Nederlandse Vereniging van Golfspelende Journalisten
14.12.2020
Uiteindelijk heeft onze grote golfgoeroe Robbie van Erven Dorens dan toch het loodje moeten leggen, dit tegen alle verwachtingen in. Hij was nu eenmaal onsterfelijk, toch?! Charles Taylor bij het overlijden van Robbie van Erven Dorens over het leven van Mr. Golf.
Robbie werkte altijd keihard, gedisciplineerd, gefocust en maakte lange dagen. Niets mocht het bereiken van zijn doelen in de weg staan. Hij ging zijn eigen weg. Altijd voor de winst. Arbeidsethos cum laude. Daarnaast lééfde hij het leven. Uitbundig, royaal, oprecht, vaak grenzeloos. Om van alle (in-)spanningen los te komen. “Vanuit een goede balans komen de beste dingen”, was hij overtuigd. “Komt uit het Boeddhisme”.
We zitten in Barretje Hilton op de Amsterdamse Apollolaan. Precies op de afgesproken tijd. Hij is nooit te laat op afspraken. Correspondent, golfmedewerker, dát wil hij worden voor de Telegraaf/Telesport. Eerst drinken we koffie en water want zaken moeten tenslotte nuchter worden gedaan. Van golf had ik in die tijd- eind jaren zeventig- geen bal verstand, dus stelde ik hem als zijnde chef van de sportredactie, per direct aan. Had ik dat niet gedaan, dan zou hij rechtstreeks contact hebben opgenomen met “jouw baas, de hoofdredacteur, of nog hoger zelfs, de directeur”, liet hij mij weten. “Want golf hoort, nee moét, een plaats krijgen in de krant”. De deal werd gesloten. Robbie wilde voor zijn te leveren inspanningen niets declareren, noteerde braaf de telefoonnummers van de steno-afdeling, en bestelde vervolgens een flesje wijn. De middag liep vervolgens moeiteloos over in de avond.
In het eerste jaar produceerde Robbie drie berichtjes. De uitslag van de Ouders -kinderenwedstrijd op de Hilversumse, vond hij zelf het meest belangrijk… In de jaren daarna volgde na licht aandringen, ook ander gevarieerd golfnieuws. Waaraan, zo meldde de juffrouwen van steno mij, dikwijls geen touw was vast te knopen. Of veel te laat, en bijna onverstaanbaar werd doorgegeven, om nog in alle edities van de krant te kunnen laten drukken. De geroutineerde stenograves vonden het desondanks niet erg want deze wat bekakt sprekende golfmedewerker was toevallig wel een charmante man van wie ze waren gaan houden. Wie immers vroeg zo diep in de nacht hoe het met de dames ging, en hoe ze zich tijdens die zware nachtdiensten voelden? Ze hadden mindere kerels aan de lijn gehad op die tijdstippen, absoluut.
De contacten met Robbie werden frequenter. Zijn aansprekende eigenzinnige persoonlijkheid was dikwijls heel inspirerend. Als oud- topsporter (hockey en golf) bij voorbeeld had hij veel prachtige verhalen te vertellen en te delen, waarmee een goed toehoorder en verstaander zijn voordeel kon doen. Erg leerzaam was ook de manier waarop hij vanuit die invalshoek uitstekende analyses kon maken over andere sporten, vastgeroeste instituties en vooral officials die leiding moesten geven of besturen bemanden zonder daarvoor over de nodige competenties te beschikken. Omdat hij zijn denkbeelden over dit soort zaken vaak nogal luidruchtig en publiekelijk debiteerde werd hem dat lang niet altijd in dank afgenomen. Daar had hij dan geen enkele moeite mee.
Robbie had veel vrienden tot in de hoogste kringen. Relatiemarketing noemde hij dan ook de jachtpartijtjes die hij onder andere voor deze topmensen uit het bedrijfsleven, sociaal-maatschappelijke instanties en de lobbywereld jaarlijks organiseerde. Een paar maal mocht ik ook bij een jacht aanwezig zijn, “maar alleen achter het geweer blijven”, zoals dat in jargon heet.
