Met de mannen mee

Het blijft een van de leukste dingen om te doen. Toernooien verslaan. Zeker, het maken van reisverhalen is niet te versmaden en ook interviewen mag ik graag doen, maar uiteindelijk is niets zo leuk als het volgen van toernooien. Of het nu het BMW PGA Championship in Engeland is dat met zijn ongeëvenaard sterke veld aanvoelt als een major, of een klein toernooi onder de rook van Malaga, een weekje langs de touwen is waar het echt om gaat.

Het aankomen op dinsdag. Als het nog zo lekker rustig is dat je je bijna niet voor kan stellen dat er wat te gebeuren staat. De spelers kunnen ongestoord oefenen en het aantal fans is – vreemd genoeg – op de vingers van één hand te tellen. Op woensdag wordt het langzaam drukker. Tijdens de pro-am zie je al meer volk door de baan gaan en ook zijn de spelers alweer wat minder benaderbaar. Nog één dag hebben ze maar om de puntjes op de i te zetten. Het uur u nadert, de aandacht versmalt.

Vanaf donderdag, de eerste toernooidag, gaat het er echt om. Mee de baan in om het spel van nabij te volgen. Soms bij iemand hoog op het leaderboard, meestal bij landgenoten, ongeacht hun plaats in het veld. De spelers die het goed doen komen de perstent in, voor de anderen moet je buiten op jacht naar quotes die ze — afhankelijk van hoe goed ze hebben gespeeld — al dan niet bereid zijn te geven.

Op vrijdag nemen we afscheid van ruim de helft van het veld en op zondag stuift iedereen er vandoor in de hoop nog net het vliegtuig naar huis te halen want op dinsdag wacht alweer de voorbereiding van het volgende toernooi. En de week daarna weer. En weer, en weer…

Zou het dan ook nog leuk zijn?