Nederlandse Vereniging van Golfspelende Journalisten
01.05.2016
Ik schrijf over golf. Full-time. Méér dan full-time zelfs. ‘Kan je daar echt zoveel over schrijven?’, krijg ik nog wel eens te horen. Ja dus. Met gemak. Over banen, toernooien, hoe het moet of waar en waarmee het kan, aan onderwerpen nooit een gebrek. Al zou ik best eens ergens anders over willen schrijven. Zeker vandaag zou ik mijn pen het liefst in een potje rood-witte inkt dopen of rook uit het toetsenbord laten komen over een andere balsport die me na aan het hart ligt.
Het beton van wat straks de JohanCruijffArena(externe link) gaat heten golfde onder mijn voeten, mijn oren piepten, van mijn stem was niet meer over dan wat gekras. Met een uitgekiend schot had Kasper Dolberg #Ajax(externe link) net op een 2-0 voorsprong gezet en het stadion laten ontploffen. 2-0. Nog voor de rust. In de halve finale van de Europa League. Het stadion kookte en kolkte. Voor de wedstrijd waren we in de stemming gebracht door oude beelden van Europese successen. Met name de UEFA Cup van 1992 kwam voorbij. Precies een kwart eeuw geleden, de sterren van toen stonden glunderend op het balkon van de ereloge.
In het voorjaar Europees voetbal bij daglicht, het was even geleden. Het zonnetje viel zelfs nog op de hoofden van de mensen op de lange zijde toen wildvreemde mannen elkaar in de armen vielen na de 1-0. ‘Is dit net zo mooi als in 1992?’, vroeg de jongen die naast me stond, en nieuwe beste vriend nu we toch zo samen stonden te hossen, boven het geschreeuw uit. ‘Nee’, schudde ik. ‘Dit is mooier. Dit is nu.’
1987, 1988, 1992, 1995, 1996, 1997. Allemaal jaren waarin Ajax de halve finale of finale haalde, en in drie gevallen nog won ook. Jaren ook waarin ik er op een of andere manier bij was. 1987 keek ik op het Leidseplein, 1992 stond ik op vak SS in het Olympisch Stadion, en in 1995 zat ik in het Ernst Happel Stadion toen Kluivert met zijn kleine teen de grote beker veilig stelde.
Zoete herinneringen aan prachtige avonden. Al weet ik ook hoe makkelijk het de andere kant op kan vallen. De gebalde vuist van Mechelen-coach Aad de Mos na de nederlaag in 1988 staat nog altijd op mijn netvlies. Ik huilde tranen met tuiten na de verloren finale in 1996 tegen Juventus. En ook de laatste halve finale van 1997 doet nog altijd een beetje pijn: een afstraffing tegen datzelfde Juventus in Turijn, een wedstrijd waarvoor ik meer dan 24 uur in de bus zat, maar waar ik het einde niet van haalde. Zo dichtbij, maar zo ver weg.
Op 3 mei 2017 was er geen sprake van een eerder naar huis willen en kwam dat wat zo ver weg leek voor een Nederlandse club, ineens weer heel dichtbij. Ook na het laatste fluitsignaal leek het of niemand van de tribune af wilde dalen, probeerde iedereen deze betoverende avond oneindig lang te laten duren. De dansende spelers, het gezang op de tribune, de gebalde vuisten, het ongeloof ook. 4-1 in de halve finale tegen een hoog ingeschatte tegenstander, en hoeveel kansen waren er wel niet gemist ook? Hadden we dit echt gezien? Echt meegemaakt? Het deed me denken aan september 1994 toen Ajax met 2-0 van AC Milan won en vijftigduizend verregende fans zich afvroegen of ze niet hadden gedroomd dat hun Ajax net de titelhouder van het veld had getikt.
Lyon is geen Milan, de Europa League niet de Champions League, of het genoeg is om tot in Stockholm te komen moet nog blijken, en of het uiteindelijk een beker oplevert al helemaal. Maar de zo ruim gewonnen thuiswedstrijd tegen Lyon in de halve finale van de Europa League is er eentje die je je over twintig jaar nog helder voor de geest kan halen. Voor clubs uit Spanje, Italie, Engeland, Duitsland, mag het inmiddels ‘gewoon’ zijn om halve finales te spelen, voor clubs uit Nederland is het dat niet. Dat wilde ik nog schreeuwen naar mijn buurjongen, dat hij elke minuut op moest zuigen, moest genieten van elke tel. Alles lezen, alles kijken, alles herinneren.
Ik wilde het zeggen en ik zou het op willen schrijven, maar ja … ik schrijf full-time over golf.
Bijna full-time dan toch.
