Nederlandse Vereniging van Golfspelende Journalisten
05.10.2022
Het goede nieuws het eerst, de afvaardiging van de NVGJ op de EMGJ in Tsjechië staat na de eerste wedstrijddag op een keurige vijfde plaats. Teamcaptain Madelon is hiermee zeer in haar nopjes. ‘Dit hebben we al een tijdje niet meer meegemaakt. Het mag ook wel een keer. Voor het vertrek naar Tsjechië had ik al een goed gevoel bij dit team”, geniet ze na op het terras van hole 19.
De beste score van het Nederlandse team bracht Louis Westhof op het bord. Met driekwart verrekening zette onze Friese doorloper een keurige 31 punten op de kaart. Anton Kuijntjes (29), Friso Leunge (25), Helene Wiesenhaan (29), Henri van der Steen (24), Leo van de Ruit (24), Marijke Brouwers (24) en Pamela Sturhoofd (29) droegen bij aan het resultaat waarmee we voorlopig heel blij mogen zijn.
Het slechte nieuws; Pim Donkersloot had zijn dag niet. “Dit heb ik nog niet eerder meegemaakt, ik werd steeds nerveuzer. Het liep van geen kant”, waren wat quotes die we uit zijn mond optekenden Zou er een Kostertje te vergeven zijn op de EMGJ, dan was die zeker voor Pim met z’n 11 punten geweest. Zijn resultaat en dat van de schrijver van dit stukkie (een magere 21) werden weggestreept. Bleven in totaal 210 punten over, goed dus voor een plaats bij de beste vijf.
Aan kop — hoe kan het anders — onze Duitse vrienden. Maar liefst 242 punten staan er op hun rekening. De Italianen die altijd goed voor de dag komen op de EMGJ staan tweede met 241 punten en de Oostenrijkers derde met 240 punten. Het kan dus nog alle kanten op. De Rode Duivels dragen de rode lantaarn en Zwitserland en Denemarken liggen respectievelijk 10 en 7 punten op ons achter.
Hoe vergaat het ons verder? Lekker mag ik wel zeggen, iedereen geniet, goed golf of niet, van de sfeer, de ambiance en een werkelijk prachtige golfaccommodatie. Als je denkt een redelijk beetje te kunnen golfen moet je eens naar het golfresort Konopiste afreizen om een lesje in nederigheid te krijgen. Wat dat betreft werkt deelname aan de EMGJ louterend. Een schitterende baan daar in de Tsjechische Bohemen, maar van een niveau dat wij polderjongens en -meisjes niet gewend zijn. Een kuitenbijter ook, aan het einde van de tweede oefendag stonden er — na 18 holes en een kasteelexcursie — maar liefst 17 kilometers op mijn klokje. Maar ook teveel slagen en bitter weinig stablefordpuntjes. Alle NVGJ-ers speelden onder de maat, het leek wel een beetje op Ajax op een Championsleague-avondje. Niet alleen de natte baan speelde moeilijk, de greens waren echt van wedstrijdniveau. stimp 10 a 11 toch op z’n minst, schat ik. Die greens, waar je eerst maar moest komen, zoals op de 8e par 3. Geen appeltje eitje die 220 meter kan ik verzekeren.
Na de eerste wedstrijddag was er al met al toch sprake van een ietwat opgewektere stemming. Een vijfde plaats in de tussenrangschikking is natuurlijk best een reden om het glas te heffen. Dat hebben we dan — ook bij het diner — zoals het hoort onder journalisten veelvuldig gedaan. Was er kritiek, waren er minpuntjes? Uiteraard! Wat leggen wij niet graag de vinger op de zere plek. Maar zes uur op de baan voor 18 holes? Dat is toch werkelijk te gek, vond ook Anton Kuijntjes, die dit aan den lijve ondervond. De grap van de EMGJ is verder dat het toernooi is bedoeld voor golfende journalisten. In de reglementen staat ook duidelijk vermeld dat alle deelnemers bij aankomst hun perskaart moeten tonen. In de praktijk wordt daar evenwel absoluut niet moeilijk over gedaan, van controle is geen sprake en er blijft iets hangen van ‘zijn dat werkelijk allemaal journalisten die die geweldige ballen kunnen slaan en prachtige scores binnenbrengen?’
