Nederlandse Vereniging van Golfspelende Journalisten
26.02.2021
Dat stokje heb ik in het verleden wel eens soepeler overgenomen, maar na enige vertraging toch ontvangen John, dank je wel. Overigens draag jij dezelfde achternaam als mijn ex-echtgenoot Jaap, de man die mij voor het eerst met golf in aanraking heeft gebracht. Ik was een jaar of 24 en als topsportster vond ik het maar een “ouwe lullen” sport.
Op mijn 26e moest ik helaas door een knieblessure de topsport vaarwel zeggen en het wat rustiger aan doen. Hij zag zijn kans schoon om mij naar de golfbaan te verleiden door op mijn kraambed van ons tweede kindje mij een halve damesgolfset cadeau te doen. Lief bedoeld, maar wat een timing! Alsof je met twee kleintjes tijd om te golfen zou hebben. Die halve set heb ik een jaar geleden, na zijn overlijden, in zijn berging gevonden en ongebruikt naar de kringloop gebracht.
Toch ben ik uiteindelijk vreselijk besmet geraakt met het 2e golf virus. 18 jaar geleden ontmoette ik mijn huidige echtgenoot, Frank Maanders. Hij was toen net een jaar aan het golfen en daar heel enthousiast over. Om gezellig met hem mee te kunnen doen heb ik in Zandvoort zo’n weekend cursus “leernugolf” gedaan. Inderdaad, vrijdag, zaterdag en zondag oefenen en maandag theorie en praktijk examen gedaan en het GVB was binnen. Maar golfen kon ik toen nog niet, wist me alleen min of meer te gedragen in de baan. Regelexamen, om te mogen “marken” was toen nog apart en heb ik later gehaald. Het was het begin van vele competitieve rondjes op golfbanen door heel Nederland en daarbuiten. Het leuke van golf is dat je ondanks niveauverschil toch kunt winnen van je medespeler(s) door die handicapverrekening.
Ik weet en ervaar nu dat golf echt alles in zich heeft: het is het meest uitdagende, meest intrigerende maar ook het meest frustrerende spelletje dat er is! Maar ik heb ook ontdekt dat ik er geen natuurtalent voor heb. Vorig jaar wilde ik mijn tas nog aan de wilgen hangen, met de alle clubs erin. Ik wist echt niet meer hoe het moest. Een golfpro hield mij toen een spiegel voor met de vraag of ik de Olympische Spelen ooit had gehaald met alleen maar wedstrijden, of dat ik daarnaast ook nog getraind had. …. Tja, als ik beter wil gaan golfen zal ik toch echt les moeten nemen en oefenen en niet alleen rondjes lopen….
Regelmatig word ik uitgenodigd om deel te nemen aan fundraising golftoernooien. Leuk voor de gezellige dag, een beetje golfen en het netwerken en zo kan ik ook een steentje bijdragen voor het goede doel. Mijn veiling item, “vitaliteit workshop voor uw bedrijf”, levert vaak een mooi bedrag op.
Tijdens zo’n toernooi in 2016 op Sluispolder werd ik benaderd door Hans Terol (geloof ik) met de vraag of ik er misschien iets voor voelde om lid te worden van de NVGJ. Ik kon me daar toen nog niets bij voorstellen, maar hield het wel in gedachte. Hilda van Doorn, met wie ik ook weleens in een toernooitje van “oud”(en dan bedoel ik echt oud)atleten, heb gegolfd, stelde mij later diezelfde vraag. In 2017 ben ik lid geworden en vanaf het begin heb ik het erg naar mijn zin. Een aantal leden bleek ik al heel lang te kennen. O.a. Rob Hoogland en Rob van den Dobbelsteen, zij waren één van de eersten die mij op 16 jarige leeftijd ooit hadden geïnterviewd. Ik mis Rob vd D. Hij was er altijd bij de NVGJ wedstrijden en noemde mij steevast “Ol”!
