de PAN, reisden we dit keer af voor de halve finale in de verliezersronde naar de Zaanse. De dag begon van mijn kant al met een tegenvaller: een stroomstoring in mijn flatgebouw. Daardoor kon ik niet met de auto de garage uit.
Verliezen is iets minder leuk dan winnen, maar erg is anders. Het grootste nadeel van verliezen in onze matchplay-competitie is de afspraak dat de verliezer het verslag schrijft. Over een tegenstander die de uitzondering op elke regel is, en over de fout van het spelen van de verkeerde tee.
Met nog het laatste restje van een driedaagse migraine in mijn hoofd en lijf begon ik aan de wedstrijd tegen Jeroen. Geen excuus hoor maar dat uit zich meestal in een paar holes waarin ik werkelijk geen idee meer heb hoe het golfen ook alweer moet. Aldus .... ik verloor de eerste twee holes. Tja… het was niet anders. We liepen vervolgens heel gezellig door de baan en gelukkig ging mijn spel hier en daar best wel weer aardig. De baan lag er prachtig bij, de temperatuur was misschien nét iets te enthousiast hoog, maar onze humeur(tjes) leden daar gelukkig helemaal niet onder. Maar op hole 17 stond ik weer twee down. Met nog twee holes te gaan kon Jeroen de wedstrijd eigenlijk niet meer verliezen. Op de 17de, een par 3, sloeg ik helaas mijn bal, met een hele mooie slag (dat dan weer wel) de bunker in, terwijl Jeroen net buiten de green lag. Dat moet lukken dacht ik... Misschien iets té vol vertrouwen… Maar de bal eindigde over de green tegen een boom. Daarmee kwam er toch een enigszins roemloos einde aan mijn gezellige golfmiddag. Gelukkig waren er toen de pilsjes en bitterballen! Jeroen, heel veel succes met je wedstrijd tegen Sonja!