Nederlandse Vereniging van Golfspelende Journalisten
30.06.2014
Met een fysieke beperking kan je prima de golfbaan in, bewijzen de deelnemers aan het Dutch Disabled Open ieder jaar weer. Het is meestal de eerste vraag die je stelt voor je aan een rondje golf met onbekenden begint. Maar toch klinkt ‘Wat is je handicap?’ wat ongemakkelijk als je met de deelnemers van het Dutch Disabled Open richting eerste tee gaat.
Met open mond stond ik even daarvoor op de drivingrange te kijken naar de swing van de man naast me, de in Frankrijk woonachtige Manuel de los Santos. Nauwelijks tien jaar geleden verloor de dertigjarige Dominicaan een van beide benen, maar wie hem zo ziet swingen zou denken dat hij al zijn hele leven op één been staat, zo soepel, en vooral natuurlijk, is de swing. Geen stok, geen ondersteuning, niets, gewoon pure balans, én een handicap vier en bijbehorende topsportinstelling, die hem al aan de start van verschillende grote toernooien bracht. Ook de Spanjaard Juan Arce Postigo (de latere winnaar van het toernooi) gebruikte bij het swingen geen enkele ondersteuning op weg naar zijn oefenrondje in drie boven par. ‘Dit is mijn lichaam dus hier moet ik het mee doen’, zei hij tijdens de ronde.
Daarin stond hij niet alleen, maar nog veel groter was de groep mensen die met ‘hulpmiddelen’ door de baan ging. Krukken ter ondersteuning tijdens de swing, arm- en beenprotheses, karren in alle soorten en maten, paragolfers; het wemelde ervan op Burggolf Purmerend, waar deze week de negende editie van het ABN Amro Dutch Disabled Open werd gespeeld.
De handicaps – de golfvariant daarvan – liepen uiteen van een lage single handicap tot ergens in de twintig, de fysieke handicap besloeg een nog veel breder spectrum. Lage amputatie, hoge amputatie, blind, geheel niet tot lopen in staat, de lijst was lang. Het Europese circuit waar het ABN Amro Dutch Disabled Open deel van uitmaakt is deels een leuke reis met gelijkgestemden, waarbij naast sport en promotie van Disabled Golf, plezier minstens zo hoog in het vaandel staat, en deels is het ook gewoon sport op een heel hoog niveau voor mensen die zich om welke reden dan ook fysiek beperkt weten, maar die ondanks die beperking alles uit het sportleven halen wat erin zit. Het is niet voor niets dat de NGF zich hard maakt voor deze tak van de golfsport, en daar – in navolging van landen als Spanje en Zweden – serieus werk van wil maken. Om te laten zien dat je als minder valide medemens nog zoveel mogelijkheden hebt en dat golf zich daar uitstekend voor leent.
Waar de gasten soms met zichtbaar ongemak een weg zochten tussen de deelnemers aan de wedstrijd en ik zelfs iemand hoorde zeggen dat hij zich een beetje schaamde dat hij weleens klaagde over een splinter in zijn duim, wilde van de deelnemers niemand ook maar horen over medelijden. De zwarte humor was niet van de lucht, met als klapstuk de man die zei zich niet op te kunnen winden over slecht spel omdat hij dat met zijn aandoening twee holes later tóch alweer vergeten zou zijn. En ook het recht om te mopperen over die splinter mochten we houden. ‘Dat dóet toch ook pijn’, zei een van de deelnemers met een grote grijns om zijn mond.
Bij mij op de lagere school zat ooit een jongentje die op vijfjarige leeftijd een been verloor maar die zich daar niet door liet weerhouden bij wat dan ook. In de gymles behoorde hij tot de snelsten en op het schoolplein werd hij meestal als een van de eersten gekozen omdat hij met zijn krukken en zijn ene been ontzettend goed kon voetballen. Nee, niet naar zijn mogelijkheden, hij was gewoon écht een van de beteren om in de pauzes in je team te hebben. Dat hij op krukken liep realiseerden we ons nauwelijks in het heetst van de strijd. Hij kon net zo’n schouderduw verwachten als de anderen… als we hem bij konden houden tenminste. En zo moet het zijn. Het Dutch Disabled Open is niet per se topgolf, maar het is hoe dan ook geen tobgolf. En dat alleen is al een goede reden om meer golfbanen toegankelijk te maken voor mensen met een fysieke beperking.