Ik doe niet heel vaak mee, maar weet nog dat ik de allereerste keer bij, de B-categorie. gelijk had gewonnen. Zeer ongepast bleek achteraf, maar ja, dat doet dit kluppie met me. In mijn golfend golfspel brengen jullie mij naar grote hoogten af en toe. Ik mis jullie en hoop dat we gauw weer samen door de baan mogen en na afloop een heerlijk glaasje wijn met elkaar mogen drinken.
O ja, ook Christian Scheen ken ik al heel lang (1984). We hebben samen nog meegewerkt aan de ochtendgymnastiek op de radio. Nee, niet als Ab Goubitz en Arie Snoek, maar wel presenteerde ik de oefeningen en was Christian de centrale presentator van NOS Sportief. Christian, het estafette stokje is voor jou!
Had ik mijzelf kansen toegedicht? Zeker. Het was goed doordacht dat ik besloten had van de blauwe tees te spelen. Omdat ik dan de meeste greens 'in regulation' zou kunnen halen, en dus 'gewoon' par moest kunnen spelen. Als je dan veel slagen meekrijgt, zoals in deze halve-finalewedstrijd tegen Peter van Weel (ik kreeg er 10), moet je tegenstander al birdies maken om te kunnen 'halven'. Welnu, Peter (hij speelde van de gele tees) máákte birdies. Maar liefst zes in de vijftien holes dat onze 'wedstrijd' duurde. Dat is precies één meer dan ikzelf maakte in de laatste twintig Q-ronden, die ik sinds half mei speelde. Peter ging sterk van acquit, met birdies op 1 en 2. De eerste kon ik nog matchen met een par en een slag cadeau, maar de tweede betekende het eerste verlies. Ronduit bemoedigend was dat ik op de derde hole weer gelijk maakte. Niet dankzij een par of een bonusslag, maar doordat Peter zijn bal in het bos sloeg en een - zeldzame - double bogey moest incasseren. Van slag was hij niet. Integendeel, op de vierde hole maakte hij opnieuw een birdie, dankzij een succesvolle putt van zo'n 15 meter. "Sorry Louis", zei hij, nadat zijn bal in de hole was verdwenen. Op dat moment kwam ik tot het besef dat Peter niet alleen prettig lang is van de tee, maar zijn plus-handicap (+0.6) vooral te danken heeft aan ijzersterk kort spel: pitchen, chippen en putten. Ja, het was in zijn voordeel dat hij, als thuisspeler op De Hoge Kleij, gewend was aan de snelheid van de greens. Ik had daar - hoewel ik aardig kan putten - meer moeite mee. Maar dat gaf vandaag niet de doorslag. Wat dan wel? Dat ik verzuimde te profiteren van de fouten die Peter maakte. Want ja, ook Peter maakt fouten, al zijn het er verdomd weinig. Oké, hij maakte 'gewoon' een par op de par-3 vijfde nadat hij zijn bal vanaf de tee in de greenside bunker had geslagen. Maar als je, zoals ik, dubbel bogeys maakte op par-3's, dan is winnen een illusie en je lot bezegeld: 4 down na acht holes. Ik moest denken aan de prestatie van Frank Huiges, die een jaar geleden op De Hoge Kleij de beste tweede negen uit zijn loopbaan speelde, en zodoende de halve-finalepartij van Peter wist te winnen. Zou ik niet ook...? Tuurlijk. Ik won negen en tien en kwam terug tot 2 down. Op de elfde, waarop ik geen slag kreeg, produceerde Peter een zeldzame afzwaaier: links in de hei. Ik meende te kunnen profiteren. Tot we zijn bal vonden: nog goed speelbaar. Het vervolg: beiden met twee op of bijna op de green. Peter maakte de birdieputt, ik par: 3 down. Over het vervolg beperk ik me tot het volgende: Peter won de partij in stijl, met een birdie op vijftien, na alweer een middellange putt. Ik schreef in de tweede alinea 'wedstrijd', tussen aanhalingstekens, want spannend is het geen tel geweest. Peter was vandaag gewoon te goed. Wat na afloop bij mij nog wel even knaagde, ondanks mijn stablefordscore van 36, was mijn gepruts op de par 3's. Al zou ik, als ik deze beter had gespeeld, de partij vermoedelijk ook hebben verloren. Tot slot: Peter eindigde op 72 slagen (gelijk par, 37 stablefordpunten) en kwalificeerde de partij als "relaxed, zoals een ronde golf hoort te zijn''. En dat allemaal op een echt fantastische baan, in uitstekende conditie. Inderdaad een genot om te spelen, ondanks het lawaai van twee regelmatig overvliegende Chinook-heli's van de nabij gelegen vliegbasis Soesterberg.