Ergens in het late najaar meldde ik mij in de landerijen rondom Voorst. Het was een uur of zeven, nat en koud. Er waren jagers, drijvers, honden en voor iedereen een hartversterkertje. Proost. Robbie heette de mensen welkom, zei ook proost, er schalde een hoorn en ergens wat verderop wisten vette fazanten die in augustus als veelbelovende kuikens waren uitgezet voor deze jacht, dat ze moesten maken weg te komen. Maar waarheen? Regen bleef gestaag vallen en opeens verscheen een rijtje fazanten in prachtige kleurenpracht uit de bosrand, opgejaagd door schreeuwende drijvers en blaffende honden. Vlak voor mij werden geweren geheven. Maar er werd gewacht en nog niet geschoten. Helemaal niet geschoten zelfs want voor de kleddernat geworden beesten was opvliegen geen optie meer: te nat, te zwaar om de lucht in te gaan, maar wel angstig kuierend de jagers tegemoet om vervolgens tussen en langs hun benen en hun geheven geweren in het struweel te verdwijnen. Gered van de hagel, gered uit de pan, want bij de grond mag op geen fazant worden geschoten en “Regels zijn regels”, vertelde Robbie. Net zoals bij golf. Leerzaam, zeker als beginnend golfertje.
Een rollercoaster werd het werken met mr. Golf in de jaren erna, zeker toen hij in 1982 de rechten verwierf van het Internationale Golfkampioenschap van Nederland, dat voorheen door de NGF werd georganiseerd. Van heel dichtbij kreeg ik zicht op de unieke wijze waarop Robbie zijn kennis, kunde en vakmanschap etaleerde voor decesionmakers van onder meer megabedrijven als TDK, TNT en vooral Heineken en KLM. Als ondernemer toonde hij initiatief, moed en inzicht en transformeerde hij ons Nederlandse Open tot een aansprekende topsportonderneming met onwijs veel positieve spin-offs op allerlei gebied. Golf groeide onder het gezag dat hij rondom de puike organisatie van ons Open op natuurlijke wijze uitstraalde, en dat kwam ook door de manier waarop hij vorm en inhoud gaf aan het toernooi. Robbie schuwde niet om de show zelf te stelen maar juist wel om die te laten stelen door mondiale topspelers naar ons land te halen. Door clubvrijwilligers als marshalls te fêteren en te huldigen en nog veel meer. Hij was niet alleen van het Grote Plaatje, hij zag dat ook, innoveerde en handelde daarnaar. En dat allemaal op zijn eigen soms onnavolgbare wijze.
Zijn groei als toernooidirecteur, de substantiële groei van de golfsport en van zijn buro ReVed waar hij grote steun had aan uiterst deskundige medewerksters als Inge Langhout en Anja Fabery de Jonge, later ook zijn zoon Guy, liep parallel aan de groei van golf in de krant. En met name de groei van golfleden- en liefhebbers die in de krant vonden wat bij andere media werd gemist: golf en alles wat daarmee te maken heeft. We schreven samen een boekje Leer golf met Jack Nicklaus, organiseerden clinics en toen vriend Piet van Kleef (Dunhill) ook op de groeitrein stapte, een eigen competitie voor alle clubleden in ons land met als finale: spelen op de Old Course in St.Andrews. De NGF vond deze initiatieven pas leuk toen daarvoor een kleine som geld werd betaald en Toto Stumphler namens de federatie als wedstrijdleider mee mocht.
Ondertussen reisde ik jaren achtereen naar de grote toernooien met The Open en het Masters als absolute hoogtepunten. Robbie was daar ook heel vaak, met name het Masters in Augusta (Georgia). Hij was daar vooral om profs te paaien voor ons Open, maar ook om het exclusieve zaterdagavond diner van de Old St.Andrews Club, vlak bij de baan in Augusta niet te missen. Een gedenkwaardig gezelschap gedecoreerde ouderlingen in de golfsport voor wie op die speciale avond oceaanfrisse kreeften en oesters werden geserveerd. Vanzelfsprekend diezelfde ochtend nog in Floridiaanse wateren gevangen en per vliegtuig aangeleverd. De wijn kolkte in het rond, Robbie hield een toespraak zoals hij dat alleen kan. Dus passeerden uitgehaalde schelmenstreken, oproepen tot rebellie waar dan ook en andere avonturen de revue; dat alles onder de onuitgesproken code dat alles binnenskamers moest blijven. Waarvan, helaas, acte!