Er zijn tradities die je moet koesteren. De kerstboom met Kerst, oliebollen met Oud en Nieuw, en Nederlanders die na de eerste wedstrijddag van een EMGJ stijf onderaan staan. Ook nu hebben we die traditie weer met indrukwekkende precisie in ere gehouden. Alleen wilden Hélène, Alwin en Jeroen daar niet aan. Dit drietal bracht nog een score binnen bij alles-organisator Johnny die nog met een beetje goede wil door de beugel kon: 31, 30 en 28. De anderen bleven bungelen rondom de 20… Ook met drie kwart handicap verrekening bepaald geen score die je met trots aan het thuisfront meldt.
‘ Lang zal hij leven, lang zal hij leven’ , schalde het op de tweede dag door de ontbijtzaal, toen Frank zijn entree maakte. Hij was jarig, maar wilde er niets van weten. Dook achter een pilaar, uit het zicht van andere teams. Maar het Duitse team aan onze buurtafel nam het enthousiast over met; ‘ Happy birthday to you’. Lachend kwam Frank toch achter de pilaar vandaan en ging naast zijn echtgenote Christiane zitten. ‘ 71 jaar, niets om te vieren toch?’, meende hij. ‘Elk jaar erbij is om te vieren’, wierpen wij tegen.
Op het laatste moment ingevallen, en dan meteen de eerste dagprijs pakken. Alwin de Rijke scoorde op de regenachtige East Course van East Sussex National 35 stablefordpunten en was daarmee de beste van team Nederland. Lees hoe het team op het nippertje compleet raakte, wat captain John Bramley allemaal regelde en waarom het EMGJ ooit in de Efteling begon.
Team NL is geland in East Sussex voor het EMGJ. De reis was nog maar net begonnen of er was al de nodige verwarring, en die had alles te maken met wijn. Niet met de baan, niet met de wedstrijdformule, niet met de vraag wie er op welke dag tegen wie speelt. Gewoon wijn. Zoals het hoort bij een vereniging die het spel serieus neemt en zichzelf niet. East Sussex is golfland zoals wij dat kennen van plaatjes: glooiende fairways, heggen die je niet moet onderschatten, greens die er vriendelijker uitzien dan ze zijn. Team NL trok er op af met de gebruikelijke mix van ambitie en realisme, want we weten inmiddels hoe internationaal gezelschap eruitziet als het de stablefordpunten telt. Hard werken, en daarna gezellig zijn. Niet andersom. Het EMGJ brengt journalisten uit heel Europa samen op een baan, wat betekent dat je tegenstanders kent van naam, van reputatie of van een vorige editie waar iemand iets te diep in het bunkerwerk was beland. De sfeer is vertrouwd ook als je elkaar nog nooit hebt ontmoet; mediamensen herkennen mediamensen, zeker met een club in de hand. Hoe het verder afliep met de wijn, en wat Team NL uiteindelijk presteerde op de baan: dat leest u hieronder.
Een schilderachtige dag op de Pan Donderdagmiddag 1 oktober, 13:00 uur. Het strijdtoneel: de schilderachtige UGC de Pan. Hoewel mijn sporthart normaal gesproken net iets sneller klopt van een pure, winderige linksbaan, voelt het betreden van deze bosrijke klassieker telkens weer als een absoluut voorrecht. Zeker vandaag. De lucht trekt open, de laatste wolken maken plaats voor een strakblauwe hemel, gelukkig heb ik thuis nog net even mijn korte broek aan gedaan. The indian summer, heerlijk. Alles wijst op een perfecte middag voor de ontknoping van het jaar: de finale van de MR. Glow NVGJ Matchplay. De focus van de winnaar Ik heb mijn ochtend bewust rustig gehouden. Lekker chillen, energie sparen, want één ding stond vast: ik was hier gekomen om te winnen. Op de schattige driving range van de Pan tref ik mijn tegenstander, Elaine. Ze heeft er duidelijk al een flinke sessie op zitten en is warmgedraaid. Ik sla zelf slechts een paar ballen, maar alles voelt raak. Mijn lichaam is ontspannen, de swing zit in de flow. Klaar voor de strijd. Maar zodra we de baan in stappen, merk ik dat er een interne tweestrijd in mijn lijf woedt. Niet alleen de strijd tegen Elaine, maar de strijd tussen de meedogenloze golfer en de dromerige fotograaf. Een schilderij als decor De Pan presenteert zich vandaag namelijk niet zomaar als een golfbaan, maar als een levend schilderij. De manier waarop de lage herfstzon de schaduwen over de glooiende fairways laat schijnen, het is ronduit betoverend. Terwijl ik me eigenlijk moet focussen op mijn volgende slag, dwalen mijn gedachten af naar composities, sluitertijden en het perfecte licht. Elaine moet het gemerkt hebben; ik raakte maar niet uitgepraat over