Enfin de NVGJ is net als de EMGJ, ook daar doen we niet al te moeilijk, dus we moeten niet zeuren. En leuke dag, daar gaat het om. Toch? Maar als je dan ziet dat een Duitse collega (vergeet de verrekeningsfactor niet) met 39 stablefordpunten binnenkomt, dan mag je toch wel je wenkbrauwen fronsen. Wat verder overigens opvalt is dat de vrouwelijke inbreng op dit toernooi behoorlijk onder de maat is. Geen enkele vrouw in de teams van Oostenrijk, België en Denemarken en slechts een dame bij de Duitsers en de Tsjechen. Hier staat Team Nederland trots bovenaan met vier vrouwelijk golfers, en niet de eerste de beste.
Voor onze Tsjechische gastheren met Pavel voorop niets dan lof. Deze elfde EMGJ is er weer een om in te lijsten. Wat een heerlijk toernooi. Tijdens het diner woensdagavond werd meegedeeld dat de volgende EMGJ in 2024 in Portugal gaat plaatsvinden. Op de baan van Royal Obidos, een eindje boven Lissabon. De deelnemers aan de Nations Cup volgend jaar gaan eind oktober naar Italië, waar gespeeld wordt op een baan bij het Gardameer.
Nu eerst even de batterij opladen voor de tweede wedstrijdag op de Radecky Course. “We breken de baan af”, klinkt het strijdlustig uit de mond van Pim. Leo van de Ruit laat weten hoe dat gegaan is.
In de matchplay moest ik het opnemen tegen Louis. Louis had mij uitgenodigd om op Lauswolt te komen spelen. Omdat iedereen die ik sprak zei dat het een prachtige baan is, nam ik die uitnodiging maar al te graag aan. En iedereen had gelijk. Lauswolt is best een stukkie rijden, maar dan krijg je ook waar voor je moeite. Ik denk dat ik tijdens de ronde wel een keer of twaalf heb gezegd dat ik het zo’n mooie baan vond. Tot ik uiteindelijk aankondigde dat ik het nu echt niet meer ging zeggen.
Friet met mayonaise Een Brabants onderonsje. Henri heeft geen homecourse en ik heb als HGE lid tegenwoordig keuze uit 14 banen en had wel zin om naar de nieuwste aanwinst in Maastricht te gaan. Het werd na wat overleg Gendersteyn. Tja, of dit nou de beste keuze was? Nog niet eerder een baan gezien waarbij er op de fairways geen groen grassprietje meer te vinden is: wordt de klimaatcrisis de angstgegner voor meer banen? Ze hebben echt hun best gedaan om de afslagplaatsen en de greens groen te houden maar dat leverde weer allerlei andere problemen op ( oa drassigheid rondom en op de greens ) dus uitdaging volop! Ik denk dat buiten ons iedereen op de hoogte was : wij waren de enige spelers in de baan!!! Voor we echt van start gingen nog allebei de handicaptabellen goed bestudeerd : kijken of er met een keuze van de juiste T-Box nog wat voordeel te behalen viel, als is het maar voor je gevoel. Het werd geel voor Henri en blauw voor mij waarbij ik 5 slagen meekreeg. Oh ja Henri speelde op sandalen omdat hij te veel last heeft van zijn voeten, paste eigenlijk wel bij deze kale "Savanna". Henri speelt de laatste weken erg steady maar stuiterende ballen en drassige greens gooide op eerste 11 holes regelmatig roet in het eten dus ondanks dat mijn spel niet bepaald overhield stonden we op dat moment nog gelijk! Toen begon Henri het letterlijk over eten te hebben en hoe leuk hij koken vindt terwijl ik daar nier mijn hobby van heb gemaakt. Herinneringen aan interviews die hij maakte door thuis voor zijn gasten te koken . Soms culinair maar ook gewoon friet met mayonaise als dat bij de gast paste! Ik weet het niet maar vanaf dat moment ging Henri beter spelen en was ik de weg kwijt. De kleur van de fairways leek voor mij ineens ook op gebakken friet: interessant hoe je brein werkt. Na hole 16 was het klaar: 3 up voor Henri ! In alle NVGJ jaren matchplay is hij nog nooit zover gekomen in deze competitie dus een mijlpaal bereikt. Het is je van harte gegund Henri. Na afloop nog heel gezellig een hapje gegeten ( ook friet met mayonaise voor Henri) waarbij er nog een keur aan onderwerpen is gepasseerd in een heel relaxte sfeer! Dank voor de gezelligheid Henri en zet 'm op in de halve finale! P.S Wat perspectiefkeuze doet - meer groen in beeld, ook een optie.