Dat neemt natuurlijk niet weg dat ik hem eeuwig dankbaar zal blijven voor de vele keren dat ik via hem kon meespelen in pro-ams. Bernhard Langer, Sandy Lyle, Gary Orr, Amon Darcy , Vijay Singh en vele andere topprofessionals kon ik zo van heel dichtbij meemaken. We waren naast Amerika ook onder meer op Valderrama, in Parijs en Bretagne en in de hele UK. Daar zag ik ook met eigen ogen wat met etiquette wordt bedoeld en dat jasje-dasje niet voor niets standaard is als na het borrelen op de 19e aan tafel wordt gegaan en de prijzen worden uitgereikt. Overal was Robbie zichtbaar in binnen- en buitenland. Een groot en terecht gerespecteerd ambassadeur voor de golfsport waaraan de NGF, de clubs en ook onze eigen mede door hem geïnitieerde NVGJ, heel veel te danken heeft gehad.
Rust zacht, goede vriend.
Charles Taylor, oud-voorzitter en erelid NVGJ
Friet met mayonaise Een Brabants onderonsje. Henri heeft geen homecourse en ik heb als HGE lid tegenwoordig keuze uit 14 banen en had wel zin om naar de nieuwste aanwinst in Maastricht te gaan. Het werd na wat overleg Gendersteyn. Tja, of dit nou de beste keuze was? Nog niet eerder een baan gezien waarbij er op de fairways geen groen grassprietje meer te vinden is: wordt de klimaatcrisis de angstgegner voor meer banen? Ze hebben echt hun best gedaan om de afslagplaatsen en de greens groen te houden maar dat leverde weer allerlei andere problemen op ( oa drassigheid rondom en op de greens ) dus uitdaging volop! Ik denk dat buiten ons iedereen op de hoogte was : wij waren de enige spelers in de baan!!! Voor we echt van start gingen nog allebei de handicaptabellen goed bestudeerd : kijken of er met een keuze van de juiste T-Box nog wat voordeel te behalen viel, als is het maar voor je gevoel. Het werd geel voor Henri en blauw voor mij waarbij ik 5 slagen meekreeg. Oh ja Henri speelde op sandalen omdat hij te veel last heeft van zijn voeten, paste eigenlijk wel bij deze kale "Savanna". Henri speelt de laatste weken erg steady maar stuiterende ballen en drassige greens gooide op eerste 11 holes regelmatig roet in het eten dus ondanks dat mijn spel niet bepaald overhield stonden we op dat moment nog gelijk! Toen begon Henri het letterlijk over eten te hebben en hoe leuk hij koken vindt terwijl ik daar nier mijn hobby van heb gemaakt. Herinneringen aan interviews die hij maakte door thuis voor zijn gasten te koken . Soms culinair maar ook gewoon friet met mayonaise als dat bij de gast paste! Ik weet het niet maar vanaf dat moment ging Henri beter spelen en was ik de weg kwijt. De kleur van de fairways leek voor mij ineens ook op gebakken friet: interessant hoe je brein werkt. Na hole 16 was het klaar: 3 up voor Henri ! In alle NVGJ jaren matchplay is hij nog nooit zover gekomen in deze competitie dus een mijlpaal bereikt. Het is je van harte gegund Henri. Na afloop nog heel gezellig een hapje gegeten ( ook friet met mayonaise voor Henri) waarbij er nog een keur aan onderwerpen is gepasseerd in een heel relaxte sfeer! Dank voor de gezelligheid Henri en zet 'm op in de halve finale! P.S Wat perspectiefkeuze doet - meer groen in beeld, ook een optie.