de waanzinnige vergezichten en de esthetiek van de holes. Het enige minpuntje aan de baan waren de greens, die net geprikt en gezand waren. Maar ach, als fotograaf weet je: dat zie je gelukkig toch niet op de foto's. De overrompeling Dan de wedstrijd zelf. Ik durf het bijna niet in detail op te schrijven, want het voelt stiekem een beetje gênant. We kennen Elaine allemaal als de 'altijd rechte' speler, een stabiele factor vanaf de tee. Maar vandaag was ik ongenaakbaar en Elaine niet zo recht als gewoonlijk. Mijn tactiek was simpel maar keihard: full power uit de startblokken schieten, intimideren met vlekkeloos spel en daarna consolideren. Die strategie werkte misschien iets te goed. Voordat we het goed en wel doorhadden, stond ik na 10 holes maar liefst 8 up. Au. Sorry, Elaine. Als je tegenstander niet in haar ritme komt en jij werkelijk elke bal raakt alsof je het spelletje zojuist hebt uitgevonden, dan wordt het een ongelijke strijd. (Elaine speelde een dag later overigens een nieuwe matchplay ronde op haar eigen club. Dat ging gelukkig stukken beter, al verloor ze daar na een zwaarbevochten strijd op de allerlaatste hole). Ik besef me heel goed hoe frustrerend het is om tegen iemand te spelen die zó uit de startblokken schiet. Het was intimiderend, maar eerlijk is eerlijk: voor mij voelde het fantastisch. De metamorfose Na die razendsnelle overwinning viel de sportieve prestatiedruk volledig van mijn schouders. En precies daar, ergens op de back nine, gebeurde er iets moois. Elaine vatte het later feilloos samen: "Zodra de winst binnen was, verdween de golfer en nam de fotograaf het over." En ze had gelijk. Nu ik niet meer hoefde te presteren, kon ik me volledig overgeven aan de omgeving. Het licht werd met de minuut zachter. De rest van de ronde was geen wedstrijd meer, maar een gezamenlijke wandeling door een prachtig natuurgebied, vol gelach, opluchting en puur plezier. Een gouden randje Er is één zekerheid die een finale op de Pan helemaal af maakt: de wetenschap dat Jolanda (Mr. Glow) je bij het clubhuis opwacht. De warme omhelzing en de prachtige bloemen bij binnenkomst gaven deze overwinning precies de afsluiting die het verdiende op de prachtige indian summer dag. Na afloop zakten we met een voldaan gevoel neer op het terras. De drankjes vloeide, de schalen met bitterballen en gehaktballen kwamen door, en terwijl de zon langzaam achter de bomen zakte, besefte ik hoe uniek zo'n dag is. De perfecte mix van keiharde focus, visuele overdaad en bourgondische gezelligheid. Ik neem de titel met trots mee naar huis. Op naar volgend jaar. Wie durft?
Heden bereikte ons het verdrietige bericht dat Taco Mulder is overleden. Ons lid van verdienste en oud-penningmeester mocht 75 jaar worden. 'Ach Taco, nog één jaartje?', met die woorden wist Hans Terol Taco meer dan eens te verleiden nog een jaar aan te blijven als penningmeester, al had hij bij eerdere gelegenheid aangegeven dat hij bij de volgende Algemene Leden Vergadering nu echt een punt wilde zetten achter zijn bestuurstaken. De functie van penningmeester was de eerste 23 jaar van het bestaan van de NVGJ altijd in handen geweest van Ruud Onstein dus toen deze er na bijna een kwart eeuw een punt achter zette, was de eerste reactie van het bestuur er dan ook een van schrik. Hoe deze leegte te vullen? Het was echter Ruud zelf die precies wist aan wie deze belangrijke taak het beste kon worden toevertrouwd. Taco Mulder. Dat bleek. In de acht jaar dat Taco de financiën van onze club beheerde gingen de reserves van gezond naar zeer gezond. Niet omdat hij zo streng op de penning was (niet zelden zei hij met een knipoog dat we dat nog net moesten kunnen betalen) maar omdat hij de zaakjes goed voor elkaar had. Scherp, helder, duidelijk. Dat Taco bij de ALV van dit jaar, na acht jaar penningmeester te zijn geweest, werd benoemd tot lid van verdienste was dan ook niet meer dan terecht. Veel meer echter dan een gedegen kasbeheerder was Taco een aimabel mens. Rustig, zachtaardig, bedachtzaam en alle andere woorden die zijn geliefden op zijn rouwkaart zetten, waren allemaal van toepassing. Plus natuurlijk de eretitel de eerste maker van een hole in one binnen ons clubverband te zijn geweest. Ook die herinnering zal voor altijd met hem verbonden zijn. Het bestuur wenst zijn naasten, vrienden en alle leden van de NVGJ sterkte met dit verlies.