‘ Lang zal hij leven, lang zal hij leven’ , schalde het op de tweede dag door de ontbijtzaal, toen Frank zijn entree maakte. Hij was jarig, maar wilde er niets van weten. Dook achter een pilaar, uit het zicht van andere teams. Maar het Duitse team aan onze buurtafel nam het enthousiast over met; ‘ Happy birthday to you’. Lachend kwam Frank toch achter de pilaar vandaan en ging naast zijn echtgenote Christiane zitten. ‘ 71 jaar, niets om te vieren toch?’, meende hij. ‘Elk jaar erbij is om te vieren’, wierpen wij tegen.
Op het laatste moment ingevallen, en dan meteen de eerste dagprijs pakken. Alwin de Rijke scoorde op de regenachtige East Course van East Sussex National 35 stablefordpunten en was daarmee de beste van team Nederland. Lees hoe het team op het nippertje compleet raakte, wat captain John Bramley allemaal regelde en waarom het EMGJ ooit in de Efteling begon.
Team NL is geland in East Sussex voor het EMGJ. De reis was nog maar net begonnen of er was al de nodige verwarring, en die had alles te maken met wijn. Niet met de baan, niet met de wedstrijdformule, niet met de vraag wie er op welke dag tegen wie speelt. Gewoon wijn. Zoals het hoort bij een vereniging die het spel serieus neemt en zichzelf niet. East Sussex is golfland zoals wij dat kennen van plaatjes: glooiende fairways, heggen die je niet moet onderschatten, greens die er vriendelijker uitzien dan ze zijn. Team NL trok er op af met de gebruikelijke mix van ambitie en realisme, want we weten inmiddels hoe internationaal gezelschap eruitziet als het de stablefordpunten telt. Hard werken, en daarna gezellig zijn. Niet andersom. Het EMGJ brengt journalisten uit heel Europa samen op een baan, wat betekent dat je tegenstanders kent van naam, van reputatie of van een vorige editie waar iemand iets te diep in het bunkerwerk was beland. De sfeer is vertrouwd ook als je elkaar nog nooit hebt ontmoet; mediamensen herkennen mediamensen, zeker met een club in de hand. Hoe het verder afliep met de wijn, en wat Team NL uiteindelijk presteerde op de baan: dat leest u hieronder.
Een schilderachtige dag op de Pan Donderdagmiddag 1 oktober, 13:00 uur. Het strijdtoneel: de schilderachtige UGC de Pan. Hoewel mijn sporthart normaal gesproken net iets sneller klopt van een pure, winderige linksbaan, voelt het betreden van deze bosrijke klassieker telkens weer als een absoluut voorrecht. Zeker vandaag. De lucht trekt open, de laatste wolken maken plaats voor een strakblauwe hemel, gelukkig heb ik thuis nog net even mijn korte broek aan gedaan. The indian summer, heerlijk. Alles wijst op een perfecte middag voor de ontknoping van het jaar: de finale van de MR. Glow NVGJ Matchplay. De focus van de winnaar Ik heb mijn ochtend bewust rustig gehouden. Lekker chillen, energie sparen, want één ding stond vast: ik was hier gekomen om te winnen. Op de schattige driving range van de Pan tref ik mijn tegenstander, Elaine. Ze heeft er duidelijk al een flinke sessie op zitten en is warmgedraaid. Ik sla zelf slechts een paar ballen, maar alles voelt raak. Mijn lichaam is ontspannen, de swing zit in de flow. Klaar voor de strijd. Maar zodra we de baan in stappen, merk ik dat er een interne tweestrijd in mijn lijf woedt. Niet alleen de strijd tegen Elaine, maar de strijd tussen de meedogenloze golfer en de dromerige fotograaf. Een schilderij als decor De Pan presenteert zich vandaag namelijk niet zomaar als een golfbaan, maar als een levend schilderij. De manier waarop de lage herfstzon de schaduwen over de glooiende fairways laat schijnen, het is ronduit betoverend. Terwijl ik me eigenlijk moet focussen op mijn volgende slag, dwalen mijn gedachten af naar composities, sluitertijden en het perfecte licht. Elaine moet het gemerkt hebben; ik raakte maar niet uitgepraat over de waanzinnige vergezichten en de esthetiek van de holes. Het enige minpuntje aan de baan waren de greens, die net geprikt en gezand waren. Maar ach, als fotograaf weet je: dat zie je gelukkig toch niet op de foto's. De overrompeling Dan de wedstrijd zelf. Ik durf het bijna niet in detail op te schrijven, want het voelt stiekem een beetje gênant. We kennen Elaine allemaal als de 'altijd rechte' speler, een stabiele factor vanaf de tee. Maar vandaag was ik