Onze matchplay wedstrijd in de verliezersronde droeg alle kenmerken van precies dat. Het was veelal niet om aan te zien en mijn spel nog een behoorlijk tikje erger dan dat van Igor, die helemaal aan het einde van de middag toch opgewekt concludeerde dat hij zich niet kon herinneren een matchplay wedstrijd te hebben gewonnen. Kon er ook nog wel bij. Er waren holes bij dat we geen van beiden wisten met hoeveel slagen we eigenlijk op de green waren aangekomen dus hevig moesten terugtellen. Als ik mijn ene slag strak links de bosjes in sloeg, deed ik dat met de provisionele bal even strak weer, op precies dezelfde plek. Niets geleerd. Menigmaal werd ik er wanhopig van, knielde op het gras, vroeg me af waarom ik niet ging petanquen (had het weekend daarvoor de vermaarde Grandrieux Flipse Open gewonnen – zie desgewenst de noot onderaan). Maar laat ik toch vooral ook de positieve kanten van het spel van Igor benoemen: op en rond de green (al kwam hij er soms met een omweg) vertoonde hij een grote mate van solide spel. Chips vlogen mooi over bunkers in exact de goede richting, op één na (een lip-out) rolden zijn putts vanaf één tot drie meter strak en met exact de goede snelheid in het hart van de hole. Mooie stroke, geen twijfel. Igor was dan ook meer dan terecht de winnaar van onze partij. Hij toonde zich een rustige en zeer aangename flightgenoot bovendien. We babbelden in de baan rustig door, alsof er niets aan de hand was, en vooraf bij de koffie en na afloop bij een biertje namen we onze (journalistieke) levens door. Zijn Budgetgolf was ooit een leuke bijverdienste en is nu vooral een hobby, zijn brood verdient hij met name in de zorg, en dan voor nog thuiswonende mensen met Alzheimer. Niet medisch en huishoudelijk maar gewoon met de problemen die zij (en hun partners) in het dagelijks leven tegenkomen. Buitengewoon bevredigend werk, waar zijn kalme uitstraling en geduldige karakter bij helpt. Hij brengt rust en vindt het niet erg als hij voor de tweede of derde keer hetzelfde moet aanhoren. Wat hij vertelde is herkenbaar. Mijn vader (nu 3 jaar geleden overleden) had Alzheimer en pakte de laatste jaren thuis gerust voor de derde keer de krant van die dag op, omdat hij niet meer wist dat hij die al gelezen had, en bij herlezing de inhoud ook niet meer herkende. Er was ook niet zoveel wereld meer buiten het appartement waarin hij zo lang mogelijk met mijn moeder woonde. Die hem, zelf toch ook al bijna 90, de kleren aanreikte die hij die dag moest aantrekken, oplette dat zijn trui niet binnenste-buiten zat, hem zijn medicijnen gaf, koffie en een boterham maakte en hem eraan herinnerde dat het misschien tijd was om naar de wc te gaan. Houvast, steunpilaar, toeverlaat van mijn vader. Als ik hem, tijdens zijn laatste levensjaar in een alleszins aangenaam tehuis waar hij niettemin absoluut niet wilde zijn, bezocht, lichtten zijn ogen op als ik binnenkwam. ‘Oh, jongen, wat ben ik blij dat je er bent. Weet jij misschien waar mama is?’ ‘Die is thuis pa, die komt morgen weer.’ ‘Vandaag niet?’ ‘Nee, vandaag niet, vandaag ben ik er. Zullen we beneden een kopje koffie gaan drinken?’ Beneden in het restaurant zei hij dan gerust weer: ‘René, weet jij misschien waar mama is?’ Igor, mede namens mijn vader en moeder wil ik je alsnog bedanken voor wat je doet. En ik realiseer me: ach joh, het was maar een potje golf! Ps. Onbeduidend, maar ik heb het nu eenmaal beloofd: De Grandrieux Flipse Open is een jeu de boules toernooi dat zich afspeelt in Grandrieux, in noord-Frankrijk, waar een vriendengroep van meestal veertien tot zestien spelers aan meedoen. Het is vernoemd naar het hondje Flipse, dat na zijn scheiding van één van zijn eerste vrouwen op de parkeerplaats bij de notaris voor Frans koos. Het hondje was een alleszins bijzondere mollenvanger en Frans en Flipse beleefden talloze avonturen. Frans en ik schreven er ooit een boekje over: Op Flipse. De titel slaat op de borrel die we tien jaar lang met ongeveer dezelfde vriendengroep dronken op zijn leven, in onze stamkroeg waar hij op 4 december, voor de deur (zwalkend want ook al dementerend) om het leven kwam. De borrel heeft plaatsgemaakt voor een tweejaarlijks meerdaags petanque toernooi, met verblijf in het zeer sfeervolle Casa Caminante, het Huis van de Reiziger, huis van Frans en (nu) Sylvia. De volgende editie is van 24 tot 27 augustus 2028.
Afgelopen donderdag was de afgesproken dag voor onze Matchplay, in het kader van, wat Louis zo mooi noemt, de herkansingsronde. Ik had natuurlijk graag op Noordwijk willen spelen, maar aan de baan wordt onderhoud gepleegd en nu zijn er maar 9 holes beschikbaar. Daarom nodigde ik Ruud uit om op de Heelsumse te komen spelen en zo geschiedde. Kea kwam gezellig mee, want voor de dag erop hadden ze nog een golfafspraak in de buurt. Het was qua weer een rustige, niet te warme dag wel met wat wind. Heerlijk golfweer. Ruud speelde gezellig mee van rood en na wat rekenwerk bleek dat hij mij maar liefst 16 (zestien!) slagen moest geven. Helaas heb ik van dat grote voordeel geen gebruik kunnen maken. Het begon leuk, de eerste vier holes werden om en om gewonnen, daarna liep Ruud iets uit en bij de turn stond hij 1 up. Het is frusterend als je een bal ziet landen en rollen, maar hem daarna nooit meer terug kan vinden. Ik had ook een beetje pech met mijn puttjes. Ruud speelde steady en altijd met een klein houtje recht van de tee, mooi om te zien. Ook zijn approaches waren uit het boekje. Hij had in het begin iets moeite met de greens, maar op tweede 9 had hij ook dat onder controle. Ik raakte daarentegen geen bal meer en zo stond het na veertien holes 5 up. Natuurlijk speelden we de laatste holes nog uit, waarbij mijn slagen wonderwel weer goed gingen en bij Ruud het licht uitging. Het kan verkeren! Op het terras troffen wij Kea weer en dronken wij nog wat gezelligs. Dank Ruud voor een gezellige golfdag en veel succes bij je volgende wedstrijd!