Onze matchplay wedstrijd in de verliezersronde droeg alle kenmerken van precies dat. Het was veelal niet om aan te zien en mijn spel nog een behoorlijk tikje erger dan dat van Igor, die helemaal aan het einde van de middag toch opgewekt concludeerde dat hij zich niet kon herinneren een matchplay wedstrijd te hebben gewonnen. Kon er ook nog wel bij. Er waren holes bij dat we geen van beiden wisten met hoeveel slagen we eigenlijk op de green waren aangekomen dus hevig moesten terugtellen. Als ik mijn ene slag strak links de bosjes in sloeg, deed ik dat met de provisionele bal even strak weer, op precies dezelfde plek. Niets geleerd. Menigmaal werd ik er wanhopig van, knielde op het gras, vroeg me af waarom ik niet ging petanquen (had het weekend daarvoor de vermaarde Grandrieux Flipse Open gewonnen – zie desgewenst de noot onderaan). Maar laat ik toch vooral ook de positieve kanten van het spel van Igor benoemen: op en rond de green (al kwam hij er soms met een omweg) vertoonde hij een grote mate van solide spel. Chips vlogen mooi over bunkers in exact de goede richting, op één na (een lip-out) rolden zijn putts vanaf één tot drie meter strak en met exact de goede snelheid in het hart van de hole. Mooie stroke, geen twijfel. Igor was dan ook meer dan terecht de winnaar van onze partij. Hij toonde zich een rustige en zeer aangename flightgenoot bovendien. We babbelden in de baan rustig door, alsof er niets aan de hand was, en vooraf bij de koffie en na afloop bij een biertje namen we onze (journalistieke) levens door. Zijn Budgetgolf was ooit een leuke bijverdienste en is nu vooral een hobby, zijn brood verdient hij met name in de zorg, en dan voor nog thuiswonende mensen met Alzheimer. Niet medisch en huishoudelijk maar gewoon met de problemen die zij (en hun partners) in het dagelijks leven tegenkomen. Buitengewoon bevredigend werk, waar zijn kalme uitstraling en geduldige karakter bij helpt. Hij brengt rust en vindt het niet erg als hij voor de tweede of derde keer hetzelfde moet aanhoren. Wat hij vertelde is herkenbaar. Mijn vader (nu 3 jaar geleden overleden) had Alzheimer en pakte de laatste jaren thuis gerust voor de derde keer de krant van die dag op, omdat hij niet meer wist dat hij die al gelezen had, en bij herlezing de inhoud ook niet meer herkende. Er was ook niet zoveel wereld meer buiten het appartement waarin hij zo lang mogelijk met mijn moeder woonde. Die hem, zelf toch ook al bijna 90, de kleren aanreikte die hij die dag moest aantrekken, oplette dat zijn trui niet binnenste-buiten zat, hem zijn medicijnen gaf, koffie en een boterham maakte en hem eraan herinnerde dat het misschien tijd was om naar de wc te gaan. Houvast, steunpilaar, toeverlaat van mijn vader. Als ik hem, tijdens zijn laatste levensjaar in een alleszins aangenaam tehuis waar hij niettemin absoluut niet wilde zijn, bezocht, lichtten zijn ogen op als ik binnenkwam. ‘Oh, jongen, wat ben ik blij dat je er bent. Weet jij misschien waar mama is?’ ‘Die is thuis pa, die komt morgen weer.’ ‘Vandaag niet?’ ‘Nee, vandaag niet, vandaag ben ik er. Zullen we beneden een kopje koffie gaan drinken?’ Beneden in het restaurant zei hij dan gerust weer: ‘René, weet jij misschien waar mama is?’ Igor, mede namens mijn vader en moeder wil ik je alsnog bedanken voor wat je doet. En ik realiseer me: ach joh, het was maar een potje golf! Ps. Onbeduidend, maar ik heb het nu eenmaal beloofd: De Grandrieux Flipse Open is een jeu de boules toernooi dat zich afspeelt in Grandrieux, in noord-Frankrijk, waar een vriendengroep van meestal veertien tot zestien spelers aan meedoen. Het is vernoemd naar het hondje Flipse, dat na zijn scheiding van één van zijn eerste vrouwen op de parkeerplaats bij de notaris voor Frans koos. Het hondje was een alleszins bijzondere mollenvanger en Frans en Flipse beleefden talloze avonturen. Frans en ik schreven er ooit een boekje over: Op Flipse. De titel slaat op de borrel die we tien jaar lang met ongeveer dezelfde vriendengroep dronken op zijn leven, in onze stamkroeg waar hij op 4 december, voor de deur (zwalkend want ook al dementerend) om het leven kwam. De borrel heeft plaatsgemaakt voor een tweejaarlijks meerdaags petanque toernooi, met verblijf in het zeer sfeervolle Casa Caminante, het Huis van de Reiziger, huis van Frans en (nu) Sylvia. De volgende editie is van 24 tot 27 augustus 2028.
