Jaloers

De Ryder Cup zit er weer op. Het grootste driedaagse golffeest was wéér mooier dan we hadden durven dromen. Het aftellen naar 2016 kan wat mij betreft nu alweer beginnen. Wat een feest is de tweejaarlijkse wedstrijd toch.

Eigenlijk dúrf ik niet eens wat te schrijven over deze editie van de tweestrijd tussen Europa en Amerika. Niet alleen kon ik door tal van verplichtingen (wie verwekt er dan ook een kind als er 11 jaar en negen maanden later een Ryder Cup op zijn verjaardag gespeeld wordt?) bitter weinig zien van het evenement, afgaande op de berichten op mijn tijdlijn, leek ik bijkans de énige uit de Nederlandse golfwereld die níet in Schotland was. Dus wat zou ik ook kunnen vertellen over de prachtige Europese zege?

Wat waren er een hoop mensen op de baan op een uurtje van Glasgow. Elke keer als ik uit de lucht een overzichtsshot zag van een van de holes op Gleneagles, viel mijn mond weer open van verbazing. Hoewel er op een gemiddelde dag van The Open meer mensen over de baan lopen, maakt de samenklontering van al die mensen rond een paar groepen het zo indrukwekkend. De bomvolle tribune achter de tee van de eerste hole, de grandstand bij de green van achttien. Al die mensen ergens onderweg, de natuurlijke tribunes rond de eerste green, de massa langs de fairway. Hoeveel rijen dik zou het wel niet geweest zijn? Ruim meer dan vijftien, en dan overdrijf ik niets. De kans dat je ook écht nog wat kon zien, is bijzonder klein.

Maar doet dat er toe  op zo’n moment? Net als in een voetbalstadion, kan je om het optimaal te zien, beter thuis voor de buis blijven. Daar kan je elke (on)terecht gegeven penalty zien, daar herhalen ze elk schot zes keer. Met deskundig commentaar en een goed glas wijn. Maar wie sfeer wil proeven neemt het mindere zicht – het ontbreken van zicht – voor lief. Erbij zijn is wat er écht toe doet.

Weer won Europa afgetekend, de Amerikanen hadden nauwelijks iets in te brengen, het Europese volkslied zorgde voor kippenvel op de armen, de rookies droegen hun steentje bij, de champagne en tranen vloeiden rijkelijk, en het bleef nog lang onrustig.

Maar voor de rest ben ik helemaal niet jaloers op al die vrienden, kennissen, en collega’s die wél op Gleneagles waren.