Van dichtbij

Het is en blijft een bijzondere ervaring. Mee mogen doen aan een pro-am aan de vooravond van een groot toernooi. Het is een luxe die bij dit vak hoort. Althans, als je niet alleen graag schrijft, maar ook zelf tegen een balletje slaat.

Nu en dan – ook echt weer niet zo heel vaak hoor, ik kan ze na zeven jaar nog altijd op mijn vingers natellen – verschijnt in de mailbox of op voicemail de vraag of je op die en die dag misschien tijd hebt om mee te doen aan de pro-am van het toernooi dat niet lang daarna afgewerkt gaat worden.

Hoe kan het toch dat dit schijnbaar gewone rondje golf zo leuk, zo anders is? Heeft u even? Hoe vaak kan je bijvoorbeeld spelen op een baan die geprepareerd is om topgolfers te ontvangen? Vaak met hogere rough dan gewoonlijk en vrijwel altijd met razendsnelle greens. We wéten wel dat de banen voor de professionals moeilijker geprepareerd zijn, maar je merkt het pas echt als je je putt van twee meter zomaar drie meter voorbij de hole ziet rollen omdat je nét aan de verkeerde kan van de vlag landde, om over de op centimeters naast de fairway verloren bal nog maar te zwijgen.

En dat is dan alleen nog de baan. Je speelt in de pro-am bijna altijd als team, en wat wil je graag je steentje aan de teamscore bijdragen. Sterker, dat moet vaak zelfs. De formule waarbij van iedere speler een aantal afslagen moeten worden gekozen is veel voorkomend, maar verre van eenvoudig. Geloof me, als jouw twee afslagen nog moeten worden gekozen met nog drie holes te spelen, dan voel je ineens druk. Hoe leuk die pro-am ook is. Het is bijna dezelfde druk die je voelt als je het ‘geluk’ hebt op een hole in de buurt van het clubhuis te starten met een ‘grote’ naam naast je. Je kan zomaar tientallen toeschouwers in stilte achter je weten, allen wachtend op wat jij met die druk en die bal gaat doen. Een goede (lees: leuke, aardige, attente, sociale) professional stelt je hier al op je gemak, haalt de scherpe randjes eraf met een grap of een bemoedigend woord. En god, wat kan dat helpen, en wat vormt dat dan de basis voor een prettige dag samen uit.

Maar niet elke pro heeft er zin in, of is om andere reden geen match made in heaven. Zo werd ik ooit gekoppeld aan een Italiaan die in het Engels slechts de woorden , hello, par, birdie, bogey en bye kende. Of wat te denken van de Engelsman die achttien holes lang nors zwijgend in en uit een buggy stapte en in de hele ronde niet verder kwam dan hooguit tien woorden. Letterlijk. De dag begon met ‘Hello [I’m] David’ bij het kennismaken, en eindigde met ‘Thanks’ op hole achttien, tussendoor alleen onderbroken door ‘We still need one of your drives’.

Het zijn de uitzonderingen. De meeste professionals proberen er het beste van te maken. Ze zijn er toch, de dag duurt al zo lang, dus wat heeft het voor zin om mokkend over de baan te gaan?

En dus kan het zijn dat je geconfronteerd wordt met een mede-leftie die bij herhaling vraagt of hij je set mag kopen. Gaan achttien holes als in een zucht voorbij omdat er urenlang gepassioneerd over voetbal wordt gesproken. Daagt een speelster je vol overtuiging en met een grote grijns uit voor een neary-contest, of ga je de baan in met een speelster die op hole 1 erkent eigenlijk een beetje bang te zijn voor de pers, maar met wie er in zes uur tijd uiteindelijk nauwelijks meer dan tien minuten stilte vallen.

Wat ik maar wil zeggen. Als je ooit de kans krijgt mee te doen in een pro-am, pak die mogelijkheid met beide handen aan. Van zo dichtbij zie je topspelers zelden tot nooit in actie. Of het nu om een groot toernooi als het KLM Open of Deloitte Ladies Open gaat, om een wedstrijd van de Nederlandse PGA of zelfs van de Nederlandse topamateurs: pak die kans. En als je echt niet kan, bel me gerust. Ik offer me graag op.