Gefeliciteerd!

De NGF bestaat honderd jaar. De eeuwling groeide vooral de laatste tientallen jaren tegen de klippen op, en gaat het jubileumjaar — hoewel het echt niet overal feest is — niet ongemerkt laten passeren.


Hadden de heren van de Doornse, de Haagsche, de Hilversumsche en de Kennemer honderd jaar geleden kunnen bevroeden dat hun sport vroeg in de volgende eeuw van een sport voor enkelen, uitgegroeid zou zijn tot een sport voor velen?

Bladerend door oude jaargangen van GOLFjournaal en Golfers Magazine zie je hoe snel golf zich de laatste decennia ontwikkeld heeft. Wie de sport nog niet kent roept nog wel eens iets over het elitaire karakter, dat golf zo moeilijk te benaderen is. Wie echter ook maar iets verder kijkt dan die oude beelden, zal moeten erkennen dat golf dat allang niet meer is.

Zelfs ik zie al hoe golf verandert, terwijl ik ook niet ben opgegroeid met de sport, maar een van de honderdduizenden ben die is ingestroomd tijdens wat ik voor het gemak maar de Tigerboom zal noemen. Golfen deed je toen ik begon vooral als lid van een club met baan, wie een handicap wilde moest wel ergens lid worden, shops waren er eind vorige eeuw vooral op diezelfde baan, en van het onderscheid tussen clubs met en zonder een homecourse had nog nauwelijks iemand gehoord.

De eerste decennia van het bestaan van de NGF ging het voorzichtig met de groei van de golfsport. Van zo’n vijfhonderd beoefenaren rond de oprichtingsdatum tot net meer dan 2500 aan het begin van de jaren vijftig is niet bepaald een spectaculaire ontwikkeling, net zo min als de stap naar de 11.000 spelers (!) begin jaren tachtig zo te noemen is. Maar daarna ging het hard. Tiger Woods, economische voorspoed, een breder aanbod, openslaande deuren. Golf werd van een niche mainstream, in nauwelijks twintig jaar tijd. In 1996 werd de grens van honderdduizend golfers geslecht, de tweehonderdduizendste golfer werd zes jaar later welkom geheten, nummer driehonderdduizend volgde in 2007, en nu staat de teller alweer bijna op vierhonderdduizend.

En nu is het dus feest. Feest omdat de NGF 100 jaar bestaat, niet per se om de huidige stand van de sport. Er zijn lichtpuntjes stelden de aanwezigen op een golfcongres onlangs vast, maar er is ook ruimte voor zorgen. Want we spelen te weinig en stellen in economisch sombere tijden andere prioriteiten. Banen worstelen om het ledenbestand op niveau te houden, nieuwkomers aan de sport te blijven binden. Een rondje duurt te lang, we willen ook wat anders doen in de spaarzame vrije tijd, en die euro kunnen we maar één keer uitgeven.

Het rijtje is genoegzaam bekend. En toch blijft golf groeien. Omdat het zo’n mooie sport is, op prachtige locaties, buiten, wanneer het je uitkomt. Het rijtje redenen om toch vooral wél te gaan golfen – of om dat te blijven doen – is oneindig veel groter dan om dat niet te doen.

Een stuk taart voor alle bijna vierhonderdduizend aangesloten golfers zal er niet inzitten, maar aan elke golfer is gedacht dit jaar. Een tentoonstelling, een jubileumeditie van het GOLFjournaal, en zeker niet in de laatste plaats een film over golf in Nederland waarvan de trailer nadrukkelijk vroeg om meer. In een écht museum en een échte bioscoop. Zoals het bij een feest voor een echte honderdjarige hoort.

Een hartelijk gefeliciteerd is dus op zijn plaats. Voor de jarige job, maar ook voor ons. Want eigenlijk zijn we natuurlijk allemáál een beetje jarig. Trakteren we onszelf op een rondje extra dit jaar?