Afgelopen donderdag was de afgesproken dag voor onze Matchplay, in het kader van, wat Louis zo mooi noemt, de herkansingsronde. Ik had natuurlijk graag op Noordwijk willen spelen, maar aan de baan wordt onderhoud gepleegd en nu zijn er maar 9 holes beschikbaar. Daarom nodigde ik Ruud uit om op de Heelsumse te komen spelen en zo geschiedde. Kea kwam gezellig mee, want voor de dag erop hadden ze nog een golfafspraak in de buurt. Het was qua weer een rustige, niet te warme dag wel met wat wind. Heerlijk golfweer. Ruud speelde gezellig mee van rood en na wat rekenwerk bleek dat hij mij maar liefst 16 (zestien!) slagen moest geven. Helaas heb ik van dat grote voordeel geen gebruik kunnen maken. Het begon leuk, de eerste vier holes werden om en om gewonnen, daarna liep Ruud iets uit en bij de turn stond hij 1 up. Het is frusterend als je een bal ziet landen en rollen, maar hem daarna nooit meer terug kan vinden. Ik had ook een beetje pech met mijn puttjes. Ruud speelde steady en altijd met een klein houtje recht van de tee, mooi om te zien. Ook zijn approaches waren uit het boekje. Hij had in het begin iets moeite met de greens, maar op tweede 9 had hij ook dat onder controle. Ik raakte daarentegen geen bal meer en zo stond het na veertien holes 5 up. Natuurlijk speelden we de laatste holes nog uit, waarbij mijn slagen wonderwel weer goed gingen en bij Ruud het licht uitging. Het kan verkeren! Op het terras troffen wij Kea weer en dronken wij nog wat gezelligs. Dank Ruud voor een gezellige golfdag en veel succes bij je volgende wedstrijd!
Matchplay-directeur Louis Westhof noemt de ‘verliezersronde’ de herkansing. Vraag is, voor wie. Op papier is het een ongelijke strijd met zo’n groot handicapverschil; 14.2 om 32.8. Frank Huiges slaat met zijn driver 265 meter, met zijn houten-3 heel knap 235 meter. Ook een ijzertje reikt bij hem tot aan de hemel. En dat laat hij deze matchplay ook zien. Ongelóóflijk! Voor mij zijn dat minimaal twee slagen, eerder drie. Chippen en putten kan’ie ook. Dan kun je - volgens Frank – ‘een bak slagen’ meekrijgen, maar elke slag ‘mee’ ben je na elke afslag al weer kwijt. Dat red je gewoon niet als hoge handicapper. Kansloos, dus. Vooraf had ik zelfs bedacht dat het direct na de turn al wel eens over kon zijn. Dick Groot, head-pro op De Purmer spreekt mij vooraf moed in. ,,Jij gaat jezelf verbazen’’, belooft hij. Ik denk ook aan schrijver Tomas Lieske; ‘Wat niet kán, is (gewoon) nog nooit gebeurd. Maar het kan wél’. En verdomd: hole 1 sleep ik met een bogey binnen. Maar hole 2 geef ik direct weer weg, omdat ik een put van een meter mis. Zucht: is het weer zo’n dag?! En toch: pas op hole 4 zet Frank de teller op één. 4 up Al koop je er niets voor, Frank gaat niet - zoals gevreesd - als een TGV door de scorercard. Hoe dat kan? Hij slaat waanzinnig ver, alleen ook wel eens té ver en niet altijd recht. Op de waterrijke gele lus van De Purmer met smalle fairways kan dat duur uitpakken. En zelf sla ik ook nog wel eens een knappe bal. Na de turn is het daarom niet handen schudden, maar staat Frank ‘slechts’ 4 up. Op de rode lus, de polderbaan, loopt hij gestaag door naar 7 up. Met nog zes holes te spelen is het definitief over-en-uit. We besluiten ‘gewoon’ verder te spelen, want Frank wil zijn handicap verbeteren en ik wil ook nog mijn momenten vieren. Te beginnen met een par op de Par-3 vierde. De zon breekt eindelijk door. Helemaal wanneer ik daarna ook de moeilijkste hole 5 en de korte hole 6 weet te winnen. ,,Hé, we zijn te vroeg gestopt’’, grapt Frank. Nee, ik ben te laat begonnen, bedenk ik zelf. Op de korte holes kan ik redelijk goed meekomen. Maar ja, geen Par 3’en zonder Par 5’en en die gaan in Frank Huiges-stijl. Met twee geweldige slagen ligt Frank telkens vlak bij de green. Chipje en twee puts. Een easy par. Kijk, dat red ik niet op een Par 5 of een lange Par 4. Maar ik kan er wel van genieten als een ander het flikt. Topdag Dus 7&6. Zó terecht gewonnen en Frank brengt meteen zijn handicap terug naar 14.0, waar hij eerder ook op 10 heeft gestaan. De nazit is geheel in de stijl van de NVGJ; cola en een nul-punt-nulletje, bittergarnituur en een goed gesprek over het journalistieke vak, het leven en wat werkelijk belangrijk is. Met het stoppen van het programma Kassa gaat Frank bij BNN/VARA een roerige tijd tegemoet. Spelen op een welhaast verlaten baan en uiteindelijk zonovergoten Purmer was ‘even helemaal niets; heerlijk’, zo maakt Frank de balans op. En ik? (Bij vlagen) best goed gespeeld. Het verlies was voorzien; gedaan en laten, dus. Maar de memorabele ronde en de waanzinnige slagen van Frank zullen mij nog lang bijblijven. Topgast, topdag! Frank, bedankt!