Matchplay-directeur Louis Westhof noemt de ‘verliezersronde’ de herkansing. Vraag is, voor wie. Op papier is het een ongelijke strijd met zo’n groot handicapverschil; 14.2 om 32.8. Frank Huiges slaat met zijn driver 265 meter, met zijn houten-3 heel knap 235 meter. Ook een ijzertje reikt bij hem tot aan de hemel. En dat laat hij deze matchplay ook zien. Ongelóóflijk! Voor mij zijn dat minimaal twee slagen, eerder drie. Chippen en putten kan’ie ook. Dan kun je - volgens Frank – ‘een bak slagen’ meekrijgen, maar elke slag ‘mee’ ben je na elke afslag al weer kwijt. Dat red je gewoon niet als hoge handicapper. Kansloos, dus. Vooraf had ik zelfs bedacht dat het direct na de turn al wel eens over kon zijn. Dick Groot, head-pro op De Purmer spreekt mij vooraf moed in. ,,Jij gaat jezelf verbazen’’, belooft hij. Ik denk ook aan schrijver Tomas Lieske; ‘Wat niet kán, is (gewoon) nog nooit gebeurd. Maar het kan wél’. En verdomd: hole 1 sleep ik met een bogey binnen. Maar hole 2 geef ik direct weer weg, omdat ik een put van een meter mis. Zucht: is het weer zo’n dag?! En toch: pas op hole 4 zet Frank de teller op één. 4 up Al koop je er niets voor, Frank gaat niet - zoals gevreesd - als een TGV door de scorercard. Hoe dat kan? Hij slaat waanzinnig ver, alleen ook wel eens té ver en niet altijd recht. Op de waterrijke gele lus van De Purmer met smalle fairways kan dat duur uitpakken. En zelf sla ik ook nog wel eens een knappe bal. Na de turn is het daarom niet handen schudden, maar staat Frank ‘slechts’ 4 up. Op de rode lus, de polderbaan, loopt hij gestaag door naar 7 up. Met nog zes holes te spelen is het definitief over-en-uit. We besluiten ‘gewoon’ verder te spelen, want Frank wil zijn handicap verbeteren en ik wil ook nog mijn momenten vieren. Te beginnen met een par op de Par-3 vierde. De zon breekt eindelijk door. Helemaal wanneer ik daarna ook de moeilijkste hole 5 en de korte hole 6 weet te winnen. ,,Hé, we zijn te vroeg gestopt’’, grapt Frank. Nee, ik ben te laat begonnen, bedenk ik zelf. Op de korte holes kan ik redelijk goed meekomen. Maar ja, geen Par 3’en zonder Par 5’en en die gaan in Frank Huiges-stijl. Met twee geweldige slagen ligt Frank telkens vlak bij de green. Chipje en twee puts. Een easy par. Kijk, dat red ik niet op een Par 5 of een lange Par 4. Maar ik kan er wel van genieten als een ander het flikt. Topdag Dus 7&6. Zó terecht gewonnen en Frank brengt meteen zijn handicap terug naar 14.0, waar hij eerder ook op 10 heeft gestaan. De nazit is geheel in de stijl van de NVGJ; cola en een nul-punt-nulletje, bittergarnituur en een goed gesprek over het journalistieke vak, het leven en wat werkelijk belangrijk is. Met het stoppen van het programma Kassa gaat Frank bij BNN/VARA een roerige tijd tegemoet. Spelen op een welhaast verlaten baan en uiteindelijk zonovergoten Purmer was ‘even helemaal niets; heerlijk’, zo maakt Frank de balans op. En ik? (Bij vlagen) best goed gespeeld. Het verlies was voorzien; gedaan en laten, dus. Maar de memorabele ronde en de waanzinnige slagen van Frank zullen mij nog lang bijblijven. Topgast, topdag! Frank, bedankt!
‘Doe je wel mee aan de verliezerscompetitie’, vroeg matchplay-wedstrijdleider Louis me nadat ik in de ‘echte’ matchplaycompetitie kansloos had verloren van oud-winnaar Peter Luijer. Ach ja, dacht ik, misschien maak ik daar dan nog kans. Maar dan moet je niet tegen Cara de Vlaming loten!