Links

Het is ongelofelijk hoeveel onderzoeken er gedaan worden naar linkshandigheid. De wens om denkpatronen, intelligentieniveaus en andere vaardigheden te koppelen aan het gebruik van de linker- of rechterhand is enorm.


Zo las ik onlangs over een onderzoek waarbij bij aanvang de hypothese werd onderzocht of linkshandigheid veroorzaakt wordt omdat het evolutionair vechtvoordeel op zou leveren – iets over het uitdelen van verrassende slagen – maar toen dit niet het geval bleek werd net zo makkelijk overgeschakeld op de hypothese dat linkshandigheid meer voorkomt in landen waar de gezondheidszorg goed geregeld is omdat het relatief vaak voorkomt bij mensen met een laag geboortegewicht.


En zo zijn er nog wel wat onderzoeken en aannames. Linkshandigen sterven eerder, hebben een andere motoriek en zijn creatiever. Wordt gezegd. En dan heb ik het nog niet eens over de golfbaan waar je het als lefty ook al niet makkelijk hebt. Zo fluisterde een architect me ooit toe dat ik als lefty op zijn baan zwaar in het nadeel was omdat bijna alle hindernissen zo waren neergelegd dat rechtshandige slicers er nooit in de buurt komen.


Nauwelijks vijftien jaar geleden moest ik ruim drie maanden wachten voor de door mij bestelde set eindelijk binnen was en die lange wachttijd zou zomaar deels kunnen verklaren dat er lang zo weinig linkshandige golfers waren. Hoewel? In Nieuw-Zeeland had je in de jaren zestig van de vorige eeuw Bob Charles, de eerste en lang enige lefty die een major wist te winnen. Toeval of niet. Prompt koos zo’n dertig procent van de beginnende golfers voor een linkshandige club bij de eerste kennismaking met de sport.


Als de invloed van voorbeelden werkelijk van zo’n belang is dan zouden er de komende jaren steeds meer southpaws op moeten duiken. De extravagante longhitter Bubba Watson of de koning van het lobshot Phil Mickelson zouden aardige rolmodellen kunnen zijn.


Waar ik heen wil met dit stukje? Misschien hoop ik toch stiekem dat dat van die creatievere linskhandigen wél waar is als ik mezelf weer eens uit een onmogelijke situatie moet zien te redden? Of bedoelde de onderzoeker uit de eerste alinea een ander soort verrassende slag?