‘Doe je wel mee aan de verliezerscompetitie’, vroeg matchplay-wedstrijdleider Louis me nadat ik in de ‘echte’ matchplaycompetitie kansloos had verloren van oud-winnaar Peter Luijer. Ach ja, dacht ik, misschien maak ik daar dan nog kans. Maar dan moet je niet tegen Cara de Vlaming loten!
Van speedgolf naar matchplay Mijn matchplaywedstrijd tegen Roland eindigde op de zeventiende hole. Met 2&1 trok hij verdiend aan het langste eind. Hij speelde solide, sloeg een aantal uitstekende afslagen en liet bovendien zien hoe waardevol een goede bunkerslag kan zijn. Zelf speelde ik zoals ik mezelf helaas maar al te goed ken: met veel ups, maar vooral ook veel downs. Tijdens de ronde met Roland dwaalden mijn gedachten regelmatig af naar een week eerder, toen ik in Parijs meedeed aan het Open France Speed Golf Championship. Op aandringen van een goede vriendin uit Parijs – al jaren enthousiast ambassadeur van deze bijzondere sport – besloot ik het avontuur aan te gaan. Speedgolf is even 'eenvoudig' als meedogenloos: leg 18 holes af in zo weinig mogelijk tijd en met zo weinig mogelijk slagen. Je score is de optelsom van je speeltijd en je aantal slagen. Ik stelde nog voorzichtig voor om twee keer negen holes te spelen. Tenslotte had ik dit nog nooit gedaan. Maar mijn vriendin lachte dat weg. "Doe gewoon twee keer achttien. Anders ben je veel te snel klaar en verveel je je rot." Met dat vooruitzicht zei ik toch maar ja tegen twee keer achttien holes. Zoals bij ieder serieus toernooi begon het met een oefenronde. Ik kreeg een piepklein draagtasje mee waarin precies vier van mijn clubs pasten: een putter, een 7-ijzer, een 4-hybride en een wedge. We verkenden de baan en ik werd gewezen op de oh zo belangrijke afsnijpunten. Tot mijn nog grotere schrik zag ik op een aantal holes ook nog een paar stevige beklimmingen. Op dat moment begon ik me serieus af te vragen waarom ik hier eigenlijk ja tegen had gezegd. Na een stuk of twaalf holes wist ik echter één ding zeker: met dit tasje zou ik de wedstrijddagen niet overleven. Mijn schouder protesteerde luidkeels - alles voelde zwaar - en ik begon te piekeren over een alternatief. In het clubhuis ontdekte ik vervolgens dat ik in heel ander gezelschap was beland dan ik had verwacht. Nog nooit had ik zoveel afgetrainde golfers bij elkaar gezien. Al snel bleek waarom. Veel deelnemers kwamen helemaal niet uit de traditionele golfwereld, maar uit de wereld van de duursport: triatleten, Ironman-deelnemers en ultralopers. Ook liepen er recordjagers rond. Zo ontmoette ik de Zwitser Jürg Randegger, die in het Guinness World Records staat met het record van maar liefst 252 gespeelde holes in twaalf uur, wandelend, met slechts één club – een 7-ijzer. Daarvoor legde hij zo'n 93 kilometer af, sloeg 1.348 ballen en maakte onderweg ook nog vijf birdies. Ook sprak ik een jong stel met twee kleine kinderen. Voor hen was speedgolf dé manier om het golfen niet op te geven: vóór het werk of voordat de kinderen wakker werden een snelle ronde spelen en daarna weer naar huis. Op dat moment besefte ik dat speedgolf echt een wereld op zichzelf is. Voor de eerste wedstrijddag besloot ik met slechts twee clubs op pad te gaan: de 7 en de 4-hybride. Eén in iedere hand. Putten zou met de hybride gebeuren. Het voelde als een verademing vergeleken met het draagtasje. Eén detail had ik alleen over het hoofd gezien: na iedere slag moest ik de andere