Eentje maar

2011 was niet het jaar van George Murray. De Schotse golfer speelde dan wel op de Europese Tour, echt van een leien dakje ging het niet.

Nadat hij de afgelopen jaren via Qualifying School probeerde een kaart te veroveren lukte hem dat eind 2010 via de ranking van de Challenge Tour voor het eerst. Dat de Europese Tour andere koek is, ervoer de 28-jarige speler uit Five bijna wekelijks. In 24 optredens haalde hij slechts tien keer de cut en sloeg hij nog geen zestigduizend euro bij elkaar. Zijn grootste cheque nam hij begin april mee naar huis door in Marokko negentiende te worden, maar ook die zestigduizend euro’s zetten weinig zoden aan de dijk en de schulden stapelden zich op terwijl het vertrouwen zienderogen afnam.

Met het verstrijken van de tijd begon de forse achterstand op de Order of Merit steeds meer te knagen aan Murray. Er waren goede rondes, maar vaker nog waren er slechte rondes. Maar al te vaak volgde op een goede ronde een slechte, waarna alsnog een vrij weekend wachtte. Al die resultaten bij elkaar zorgden ervoor dat hij eind september nog maar net bij de beste tweehonderd spelers van de Order of Merit stond en leek hij hard op weg zijn kaart direct al weer in te moeten leveren. Hetzelfde lot dat zoveel rookies ondergaan in hun eerste jaar op het hoogste niveau.

Maar toen werd het begin oktober, speelde hij eindelijk weer het spel dat hem op de Tour had gebracht en werd hij zomaar derde in het Dunhill Links Championship. Pardoes klom hij naar de negentigste plaats op de Order of Merit en is zijn speelrecht voor 2012 weer een haalbaar doel.

Eén week spelen met honderd procent zelfvertrouwen. Eén week dat de pechduivel thuisblijft. Eén week dat je talent er van donderdag tot en met zondag uitkomt. Eén keer 72 holes dat alles samenvalt. Meer heb je soms niet nodig. Eén goede week en je jaar — je golfleven zelfs —  is anders.

Als Murray het kan, waarom zouden Maarten, Floris of Tim het dan niet kunnen in de laatste weken van dit seizoen?