ongenaakbaar en Elaine niet zo recht als gewoonlijk. Mijn tactiek was simpel maar keihard: full power uit de startblokken schieten, intimideren met vlekkeloos spel en daarna consolideren. Die strategie werkte misschien iets te goed. Voordat we het goed en wel doorhadden, stond ik na 10 holes maar liefst 8 up. Au. Sorry, Elaine. Als je tegenstander niet in haar ritme komt en jij werkelijk elke bal raakt alsof je het spelletje zojuist hebt uitgevonden, dan wordt het een ongelijke strijd. (Elaine speelde een dag later overigens een nieuwe matchplay ronde op haar eigen club. Dat ging gelukkig stukken beter, al verloor ze daar na een zwaarbevochten strijd op de allerlaatste hole). Ik besef me heel goed hoe frustrerend het is om tegen iemand te spelen die zó uit de startblokken schiet. Het was intimiderend, maar eerlijk is eerlijk: voor mij voelde het fantastisch. De metamorfose Na die razendsnelle overwinning viel de sportieve prestatiedruk volledig van mijn schouders. En precies daar, ergens op de back nine, gebeurde er iets moois. Elaine vatte het later feilloos samen: "Zodra de winst binnen was, verdween de golfer en nam de fotograaf het over." En ze had gelijk. Nu ik niet meer hoefde te presteren, kon ik me volledig overgeven aan de omgeving. Het licht werd met de minuut zachter. De rest van de ronde was geen wedstrijd meer, maar een gezamenlijke wandeling door een prachtig natuurgebied, vol gelach, opluchting en puur plezier. Een gouden randje Er is één zekerheid die een finale op de Pan helemaal af maakt: de wetenschap dat Jolanda (Mr. Glow) je bij het clubhuis opwacht. De warme omhelzing en de prachtige bloemen bij binnenkomst gaven deze overwinning precies de afsluiting die het verdiende op de prachtige indian summer dag. Na afloop zakten we met een voldaan gevoel neer op het terras. De drankjes vloeide, de schalen met bitterballen en gehaktballen kwamen door, en terwijl de zon langzaam achter de bomen zakte, besefte ik hoe uniek zo'n dag is. De perfecte mix van keiharde focus, visuele overdaad en bourgondische gezelligheid. Ik neem de titel met trots mee naar huis. Op naar volgend jaar. Wie durft?
Heden bereikte ons het verdrietige bericht dat Taco Mulder is overleden. Ons lid van verdienste en oud-penningmeester mocht 75 jaar worden. 'Ach Taco, nog één jaartje?', met die woorden wist Hans Terol Taco meer dan eens te verleiden nog een jaar aan te blijven als penningmeester, al had hij bij eerdere gelegenheid aangegeven dat hij bij de volgende Algemene Leden Vergadering nu echt een punt wilde zetten achter zijn bestuurstaken. De functie van penningmeester was de eerste 23 jaar van het bestaan van de NVGJ altijd in handen geweest van Ruud Onstein dus toen deze er na bijna een kwart eeuw een punt achter zette, was de eerste reactie van het bestuur er dan ook een van schrik. Hoe deze leegte te vullen? Het was echter Ruud zelf die precies wist aan wie deze belangrijke taak het beste kon worden toevertrouwd. Taco Mulder. Dat bleek. In de acht jaar dat Taco de financiën van onze club beheerde gingen de reserves van gezond naar zeer gezond. Niet omdat hij zo streng op de penning was (niet zelden zei hij met een knipoog dat we dat nog net moesten kunnen betalen) maar omdat hij de zaakjes goed voor elkaar had. Scherp, helder, duidelijk. Dat Taco bij de ALV van dit jaar, na acht jaar penningmeester te zijn geweest, werd benoemd tot lid van verdienste was dan ook niet meer dan terecht. Veel meer echter dan een gedegen kasbeheerder was Taco een aimabel mens. Rustig, zachtaardig, bedachtzaam en alle andere woorden die zijn geliefden op zijn rouwkaart zetten, waren allemaal van toepassing. Plus natuurlijk de eretitel de eerste maker van een hole in one binnen ons clubverband te zijn geweest. Ook die herinnering zal voor altijd met hem verbonden zijn. Het bestuur wenst zijn naasten, vrienden en alle leden van de NVGJ sterkte met dit verlies.
In augustus 2022 vertelde de algemeen directeur van de NGF in een interview dat 32 procent van de Nederlandse golfers vrouw was. Dat moest naar minstens veertig. Drie maanden later werd bekend dat de Solheim Cup naar Nederland kwam. Sindsdien las ik er bijna elke keer bij dat dat evenement meer vrouwen naar de sport zou helpen.