club weer van de grond oprapen. Na een paar kilometer rennen blijkt dat een flinke aanslag op je onderrug. Niet voor niets lopen de meeste ervaren speedgolfers met een speciaal holster waarin vier clubs passen... Iedere speler krijgt een vrijwilliger in een buggy mee die de score bijhoudt en de weg wijst. Mijn begeleider was een uiterst vriendelijke Fransman die echter geen woord Engels sprak en de baan eigenlijk ook niet goed kende. Toen ik onderweg vroeg: "Can you please give me some water?" dacht hij blijkbaar dat hij in de weg stond. Met piepende banden scheurde hij vooruit, terwijl ik juist om water had gevraagd. Uiteindelijk slaagde ik er tijdens achttien holes in ruim dertig graden slechts twee keer in mijn eigen waterfles uit de buggy te pakken. Ook de belangrijke shortcuts waren voor hem een mysterie. Op mijn vragen, in mijn beste schoolfrans, volgde steevast: "Non... je ne sais pas." Achteraf schat ik dat ik daardoor zeker twee kilometer extra heb gelopen. Na 1 uur en 19 minuten kwam ik compleet uitgeput binnen. Met 110 slagen, een vuurrood hoofd en vooral de vraag: waarom doen mensen zichzelf dit aan? Maar eerlijk is eerlijk: het is wel een belevenis. De tweede dag voorspelde de vriendin dat het nu vast beter zou gaan. Ik had het mezelf ook iets gemakkelijker gemaakt: in plaats van twee clubs ging alleen mijn 7-ijzer mee. Mijn rug was me dankbaar, al gold dat iets minder voor mijn korte spel, want chippen met een 7-ijzer blijkt toch niet helemaal ideaal. De baan bleef ondertussen onveranderd heuvelachtig, met venijnige hellingen en eindeloos vals plat. Speedgolf is geen ontspannen hardlooprondje met af en toe een golfslag; het is echt afzien. Daarom koos ik die tweede dag bewust voor negen holes. Die speelde ik in 31 minuten en 45 slagen. Voor een eerste kennismaking vond ik dat prima. Ik weet nu wat speedgolf van je lichaam vraagt. Eén ding staat vast: volgend jaar kom ik terug maar dan beter voorbereid. Want zelfs als je een redelijke hardloper bent, moet je voor speedgolf echt specifiek gaan trainen. En toen ik na afloop de uitslagen bekeek, besefte ik pas echt hoe bizar hoog het niveau ligt. De Engelsman James Hardy speelde de 18 holes in 45 minuten en 54 seconden en deed dat ook nog eens in 74 slagen (+2). De tweede dag liep hij de baan in 46 minuten en 30 seconden met 76 slagen! Op een baan van bijna negen kilometer betekent dat vrijwel onafgebroken hardlopen, terwijl je ondertussen golf op topniveau speelt. Er viel wel een kwartje. Op beide wedstrijddagen sloeg ik vrijwel al m'n afslagen kaarsrecht. Niet één grote afzwaaier. Omdat je voortdurend rent, heb je simpelweg geen tijd om na te denken. Je remt af, stapt in je routine, slaat en rent weer verder. Geen 'technische' gedachten. Geen twijfel. Geen oefenswings. Gewoon staan en slaan. En terwijl ik gisteren in mijn verloren matchplay tegen Roland weer ouderwets boven de bal stond te twijfelen over grip, swingbaan, balpositie en nog twintig andere technische details, dacht ik ineens met weemoed terug aan die Franse speedgolfdagen. Misschien ligt de oplossing voor mijn golfspel helemaal niet in nóg meer analyses of weer een nieuwe swing-, chip- of putttechniek. Misschien moet ik mezelf gewoon wat minder tijd gunnen. Gewoon gaan staan, slaan en door! Roland, nogmaals van harte gefeliciteerd met je overwinning. Het was hoe dan ook een prachtige middag op Golfclub Wilnis.