De genoeglijke interland op Herkenbosch ging dik verloren. Dat lag niet aan thuisspeler Ron Buitenhuis, die tien minuten van de baan woont en Herkenbosch als geen ander kent. Hij was nochtans niet geselecteerd voor de interland. Zijn revanche was zoet: eerste prijs in de B-categorie met een mooie score: 33. Na afloop was hij het middelpunt van een tafel met Onno, Fred, Pim en Paul. Aan een andere tafel zat een Nederlandse international die het in de baan minder goed deed dan na afloop. Leonard van Nunen was de enige die zich aan tafel zette tussen de Belgen. Praktische verbroedering, subliem gastheerschap, staaltje opofferingsgezindheid? Held!
De NVGJ verwelkomt een nieuwe columnist. Ben J. van der Voogdt (1968) schrijft vanaf vandaag elke twee weken op nvgj.nl. Hij leest alles wat er in Nederland over golf verschijnt en telt na wat er beloofd is. Zijn columns zijn altijd exact 444 woorden. Wij zijn blij dat hij zich hiertoe bereid heeft verklaard, al konden wij hem voorlopig nog niet bewegen om ook een keer mee te spelen.
Nadat we elkaar vorig jaar al mochten treffen in de finale op de PAN, reisden we dit keer af voor de halve finale in de verliezersronde naar de Zaanse. De dag begon van mijn kant al met een tegenvaller: een stroomstoring in mijn flatgebouw. Daardoor kon ik niet met de auto de garage uit.
Verliezen is iets minder leuk dan winnen, maar erg is anders. Het grootste nadeel van verliezen in onze matchplay-competitie is de afspraak dat de verliezer het verslag schrijft. Over een tegenstander die de uitzondering op elke regel is, en over de fout van het spelen van de verkeerde tee.
Met nog het laatste restje van een driedaagse migraine in mijn hoofd en lijf begon ik aan de wedstrijd tegen Jeroen. Geen excuus hoor maar dat uit zich meestal in een paar holes waarin ik werkelijk geen idee meer heb hoe het golfen ook alweer moet. Aldus .... ik verloor de eerste twee holes. Tja… het was niet anders. We liepen vervolgens heel gezellig door de baan en gelukkig ging mijn spel hier en daar best wel weer aardig. De baan lag er prachtig bij, de temperatuur was misschien nét iets te enthousiast hoog, maar onze humeur(tjes) leden daar gelukkig helemaal niet onder. Maar op hole 17 stond ik weer twee down. Met nog twee holes te gaan kon Jeroen de wedstrijd eigenlijk niet meer verliezen. Op de 17de, een par 3, sloeg ik helaas mijn bal, met een hele mooie slag (dat dan weer wel) de bunker in, terwijl Jeroen net buiten de green lag. Dat moet lukken dacht ik... Misschien iets té vol vertrouwen… Maar de bal eindigde over de green tegen een boom. Daarmee kwam er toch een enigszins roemloos einde aan mijn gezellige golfmiddag. Gelukkig waren er toen de pilsjes en bitterballen! Jeroen, heel veel succes met je wedstrijd tegen Sonja!